Het is mogelijk - Vingeroefening en voorstudie voor het Thomasevangelie

Home

Uit de inhoud:

De maatschappij
Zoon van God
Wijsheid
Over opvoeden
Medische wetenschap
Spierspanning
Cultuur en ziekten
Opvoeden van kinderen
Grenzen
Steden
Paradigma's
Hebben van meningen
Vakgeleerden
Dokter en patiënt
Over bevallen
Gezond eten
Angst voor vrijheid
Structuren en systemen
Het willen
Behoeften
Bestrijden symptomen
Angst om dood te gaan
School en opvoeding

Over liegen
Stellingen


E-mailVragen?

mail de Webmaster




Internet:

Een Hemel op Aarde
Het Evangelie van Thomas
Prediker - een parafrase
Verboden Boeken en Geschriften
L. E. J. Brouwer
Oskar Panizza
Terug naar de Natuur
De nieuwe kleren van de keizer
The Gospel of Thomas
Nature, Culture, Nature
A Heaven on Earth

   

Over liegen

Zelden heb ik zo'n heldere beschrijving gelezen van deze leugenachtige maatschappij, waarin niemand durft te zeggen wat hij denkt. Ik vind je erg pessimisties want waarschijnlijk kan het wel echt anders. Als er een wereld met leugens kan bestaan moet er toch ook een wereld zonder leugens mogelijk zijn al zal die er volmaakt anders uitzien dan de onze. Ik heb dus wat kanttekeningen bij je verhaal:
 
 

De Volkskrant maandag 6 augustus 2001

HET GROTE LEUGENSPEL

NELLEKE NOORDERVLIET

"Kind, het komt altijd uit". Zei mijn moeder steevast, wanneer ze me op een leugen betrapte. Daarmee wilde ze aantonen dat liegen nutteloos was. Dat is gelukkig niet waar.

Je moeder vergiste zich inderdaad omdat liegen in deze maatschappij uitermate nuttig is. Om de lieve vrede en de schone schijn te handhaven en mee te mogen doen met het spel, waar leugen, bedrog en zelfbedrog ingebouwd zijn in de spelregels is liegen een vereiste. Dat houdt in dat als je eerlijk bent je je niet aan de spelregels houdt en niet meer mee mag spelen. "Laat ons de eerlijke (cq. rechtvaardige) uit ons midden weg doen, want hij is ons onaangenaam" staat in de Wijsheid van Salomo, en zo wordt eerlijkheid in deze maatschappij genadeloos afgestraft. En de eerlijke verketterd, doodgezwegen en belachelijk gemaakt. Niet van en te goed voor deze wereld. In "De kleine Johannes" van Frederik van Eeden neemt Pluizer Johannes mee naar de grote stad en brengt hem naar een groot grachtenhuis, waar een feest aan de gang is. En Johannes kijkt zijn ogen uit verrukt van de pracht en de praal. Prachtig geklede vrouwen, statige bedienden, kleur, licht en bloemen. En dan zegt Pluizer: "Achter al die lachende ogen en vriendelijke lippen schuilt iets heel anders. Als het opeens uitkwam wat allen waarlijk dachten, dan zou de partij gauw gedaan zijn". Blijft de vraag hoe het in godsnaam mogelijk is dat al die argeloze, onbevangen en eerlijke kinderen omgesmeed kunnen worden tot medespelers in dit spel. Als ouders boos, verdrietig of teleurgesteld reageren verleren kinderen al snel om te zeggen wat ze denken. Als ze uitgelachen en niet serieus genomen worden, als gewenst gedrag beloond en ongewenst gedrag afgestraft wordt, kun je kinderen leren om zich in alle gewenste bochten te wringen en elk spel mee te laten spelen. Kinderen zijn tot in het absurde loyaal, want ze kunnen geen kant op. Zo leert het kind zich te handhaven, verschuilt zich achter zijn façade, verliest zijn spontaniteit, filtert zijn gedachten door zijn geïnternaliseerde filters, en splitst zodoende in een binnen- en een buitenkant. En zo krijgt iedereen boter op zijn hoofd en is er een merkwaardige discrepantie tussen wat mensen laten zien en wat ze zeggen. Bij Pinokkio was het heel duidelijk als hij jokte. Maar als je goed kijkt, luistert en ruikt is het niet zo moeilijk om mensen te ontmaskeren. De stoere man met het kleine hartje met de penetrante geur van zijn angstzweet, de gemaakt opgewekte die van binnen huilt, de angsthaas die zichzelf overschreeuwt, de onzekere die zijn "zekerheden" ventileert, de zelfbeheerste die van binnen kolkt, de slechte toneelspeler die zich met zijn houding geen raad weet. 80 % van de communicatie, schrijft Sony in de reclame voor zijn notebooks, is lichaamstaal, maar het verstaan van die taal zijn we, ziende blind, verleerd. "De vraag is niet hoe we het spel moeten spelen", schreef Wittgenstein, "maar of we het wel moeten spelen". Als de leugen het smeermiddel is van deze maatschappij is het een interessante vraag wat er zou gebeuren als mensen eens massaal eerlijk zouden worden, geen geheime agenda's meer, geen versluierd taalgebruik, eerlijk zouden zijn over hun twijfels en echt naar zichzelf en hun kinderen zouden luisteren. Zouden we dan niet een heel andere wereld krijgen?

In de eerste plaats kwamen de meeste leugens niet uit, en in de tweede plaats is liegen mede daarom niet nutteloos. Ik ben een tegenstander van niets ontziende eerlijkheid. Complete openhartigheid is wreed en oninteressant.

"Interessant" is in dit kader een onthullend woord omdat je inderdaad met een complete eerlijkheid in deze maatschappij je eigenbelang niet kunt dienen.

En komt niet voor.

Eerlijkheid wordt rigoureus afgestraft omdat je dan een spelbreker bent en je niet aan de impliciete regels van het spel houdt. Eerlijkheid is uitermate onpraktisch, levert je maatschappelijk niets op en uit lafheid kiezen mensen voor de kudde.

Wie zegt nooit te liegen, liegt. Liegen moet. Het is eigenlijk vreemd dat een zo algemeen menselijk trekje collectief zo hard wordt veroordeeld en bestreden. Klokkenluiders zijn verdachte helden.

Klokkenluiders hebben ook boter op hun hoofd en dat maakt hen zo kwetsbaar. Zij veroordelen de kwaliteit van andermans boter en wat Petrus zegt over Paulus zegt meer over Petrus dan over Paulus, schrijft Spinoza in zijn Ethica. Of nog radicaler: wie zonder zonden is werpe de eerste steen. Als iedereen liegt wie heeft dan het recht de leugen van een ander te veroordelen?

Misschien maakt het ons minder hypocriet als we de dans rond de waarheid beschouwen als een spel.

Helaas een spel waar jezelf de regels niet van bedacht hebt en hoe je het ook bekijkt, minder hypocriet blijft hypocriet.

Met bepaalde regels.

Het zijn toch altijd de machthebbers, of dat nu ouders, politici of de clerus is, die de regels bepalen, aanpassen en ten eigen bate uitleggen, want: quod licet Jovi, non licet bovi.

Er is natuurlijk een ethiek van de leugen. Je kunt er niet zomaar op los liegen. De leugen moet ergens toe dienen en worden erkend, zodra ze is doorzien. Het getuigt van slechte smaak te volharden in de leugen. Hoewel iedereen - zoals dat nu eenmaal met alle leefregels gaat - zijn eigen erecode heeft in het spel, is er een absolute, wettelijke grens. Wie die grens overschrijdt betreedt het gebied van de meineed, de valsheid in geschrifte, oplichterij, fraude. Daar gaat de leugen over in misdaad.

Het zijn weer de machthebbers die de grens bepalen, rekken en trekken om de status quo te handhaven. In dit malle spel heeft iedereen zijn plek, de hiërarchie ligt vast en iedereen vecht voor zijn eigenbelang en dan is er nog een zelfgecreëerde god nodig voor ons allen.

De leugens waarmee je een ander beschermt tegen de ondraaglijke waarheid zijn de minst laakbare. Als een vriendin verschrikkelijk trots is op het schilderij dat ze tijdens een zomercursus heeft gewrocht, dan zeg ik niet dat het puin is.

En zo loopt de hele mensheid, die niet meer in zichzelf gelooft, in een onafzienbare polonaise zijn voorganger schouderkloppen te geven (waardering moet) en te bezweren dat hij goed bezig is en zo houden we met z'n allen de mystificatie in stand. "De nieuwe kleren van de keizer" is daarom zo'n prachtig sprookje. Het onbevangen kind dat naar die maffe, zichzelf bedriegende grote mensen kijkt en de maskerade doorprikt.

De leugens waarmee je jezelf beschermt zijn ook tot op zekere hoogte te verdedigen. Mensen blazen zichzelf op en maken zichzelf vele malen belangrijker dan ze zijn. Dat vind ik ergerniswekkend, maar ik heb er begrip voor. Je moet je eigen talenten wel eens iets fraaier voorstellen dan ze zijn om jezelf niet op te knopen van mismoedigheid.

In "Biljart um halb zehn" schrijft Heinrich Böll: als zelfbedrog strafbaar zou zijn zat vrijwel iedereen in de gevangenis" en waarschijnlijk bedoelt hij met dat "vrijwel" de zuigelingen die zich daar nog niet aan schuldig kunnen maken.

Je hebt een probleem als je in je eigen leugen gaat geloven. Daar gaat de leugen over in ziekte.

Als onze hele verbale communicatie van leugens aan elkaar hangt en als je desalniettemin geleerd hebt dat dat normaal is, geloof je niet in je leugens maar ben je je er niet eens bewust van dat je liegt. Door je te beroepen op anderen repeteer je onbewust hun leugens. Als iedereen liegt is niet-liegen abnormaal en ben je bang om uit de groep gestoten te worden, bang om alleen te staan, dan moet je vrolijk meeliegen.

Naast de ethiek van de leugen is er ook een fenomenologie van de leugen. Er zijn vele verschijningsvormen. Van verdoezelen van de waarheid, verzwijgen van de waarheid, uitstellen van de waarheid, verfraaien of verlelijken van de waarheid, zogenaamd vergeten of verdringen van de waarheid, de ogen opzettelijk sluiten voor de waarheid tot de glasharde ontkenning van de waarheid.

Je vergeet het manipuleren, marchanderen, vleien, zielig doen, vluchten in de ziekte, compromissen sluiten, projecteren, de schuld geven en nog vele andere, waarmee je of jezelf of de ander belazert of beide.

Aan al deze vormen van liegen maakt iedereen zich

doorlopend

schuldig. In zijn privé-leven en in zijn openbare leven. Dus ook ambtenaren, artsen, ondernemers, kantoorbedienden en politici. Aan journalisten, die opgeleid zijn om waarheden te achterhalen, is evenmin iets menselijks vreemd.

Het lijkt me niet juist liegen als een menselijke eigenschap te beschouwen, net zomin als agressie, spreken, of schaamtegevoel. Als dat menselijke eigenschappen zouden zijn betekent dat dat kleine kinderen geen mensen zijn, maar dat nog moeten worden. Zou er daarom geschreven staan: "Zo ge niet wordt gelijk de kinderen zult ge het rijk der hemelen niet binnengaan"?

De hele wereld hangt zo bezien aan elkaar van leugens. Het is een wonder dat tussen al dat gelieg en gedraai de waarheid nog wel eens haar blote billen laat zien. Het kenmerk van liegen is echter kennis van de waarheid. Achter alle fantastische kronkels glimlacht zij onverstoorbaar en beidt haar tijd. Hoe bewijs je dat iemand de waarheid kende als hij die kennis hevig ontkent en blijft ontkennen? In dat vage gebied van onbewijsbaarheid blijven veel kwesties hangen. Iedereen weet en iedereen weet van de ander dat hij weet. Remise.

In een wereld waarin iedereen zichzelf als norm neemt, is het altijd de ander die niet deugt, maar eigenlijk veroordelen we in de ander wat we onbewust in onszelf veroordelen. Maar in de hel staan geen spiegels, merkt Canetti in Het Martyrium op, en daarom zijn de anderen de hel. En als Narcissus is de mens niet verliefd op zichzelf, maar op zijn spiegelbeeld.

Het ziet er naar uit dat er een verband bestaat tussen de schade die een leugen veroorzaakt en haar onoirbaarheid. Hoe meer schade, hoe minder gepast.

Zou het niet zo kunnen zijn dat als de schone schijn een manifestatie van een onecht en leugenachtig leven is, de schaduwkant daar onlosmakelijk mee verbonden is? Net zoals wellicht de deugden van deze maatschappij de ondeugden in stand houden? Zou het misschien zo zijn dat de mens juist doordat hij door zijn grote en kleine leugens denkt zijn eigenbelang te dienen, zichzelf schaadt? En dat die schade ongelofelijk veel groter is dan hij zelf bevroedt?

Desalniettemin is het van belang de kleuter die de diefstal van een koekje ontveinst, te wijzen op de mogelijkheid van escalatie in het verboden domein van meineed, fraude en bedrog.

De enige ware manier van opvoeden is het geven van een goed voorbeeld. En kinderen die hun ouders doorlopend op leugens en onwaarheden betrappen en feilloos aanvoelen dat hun verhalen niet kloppen, mag je niet kwalijk nemen dat ze dit soort mededelingen niet serieus nemen.

Het is niet ondenkbaar dat die kleuter, eenmaal minister of leider van een grote politieke partij geworden, het de normaalste zaak van de wereld vindt zijn handelingen zodanig in te kleden dat het bewijs van eventuele leugenachtigheid voornamelijk een kwestie wordt van literaire interpretatie.

Daarom zie je dat ook in de politiek niemand zegt wat hij denkt en compromissen, haalbaarheid, manipulatie, versluierend taalgebruik, draaien, voor wat hoort wat, eigenbelang en ijdelheid, de machinaties en drijfveren zijn waarmee het kinderachtige spel gespeeld wordt.

En bij literaire interpretatie is de waarheid louter geparenteerd aan de overtuigingskracht. Op het delicate gebied waar grote belangen spelen is de kunst van de leugen meer dan een spel geworden: het is een vorm van topsport. Je moet heel wat in je mars hebben om de leugen goed vol te houden, niet betrapt te worden en om zodra onthulling dreigt de schuld ervoor handig over diverse lieden en instanties te verspreiden.

Tara Singh Varma's leugen is vooral een ziekte. Dus zal ze recht hebben op medelijden en hulp. Maar haar partij Groen-Links heeft meegelogen en was niet ziek. Van die partij verwacht ik een faire houding, maar Groen-Links blijkt nu precies dezelfde doofpot en verzwijgmentaliteit te hanteren als andere politieke partijen. De zaak rond de ESF-miljoenen is glibberiger. Daar is waarschijnlijk een zo ingenieuze vorm van leigen gebruikt, dat niemand meer weet of hij gelogen heeft, of verzwegen, of de ogen gesloten, of verdoezeld of te goeder trouw de regels heeft toegepast. Er is geen boekhouding van bijgehouden. De leugen is gedelegeerd naar kleine uitvoerders. Wat in deze kwestie opvalt is de rol van de journalistiek, die niet zozeer op zoek is naar de waarheid, maar voornamelijk hoopt dat er gelogen is.

Wiens brood men eet, wiens woord men spreekt. Oplagecijfers, rendement, concurrentie, haalbaarheid, het zelf onderdeel uitmaken van de status quo, adverteerdersbelangen, de kwetsbare ziel van de abonnee en niet in het minst het manco aan zelfkritiek en het meehuilen met de wolven van de journalist maakt dat wezenlijke vraagstukken nooit aan bod komen, de vraag "waarom" consequent vermeden wordt en alles dus blijft zoals het is.

Ingesloten een kleine voorproef van een website, waarop een beeld geschetst wordt van de leugen en zijn consequenties en hoe alles met alles samenhangt. Daarnaast hoe de mens en de wereld er zonder leugen uit zouden zien. In La Divina Commedia schrijft Dante: "Dan kan het gebeuren, dat ons verlangen naar waarachtig leven ons de oren opent voor de stem van 'het altijd wel gewetene'. We vernemen dat al onze pogingen tot zelfverheffing ijdel zijn. De enige mogelijkheid om tot waarachtig leven te komen ligt in de onvoorwaardelijke overgave aan het leven zelf, opdat wij de werkelijkheid zullen ervaren" en "daaraan zal men de waarheid herkennen, dat men hem ongaarne hoort".
 
 

De Volkskrant 9 augustus 2001

De vier windstreken

Said El Haji

Nu ik zo aan hem terugdenk, weet ik niet of ik hem daadwerkelijk, uit een droom of anderszins, bijvoorbeeld uit een boek, heb gekend, maar er was eens een jongen die zich zijn hele jeugd afvroeg waarom het zo moeilijk was dat trachten te leven wat uit zijn binnenste opwelde. Daarvoor was hij dagen achtereen bezig zijn oor in zijn binnenste te luister te leggen en de verboden en donkere stromen te horen die ondergronds in zijn binnenste bruisten. Uiteindelijk vond hij het antwoord dat de mens van niets ter wereld een grotere afkeer heeft dan van het bewandelen van de weg die hem tot zichzelf leidt.

Iedere volwassene is dat jongetje of meisje geweest. Iedereen heeft vele malen voor de keuze gestaan om zichzelf of de anderen te geloven en vroeg of laat is iedereen voor de verlokkingen van de schone schijn gezwicht. Het is geen afkeer maar angst, misschien lafheid, die hem van zichzelf af doet keren en zo slaat hij niet de weg naar binnen maar de weg naar buiten in en raakt steeds verder van huis.

Ware woorden, vindt u niet? Die overigens naadloos aansluiten bij mijn eerder geponeerde stelling dat leugens uitgangspunt zijn van het hele menselijk bestaan.

Leugens zijn niet het uitgangspunt van het menselijk bestaan maar van het maatschappelijke bestaan. De bijbelse mythe (er staat ook wel wat zinnigs in dat boek) van de zondeval en de verdrijving uit het paradijs beschrijft helder de eerste leugen en de consequentie daarvan. Adam geeft de schuld aan Eva en Eva op haar beurt aan de verleiding en zo nemen beiden geen verantwoordelijkheid voor hun daad. En zo gebeurt dat op gegeven moment in elk kinderleven. Je eerste leugen, en daarna wordt het nooit meer zoals daarvoor en ben je gedoemd je verdere leven het ene gat met het andere te stoppen. Die eerste leugen is de eerste stap naar een leugenachtig bestaan. Als je begint is het eind zoek. Parafraserend op een citaat uit de Imitatio Christi van Thomas à Kempis wordt het dan: "Iedere leugen brengt zijn eigen geestelijk lijden voort. Een dergelijk lijden is gelijk het lijden in de hel, want hoe meer ge lijdt, hoe slechter ge wordt. Dit is wat de leugenaars overkomt: hoe meer ze door hun leugens lijden, hoe slechter ze worden. Ze vervallen hoe langer hoe meer tot leugens, om zich van hun lijden te bevrijden".

Waaruit ik niets anders kan concluderen dan dat de mens een leugenachtig wezen is. Omdat hij, sinds de aankondiging van zijn bewustzijn reeds vol angst en verwondering naar de wereld ging kijken, over het vermogen beschikt voor het onwillekeurig ontkennen van de gruwelijke waarheid.

De gruwelijke waarheid is dat hij zichzelf verloochend heeft en de illusie heeft dat er geen weg terug meer is en dat hij als een Ahasverus zijn hele leven zal moeten dwalen zonder ooit rust te vinden.

Ik zou haast zeggen een systematisch ontkennen, maar dat suggereert een moedwilligheid die ik bij de meeste personen in dit geval niet vermoed, omdat het veelal om een onbewust proces gaat. Intuïtief - bewijzen kan ik niet - durf ik te stellen dat de echt grote filosofische vraagstukken niet alleen onbeantwoord zijn, maar nog zelfs niet gesteld.

Wittgenstein schreef: "Wij voelen dat zelfs als alle mogelijke wetenschappelijke vragen zijn beantwoord, onze levensproblemen nog in het geheel niet zijn aangeroerd" en "Alleen als je nog veel gekker denkt dan de filosofen kun je hun problemen oplossen".

In de krochten en spelonken van ons onderbewustzijn liggen zij geborgen. Voor onze eigen bestwil, uiteraard, maar daarom toch meen ik dat wij fenomenale leugenaars zijn om de al te rauwe werkelijkheid uit het directe bewustzijn te weren, al onze idealen en stoere pogingen het mensdom te verheffen ten spijt.

De enige vraag, waar alle andere in besloten liggen, is de vraag naar het waarom. Waarom overkomt mij dit. Het is de vraag van Job en het onthutsende is dat die in dat boek in de rede van Elihu ook nog beantwoord wordt en niemand dat ziet. Die vraag ligt helemaal niet verborgen, maar de mensen hebben geleerd dat daar toch geen antwoord op is en dan heeft het geen zin om te zoeken. En juist het fenomenale liegen is het grote beletsel om, zoals jij dat noemt, het mensdom te verheffen.

We kunnen niet zonder leugens, zonder illusies, onze angel tegen de werkelijkheid en zijn gruwelijke waarheid.

Mensen zijn als de dood voor het leven en vechten zich liever dood dan dat je hen hun ongeluk afneemt. Zo verschuilen ze zich in hun kooi, bang voor de vrijheid, terwijl de deur open staat. Je leugens opgeven betekent namelijk dat je tot de verbijsterende conclusie moet komen dat je je je hele leven vergist hebt en dat je niet gezien hebt wat voor de hand lag Dat je het geluk buiten hebt gezocht terwijl het binnen ligt. O ijdelheid der ijdelheden. Welk voordeel heeft de mens van al zijn zwoegen waarmee hij zich aftobt onder de zon? Niets dus.

Om deze, onze rol daarin inbegrepen, een loer te draaien, halen we in ons hoofd de meest onnavolgbare en fantastische capriolen uit, zo creatief als onze hersenen te werk gaan. Onze ziel is voortduren bezig met het scheppen en herscheppen van de wereld.

Is dat niet vreselijk "zielig"?

Want razen in de oneindigheid, met de stormram huishouden in hemel en hel - wie is daartoe in staat?

Ieder mens, als hij maar durft.

Onbewust zijn we allemaal kunstenaars, dat geloof ik echt, maar het vergt natuurlijk een artistiek wakkere geest om daar uiting aan te geven. Nu vraag ik u: zijn de goede leugens die over u in de wereld zijn gebracht niet te prefereren boven de gruwelijke waarheden? Laat u zich niet eerder vleien dan op uw plaats zetten? Sta mij toe u in dit verband te wijzen op de woorden van de dichter/mysticus/schilder William Blake: "Een waarheid, bedoeld om te krenken slaat alle leugens die je kunt bedenken". Waar wij de gruwelijke waarheden (terecht) links laten liggen omdat zij prikken, steken, de oorzaak zijn van hevige pijnen, als een jodium met teveel bijwerkingen,

In deze gespiegelde wereld lijkt het inderdaad alsof de waarheid ten grondslag ligt aan het lijden, maar het is dus de leugen die het lijden veroorzaakt,

ondergaan wij de zalvende werking van de goede, vleiende leugen met een onbeschaamde honger, een vuur van onstilbaar verlangen naar meer en meer en nog meer. Trouwens, wat heb je aan jodium wanneer de wond ongeneeslijk is? Het leven is een ongeneeslijke wonde, dat is mijn stelligste overtuiging.

Mensen leven niet maar leiden een leven, of anders gezegd, zij laten zich niet door het leven leiden maar denken het leven te kunnen leiden.

Dus ook al zou het mogelijk zijn alle leugens in de wereld uit te roeien, het is zeer de vraag of dat wenselijk is.

Van de grote mensen, die zich verschanst hebben in hun leugens en denken dat ze nu eenmaal zo zijn, zou je kunnen zeggen dat het een verloren generatie is. Laat hen maar kiezen. Maar de kinderen?

Gelooft u dit alles? Een aantal van u acht mijn opvattingen slecht onderbouwd, suggestief, onzinnig. Dat interesseert me hoe dan ook niets. Ikzelf - daar gaat het om - sta helemaal achter mijzelf. Wat baat het mij te leven als ik het niet naar eigen inzicht doe?

Was het maar zo dat wat jij je eigen inzicht noemt, je eigen inzicht is. Het zicht naar binnen wordt afgeschermd door een filter van overtuigingen, gefabriceerd door alles wat je je eigen hebt gemaakt, alles wat je normaal en vanzelfsprekend hebt leren vinden terwijl het dat niet is.

Anders dan de schrijvers u in hun boeken voorspiegelen, leg ik u mijn verhaal voor zoals het werkelijk is gegaan. Er staat wat er staat. Literaire trucs, het ingenieuze spel met taal en vorm en weet ik het allemaal, heb ik niet, ken ik niet. Indien het u nu juist om de literaire trucs te doen is, moet ik u teleurstellen. Nu dan, verlaat deze ruimte! U doet er goed aan mijn raadgeving op te volgen. Ik geef u zwart op wit dat u anders van een koude markt zult thuiskomen.

De waarheid is inderdaad gruwelijk maar het leven is prachtig.