|
Over
liegen
Zelden
heb ik zo'n heldere
beschrijving
gelezen van
deze leugenachtige maatschappij, waarin niemand durft te zeggen wat hij
denkt. Ik vind je erg pessimisties want waarschijnlijk kan het wel echt
anders. Als er een wereld met leugens kan bestaan moet er toch ook een
wereld zonder leugens mogelijk zijn al zal die er volmaakt anders
uitzien
dan de onze. Ik heb dus wat kanttekeningen bij je verhaal:
De Volkskrant
maandag
6 augustus
2001
HET GROTE
LEUGENSPEL
NELLEKE NOORDERVLIET
"Kind,
het komt altijd uit". Zei
mijn
moeder steevast,
wanneer ze me op een leugen betrapte. Daarmee wilde ze aantonen dat
liegen
nutteloos was. Dat is gelukkig niet waar.
Je
moeder
vergiste zich
inderdaad omdat liegen in deze maatschappij uitermate nuttig is. Om de
lieve vrede en de schone schijn te handhaven en mee te mogen doen met
het
spel, waar leugen, bedrog en zelfbedrog ingebouwd zijn in de spelregels
is liegen een vereiste. Dat houdt in dat als je eerlijk bent je je niet
aan de spelregels houdt en niet meer mee mag spelen. "Laat ons de
eerlijke
(cq. rechtvaardige) uit ons midden weg doen, want hij is ons
onaangenaam"
staat in de Wijsheid van Salomo, en zo wordt eerlijkheid in deze
maatschappij
genadeloos afgestraft. En de eerlijke verketterd, doodgezwegen en
belachelijk
gemaakt. Niet van en te goed voor deze wereld. In "De kleine Johannes"
van Frederik van Eeden neemt Pluizer Johannes mee naar de grote stad en
brengt hem naar een groot grachtenhuis, waar een feest aan de gang is.
En Johannes kijkt zijn ogen uit verrukt van de pracht en de praal.
Prachtig
geklede vrouwen, statige bedienden, kleur, licht en bloemen. En dan
zegt
Pluizer: "Achter al die lachende ogen en vriendelijke lippen schuilt
iets heel anders. Als het opeens uitkwam wat allen waarlijk dachten,
dan
zou de partij gauw gedaan zijn". Blijft de vraag hoe het in
godsnaam
mogelijk is dat al die argeloze, onbevangen en eerlijke kinderen
omgesmeed
kunnen worden tot medespelers in dit spel. Als ouders boos, verdrietig
of teleurgesteld reageren verleren kinderen al snel om te zeggen wat ze
denken. Als ze uitgelachen en niet serieus genomen worden, als gewenst
gedrag beloond en ongewenst gedrag afgestraft wordt, kun je kinderen
leren
om zich in alle gewenste bochten te wringen en elk spel mee te laten
spelen.
Kinderen zijn tot in het absurde loyaal, want ze kunnen geen kant op.
Zo
leert het kind zich te handhaven, verschuilt zich achter zijn
façade,
verliest zijn spontaniteit, filtert zijn gedachten door zijn
geïnternaliseerde
filters, en splitst zodoende in een binnen- en een buitenkant. En zo
krijgt
iedereen boter op zijn hoofd en is er een merkwaardige discrepantie
tussen
wat mensen laten zien en wat ze zeggen. Bij Pinokkio was het heel
duidelijk
als hij jokte. Maar als je goed kijkt, luistert en ruikt is het niet zo
moeilijk om mensen te ontmaskeren. De stoere man met het kleine hartje
met de penetrante geur van zijn angstzweet, de gemaakt opgewekte die
van
binnen huilt, de angsthaas die zichzelf overschreeuwt, de onzekere die
zijn "zekerheden" ventileert, de zelfbeheerste die van binnen kolkt, de
slechte toneelspeler die zich met zijn houding geen raad weet. 80 % van
de communicatie, schrijft Sony in de reclame voor zijn notebooks, is
lichaamstaal,
maar het verstaan van die taal zijn we, ziende blind, verleerd. "De
vraag
is niet hoe we het spel moeten spelen", schreef Wittgenstein, "maar of
we het wel moeten spelen". Als de leugen het smeermiddel is van deze
maatschappij
is het een interessante vraag wat er zou gebeuren als mensen eens
massaal
eerlijk zouden worden, geen geheime agenda's meer, geen versluierd
taalgebruik,
eerlijk zouden zijn over hun twijfels en echt naar zichzelf en hun
kinderen
zouden luisteren. Zouden we dan niet een heel andere wereld krijgen?
In de
eerste plaats kwamen de
meeste
leugens niet
uit, en in de tweede plaats is liegen mede daarom niet nutteloos. Ik
ben
een tegenstander van niets ontziende eerlijkheid. Complete
openhartigheid
is wreed en oninteressant.
"Interessant"
is
in dit
kader een onthullend woord omdat je inderdaad met een complete
eerlijkheid
in deze maatschappij je eigenbelang niet kunt dienen.
En komt
niet voor.
Eerlijkheid
wordt rigoureus
afgestraft omdat je dan een spelbreker bent en je niet aan de
impliciete
regels van het spel houdt. Eerlijkheid is uitermate onpraktisch, levert
je maatschappelijk niets op en uit lafheid kiezen mensen voor de kudde.
Wie
zegt nooit te liegen, liegt.
Liegen
moet. Het
is eigenlijk vreemd dat een zo algemeen menselijk trekje collectief zo
hard wordt veroordeeld en bestreden. Klokkenluiders zijn verdachte
helden.
Klokkenluiders
hebben ook
boter op hun hoofd en dat maakt hen zo kwetsbaar. Zij veroordelen de
kwaliteit
van andermans boter en wat Petrus zegt over Paulus zegt meer over
Petrus
dan over Paulus, schrijft Spinoza in zijn Ethica. Of nog radicaler: wie
zonder zonden is werpe de eerste steen. Als iedereen liegt wie heeft
dan
het recht de leugen van een ander te veroordelen?
Misschien
maakt het ons minder
hypocriet
als we de
dans rond de waarheid beschouwen als een spel.
Helaas
een
spel
waar jezelf
de regels niet van bedacht hebt en hoe je het ook bekijkt, minder
hypocriet
blijft hypocriet.
Met
bepaalde regels.
Het
zijn
toch
altijd de
machthebbers, of dat nu ouders, politici of de clerus is, die de regels
bepalen, aanpassen en ten eigen bate uitleggen, want: quod licet Jovi,
non licet bovi.
Er is
natuurlijk een ethiek van de
leugen. Je kunt
er niet zomaar op los liegen. De leugen moet ergens toe dienen en
worden
erkend, zodra ze is doorzien. Het getuigt van slechte smaak te
volharden
in de leugen. Hoewel iedereen - zoals dat nu eenmaal met alle
leefregels
gaat - zijn eigen erecode heeft in het spel, is er een absolute,
wettelijke
grens. Wie die grens overschrijdt betreedt het gebied van de meineed,
de
valsheid in geschrifte, oplichterij, fraude. Daar gaat de leugen over
in
misdaad.
Het
zijn
weer de
machthebbers
die de grens bepalen, rekken en trekken om de status quo te handhaven.
In dit malle spel heeft iedereen zijn plek, de hiërarchie ligt
vast
en iedereen vecht voor zijn eigenbelang en dan is er nog een
zelfgecreëerde
god nodig voor ons allen.
De
leugens waarmee je een ander
beschermt
tegen de
ondraaglijke waarheid zijn de minst laakbare. Als een vriendin
verschrikkelijk
trots is op het schilderij dat ze tijdens een zomercursus heeft
gewrocht,
dan zeg ik niet dat het puin is.
En
zo
loopt de
hele mensheid,
die niet meer in zichzelf gelooft, in een onafzienbare polonaise zijn
voorganger
schouderkloppen te geven (waardering moet) en te bezweren dat hij goed
bezig is en zo houden we met z'n allen de mystificatie in stand. "De
nieuwe
kleren van de keizer" is daarom zo'n prachtig sprookje. Het onbevangen
kind dat naar die maffe, zichzelf bedriegende grote mensen kijkt en de
maskerade doorprikt.
De
leugens waarmee je jezelf
beschermt
zijn ook tot
op zekere hoogte te verdedigen. Mensen blazen zichzelf op en maken
zichzelf
vele malen belangrijker dan ze zijn. Dat vind ik ergerniswekkend, maar
ik heb er begrip voor. Je moet je eigen talenten wel eens iets fraaier
voorstellen dan ze zijn om jezelf niet op te knopen van mismoedigheid.
In
"Biljart um
halb zehn"
schrijft Heinrich Böll: als zelfbedrog strafbaar zou zijn zat
vrijwel
iedereen in de gevangenis" en waarschijnlijk bedoelt hij met dat
"vrijwel"
de zuigelingen die zich daar nog niet aan schuldig kunnen maken.
Je hebt
een probleem als je in je
eigen
leugen gaat
geloven. Daar gaat de leugen over in ziekte.
Als
onze
hele
verbale communicatie
van leugens aan elkaar hangt en als je desalniettemin geleerd hebt dat
dat normaal is, geloof je niet in je leugens maar ben je je er niet
eens
bewust van dat je liegt. Door je te beroepen op anderen repeteer je
onbewust
hun leugens. Als iedereen liegt is niet-liegen abnormaal en ben je bang
om uit de groep gestoten te worden, bang om alleen te staan, dan moet
je
vrolijk meeliegen.
Naast
de ethiek van de leugen is er
ook
een fenomenologie
van de leugen. Er zijn vele verschijningsvormen. Van verdoezelen van de
waarheid, verzwijgen van de waarheid, uitstellen van de waarheid,
verfraaien
of verlelijken van de waarheid, zogenaamd vergeten of verdringen van de
waarheid, de ogen opzettelijk sluiten voor de waarheid tot de glasharde
ontkenning van de waarheid.
Je
vergeet
het
manipuleren,
marchanderen, vleien, zielig doen, vluchten in de ziekte, compromissen
sluiten, projecteren, de schuld geven en nog vele andere, waarmee je of
jezelf of de ander belazert of beide.
Aan al
deze vormen van liegen maakt
iedereen zich
doorlopend
schuldig.
In zijn
privé-leven en
in zijn openbare
leven. Dus ook ambtenaren, artsen, ondernemers, kantoorbedienden en
politici.
Aan journalisten, die opgeleid zijn om waarheden te achterhalen, is
evenmin
iets menselijks vreemd.
Het
lijkt
me
niet juist
liegen als een menselijke eigenschap te beschouwen, net zomin als
agressie,
spreken, of schaamtegevoel. Als dat menselijke eigenschappen zouden
zijn
betekent dat dat kleine kinderen geen mensen zijn, maar dat nog moeten
worden. Zou er daarom geschreven staan: "Zo ge niet wordt gelijk de
kinderen
zult ge het rijk der hemelen niet binnengaan"?
De hele
wereld hangt zo bezien aan
elkaar
van leugens.
Het is een wonder dat tussen al dat gelieg en gedraai de waarheid nog
wel
eens haar blote billen laat zien. Het kenmerk van liegen is echter
kennis
van de waarheid. Achter alle fantastische kronkels glimlacht zij
onverstoorbaar
en beidt haar tijd. Hoe bewijs je dat iemand de waarheid kende als hij
die kennis hevig ontkent en blijft ontkennen? In dat vage gebied van
onbewijsbaarheid
blijven veel kwesties hangen. Iedereen weet en iedereen weet van de
ander
dat hij weet. Remise.
In
een
wereld
waarin iedereen
zichzelf als norm neemt, is het altijd de ander die niet deugt, maar
eigenlijk
veroordelen we in de ander wat we onbewust in onszelf veroordelen. Maar
in de hel staan geen spiegels, merkt Canetti in Het Martyrium op, en
daarom
zijn de anderen de hel. En als Narcissus is de mens niet verliefd op
zichzelf,
maar op zijn spiegelbeeld.
Het
ziet er naar uit dat er een
verband
bestaat tussen
de schade die een leugen veroorzaakt en haar onoirbaarheid. Hoe meer
schade,
hoe minder gepast.
Zou
het
niet zo
kunnen zijn
dat als de schone schijn een manifestatie van een onecht en
leugenachtig
leven is, de schaduwkant daar onlosmakelijk mee verbonden is? Net zoals
wellicht de deugden van deze maatschappij de ondeugden in stand houden?
Zou het misschien zo zijn dat de mens juist doordat hij door zijn grote
en kleine leugens denkt zijn eigenbelang te dienen, zichzelf schaadt?
En
dat die schade ongelofelijk veel groter is dan hij zelf bevroedt?
Desalniettemin
is het van belang de
kleuter die de
diefstal van een koekje ontveinst, te wijzen op de mogelijkheid van
escalatie
in het verboden domein van meineed, fraude en bedrog.
De
enige
ware
manier van
opvoeden is het geven van een goed voorbeeld. En kinderen die hun
ouders
doorlopend op leugens en onwaarheden betrappen en feilloos aanvoelen
dat
hun verhalen niet kloppen, mag je niet kwalijk nemen dat ze dit soort
mededelingen
niet serieus nemen.
Het is
niet ondenkbaar dat die
kleuter,
eenmaal minister
of leider van een grote politieke partij geworden, het de normaalste
zaak
van de wereld vindt zijn handelingen zodanig in te kleden dat het
bewijs
van eventuele leugenachtigheid voornamelijk een kwestie wordt van
literaire
interpretatie.
Daarom
zie
je
dat ook in
de politiek niemand zegt wat hij denkt en compromissen, haalbaarheid,
manipulatie,
versluierend taalgebruik, draaien, voor wat hoort wat, eigenbelang en
ijdelheid,
de machinaties en drijfveren zijn waarmee het kinderachtige spel
gespeeld
wordt.
En bij
literaire interpretatie is
de
waarheid louter
geparenteerd aan de overtuigingskracht. Op het delicate gebied waar
grote
belangen spelen is de kunst van de leugen meer dan een spel geworden:
het
is een vorm van topsport. Je moet heel wat in je mars hebben om de
leugen
goed vol te houden, niet betrapt te worden en om zodra onthulling
dreigt
de schuld ervoor handig over diverse lieden en instanties te
verspreiden.
Tara
Singh Varma's leugen is vooral
een
ziekte. Dus
zal ze recht hebben op medelijden en hulp. Maar haar partij Groen-Links
heeft meegelogen en was niet ziek. Van die partij verwacht ik een faire
houding, maar Groen-Links blijkt nu precies dezelfde doofpot en
verzwijgmentaliteit
te hanteren als andere politieke partijen. De zaak rond de
ESF-miljoenen
is glibberiger. Daar is waarschijnlijk een zo ingenieuze vorm van
leigen
gebruikt, dat niemand meer weet of hij gelogen heeft, of verzwegen, of
de ogen gesloten, of verdoezeld of te goeder trouw de regels heeft
toegepast.
Er is geen boekhouding van bijgehouden. De leugen is gedelegeerd naar
kleine
uitvoerders. Wat in deze kwestie opvalt is de rol van de journalistiek,
die niet zozeer op zoek is naar de waarheid, maar voornamelijk hoopt
dat
er gelogen is.
Wiens
brood men
eet, wiens
woord men spreekt. Oplagecijfers, rendement, concurrentie,
haalbaarheid,
het zelf onderdeel uitmaken van de status quo, adverteerdersbelangen,
de
kwetsbare ziel van de abonnee en niet in het minst het manco aan
zelfkritiek
en het meehuilen met de wolven van de journalist maakt dat wezenlijke
vraagstukken
nooit aan bod komen, de vraag "waarom" consequent vermeden wordt en
alles
dus blijft zoals het is.
Ingesloten
een kleine voorproef
van
een website,
waarop een beeld geschetst wordt van de leugen en zijn consequenties en
hoe alles met alles samenhangt. Daarnaast hoe de mens en de wereld er
zonder
leugen uit zouden zien. In La Divina Commedia schrijft Dante: "Dan kan
het gebeuren, dat ons verlangen naar waarachtig leven ons de oren opent
voor de stem van 'het altijd wel gewetene'. We vernemen dat al onze
pogingen
tot zelfverheffing ijdel zijn. De enige mogelijkheid om tot waarachtig
leven te komen ligt in de onvoorwaardelijke overgave aan het leven
zelf,
opdat wij de werkelijkheid zullen ervaren" en "daaraan zal men de
waarheid
herkennen, dat men hem ongaarne hoort".
De Volkskrant 9
augustus 2001
De vier
windstreken
Said El Haji
Nu ik
zo aan hem terugdenk, weet ik
niet
of ik hem
daadwerkelijk, uit een droom of anderszins, bijvoorbeeld uit een boek,
heb gekend, maar er was eens een jongen die zich zijn hele jeugd
afvroeg
waarom het zo moeilijk was dat trachten te leven wat uit zijn binnenste
opwelde. Daarvoor was hij dagen achtereen bezig zijn oor in zijn
binnenste
te luister te leggen en de verboden en donkere stromen te horen die
ondergronds
in zijn binnenste bruisten. Uiteindelijk vond hij het antwoord dat de
mens
van niets ter wereld een grotere afkeer heeft dan van het bewandelen
van
de weg die hem tot zichzelf leidt.
Iedere
volwassene is dat
jongetje of meisje geweest. Iedereen heeft vele malen voor de keuze
gestaan
om zichzelf of de anderen te geloven en vroeg of laat is iedereen voor
de verlokkingen van de schone schijn gezwicht. Het is geen afkeer maar
angst, misschien lafheid, die hem van zichzelf af doet keren en zo
slaat
hij niet de weg naar binnen maar de weg naar buiten in en raakt steeds
verder van huis.
Ware
woorden, vindt u niet? Die
overigens
naadloos
aansluiten bij mijn eerder geponeerde stelling dat leugens uitgangspunt
zijn van het hele menselijk bestaan.
Leugens
zijn
niet het uitgangspunt
van het menselijk bestaan maar van het maatschappelijke bestaan. De
bijbelse
mythe (er staat ook wel wat zinnigs in dat boek) van de zondeval en de
verdrijving uit het paradijs beschrijft helder de eerste leugen en de
consequentie
daarvan. Adam geeft de schuld aan Eva en Eva op haar beurt aan de
verleiding
en zo nemen beiden geen verantwoordelijkheid voor hun daad. En zo
gebeurt
dat op gegeven moment in elk kinderleven. Je eerste leugen, en daarna
wordt
het nooit meer zoals daarvoor en ben je gedoemd je verdere leven het
ene
gat met het andere te stoppen. Die eerste leugen is de eerste stap naar
een leugenachtig bestaan. Als je begint is het eind zoek. Parafraserend
op een citaat uit de Imitatio Christi van Thomas à Kempis wordt
het dan: "Iedere leugen brengt zijn eigen geestelijk lijden voort. Een
dergelijk lijden is gelijk het lijden in de hel, want hoe meer ge
lijdt,
hoe slechter ge wordt. Dit is wat de leugenaars overkomt: hoe meer ze
door
hun leugens lijden, hoe slechter ze worden. Ze vervallen hoe langer hoe
meer tot leugens, om zich van hun lijden te bevrijden".
Waaruit
ik niets anders kan
concluderen
dan dat de
mens een leugenachtig wezen is. Omdat hij, sinds de aankondiging van
zijn
bewustzijn reeds vol angst en verwondering naar de wereld ging kijken,
over het vermogen beschikt voor het onwillekeurig ontkennen van de
gruwelijke
waarheid.
De
gruwelijke
waarheid is
dat hij zichzelf verloochend heeft en de illusie heeft dat er geen weg
terug meer is en dat hij als een Ahasverus zijn hele leven zal moeten
dwalen
zonder ooit rust te vinden.
Ik zou
haast zeggen een
systematisch
ontkennen, maar
dat suggereert een moedwilligheid die ik bij de meeste personen in dit
geval niet vermoed, omdat het veelal om een onbewust proces gaat.
Intuïtief
- bewijzen kan ik niet - durf ik te stellen dat de echt grote
filosofische
vraagstukken niet alleen onbeantwoord zijn, maar nog zelfs niet
gesteld.
Wittgenstein
schreef: "Wij
voelen dat zelfs als alle mogelijke wetenschappelijke vragen zijn
beantwoord,
onze levensproblemen nog in het geheel niet zijn aangeroerd" en "Alleen
als je nog veel gekker denkt dan de filosofen kun je hun problemen
oplossen".
In de
krochten en spelonken van ons
onderbewustzijn
liggen zij geborgen. Voor onze eigen bestwil, uiteraard, maar daarom
toch
meen ik dat wij fenomenale leugenaars zijn om de al te rauwe
werkelijkheid
uit het directe bewustzijn te weren, al onze idealen en stoere pogingen
het mensdom te verheffen ten spijt.
De
enige
vraag,
waar alle
andere in besloten liggen, is de vraag naar het waarom. Waarom overkomt
mij dit. Het is de vraag van Job en het onthutsende is dat die in dat
boek
in de rede van Elihu ook nog beantwoord wordt en niemand dat ziet. Die
vraag ligt helemaal niet verborgen, maar de mensen hebben geleerd dat
daar
toch geen antwoord op is en dan heeft het geen zin om te zoeken. En
juist
het fenomenale liegen is het grote beletsel om, zoals jij dat noemt,
het
mensdom te verheffen.
We
kunnen niet zonder leugens,
zonder
illusies, onze
angel tegen de werkelijkheid en zijn gruwelijke waarheid.
Mensen
zijn als
de dood
voor het leven en vechten zich liever dood dan dat je hen hun ongeluk
afneemt.
Zo verschuilen ze zich in hun kooi, bang voor de vrijheid, terwijl de
deur
open staat. Je leugens opgeven betekent namelijk dat je tot de
verbijsterende
conclusie moet komen dat je je je hele leven vergist hebt en dat je
niet
gezien hebt wat voor de hand lag Dat je het geluk buiten hebt gezocht
terwijl
het binnen ligt. O ijdelheid der ijdelheden. Welk voordeel heeft de
mens
van al zijn zwoegen waarmee hij zich aftobt onder de zon? Niets dus.
Om
deze, onze rol daarin
inbegrepen, een
loer te
draaien, halen we in ons hoofd de meest onnavolgbare en fantastische
capriolen
uit, zo creatief als onze hersenen te werk gaan. Onze ziel is
voortduren
bezig met het scheppen en herscheppen van de wereld.
Is
dat
niet
vreselijk "zielig"?
Want
razen in de oneindigheid, met
de
stormram huishouden
in hemel en hel - wie is daartoe in staat?
Ieder
mens, als
hij maar
durft.
Onbewust
zijn we allemaal
kunstenaars,
dat geloof
ik echt, maar het vergt natuurlijk een artistiek wakkere geest om daar
uiting aan te geven. Nu vraag ik u: zijn de goede leugens die over u in
de wereld zijn gebracht niet te prefereren boven de gruwelijke
waarheden?
Laat u zich niet eerder vleien dan op uw plaats zetten? Sta mij toe u
in
dit verband te wijzen op de woorden van de dichter/mysticus/schilder
William
Blake: "Een waarheid, bedoeld om te krenken slaat alle leugens die je
kunt
bedenken". Waar wij de gruwelijke waarheden (terecht) links laten
liggen
omdat zij prikken, steken, de oorzaak zijn van hevige pijnen, als een
jodium
met teveel bijwerkingen,
In
deze
gespiegelde wereld
lijkt het inderdaad alsof de waarheid ten grondslag ligt aan het
lijden,
maar het is dus de leugen die het lijden veroorzaakt,
ondergaan
wij de zalvende werking
van de
goede, vleiende
leugen met een onbeschaamde honger, een vuur van onstilbaar verlangen
naar
meer en meer en nog meer. Trouwens, wat heb je aan jodium wanneer de
wond
ongeneeslijk is? Het leven is een ongeneeslijke wonde, dat is mijn
stelligste
overtuiging.
Mensen
leven
niet maar leiden
een leven, of anders gezegd, zij laten zich niet door het leven leiden
maar denken het leven te kunnen leiden.
Dus ook
al zou het mogelijk zijn
alle
leugens in
de wereld uit te roeien, het is zeer de vraag of dat wenselijk is.
Van
de
grote
mensen, die
zich verschanst hebben in hun leugens en denken dat ze nu eenmaal zo
zijn,
zou je kunnen zeggen dat het een verloren generatie is. Laat hen maar
kiezen.
Maar de kinderen?
Gelooft
u dit alles? Een aantal van
u
acht mijn opvattingen
slecht onderbouwd, suggestief, onzinnig. Dat interesseert me hoe dan
ook
niets. Ikzelf - daar gaat het om - sta helemaal achter mijzelf. Wat
baat
het mij te leven als ik het niet naar eigen inzicht doe?
Was
het
maar zo
dat wat
jij je eigen inzicht noemt, je eigen inzicht is. Het zicht naar binnen
wordt afgeschermd door een filter van overtuigingen, gefabriceerd door
alles wat je je eigen hebt gemaakt, alles wat je normaal en
vanzelfsprekend
hebt leren vinden terwijl het dat niet is.
Anders
dan de schrijvers u in hun
boeken
voorspiegelen,
leg ik u mijn verhaal voor zoals het werkelijk is gegaan. Er staat wat
er staat. Literaire trucs, het ingenieuze spel met taal en vorm en weet
ik het allemaal, heb ik niet, ken ik niet. Indien het u nu juist om de
literaire trucs te doen is, moet ik u teleurstellen. Nu dan, verlaat
deze
ruimte! U doet er goed aan mijn raadgeving op te volgen. Ik geef u
zwart
op wit dat u anders van een koude markt zult thuiskomen.
De
waarheid
is inderdaad gruwelijk maar het leven is prachtig.
|