Het is mogelijk - Vingeroefening en voorstudie voor het Thomasevangelie


Home

Uit de inhoud:

De maatschappij
Zoon van God
Wijsheid
Over opvoeden
Medische wetenschap
Spierspanning
Cultuur en ziekten
Opvoeden van kinderen
Grenzen
Steden
Paradigma's
Hebben van meningen
Vakgeleerden
Dokter en patiënt
Over bevallen
Gezond eten
Angst voor vrijheid
Structuren en systemen
Het willen
Behoeften
Bestrijden symptomen
Angst om dood te gaan
School en opvoeding

Over liegen
Stellingen


E-mailVragen?

mail de Webmaster




Internet:

Een Hemel op Aarde
Het Evangelie van Thomas
Prediker - een parafrase
Verboden Boeken en Geschriften
L. E. J. Brouwer
Oskar Panizza
Terug naar de Natuur
De nieuwe kleren van de keizer
The Gospel of Thomas
Nature, Culture, Nature
A Heaven on Earth

   

Over de wederkomst van Christus en hoe hij ontvangen zou worden

"Zij, die hun geloof uitventen voor een arkanum tegen het zedelijk kwaad, zouden zeer laag neerzien op een onnozele, die zijn gedrag stipt regelde naar de bijbel en tevens alles durfde verwaarlozen, waarover de bijbel zwijgt. Het is een onbetwistbare waarheid, dat Jezus hedentendage weinig kans zou hebben op een vriendelijke ontvangst in een maatschappij van mensen, die zich naar hem noemen en hoogstwaarschijnlijk zouden zijn volgelingen zich haasten hem een plaatsje te bezorgen in een christelijk gekkenhuis. "Die man is niet van onze tijd", zou het heten en terstond zouden de brave godgeleerden deze of gene spreuk -liefst van hemzelf- bij de hand hebben om Jezus te onderrichten, hoe de "ware christen", of grappiger nog, Christus zelf, wel van zijn tijd behoort te zijn."(42)

Terwijl hij toch duidelijk gezegd heeft, dat hij niet van deze wereld was, waar mee hij wilde zeggen, dat hij niet in deze maatschappij paste. Hoongelach zou hij oogsten met zijn uitspraak, dat het zinloos is om je te bekommeren om de dag van morgen, want waar blijf je dan met je plannen, je verzekeringen, je programma's, je agenda? Hoe kun je dan nog iets fabriceren of bouwen? Wat een onzinnige boodschap voor deze maatschappij is het "weest niet bezorgd over uw leven, want gij zult eten en drinken", met al die levensverzekeringen, gezonde en verantwoorde voeding, dokters en ziekenhuizen, vlees, u weet wel waarom. Wat een onchristelijke uitspraak, dat "weest niet bezorgd over waarmee gij u zult kleden, want naar al die dingen gaat het zoeken der heidenen uit". Want waar blijf je dan met je confectie-industrieën, je mode, je driedelige pakken, stropdassen, priestertoga's en sieraden. "Verzamel u geen schatten op aarde, waar mot en roest ze ontoonbaar maken", hoe moet dat dan met al die bezittingen, kunstschatten en hebbedingetjes? En dan dat "oordeel niet", voor die kerken, die elkaar verketteren, partijstrijden, roddel, achterklap en discriminatie. Behalve de mooie woorden heeft het evangelie met de zich christelijk noemende kerken inderdaad niets te maken. Met hangen en wurgen proberen de theologen de boodschap van het evangelie, bedoeld om je te bevrijden uit de cultuur, aan te passen aan de cultuur. Want het is natuurlijk heel pijnlijk om te accepteren, dat het "wee u gij schriftgeleerden en farizeeërs, gij huichelaars, want gij sluit het koninkrijk der hemelen toe voor de mensen. Immers, gij gaat er niet binnen, en die trachten binnen te gaan, laat gij niet toe daarin te komen", juist over hen gaat. Ze bedoelen het toch goed? Maar de weg naar de hel is geplaveid met goede bedoelingen.

Zou hij wederkeren, het zou heel, heel pijnlijk worden.

Over paradigma's

Een paradigma is een manier om tegen de werkelijkheid aan te kijken. Het bestaat uit een aantal hypothesen omtrent de werkelijkheid, die voor de wetenschappers het fundament vormen waarop hij zijn wetenschappelijk bouwwerk vestigt en steeds hoger en ingewikkelder uitbouwt. Maar  

"elke hypothese is een vervalsing van de werkelijkheid."(43)

De wetenschapper beschrijft de werkelijkheid niet, maar geeft zijn interpretatie van de werkelijkheid. Om te kijken schuift de wetenschapper het paradigma voor zijn ogen, als een gekleurde bril en ziet zo een gekleurde en vervalste werkelijkheid en met hetgeen hij zo waarneemt bedrijft hij wetenschap. Hij verklaart, trekt conclusies en legt verbanden, valse verklaringen, valse conclusies en valse verbanden. De niet ingewijden weten niet dat er zo'n vertrouwensprogramma bestaat, zo'n taboe om niet aan het fundament te tornen, zelfs de meeste wetenschappers niet, omdat ze voortbouwen op het werk van anderen en het lijkt zo verschrikkelijk knap wat ze allemaal doen, met al die moeilijke woorden en formules. Toch wordt op die wankele basis wetenschap bedreven, totdat op gegeven moment een vermetele het niet pikt, dat er een aantal dingen niet in het gekozen systeem passen en niet te verklaren zijn met het aanvaarde denksysteem. Er ontstaat onrust, totdat iemand heel slim met een ander paradigma, een andere gekleurde bril, op de proppen komt. En na verloop van tijd haalt iedereen opgelucht adem, dat ze dat niet eerder gezien hadden, nu zal het allemaal wel duidelijk worden. Een nieuwe wereld gaat open, de stukjes van de legpuzzel worden verschoven, tot dan toe onverklaarbare zaken blijken nu wel verklaard te kunnen worden, even valse verbanden worden gelegd, maar anders. Totdat na verloop blijkt, dat er weer een aantal andere zaken niet verklaarbaar zijn. En zo draait wetenschap al eeuwen om de werkelijkheid heen, met gele, groene en paarse brillen op en zo kunnen ze eindeloos doorgaan.  

"De wetenschap zoekt het perpetuum mobile. Ze heeft het gevonden, ze is het zelf."(44)

Wetenschap is gebaseerd op een geloof in een paradigma. Als je daarin niet gelooft, mag je niet meedoen en kun je geen wetenschap bedrijven, want dan heet je onwetenschappelijk. Een wetenschapper zonder vooroordelen is onbestaanbaar, omdat hij zijn bestaansrecht en salaris ontleent aan bezigheden gebaseerd op vooroordelen.  

"Alle wetenschap zou overbodig zijn, wanneer wezen en verschijning van de dingen zouden samenvallen."(45)

Wetenschap houdt zich bezig met de werkelijkheid zoals die zich aan haar voordoet, gezien door de gekleurde bril. Het paradigma bepaalt dus de verschijning.  

"Inmiddels heeft de kwantummechanica aangetoond, dat het niet mogelijk is om de werkelijkheid waar te nemen, zonder deze te veranderen."(46)

Het is dus de wetenschap zelf, die de kloof creëert en in stand houdt tussen wezen en verschijning, zodat je de werkelijkheid pas kunt aanschouwen als je je brein van wetenschappelijke vooroordelen ontdaan hebt. De wetenschap verhindert om helder te zien en is dus als een balk in het oog. Vooroordelen dienen belangen, want uit voordeel spruit vooroordeel. Belangeloze, waardevrije wetenschap bestaat dus niet. Het laatste paradigma zal geen paradigma zijn, want pas als je de gekleurde bril afzet, zie je de werkelijkheid in zijn ware gedaante. Het is inderdaad een absurde ontdekking als je ziet, dat de hele wetenschap, die in zovele generaties, ten koste van bloed, zweet en tranen, geconstrueerd is als een gigantische toren van Babel en die in zijn hoogmoed heeft gepoogd de werkelijkheid te doorgronden, een groot luchtkasteel is. Het is als de moeizame beklimming van de hoogste bergtop. In de illusie dat de top bijna bereikt is, dat de stap van de gecumuleerde geleerdheid naar het alweten binnen afzienbare tijd gemaakt zal worden, ploeteren de wetenschappers voort. En dan komt daar een onbekende vreemdeling en die zegt: "Laat maar jongens, het is allemaal voor niets geweest, zo kom je er nooit." Boven zit al eeuwen en eeuwen, hoofdschuddend om zoveel dwaasheid een schare wijzen te wachten.  

"De zonde van de mens is zijn zelfverheffing, zijn verwachting om het ondoorgrondelijke te kunnen doorgronden."(47)

Over de evolutietheorie

"Om nu de evolutietheorie eens in uiterst wetenschappelijke bewoordingen te stellen, moeten we zoiets zeggen als: Op een zeker tijdstip had de aarde een temperatuur, die uiterst gunstig werd voor het samengaan van koolstofatomen en zuurstof met de stikstof-waterstof verbindingen; toen zijn, uit de willekeurig vorming van klonters, moleculen te voorschijn gekomen, waarvan de structuur uiterst gunstig was voor het ontstaan van leven. Vanaf dat punt ging het tijden zo voort, totdat via de natuurlijke selectieprocessen tenslotte een wezen verscheen, dat in staat is om liefde te verkiezen boven haat, en recht boven onrecht, om poëzie te schrijven, zoals die van Dante, muziek te componeren, zoals die van Mozart, en schetsen te maken, zoals die van Leonardo da Vinci. Dit is als opvatting van de kosmogenese natuurlijk krankzinnig. Daarmee bedoel ik zeer zeker niet krankzinnig bij wijze van scheldwoord, maar in de formele zin van psychotisch. Zo'n opvatting heeft beslist veel gemeen met bepaalde aspecten van het schizofrene denken."(48)

De evolutietheorie aanvankelijk gebracht als hypothese, een bedenksel dat nog bewezen moest worden, was in het midden van de 19e eeuw zeer welkom. Eindelijk kreeg de heersende klasse een wetenschappelijke verklaring in handen om standen, meester-knecht verhoudingen, slavernij, oorlogen en onrecht als een natuurlijk proces te zien en zo te rechtvaardigen. Overigens zijn theorieën altijd ontstaan in de breinen van leisure class, de hoofdwerkers en verbreid door en ten dienste gemaakt aan diezelfde klasse. Weliswaar ging Darwin ervan uit, dat de mens oorspronkelijk een plaats in de natuur had, en dat hij door evolutie uit de dierenwereld ontstaan was, maar begreep niet, dat de mens zichzelf buiten de natuur had geplaatst en dat wat hij evolutie noemde in wezen een steeds verdergaande ontaarding was. En nu is de evolutietheorie geen theorie meer, maar waar gebeurd en nog steeds evolueert de mens door, steeds zieker, decadenter en nog steeds is de evolutiewaan een van de pijlers van het westers denken, en alle denkers en revolutionairen die besmet waren met het evolutie-virus zijn daarmee de mist ingegaan. Nog steeds zijn wetenschappers op zoek naar de missing link, die nooit gevonden zal worden, want de missing link is een artefact van de theorie zelf. Niet alleen tussen mens en dier zit een missing link, maar tussen alle soorten onderling ook. Nog wroeten paleontologen naarstig in de bodem op zoek naar hun hersenschim, ze hebben het nog niet gevonden, maar de mensen moeten nog even geduld hebben. Een mens reconstrueren uit de kaak van een Homo Heidelbergensis of het dijbeen van een Homo Pekinensis is even onzinnig als het construeren van het beeld van een kameel als je slechts over zijn uitwerpselen beschikt. Uit de werktuigen en tekeningen van de Neanderthalers kun je wel afleiden hoe ze geleefd hebben, maar niet waarom. Pas als je de drijfveren en motieven van de hedendaagse mens en dus van jezelf begrijpt, waarom je zonodig moet creëren en produceren, kun je het waarom van vroeger begrijpen. Wroeten in het verleden als je het heden niet begrijpt is onzinnig, en als je het heden begrijpt overbodig.  

"De oplossing van het verleden ligt in het heden en niet omgekeerd."(49)

Wat mensen wetenschap noemen is onwetendheid en wat mensen cultuur noemen is in wezen ontaarding.

Over het hebben van een mening

Terwijl

"Socrates de meningen van mensen vraatzuchtige monsters noemde, een schrikbeeld voor kinderen,"(50)

zijn mensen van mening dat het hebben van een mening een hoog goed is. Toen ze nog klein waren en nog geen weet hadden van al die rare ideeën van die grote mensen, hadden ze nog geen, zoals dat heet, eigen mening. Maar wat mensen voor een eigen mening houden is slechts een naar eigen maat gebrouwen product, geconstrueerd uit de brei van vooroordelen, die ze zich eigen gemaakt hebben en die hun belangen dient. De mens denkt, omdat hij de gedachte van andere mensen herhaalt, omdat hij leent van de geschiedenis en plagiaat pleegt op de denkbeelden van zijn leraren. De mens denkt, omdat hij is beïnvloed en zich concentreert op de gedachten die in zijn hoofd zijn gegoten door uitwisseling met andere mensen. De mens denkt, omdat hij de gedachte formuleert van anderen in een beetje gewijzigde vorm, en dat noemt hij dan zijn eigen mening.  

"En daarom is er niemand, die met een ander overeenstemt in enige zaak, noch in de filosofie, noch in de geneeskunde, noch in de retorica, noch in de muziek, noch in de werktuigkunde, maar het zijn allemaal meningen en overleggingen. (51)

Immers geleerden zijn geleerd geworden omdat ze zoveel geleerd hebben wat anderen bedacht hebben, omdat ze zoveel meningen, theorieën en bedenksels van anderen in hun hoofd hebben gegoten en die gemengd hebben met hun door opvoeding en particuliere belangen gekruide saus, waardoor een nieuw brouwsel is ontstaan, waar ze heel trots op zijn. Het is eigenlijk zo pijnlijk, als je al de belangrijke, geëerde en beroemde mensen uit deze maatschappij, ongegeneerd voor radio en televisie, in kranten, tijdschriften en boeken hun eigen vooroordelen en onwetendheid hoort en ziet etaleren.  

"Onwetendheid kan men maar beter verborgen houden."(52)

Maar ja,  

"Geleerden zijn niet wijs, en wijzen zijn niet geleerd."(53)

En die komen dus niet aan bod. En zo laat iedereen zich beïnvloeden door de meningen van anderen en ze zijn het nooit helemaal met elkaar eens.  

"Dat heet de doodlopende weg der meningen, de kloof der meningen, het struikgewas der meningen, het web der meningen. Meningen zijn een ziekte, de mening is een gezwel, de mening is een zweer. Hij die alle meningen heeft overwonnen is iemand die weet."(54)

Mensen hebben een eigen mening, omdat die in hun kraam van pas komt, en door hun mening te verdedigen, verdedigen ze hun eigen kraam. En zo zijn er overal meningsverschillen tussen meningen die allemaal even onwaar zijn, en toch is het altijd de mening van de ander, die niet deugt. Met spitsvondige redeneringen probeert de een de ander te overtuigen van de juistheid van zijn mening, overtuigd van zijn eigen gelijk. Een mening hebben is een vermoeiende bezigheid en pas als je geen mening meer hebt hoef je ook niets meer te verdedigen. Meningsverschillen tussen machtsblokken zijn resultanten van de meningsverschillen in de gezinnen, tussen vaders, moeders en kinderen. Alleen mensen zonder mening kunnen het volledig met elkaar eens zijn en blijven en nog lang en gelukkig in leven.

Over alles of niets

Bijna eerlijk is oneerlijk. Bijna raak is mis. Bijna waar is onwaar. Bijna rein is onrein. Bijna volmaakt is onvolmaakt. Bijna zwanger is niet zwanger. Bijna heilig is schijnheilig. Bijna licht is schemer. Bijna wit is grijs. Bijna rechtvaardig is onrechtvaardig. Bijna recht is krom. Bijna volwassen is onvolwassen. Bijna geworteld is ontworteld. Bijna zeker is onzeker. Bijna vrij is onvrij. Bijna los is vast. Bijna rijp is onrijp. Bijna wakker is slapend. Bijna gezond is ziek. Bijna echt is onecht. Bijna verlost is gevangen. Bijna wijs is dwaas. Bijna rustig is onrustig. Bijna droog is nat. Bijna heel is stuk. Bijna levend is dood.

En zo zijn er in deze wereld alleen maar oneerlijke, onvolmaakte, schijnheilige onrechtvaardige, onvolwassen, ontwortelde, onzekere, onvrije, slapende, zieke, onechte, dwaze mensen, die elkaar de weg wijzen, leiden, helpen en veroordelen. Zoals de psychiater zegt, dat niemand normaal is, zegt de dokter, dat niemand gezond is en de kerk, dat niemand zonder zonde is. Zoals Prediker al zei, dat allen ontaard waren, zei Sartre, dat iedereen vuile handen had. Mensen maken zich druk voor een rechtvaardiger wereld, voor een eerlijker verdeling, voor meer vrijheid, maar dan blijft het onrechtvaardig, oneerlijk en onvrij. En wie bepaalt in een onrechtvaardige wereld wat rechtvaardig is? De nuances en de grijzen tussen wit en zwart zijn oneindig, maar het blijft grijs en het is net aan welke kant je staat of je vindt dat het meer of minder grijs is.

Over vakgeleerden

De wetenschap is als een groteske boom, wankel wortelend op een vooroordeel, zich naar boven toe steeds verder vertakkend in vakgebieden en deelspecialismen, steeds onoverzichtelijker. En op elk uiteinde van de twijgen zit een vakgeleerd moeizaam verder groeiend in de leegte. Op de takken om hem heen ontwaart hij nog wat verwante disciplinegenoten van zijn eigen takgebied, maar de andere hoofdtakken kan hij niet meer overzien. Hij heeft al moeite genoeg om de groei van zijn eigen tak bij te houden, maar door de takken ziet hij de boom niet meer. Het zo hoog in de boom klimmen heeft een heleboel interessante problemen opgeleverd en met de oplossing van die problemen houdt hij zich bezig. Er zijn samenspraken met andere takken over bepaalde problemen, een multidisciplinaire benadering noemen ze dat, en dat gaat heel moeizaam, omdat zo langzamerhand iedere tak een eigen jargon heeft. Ze zijn wat uit elkaar gegroeid, ze hebben er wat moeite mee, als andere takken zich met hun takgebied bemoeien, maar dan wordt er een commissie geformeerd om de doelstellingen en grenzen van elke tak te omschrijven. En aan de voet van de boom staat de wijze, hoofdschuddend om de merkwaardige bezigheden, die hij aanschouwt. Hij zag het daarboven niet meer zitten en is uit de boom geklommen, totdat hij weer met beide benen op de grond stond.

Over aanpassen

"Er was eens een kameleon met een gebrek, een voor kameleons zelfs zeer ernstig gebrek: het dier kon niet van kleur veranderen. Waar hij zich ook bevond, in het struweel of op een kale vlakte, hij slaagde er niet in zich aan zijn omgeving aan te passen. Door zijn soortgenoten werd deze kameleon dan ook als een schandelijk individu beschouwd, een aansteller en een gevaar voor de kameleontische maatschappij. Hij werd nergens ontvangen, in eetgelegenheden wilde men hem niet bedienen en er was zelfs een wet in voorbereiding, die het aan kameleons, die zich niet aan hun omgeving of achtergrond konden of wilden aanpassen, verbood om zich te vermenigvuldigen. Onze kameleon ging zwaar gebukt onder deze achterstellingen. In het begin probeerde hij zijn gebrek te maskeren: hij schafte zich bijv. in een dumpzaak een camouflagepak aan, maar het enige resultaat was, dat hij met dat pak nog maar meer in de gaten liep. Tenslotte legde hij zich neer bij zijn uitzonderingsgeval en accepteerde gelaten alle scheldwoorden, die hem dagelijks werden toegevoegd, scheldwoorden als : nihilist, absurdist, anarchist, tartarist, dadaïst, surrealist, spartakist, non-kolorist en neoexpressionist. Op een dag echter brak er een oorlog uit tussen de roofvogels en de kameleons. Enfin, oorlog ....de roofvogels noemden het een plaatselijke actie, het herstellen van orde en rust, passifikatie, een grensconflict, een binnenlandse aangelegenheid. Hoe dan ook, de kameleons, die over weinig verweer beschikten tegen de scherpe roofvogelsnavels en klauwen, spoedden zich naar een omgeving en pasten zich als de weerlicht aan. Behalve natuurlijk onze kameleon, die ondanks al zijn koortsachtige pogingen tot kleurverandering reeds van mijlen hoogte duidelijk in het landschap vlekte, zelfs voor een ongeoefend roofvogeloog. En zo kwam het (wonderlijk en verheugend zijn de grillen der natuur), dat onze kameleon als enige van zijn soort gespaard bleef voor de vernietigende duikaanvallen van de roofvogels. Want de roofvogels redeneerden aldus: Kameleons passen zich aan, dit opvallende schepsel kan dus geen kameleon zijn. En zij vlogen met een wijde boog om hem heen"(55)

Het is de tirannie van de aanpassing, de sociale controle, denken en doen wat men normaal vindt, de angst om niet geaccepteerd te worden, waardoor mensen in het keurslijf van de aanpassing kruipen. Je mag in deze maatschappij alleen meespelen als je je houdt aan de spelregels die anderen voor je hebben opgesteld, je moet je aanpassen aan alles wat nu eenmaal zo is. Als je niet meedoet aan deze bizarre maatschappij, gebaseerd op macht van de ene mens over de ander, word je uitgestoten. Maar als je je aanpast aan een zieke maatschappij, word je zelf ziek. Dat is de tol van de aanpassing.  

"Hoe onaangepaster, hoe meer mens, hoe meer mens, hoe onaangepaster."(56)

Onaangepast aan de massa, maar aangepast aan een groep, partij of sekte, met zijn eigen normen en regels, is om het even. Subculturen zijn en blijven culturen.

Over de dokter en de patiënt

Wanneer de mens zodanig uit zijn evenwicht raakt, dat zijn aanpassingsmogelijkheden te kort schieten, wanneer de draaglast de draagkracht overschrijdt, geeft dat klachten als pijn, moeheid, koorts of ontstekingen. Eigenlijk een waarschuwing, dat hij op deze manier niet verder moet gaan en dus een signaal om hem voor erger te behoeden. Maar dat is een verband, dat door de geneeskunde, met al zijn theorieën en verklaringen onzichtbaar gemaakt is. Mensen kijken niet naar de betekenis van een symptoom, maar gaan alleen naar de dokter. Omdat ze denken, dat het zomaar opgetreden is, maakt het ze bang en willen ze weten wat erachter zit en wat het is. De dokter, die geleerd heeft om alle symptomen een naam te geven, en symptomen te combineren tot ziektebeelden, lokaliseert, aan hand van zijn denkraam, de klacht, plakt er een etiket op en geeft vervolgens chemicaliën om het symptoom te bestrijden. Eerst krijgen mensen een symptoom omdat ze problemen hebben en vervolgens krijgen ze problemen omdat ze een symptoom hebben, waardoor de oorspronkelijke problemen op de achtergrond raken. Nooit wordt er zo iets opgelost, het ene probleem wordt alleen maar ingewisseld voor een ander. Symptomen zijn geen problemen, maar het gevolg van problemen. Als mensen in deze krankzinnige en tegenstrijdige maatschappij geen problemen hebben zijn ze net zo krankzinnig en tegenstrijdig als de maatschappij zelf. Mensen zien niet meer, dat ze zelf verantwoordelijk zijn voor het optreden van een symptoom en zo dragen ze de verantwoordelijkheid voor het wegwerken van een symptoom over aan de dokter. Zo bemoeit de geneeskunde zich slechts met gevolgen en laat de oorzaken ongemoeid.  

"De ethiek van de artsenkaste is er een vergelijkbaar met die van de R.K.-kerk die opkomt voor de armen en zichzelf volvreet, die opkomt voor de vrede, maar alle kanonnen zegent. De ethiek kortom van de heersende klasse: de mensen zijn ondergeschikten, wij weten hoe het moet, en een ethiek van de ondergeschikten: wij bemoeien ons niet met politiek, wij doen ons werk en ze zoeken het maar uit. Wij buigen ons over de nood, hoe die ook veroorzaakt wordt." (57)

Het is deze geneeskunde, die de vraag van de betekenis van het feit, dat juist deze mens, op dit moment juist dit symptoom krijgt, zorgvuldig uit de weg is gegaan. De vraag waartoe is ten ene male onwetenschappelijk en dient dan ook zorgvuldig vermeden te worden, want het is een vraag, die de basis van de geneeskunde aantast en daar zijn zoveel belangen mee gemoeid, dat het veiliger is om daar maar overheen te walsen. Tegenwoordig worden door schade en schande mensen niet meer wijs, omdat ze daarmee naar de dokter gaan. Als iemand over een drempel struikelt en zijn enkel verzwikt, is pijn daar het gevolg van. Heel argeloos zeggen kinderen dan: "Eigen schuld, dikke bult."Wanneer je nu aan een wetenschapper vraagt, waarom die pijn er is, zal hij aan de hand van zijn favoriete pijntheorie een ingewikkeld verhaal vertellen over pijnbanen, synaps en zo. Wat pijn precies is weet hij niet, maar hij kan het wel verklaren. Hoe de pijnbanen verlopen weet hij wel, maar ergens zit een missing link tussen de baan en de plaats, waar het verwerken van het signaal plaatsvindt en dan natuurlijk nog die grote hamvraag, hoe je je die homunculus daar in die schedel moet voorstellen, die de pijn voelt. Maar dat hindert de wetenschapper niet, daar is hij nog naar aan het zoeken. Aan de hand van de theorie volgt de behandeling, drukverband, pijnstillers en krukken. Maar het enige waar de enkel om vraagt is rust en als die niet gegeven wordt steekt de pijn weer zijn kop op. Als de dokter tegen het slachtoffer zegt, dat het verstandig is om een week met het been omhoog te gaan zitten, sputtert de patiënt tegen, want dat kan hij echt niet, hij kan nu eenmaal niet stilzitten, hij heeft het net zo druk, hij zou net op vakantie gaan, en hij kan niet gemist worden. En daarmee geeft hijzelf de oplossing aan voor het begrijpen van zijn pijn als waarschuwing. "God straf degenen, die hij lief heeft", zegt de dominee en gaat met zijn migraineaanval naar de dokter. Nooit gebeurt iets zomaar, maar elke keer wordt de mens er met zijn neus opgedrukt, dat het toch verstandiger is om een keer stil te staan bij hetgeen waar hij mee bezig is. Dat is helaas net de reden, waarom mensen niet stil kunnen zitten, altijd iets moeten doen, altijd bezig zijn met de dingen om hen heen, zodat ze voor zichzelf op de vlucht kunnen blijven. Elke keer weer krijgen ze een waarschuwing, elke keer weer heet het toeval. Maar als ze er niet bij blijven stilstaan, gebeurt er nog wel wat, want een ongeluk komt nooit alleen. Symptomen bestrijden is de put dempen als het kalf verdronken is.

Over pijn

Mensen beschrijven hun pijn met beelden als: "Het is een gevoel alsof er in mijn vlees wordt gesneden, alsof er met naalden in mijn been wordt gestoken, alsof er een mes in mijn rug steekt, alsof de spieren scheuren, alsof het zweert, alsof er schrikdraad langs mijn wang loopt, alsof mijn benen worden afgekneld, alsof mijn rug doormidden breekt, alsof mijn onderlichaam afzakt." (58)  

En voor ons oog ontvouwt zich de hel van Jeroen Bosch, met dat verschil, dat het niet meer duivels zijn die de kwellingen aanrichten, maar anonieme daders, het steekt en snijdt en er vindt wat plaats. De mensen hebben hun hel met alle kwellingen inderdaad tijdens hun leven op aarde. Zoals de kerken ook altijd gezegd hebben, dat de mens moet boeten voor zijn zonden in de hel of het vagevuur op de jongste dag. Maar de jongste dag is gewoon het heden, en  

"de dag des oordeels is geen dag, maar een rechtbank, die onafgebroken zitting houdt."(59)

Want wie niet naar zichzelf luistert moet maar voelen. Het zure alleen is, dat als je niet naar anderen luistert, je door hen gestraft wordt. Wanneer een klein kind in de buurt van de hete kachel komt, ervaart het dat als onaangenaam en zal er bij uit de buurt gaan. Maar ouders, die geleerd hebben, dat je kinderen niet kunt vertrouwen, waarschuwen het kind elke keer als het de kachel nadert, zonder dat het kind zelf onraad bespeurt. Juist daarom leert het het gevaar niet zelf kennen en gaat niet meer op zijn gevoel af, maar op de verboden van zijn ouders. En vergeet de ouder een keer te waarschuwen, dan is het leed al geschiedt. Kinderen leren van pijn en niet van waarschuwing of straf. Grote mensen nemen gewoon voor hun pijn een pijnstiller of gaan ermee naar de dokter. Zo hebben mensen in de loop van hun opvoeding geleerd, om niet meer op hun gevoel te vertrouwen, maar op hun ervaring. Bovendien hebben ze van de wetenschap geleerd, dat pijn geen betekenis heeft, maar een oorzaak en omdat de oorzaak altijd buiten de mens ligt, de pijn van buitenaf bestreden dient te worden. Zodoende worden mensen door schade en schande niet wijs, maar voorzichtig, gereserveerd, afstandelijk, behoedzaam, hard, cynisch, rancuneus, koud en agressief.

Over de betekenis van symptomen

Het lichaam laat datgene zien, wat de patiënt niet durft te laten zien, en daarom is het zo pijnlijk en zo onthullend, wanneer mensen in gezelschap over hun eigen ziekte of de ziekten van hun kinderen praten, onwetend van hun eigen aandeel daarin. Al die politici met hun kwalen, gebrilde, dikbuikige, kale, grijze kerk- en partijleiders, die onbewust met hun eigen dwangmatigheden te koop lopen. Het hele taalgebruik is doordrenkt van uitdrukkingen, die verwijzen naar de betekenis van aandoeningen, zoals het woord aandoening zelf al duidt op het verband tussen emotie en klacht. De geleerde zal zeggen, dat dat te eenvoudig is om waar te zijn, alsof iets pas waar is als het ingewikkeld is.  

"De wetenschap en het eenvoudige volk zijn met elkaar in tegenspraak. Het ervaren dat zorg, opwinding en tenslotte ook ergernis en onaangenaamheden een mens ziek kunnen maken, is zeer verbreid. Waarom ook eigenlijk niet? Alleen in het wetenschappelijk gilde is het zo gelegen, dat de psychogenie van een angina, een pneumonie, een attaque of een diabetes als dubieus en onwaarschijnlijk wordt beschouwd en dat het sensatie verwekt, wanneer een wetenschappelijk onderzoeker dit poneert."(60)

Wanneer mensen hun emoties en de gedachten, die tot deze emoties leiden, beheersen, niet uiten en voor zich houden, spreekt hun lichaam; lichaamstaal heet dat tegenwoordig.
En zo heeft ieder symptoom een betekenis, maar als je niet zoals de geneeskunde naar een zin zoekt, vind je de oorzaak en dan begrijp je het niet, maar je kun het alleen verklaren. Begrijpen doe je met je gezond verstand, verklaren met behulp van een theorie, die dat gezond verstand niet meer aan bod laat komen. De basis van elk symptoom is de angst om uit de rol te vallen in een maatschappij, waarin mensen geleerd hebben om voor elke angst een verklaring te vinden. De betekenis komt in wezen elke keer op hetzelfde neer, hoeveel verschillende soorten diarree je ook hebt, of deze nou groen, geel, slijmerig of met bloed vermengd zijn. Die onderverdeling is slechts een wetenschappelijke, die uitgaat van een lokale oorzaak. Maar of ik mijn hoofd nu stoot tegen de muur, tegen de tafel of tegen een ander hoofd en het een grote, kleine of oppervlakkige bult oplevert, de betekenis is onoplettendheid.

Aan elk uitbreken van een ziekte gaan verschijnselen vooraf, hangerigheid, moeheid, onrust, verminderde eetlust, dromen, maar omdat mensen afgeleerd hebben om de betekenis daarvan te verstaan, gaan ze eraan voorbij.

Elke cultuur heeft een systeembestendigende geneeskunde, waardoor de mens op zijn heilloze weg, die hij vooruitgang noemt, steeds verder afdwaalt van de oorsprong. Het aantal hulpverleners, ziekenhuizen, ratten en geslachtsziekten zijn een maat voor de beschaving. Hoe zieker de maatschappij, hoe meer artsen, hoe meer artsen, hoe zieker de maatschappij in een heilloze spiraal.  

"Het ziekenhuis is een sociaal-economische instelling met het doel het productievermogen van het volk te vergroten."(62)

En in wezen is het dat nog steeds, alleen zien de mensen het niet meer, want de "vooruitgang"moet doorgaan, stilstand is achteruitgang en rust roest, hoeveel slachtoffers het ook kost.
Mensen noemen iets onzin als het niet in overeenstemming is met het rationele bouwwerk, dat ze zo zorgvuldig hebben opgebouwd.   

"Het eenvoudige, eerlijke volk wordt veracht en de schoon schijnende verzinsels van onrustige geesten met graagte opgenomen."(63)

Over zwangerschap

"Uw kinderen zijn niet van uzelf, zij zijn afwerpsels, u toevertrouwd door Hemel en Aarde."(63)

"Ze zijn zonen en dochters van 's levens hunkering naar zichzelf. Ze komen door je, maar zijn niet van je, en hoewel ze bij je zijn, behoren ze je niet toe. Je mag hen geven van je liefde, maar niet van je gedachten. Je mag hun lichaam huisvesten, maar niet hun zielen."(64)

In deze wereld vol angsten groeien baby's op in een symbiotische relatie in hun moeders buik. Onevenwichtige moeders in een onevenwichtige wereld, waarin angst, zorgen, conflicten, drukte, ergernis, verdriet en boosheid nog verder verstorend werken. Elke ontregeling komt via de navelstreng bij het kind terecht en beïnvloedt het in zijn ontwikkeling, met alle consequenties van dien. De geneeskunde heeft van de zwangerschap een ziekte gemaakt, die je goed onder controle moet houden vanwege alle risico's, zeggen ze dan, en die zorgvuldig begeleid dient te worden. En het zijn juist die wetenschappers, die daardoor de angsten gevoed hebben en zodoende oogsten wat ze zelf gezaaid hebben. Zij hebben allerlei tegenstrijdige verhalen rondverteld over wat wel en niet goed is, wat je wel en niet mag doen en hoe gevaarlijk het roken tijdens de zwangerschap is. En dan hoort de zwangere ook nog al die enge verhalen van moeders, tantes en buurvrouwen over hoe erg het was en die pijn, over tangen en zuignappen en ze wordt er steeds onzekerder door. Zwangeren die door problemen dermate uit hun evenwicht raken, dat ze een symptoom krijgen en dus ziek worden, laten het kind delen in hun ziekte. Het is niet het rodehond-virus wat de afwijkingen bij het kind veroorzaakt, maar het feit dat de moeder zo uit haar evenwicht is geraakt dat ze symptomen gekregen heeft. Daarbij komen dan nog al die angstaanjagende verhalen over wat er allemaal mis kan gaan, waardoor een blijvende angst ontstaat en een blijvende ontregeling en waar dus de zwangere bang voor was gebeurt dan ook. Het zijn niet de softenon-tabletten geweest, die de ellende veroorzaakt hebben, maar rustige zwangeren hebben geen slaaptabletten nodig. Je zou hoogstens kunnen zeggen, dat alleen in een verstoord evenwicht lichaamsvreemde stoffen kwaad kunnen. De angstpsychose die alle publicaties opriepen deed de rest. Er is een duidelijke relatie tussen ziekte tijdens de zwangerschap en kinderen met aangeboren afwijkingen. Gelukkige mensen krijgen geen ongelukkige kinderen. Ouders hebben bij de geboorte van een kind met een aangeboren afwijking altijd schuldgevoelens, omdat ze intuïtief weten, dat ze daar toch iets mee te maken hebben. Maar dat wordt hen door de wetenschapper uit het hoofd gepraat, waardoor ze het nooit zullen begrijpen en kunnen verwerken en een volgende zwangerschap, na een goedbedoeld maar onzinnig advies van de geneticus, weer met angst en zorg wordt gedragen. Het is eigenlijk ongelofelijk dat er in deze verwarde tijd toch nog zoveel gezonde kinderen worden geboren.

Over bevallen

Als je een konijn zou leren, hoe het zijn jongen zou moeten werpen, weet je zeker dat het mis gaat. Maar in de mensenwereld moeten vrouwen leren om te bevallen. Zwangerschapsgymnastiek, ademhalingsoefeningen en vele boekwerken leren de vrouw hoe ze wel en niet moet doen, waar ze aan moet denken, waar ze op moet letten en hoe de bevalling technisch in zijn werk gaat, alsof het een onnatuurlijke gebeurtenis is. En dat geeft inderdaad net zoveel problemen als wanneer je bij het lopen zou bedenken welke voet je eerst en vervolgens moet verplaatsen. Bevallen dat doe je niet met je hoofd maar op je gevoel en als je dat niet doet, vraag je om moeilijkheden. Maar het is weer de wetenschap, die van zo'n natuurlijk gebeuren een technisch probleem gemaakt heeft. En de mensen geloven, dat het zoveel risico's meebrengt, en dat het veiliger is om, uit je vertrouwde omgeving weggehaald, te bevallen temidden van apparaten en techniek in het ziekenhuis, met allemaal witte jassen om je heen, die de indruk alleen maar versterken, dat het een gevaarlijke bezigheid is, waardoor dan in het ziekenhuis de bevalling vaak moeizamer verloopt. "Gelukkig", zegt de wetenschapper, die alles omdraait dan, "was u in het ziekenhuis, want anders was het nooit goed gegaan."Alleen bij mensen met een grenzeloos vertrouwen in de medische stand kan de aanwezigheid van al die techniek wat onzekerheid wegnemen. Dat zijn mensen, die niet op zichzelf, maar op de techniek vertrouwen en de autoriteit van de dokter.

Over het verschil tussen geneeskunde en heelkunde

"En onthoudt dit, gij artsen: Genees niet het lichaam. Genees echter de ziel, want dan zal ook het lichaam gezond zijn."(65)
Geneeskunde Heelkunde
Bestrijdt symptomen Doet symptomen verdwijnen
Herstelt aanpassing Symptoom is uiting van aanpassing
Arts is autoriteit Arts is naaste
Ziet mens als patiënt Ziet patiënt als mens
Is wetenschappelijk Is wijs
Patiënt heeft een ziekte Mens is uit zijn evenwicht
Is cultuurbestendigend Is cultuurvreemd
Genezing van buitenaf Genezing van binnenuit
Verklaart symptomen Begrijpt symptomen
Symptoom heeft een oorzaak Symptoom heeft een betekenis
Geeft adviezen Geeft inzicht
Houdt zichzelf in stand Maakt zichzelf overbodig
Is bevooroordeeld en belanghebbend Is onbevooroordeeld en belangeloos
Geneest het lichaam Heelt de mens
Is verduisterend en toedekkend Is verhelderend en onthullend
Eindresultaat: de dood Eindresultaat: het leven

Mensen praten over de zegeningen en prestaties van de geneeskunde, maar deze geneeskunde is alleen maar zo wanstaltig uitgegroeid, omdat de problemen, die ze zelf creëerde steeds ingewikkelder werden en de oplossingen dus steeds ingenieuzer. Harttransplantaties, kunstnieren, pacemakers zijn wel heel kunstig, maar ze bestrijden slechts symptomen en roepen andere problemen op.  

"En daarom zijn er maar twee soorten artsen, de een helpt je te sterven, de ander verhindert je te leven."(66)

Hoe goed artsen het ook allemaal bedoelen, hoe dankbaar patiënten ook zijn, wijzer zijn mensen er nooit van geworden en ze krijgen symptoom na symptoom, tot de dood erop volgt.

Het is alsof de artsen aan de benedenloop zitten van een woest kolkende stroom die voortdurend een niet aflatende vloed van drenkelingen aanvoert. Slachtoffers gebeukt door de golven met een grote verscheidenheid aan kwetsuren. En ingespannen en aandachtig buigen ze zich over al die merkwaardige aandoeningen, die ze allemaal benoemd en gecatalogiseerd hebben en geleerd hebben om ze met kunst en vliegwerk zo goed mogelijk weg te werken. En als de drenkeling voldoende hersteld is, mag hij weer vertrekken. Maar even later spoelt hij weer aan, een recidief heet dat dan. En weer doet de dokter zijn best en weer is de drenkeling hem dankbaar. Iedereen vindt, dat de dokter zo knap is, fantastisch werk doet, onmisbaar is en dag en nacht klaarstaat, totdat op een dag de dokter zelf aanspoelt. Niemand, zeker niet van de dokters, durft te gaan kijken, waar toch al die drenkelingen vandaan komen, dat is nu eenmaal zo, waarom die stroom zo woest is en waarom het elke keer weer dezelfde slachtoffers zijn. Want stel je voor, dat er geen drenkelingen meer aanspoelen, wat moet hij dan met al zijn moeizaam verworven theorieën en ervaring, met al zijn apparaten, met zijn status en zijn bezit? Wie zal hem nog dankbaar zijn? En daarom blijft alles zoals het is en houdt iedereen deze gigantische mystificatie in stand.  

"Want de onwetende artsen zijn de duivels uit het vagevuur en zij onderhouden het vagevuur in plaats van het te verminderen en wanneer de mensen rijper waren dan ze zijn, zouden ze niet ten offer vallen aan hun broeders in de onrijpheid, de onwetende artsen. Maar zij trekken elkaar magisch aan; het gelijke trekt het gelijke."(67)

Artsen gewapend met naalden, scalpels, zagen, boren, chemicaliën en vergiften spuiten, snijden en zagen symptomen weg, herstellen zo een ziek evenwicht. In hun witte hoge priesterjassen zijn zij handlangers en bewakers van de gevestigde orde, zeg maar chaos.  

"En de artsen, hun patiënten snijdend, brandend, ze op alle mogelijke onaangename manieren folterend, beklagen zich erover, dat ze geen loon naar werken krijgen, terwijl ze nota bene hetzelfde effect sorteren, als de ziekten." (6)

Over inentingen

Wanneer kinderen ziek worden komt dat omdat ze in een ziekmakende atmosfeer leven. Die atmosfeer wordt bepaald door de manier waarop ouders met hun kinderen omgaan en ze beïnvloeden. Het symptoom van het kind is een uiting van de ouder-kind relatie. Onbevangen ter wereld gekomen moet het kind zich aanpassen aan alle grenzen, die het gesteld wordt. Geperst in de tijdsindeling van de ouders beperkt in zijn bewegingsruimte, gescheiden van de moederwarmte in de babykamer gewikkeld in truitjes, hemdjes, luiers en plastic wordt het onderworpen aan verboden, regels, normen en gewoonten van de ouders, voedingsregels, poep- en plas- regels, hygiënische theorieën, reinheidsrituelen. Beïnvloed door de stemmingen, onrust, angst en onzekerheid van de ouders raakt het uit zijn evenwicht. Hoe kunstmatiger en strakker de opvoeding, hoe groter de kans dat het kind ziek wordt. Kinderziekten in epidemieën treden op in crisisperiode als hele mensengroepen uit hun evenwicht raken. Kinderen worden elke keer de dupe van de problemen van hun ouders en kinderziekten zijn in wezen een signaal, dat ze op de ingeslagen weg niet verder moeten. Inentingen verhinderen het kind om ziek te worden en ouders kunnen zodoende op dezelfde voet doorgaan met het aanpassingsproces. Het is alsof je een personenauto, waarvan je geleerd hebt, dat hij als je hem als vrachtauto gebruikt door zijn veren gaat bij voorbaat van sterkere schokbrekers gaat voorzien en hem toch als vrachtauto blijft gebruiken. Inentingen geven een kunstmatige weerstand en verhullen zodoende toestanden, die niet verenigbaar zijn met een gezond leven. In deze omgekeerde wereld worden rampzaligheden zegeningen van de mensheid genoemd.

Over ongeneeslijke ziekten

Ongeneeslijke ziekten worden ongeneeslijk genoemd, omdat de wetenschapper met zijn therapieën en theorieën ze voor ongeneeslijk houdt. Elke ziekte kan in elk stadium nog ten goede keren, maar nooit door de symptomen te bestrijden. Altijd zijn het de emoties, angst, zorgen, verdriet, ergernis, wanhoop en boosheid die het genezingsproces in de weg staan. Maar de zieke heeft zichzelf bang laten maken, maakt zichzelf zorgen, heeft medelijden met zichzelf, ergert zichzelf, wanhoopt zelf, en maakt zichzelf boos op artsen, familie, op zijn ziekte, op zichzelf, alles doet hij zelf en laat het zich aandoen.

"Elk conflict brengt zijn eigen geestelijk lijden voort. Een dergelijk leed is gelijk het lijden in de hel, want hoe meer ge lijdt, hoe verder ge van huis raakt. Dat is wat patiënten overkomt, hoe meer ze lijden, hoe meer ze willen, dat er iets aan gedaan wordt en hoe meer er aan gedaan wordt, hoe meer ze lijden. Zo komen ze van kwaad tot erger om zich van hun ziekte te ontdoen. "(6)

Hoe meer ze willen, hoe eerder ze beter willen zijn, hoe langer het duurt en hoe moeizamer het wordt. Een mens heeft niets te willen van zichzelf. Mensen willen van alles doen en hebben er alles voor over om beter te worden, behalve te accepteren, dat ze zelf verantwoordelijk voor hun ziek-zijn zijn. Alles willen ze opgeven, behalve hun vooroordelen, terwijl dat en niets anders het eerste en enige vereiste is om te genezen. Ze zijn toch zelf, tegen beter weten in, naar de dokter gegaan? Ze hebben zichzelf toch in het ziekenhuis laten opnemen? Ze hebben toch zelf door de dokter een etiket op hun problemen laten plakken? Ze hebben toch zelf de verantwoordelijkheid voor hun leven aan anderen overgegeven. Ze hebben toch zelf hun vertrouwen in de wetenschap gesteld en niet in zichzelf?

"De oplossing van het probleem dat je in het leven ziet, is je manier van leven zo te veranderen, dat het problematische verdwijnt."(70)

en niet door problemen op te lossen. Het is als een plant, die je uit de vrije natuur haalt en in een bloempot stopt en boven de centrale verwarming op de vensterbank zet. Ondanks alle goede zorgen zal hij vroeg of laat gaan kwijnen, aangetast worden door spint of trips en niet uitgroeien zoals hij zou kunnen. Allerlei kunstgrepen kun je toepassen om hem in leven te houden en het leven te verlengen. Zelfs als hij op sterven na dood is en er nog maar net leven inzit is hij nog te redden door hem op zijn oude plek in te graven en de natuur zelf zijn werk te laten doen. Zo kan dat ook bij mensen. Alleen door de beletselen die de genezing in de weg staan weg te nemen, kan de zieke genezen.

Over gezond eten

Mensen verkeren in de illusie, dat je gezond kunt eten. Allerlei bizarre theorieën over koolhydraten, eiwitten, vetten en vitaminen, yin en yang, macrobiotiek, biologisch dynamisch, onbespoten, vegetarisch hebben schare aanhangers gevonden, die elkaar proberen te overtuigen van hun eigen gelijk. Alsof gezond eten een tegenwicht zou zijn tegen een ongezonde manier van leven. Alsof je angst, problemen en zorgen weg zou kunnen eten. Het zou zo onrechtvaardig zijn als je gezondheid in de reformwinkel zou kunnen kopen. En dan begrijpen ze niet, dat ondanks het feit dat ze zo verantwoord eten toch zomaar ziek worden. Maar ook het motto: een gezonde geest in een gezond lichaam, hebben de mensen omgedraaid en terwijl ze kosten noch moeite sparen om hun lichaam in conditie te houden, verwaarlozen ze hun geestelijke gezondheid.

Terwijl er mensen zijn, die alles eten wat door voedseldeskundigen als ongezond wordt bestempeld, en toch nooit ziek zijn en een gezegende ouderdom bereiken, zijn er gezondheidsmaniakken, die zich stipt aan alle voorschriften houden en elke keer wat mankeren. Het is zo gemakkelijk en kortzichtig om een verband te leggen tussen voedsel en ziekten, want dan blijven alle wezenlijke problemen buiten schot. Wat meer vlees eten, melk drinken, niet roken en je kunt gewoon met je carrière verder gaan. En mensen geloven het echt. Nooit worden mensen ziek van eten, noch worden ze er ooit beter van. Een van binnenuit verstoord evenwicht kun je nooit van buitenaf in evenwicht brengen. Als twee mensen hetzelfde eten en de een krijgt last van zijn maag en de ander niet, of de een wordt er dik van en de ander niet, is het onzinnig om dat aan het voedsel te wijten, tenzij je er van uitgaat, dat er verschillende soorten mensen zijn. Maar het enige waar mensen in verschillen, is de mate en hoedanigheid van hun onevenwichtigheid. Evenwichtige mensen kunnen ongestoord alles eten, wat de natuur biedt, zonder uit hun evenwicht te raken. Want het is nooit het eten, maar de ideeën over het eten, waardoor mensen eten niet verdragen. Wanneer iemand met galblaasklachten, die geleerd heeft, dat dat met vet eten te maken heeft, vet eet zonder dat hij het weet, gebeurt er niets. Iemand die zich op gezag van anderen aan een dieet moet houden, krijgt geen klachten van het overschrijden van die regels, maar van de angst, dat hij dan wel weer klachten zal krijgen.

Kinderen moeten van hun ouders eten, wanneer, wat en hoeveel de ouders hen voorschotelen. Voedseldeskundigen en industrie hebben, weliswaar niet belangeloos, becijferd wat het gemiddelde kind allemaal nodig heeft. En ouders geloven dat klakkeloos, dat melk gezond is, vlees moet, groenten onmisbaar zijn, bruin brood gezonder is dan wit, sinaasappels en bananen, u weet wel van die slavenplantages, moeten zorgen voor de vitaminen en daarom voor de bestwil van de kinderen halen ze kinderen over of dwingen ze om te eten, of ze het lekker vinden of niet, of ze honger hebben of niet. Borstvoeding is niet gezonder dan kunstvoeding, maar het verschil is, dat het kind zelf bepaalt hoeveel het drinkt als het daarom vraagt, tenzij de moeder natuurlijk geleerd heeft, dat het kind op vaste tijden moet drinken. En dan zeggen de wetenschappers, dat dat komt door antistoffen enzo, wanneer borstkinderen minder vaak ziek zijn, terwijl het gewoon is, omdat aan de primaire behoeften van het kind voldaan wordt. En waar zijn per slot van rekening die borsten voor? Maar mensen hebben geleerd dat je moet eten omdat het tijd is en niet omdat je honger hebt. En alsof het niet genoeg is wat de natuur de mens aan voedsel levert, wordt het aangepast, schoongemaakt, gekookt gebakken en gesteriliseerd, totdat het in de aangeleerde eetgewoontes genuttigd kan worden. Zo is het stillen van de honger ontaard in een bizar ritueel, waar bij mensen met allerlei kunst- en hulpmiddelen, messen, lepels en vorken voedsel tot zich nemen. En om die dagelijkse sleur, waarin mensen zich eerst vastleggen te doorbreken, variëren ze de maaltijden.

Over die wetenschappelijk onverklaarbare genezingen in het evangelie

"Het getuigt van dwaasheid en bluf te zeggen: 'Ik ben vrij van hartstocht en evenwichtig; weet mensen, dat terwijl gij in beroering gebracht wordt en in opschudding verkeert om waardeloze dingen, ik alleen bevrijd ben van onrust.' Dus het is niet genoeg geen pijn te hebben, wanneer ge niet verkondigt: komt samen, gij allen die lijdt aan jicht, aan hoofdpijn, aan koorts, de kreupel zijt of blind en ziet hoe gezond ik ben, vrij van alle kwalen? Dat is ijdele, vulgaire praat, tenzij ge evenals Asklepius terstond kunt tonen, door welke behandeling die anderen eveneens terstond vrij van ziekte zullen zijn en gij hiertoe uw eigen gezondheid als voorbeeld biedt. Zo iemand is namelijk de Cynicus, die Zeus scepter en diadeem heeft waardig gekeurd en die zegt: 'Opdat gij ziet mensen, dat gij het geluk en zielerust zoekt niet waar die is maar waar die niet is. Zie, daartoe ben ik u als voorbeeld gezonden door God; ik heb have noch huis, vrouw noch kinderen, zelfs geen bed, geen hemd, geen stuk huisraad; en ziet nu eens, hoe gezond ik ben; stelt mij op de proef en wanner gij ziet, dat ik vrij van onrust ben, luistert dan naar de geneesmiddelen en behandeling, die mij genas." (71)

Zogezien zou je die oorspronkelijke christenen, zoals later die ware mensen genoemd werden, en die door de wereld trokken, mensen van alle kwalen genezen echte cynici kunnen noemen. Zij, die zich onttrokken hadden aan alle invloeden van de cultuur en teruggekeerd waren tot de eenvoud en zo uitgestegen waren boven pijn en angst, lieten anderen zien hoe ze zich konden ontworstelen van alle knellende banden. Zij vertelden, dat mensen zelf verantwoordelijk waren voor hun ziekzijn en dat ze konden genezen als ze bereid waren daar alles voor op te geven.

"Want niet wat van buiten de mens in hem komt, kan hem ziek maken, maar hetgeen uit de mens naar buiten komt, dat is het wat hem ziek maakt. Want van binnen uit uit het denken van de mensen, komen de kwade overleggingen, hoererij, diefstal, moord, echtbreuk, hebzucht, boosheid, list, onmatigheid, een boos oog, overmoed, onverstand. Al die slechte dingen komen van binnen uit naar buiten en maken de mens ziek."(72)

Een volstrekt onwetenschappelijke benadering, maar juist daarom zo heilzaam. Want de buitenkant van de mensen lijkt zo netjes en beschaafd, maar wie weet wat zich in die hoofden afspeelt? In deze cultuur, die gebouwd is op zelfbeheersing, waarin niemand zegt wat hij denkt, waarin mensen van alles verdringen om de schone schijn te bewaren, waarin je voor de lieve vrede dingen niet behoort te zeggen, waarin zelfs in de meest intieme relaties mensen toch geheimen voor elkaar hebben, waarin mensen zich flink houden en zich niet laten gaan, verrichten achter al die opgewekte maskers deze fantasieën hun destructief werk. Maar de grootste bedreiging voor een cultuur zijn gelukkige, tevreden, onafhankelijke en onbeïnvloedbare mensen. Want gelukkig zijn is heel onpraktisch en rampzalig voor een consumptiemaatschappij. Het is nu niet wezenlijk anders dan toen. De mens is niet veranderd, alleen zijn meningen. En wat toen kon, kan nog steeds.

Over de angst voor vrijheid

"Ik herinnerde me de haas, die Makar eens in een strik had gevangen. Het was een mooi groot dier. Je kon in hem de drang naar vrijheid voelen, haar krachtige sprongen, speelse buitelingen en snelle ontsnappingen. Opgesloten in een kooi werd hij razend, stampte met zijn poten, sloeg tegen muren. Na een paar dagen gooide Makar, woedend over zijn rusteloosheid, een zwaar zeil over hem heen. De haas worstelde en vocht eronder, maar tenslotte gaf hij het op. Tenslotte werd hij tam en at uit mijn hand. Op een dag was Makar dronken en liet hij de kooi open staan. De haas sprong eruit en liep op de weide toe. Ik dacht dat hij met een grote sprong in het hoge gras zou duiken en dat we hem nooit meer terug zouden zien. Maar hij scheen van zijn vrijheid te genieten en ging gewoon zitten met zijn oren omhoog gestoken. Uit de velden en bossen in de verte kwamen de geluiden, die hij alleen kon horen en begrijpen, luchtjes en geuren die hij alleen naar waarde kon schatten. Het was allemaal van hem: hij had de kooi achter zich gelaten. Plotseling kwam er een verandering over hem. De waakzame oren sloegen neer, hij zakte op een of andere manier wat in elkaar en werd kleiner. Hij maakte een sprong en zijn snorharen stonden omhoog, maar hij liep niet weg. Ik floot scherp in de hoop dat het hem tot bezinning zou brengen, hem zou doen beseffen, dat hij vrij was. Hij keerde zich alleen maar om en traag, alsof hij plotseling oud geworden was en in elkaar gekrompen, ging hij terug naar zijn hok. Onderweg bleef hij even staan, en keek nog eenmaal om, zijn oren in de hoogte; toen ging hij de konijnen die hem aanstaarden voorbij en sprong terug in zijn kooi. Ik sloot de deur, hoewel dat niet nodig was. Hij droeg nu de kooi in zichzelf mee; zijn hoofd en hart werden er door begrensd, zijn spieren verlamd. Vrijheid, die hem van de andere konijnen had onderscheiden, liet hem in de steek, als door de wind vervaagde geur, die opstijgt van vertrapte en uitgedroogde klaver."(73)

En zo draagt de beschaafde mens, deze overloper uit de natuur, zijn kooi in zichzelf mee. Gekluisterd in zijn eigen kooi van vooroordelen, vastgeklonken aan zijn bezit, verworvenheden en aangeleerde behoeften, geketend in zijn afhankelijkheid van andere mensen. Dat noemt hij dan vrijheid, die kost wat kost verdedigd moet worden. Voortdurend moet hij in touw zijn om zijn kooi in stand te houden, zijn tralies te verdedigen tegen anderen, die hem ervan proberen te overtuigen, dat er ondeugdelijke bij zitten, dat het patroon niet normaal is, de mazen te nauw of te ruim zijn. Als in een cocon van gedachtespinsels zitten de mensen opgesloten. Het kinderlijke en onbevangene hebben ze daaraan ook moeten offeren en heel ver weg ligt de herinnering aan momenten van een vrij, ongekooid bestaan. En van generatie op generatie worden kinderen getemd en opgesloten in kooien naar het patroon van ouders en grootouders. Alleen in een zwak moment voelt de mens zich opgesloten, maar al gauw verdrijft hij die enge gedachte en troost zich met de aanblik van alle gekooiden om zich heen. Want stel je voor dat hij de veiligheid van zijn vertrouwde hok zou moeten missen, dan zou hij zich toch nergens meer aan vast kunnen klampen en dan zou hij eerst zelf die kunstige kooi, waarin hij zoveel bloed, zweet en tranen geïnvesteerd heeft, weer af moeten breken. Wat zouden al die andere gekooiden daar niet van moeten denken. Hij zou al die goedbedoelde adviezen en hulp van zijn ouders en leermeesters die hem geholpen hebben met de constructie ervan moeten verloochenen; en zij hebben het er toch ook altijd in volgehouden? Maar nooit heeft hij rust in zijn kooi, altijd is hij op zijn hoede, zijn geweten houdt hem op drammerige manier bezig en stelt hem bij alles de vraag "waarom". En elke keer moet hij die stem sussen, een eindeloze bezigheid. Doorlopend moet hij voor zichzelf zijn gedrag goedpraten, rationaliseren heet dat tegenwoordig. Rationalisaties proberen de kloof tussen wat de mens is en wat hij zou moeten zijn, te overbruggen, maar houden die kloof tegelijkertijd ook in stand. Het kunstmatige levenspatroon van mensen wijkt voortdurend af van het natuurlijke en dat levert een doorlopende vloed van problemen en tegenstrijdigheden op.

"De rede is als een orthopedisch instrument voor een gebroken instinkt."(74)

maar houdt de breuk in stand. Pas als het leefpatroon en natuurlijk patroon samenvallen zijn er geen problemen meer en komt het denken tot rust.

Over de mythen van deze maatschappij

De mythen over de zin van arbeid, van plicht, prestatie, vooruitgang, expansie, controle en verantwoordelijkheid, waarin mensen al generaties lang geloven, gesteund door kerk en wetenschappen, worden via de ouders, die zich dat al eigen hebben gemaakt, aan hun kinderen doorgegeven. De angst om anders gevonden te worden, nergens bij te horen en uitgestoten te worden, verhindert mensen om zelf te kijken en te luisteren. En zo hollen ze achter allerlei geloven aan en laten zich meedrijven met allerlei stromingen. Altijd hebben onbevangen kinderen moeten luisteren naar de valse en tegenstrijdige verhalen van hun ouders. Er moest gehoorzaamd worden omdat zij dat zeiden, zij wisten wat goed voor hen was, het is allemaal voor je bestwil, later zul je ons er dankbaar voor zijn. Nooit is er echt geluisterd naar de kinderen. Kinderen, die dat malle spel van die grote mensen ragfijn doorzien en daarom zulke lastige vragen stellen. Er zijn nu eenmaal vragen waar je toch nooit een antwoord op krijgt, en daarmee laten ze zich nog steeds in slaap sussen.

"Maar als een vraag gesteld kan worden, kan zij ook beantwoord worden. Een vraag bestaat alleen waar een antwoord bestaat."(75)

Maar als je je erbij neerlegt, dat er vragen zonder antwoord zijn, omdat al die boekengeleerden juist omdat ze boekengeleerden zijn, je dat altijd voorgehouden hebben, zul je nooit op zoek gaan naar het antwoord. En wie niet zoekt zal ook niet vinden.

"De waarheid is, dat zij die op het kompas zeilen van gepatenteerde waarheidsstuurlieden nooit ergens aanlanden. De eigenaardigheid van de grote ontdekkingstocht, die wij allemaal behoren te maken, ligt juist hierin, dat ieder van ons aan het roer behoort te staan van zijn eigen verstand. Ieder van ons is zijn eigen Jason op de argonautentocht naar het Colchis van de Waarheid en wie het sturen opdraagt of overlaat aan anderen, heeft het zichzelf te wijten, dat ie in plaats van gouden vlies en eer, slijk en schande thuisbrengt." (76)

En zo lopen overal mensen achter mooie beloften en plannen van politici aan, achter geloven en dogma's van kerkleiders en achter theorieën en verklaringen van wetenschappers, en komen zo vroeg of laat van de koude kermis thuis. Die leiders hebben ook wel hun twijfels, maar niet aan hun eigen functioneren en zo leiden zij hun achterban in de mist de mist in. Zij mogen ook niet twijfelen, zij moeten leiden.

"maar aan niets twijfelen is het zekerste middel om nooit iets te weten. Wie niet vertrekt, zal niet aankomen. Wie niet streeft, zal niet bereiken. Wie niet zoekt zal niet vinden. Niet streven naar waarheid, zelfkennis, is de eigenlijk alleen strafbare, alleen verfoeilijke zedeloosheid."(77)

Het zijn de gepatenteerde waarheidsstuurlieden, de getitelden, die de mythen waardoor deze maatschappij verworden is tot wat hij nu is, in stand houden.

Over structuren en systemen

Wanneer de mens zich buiten de natuur plaatst en zodoende buiten zichzelf gaat leven, verliest hij het zicht op de samenhang. Hij voelt zich verloren in een vijandige wereld. En wat in zijn ogen dan een chaos geworden is, gaat hij eigenmachtig ordenen en schept zodoende een kunstmatige structuur waarmee hij de buitenwereld probeert te vangen en zijn problemen kan verklaren die hij zelf oproept. Zo probeert hij zijn verloren-zijn een houvast te geven aan zelfgecreëerde schijnzekerheden. Elke cultuur, hoe primitief ook, kent haar eigen structuren en systemen. In elke cultuur is de mens onvrij, niet meer of minder, maar anders. Elke cultuur creëert zodoende haar eigen problemen en vindt daar haar eigen oplossingen voor. Verandering van structuur of systeem geeft slechts een andere onvrijheid met andere problemen, voor de een minder, voor de ander meer. Er is geen enkele structuur denkbaar, waarin alle mensen vrij zijn. Net zo min als er geen enkele kooi is, hoe mooi groot of versierd ook, waarin een dier vrij is. Alleen door het afbreken van alle structuren kan een vrije wereld met vrije mensen ontstaan. Een samenleving kun je niet opbouwen, je kunt alleen alle beletselen wegnemen, die dat verhinderen. Maar niet afgeschrikt door alle problemen waarmee ze geconfronteerd worden, verfijnen en passen de mensen hun systemen steeds meer aan, meer wetten, meer regels, meer ordehandhavers. Maar net zomin als de natuur zich laat temmen, laat de menselijke natuur dat toe. Hoe nauwer het net wordt gespannen, hoe meer de natuur wordt verloochend, hoe opstandiger de mensen worden. Bang voor zichzelf, bang voor de ander en bang voor zijn omgeving, bang voor zijn eigen chaos durft de mens zijn gevangenis niet te verlaten.

"Al dat gemeenschappelijke van de studentencorpora, en de zangverenigingen tot de staten toe, is een dwangmatige vorm van eenheid, is een gemeenschap uit angst en verwarring. Wat we zien op het gebied van gemeenschappelijkheid is alleen maar een hordegeest. De mensen vluchten naar elkaar omdat ze bang voor elkaar zijn. Bazen apart, arbeiders apart, geleerden apart. En waarom zijn ze bang? Een mens is alleen bang als hij het met zichzelf niet eens is. De mensen zijn bang, omdat ze zich nooit met zichzelf hebben kunnen verzoenen. Een gemeenschap van individuen, die bang zijn voor het onbekende in henzelf. Ze voelen allemaal dat hun levenswetten niet meer kloppen, dat ze leven volgens oude wetten, hun godsdiensten, noch hun ethiek, niets van dat alles, is geschikt voor wat we nodig hebben."(78)

Verschillen overbruggen is een eindeloze bezigheid, want je moet doorlopend de brug in stand houden. Compromissen overbruggen, maar lossen nooit iets op.

Over karakter of persoonlijkheid

"Het karakter is slechts een instrument voor deze wereld."(79)

Het is het masker (persona betekent zelfs masker), waarmee mensen op het schouwtoneel van de wereld het toneelspel spelen. Met hun karakter spelen ze een rol waar ze zelf de auteur niet van zijn. Het karakter is slechts een samenstel van aangeleerde reacties en tactieken om in deze maatschappij het hoofd boven water te houden. Mensen noemen het karakter ook wel hun tweede natuur, die dan de oorspronkelijke natuur wel zal verhullen; dus eigenlijk weten mensen best dat ze hun karakter niet zijn. Maar mensen hebben geleerd, dat ze als kind niets zijn en dat ze iets moeten worden, dat ze iets van zichzelf moeten maken en dat ze dan zijn wat ze denken, doen en geloven. Zo zie je overal om je heen mensen, die denken dat ze man zijn, of christen, of jood, of socialist, of directeur, of arbeider. Zo identificeren mensen zich met hun masker. Het is zelfs heel prijzenswaard als je een standvastig karakter hebt of een uitgesproken persoonlijkheid bent, want daar kan je het heel ver mee schoppen en dan weten de anderen precies wat ze aan je hebben en in welk hokje je geplaatst dient te worden. En als ze het spel lang genoeg gespeeld hebben zitten die maskers zo vast gebakken en zijn het zulke onafscheidelijke attributen geworden, dat mensen niet meer bij machte zijn om het af te leggen. Maar ieder speelt zijn rol en krijgt zijn deel. Zo heeft ook ieder karakter zijn eigen problemen en zodoende zijn eigen ziekten. En als je mensen er dan op wijst, dat hun ziekte met hun manier van leven te maken heeft, verzuchten ze, dat ze nu eenmaal zo zijn en dat ze zichzelf niet kunnen veranderen. En toch kunnen mensen ook heel gemakkelijk van masker veranderen, want nu eens spelen ze vader, dan weer echtgenoot, en tussendoor spelen ze ambtenaar en in hun vrije tijd spelen ze voetballer of christen. Een zeer vermoeiende bezigheid. Soms spreken ze zelfs als mens, alhoewel je daar dan echt een vraagteken bij moet zetten. En toch spreken christenen met eerbied over die joodse Galileër die al die maskers afgegooid had en mens was geworden en die zij na willen volgen en toch christen blijven. Hij was zijn hele leven socialist, verzuchtte ooit iemand, hij is nooit mens geworden. En voor dat socialist kun je alle maskers, rollen of karakters, waar ook ter wereld invullen. Het karakter hoort ten ene male niet bij de mens, maar bij de maatschappij.

Over de overeenkomst tussen officiële geneeskunde en de alternatieve

Het doet er niet toe of je symptomen met chemicaliën, kruiden, naalden, of andere technieken bestrijdt. Het blijft symptoombestrijding en neemt nooit de oorzaak weg. In alle gevallen is het de autoriteit van de genezer, die het allemaal beter weet, waaraan de patiënt zich overgeeft. Alle geneeswijzen hebben hun eigen dogma's, hypothesen en theorieën, maar het blijft dogmatisch, hypothetisch en theoretisch. Elke genezer heeft zijn eigen belangen, vooroordelen en angsten, waarmee hij de patiënt, die zich in zijn afhankelijkheid tot hem wendt, benadert. Geen geneeswijze is zodoende kwalitatief beter dan de ander. Geen geneeswijze kan elk symptoom doen verdwijnen. Het is alsof je door de hond of door de kat gebeten wordt. En toch verketteren ze elkaar onderling alsof ze de wijsheid in pacht hebben, terwijl ze allen even onwijs zijn. Helaas zwichten mensen, geïmponeerd door de magie van de techniek, voor de geneeskunde, waarmee de meeste belangen gemoeid zijn, voor het wetenschappelijk technisch geneesbedrijf, gesponsord door farmaceutische en apparatenindustrie.

"Hun afgoden zijn zilver en goud (en staal en plastic, apparaten, machines en werktuigen). Het werk van mensenhanden. Wie hen maakte zullen worden zoals zij. leder die op hen vertrouwt."(80)

En zo buigt de wetenschapper zich over het immunologisch apparaat van de patiënt.

Over de mannen- en de vrouwenrol

In een verstoord evenwicht groeien kleine mensjes in de moederbuik, via de navelstreng beïnvloed door haar verstoorde hormoonhuishouding, waar dus ook het evenwicht tussen mannelijke en vrouwelijke hormonen uit balans is. Al niet meer blanco komen zij zodoende ter wereld en worden meteen al gescheiden in jongetjes en meisjes. En afhankelijk van dat kleine verschil worden ze door vader en moeder anders benaderd, anders verwelkomd, anders geknuffeld, anders gekleed en anders bewonderd. En steeds verder groeien ze uit elkaar; bij meisjes wordt jongensachtig gedrag afgekeurd en meisjesachtig gedrag beloond en bij jongens omgekeerd. De hele omgeving doet daar nog een schepje bovenop, zodat ze al gauw een gewenst gedrag gaan vertonen of zich daar juist tegen verzetten. Bovendien zien ze doorlopend het voorbeeld van al die mensen die zich als man of vrouw gedragen. Dochters trekken dan naar hun vader en zonen naar hun moeder, nemen gewoonten, interessen en karaktertrekken van de ouders over en zo worden ze langzamerhand klaargestoomd om zich als man of vrouw te denken en te gedragen in de maatschappij. Of ze raken het spoor bijster en kiezen in deze maatschappij de zo ongewenste rol van homofiel of lesbienne. Maar mensen zijn net zomin homofiel als dat ze christen zijn of man, dat kunnen ze alleen maar in het denken zijn, en de mens is niet wat hij denkt en zeker niet wat hij denkt te zijn. En zo zijn die kleine mensjes, die zo onbevangen ter wereld kwamen, verworden tot mannen en vrouwen, karikaturen van de mens. Actieve, stoere, flinke, rationele, praktische, nuchtere, verstandelijke mannen, opgevoed en geschoold voor hun rol in de buitenwereld en passief, zwakke, zachte, gevoelige, mooie, elegante, zorgende vrouwen voor het huishouden en het moederschap. Uiterlijk, lichaamsbouw en beweging gaan zich vormen naar het aangeleerde gedrag wat dan karakter heet en omgekeerd. Bij wat de Westerling primitieve volkeren noemt, waar de mannen en vrouwenrollen minder stereotiep zijn en dichter bij elkaar staan, wijken mannen en vrouwen in lichaamsbouw en bewegingspatroon minder van elkaar af. Feministes en emanciperende mannen pogen zich niet van hun rol te ontdoen, maar nemen alleen ingrediënten van de rol van de ander over en maken daar een eigen melange van, een verwarrende bezigheid. Het is niet zo, wat de therapeuten beweren, dat mannen hun vrouwelijke kant onderdrukt hebben en vrouwen hun mannelijke kant, maar beiden hebben de mens onderdrukt. Alleen door je volledig te ontdoen van je rol kun je mens worden.

"Wanneer gij die twee een maakt en wanneer gij zult maken het mannelijk en het vrouwelijk tot een enkele, zodat het mannelijk niet mannelijk en het vrouwelijk niet vrouwelijk is, dan zult ge ingaan tot het koninkrijk."(81)
"Zo is ieder van ons het brokstuk van een mens. Vroeger waren wij een, maar nu wegens ons onrecht zijn we door de godheid gescheiden."(82)

Over het willen

"Onzuiver en misvormd is de blik vanuit het willen. Eerst als wij niets begeren, eerst als ons kijken zuivere beschouwing wordt, opent zich het wezen der dingen de schoonheid. Wanneer ik een bos bekijk, dat ik kopen, pachten, omhakken kan, waarin ik wil jagen, dat ik met een hypotheek belasten wil, dan zie ik niet het bos, maar alleen wat met mijn willen, met mijn plannen en zorgen, met mijn portemonnaie te maken heeft. Dan bestaat het uit hout, het is jong of oud, gezond of ziek. Wanneer ik er echter niets van wil en zo maar gedachteloos diep in het groen staar, dan pas is het bos, is het natuur, is het mooi, geeft het verwondering. Zo is het met mensen en gezichten ook. De mens, die ik met vrees, met hoop, met begeerte, met bedoelingen, met eisen aankijk, is niet een mens, hij is niet meer dan een troebele weerspiegeling van wat ik wil. Wetend of onbewust, zie ik hem aan met vragen, die louter vernauwen en vervalsen: Is hij toegankelijk of trots? Heeft hij achting voor mij? Kan ik iets van hem loskrijgen? Verstaat hij wat van kunst? Met duizenden vragen kijken wij de meeste mensen aan, met wie wij te maken hebben en wij gaan door voor mensenkenners en psychologen, als het ons lukt in hun verschijning, in hun voorkomen en gedrag dat op te merken, wat onze bedoeling dient of weerspreekt. Maar deze houding is armzalig en in dit soort zielkunde is de boer, de venter, de oplichter, de versierder, ervaarder dan de meeste politici of geleerden. Op het ogenblik, dat het willen tot rust komt en de beschouwing, het zuivere en toegewijde zien opstijgt, wordt alles anders. Een mens houdt op nuttig en gevaarlijk te zijn, geïnteresseerd of verveeld, vriendelijk of lomp, sterk of zwak. Hij wordt weer natuur, hij wordt mooi en opmerkelijk evenals ieder ding, waarop de zuivere beschouwing zich richt. Want beschouwing is immers niet onderzoek of kritiek, zij is niets dan liefde. Zij is de hoogste en de meest te wensen toestand van onze ziel: liefde zonder begeren."(83)
Maar in een cultuur waarin mensen van elkaar afhankelijk zijn, vanwege de rolverdeling elkaar nodig hebben, vullen in een relatie man en vrouw elkaar aan, compenseren elkaars tekortkomingen, steunen op elkaar, zijn elkaars bezit, houden elkaar vast en kunnen elkaar niet loslaten, hebben ieder hun eigen belangen, meningen en vooroordelen. Een alles behalve belangeloze liefde, maar een band uit nood geboren om de eenzaamheid te ontvluchten en een kunstmatige eenheid te scheppen. In hun verliefdheid, de meest gevaarlijke geslachtsziekte die er is, wanneer het brein vertroebeld wordt door wensen, verwachtingen en valse toekomstdromen, klampen ze zich aan elkaar vast. En al gauw is die droom over en de rozengeur en maneschijn verdwenen en voor de lieve vrede passen ze zich maar aan elkaar aan. En zoals ze uitgekeken raken op hun bankstel, raken ze uitgekeken op elkaar in deze weggooi-cultuur.

Over mooi en lekker

Mooi en lekker zijn geen kwaliteiten van de dingen zelf, maar van de mening van mensen over de dingen. Een kwestie van smaak, iets wat ze zelf ontwikkeld hebben zeggen ze dan, dus kennelijk is er ooit een tijd geweest, dat die smaak er niet was. En toch praten ze over tijdloze muziek en architectuur en dingen die eeuwigheidswaarde hebben en behouden moeten worden voor het nageslacht, zonder dat dat nageslacht daarom vraagt. Zo leren mensen dingen mooi en lelijk vinden zonder dat ze het in de gaten hebben. Er zijn mensen die de muziek van Bach mooi vinden, terwijl anderen het niet om naar te luisteren vinden. En toch zegt de een dat het prachtige muziek is en de ander dat het verschrikkelijke muziek is. Maar de Bachkenner vergeet, dat hij zijn muziek mooi heeft leren vinden en dat alleen gedaan heeft, omdat hij een product van deze cultuur is, het in zijn sociale klasse in is om van Bach te houden, dat je niet normaal bent als je het niet waardeert, dat het een tekort van je opvoeding is, als het je niet raakt en dat je erover mee moet kunnen praten. Kortom, smaak is afhankelijk van de groepssubcultuur, aangeleerd en geconditioneerd denken en gedrag. Er is geen klein kind, geen primitief, die meteen wegloopt met Bach. Het aanspreken van muziek, geconstrueerd door de stilte te verbreken in een gamma van tonen, beperkt tot vaste en ritmische afstanden, vereist een brein wat net zo geordend is. Hoe netter, beschaafder en geordender de mens, hoe netter en strakker zijn muziek. Muziek is een gecreëerde behoefte om de geluiden van de natuur te overschreeuwen en te verbeteren.

"Bij de echte nachtegaal kan men nooit tevoren zeggen wat er zal komen, maar bij de kunstnachtegaal is alles al vastgesteld. Alles kan bij hem verklaard worden, u hoeft hem maar open te maken en u kunt zien, hoe de rolletjes en radertjes liggen, hoe zij bewegen en hoe het een uit het ander voortkomt. Maar de arme vissers die de echte nachtegaal gehoord hadden, zeiden: 'Het klinkt heel aardig, en de wijsjes hebben ook wel wat maar, toch mankeert er iets aan." (84)

Het kleine kind dat de eerste keer mee moet naar de Mattheuspassion vindt het maar raar, vervelend en onbegrijpelijk, terwijl de grote mensen het allemaal prachtig vinden en indrukwekkend en elkaar en zichzelf wijsmaken, dat het weer een uitstekende uitvoering was. En het kind, argeloos als in het sprookje van de nieuwe kleren van de keizer, maakt wat pijnlijke opmerkingen. Maar de ouders zeggen, dat het daar eigenlijk nog te jong voor is en dat het dat wel zal leren. Later als het groter is ... En ja hoor, later vertelt hij hetzelfde verhaal aan zijn kinderen en zo worden mystificaties van generatie naar generatie overgedragen. Alles went, alles kun je mooi leren vinden, als je het maar lang genoeg herhaalt. Eigenlijk is het verbazingwekkend, hoe selectief grote mensen hun kindertijd verdringen. Wat voor Bach geldt, gaat evenzeer op voor de Beatles of welke andere muziek dan ook. Zo hangt het ook van cultuur en sociale klasse af, wat mensen lekker vinden. Vlees is niet lekker, maar mensen hebben het lekker leren vinden. Het zijn de associaties, beelden opgeroepen uit het verleden door de geur van gebakken lever, die bepalen of je lever lekker vindt of niet. Als je als eskimo geboren was, had je walrusdarmen een delicatesse gevonden en gegruwd van boerenkool. Zo wordt de blanco smaak van het kind geconditioneerd tot wat lekker is en niet. Allemaal aangeleerd, dus allemaal af te leren, door het te doorzien als aangeleerd en wezensvreemd. Want het is het karakter wat de smaak bepaalt en niet de mens. Honger maakt rauwe bonen zoet, maar de mens eet niet meer omdat hij honger heeft, maar omdat het tijd is, hij zijn onbehagen weg moet eten, voor de gezelligheid of omdat hij het lekker vindt en gezond. Zo veranderen smaken met de tijden, afhankelijk van de tijdgeest, de collectieve wanen, geïnspireerd door belangen. Voor belangrijk, voor normaal, interessant, onmisbaar en kostbaar geldt om dezelfde redenen hetzelfde. Wat iedereen lekker, mooi, normaal, belangrijk en leuk vindt moet hij zelf weten, maar het zijn allemaal aangeleerde behoeften en normen, bevredigd over de ruggen en door het zweet bloed en tranen van slaven. Aan elk door mensenhanden gewrocht ding kleeft bloed. Kijk eens naar de tweede cellist in het orkest, die dag in dag uit muziek van anderen reproduceert en de kippenslachter, die elke dag weer aan de lopende band zijn moordend werk verricht om die aangeleerde behoefte te bevredigen. Ja, maar zullen mensen tegenwerpen, ze vinden het zelf prettig, dan moet je ze dat niet ontnemen. Maar u vindt toch ook een gedresseerde Lippizaner of een hond die op zijn achterpoten loopt een gênante vertoning? Of moeten ze er eerst ziek van worden? Elke cultuur is gedrenkt in angst, pijn, ziekten, verdriet en dood. Dat is de tol, die de mensen zijn cultuur betaalt. En ze gaan maar door, steeds meer prikkels, meer behoeften, meer productie, steeds verder en hoger. Steeds zieker, eenzamer, rustelozer en opgejaagder voelt de mens zich. Elke bevredigde valse behoefte roept om een volgende, want het bezit van de zaak, is het eind van het vermaak. Nooit zal er zo rust komen.

Over behoeften

"Alles, wat voor de mens meer dan nodig is, is hem vijandig."(85)
"Juist de eenvoud en de naaktheid van het leven van de mensen in de oorspronkelijke tijden had tenminste dit voordeel, dat zij hem in staat stelden deel te nemen aan de natuur. Als hij door voedsel en slaap was opgefrist, kon hij zich weer op zijn tocht bezinnen. Hij woonde zo te zeggen in een tent op deze wereld en kruiste door de valleien en door de vlakten en beklom bergtoppen. Maar helaas, de mensen zijn werktuigen van hun werktuigen geworden. De man, die vrij en blij vruchten plukte als hij honger had, is nu een landbouwer geworden en hij, die onder een boom schuilde, is nu een thuiszitter. Wij slaan niet meer een kamp op voor een nacht, maar hebben ons vastgeklit op de grond en de hemel vergeten."(86)

En nu zitten mensen dan opgesloten in hun landen in families en gezinnen, in hun talen, kleren, huizen, de tredmolen van hun arbeid, een bekrompen bestaan in tijd en ruimte. In klimaten waar ze niet thuishoren en die ze eigenlijk bij het vallen van de winter als de trekvogels zouden moeten verlaten. En zo riepen ze zelf de behoefte op naar vuur en kleding. Maar zoals altijd als je begint is het eind zoek. Zo verkilde de beschaafde mens en heeft het niet alleen koud, maar is ook koud.

"Hij is een slaaf van zijn behoeften geworden en zijn behoeften hebben hem veranderd. Darwin vertelde over de bewoners van Tierra del Fuego dat, terwijl zijn eigen mensen dik gekleed en dicht bij het vuur zittend het verre van warm hadden, bij deze naakte wilden, tot zijn verwondering, het zweet bij stromen gutste door de roostering, die ze ondergingen, hoewel ze verder weg zaten. Is het mogelijk om de gehardheid van deze wilden te verbinden met de geestelijke ontwikkeling van de civilisatie?"(87)

Zelfs kleding en huizen zijn kunstmatige behoeften, die de mens zelf heeft opgeroepen door zich buiten de natuur te plaatsen. De enige ware behoeften van de mens zijn eten als hij honger heeft en slaap als hij moe is, de rest is franje en ballast. Het leven vraagt niet meer, vraagt niet om vuur, om werktuigen, om arbeid of wat dan ook. Het leven vraagt er slechts om om geleefd te worden. En overal zie je mensen druk doende met de ballast of hun leven ervan af hangt. Alleen maar mensen, die elkaar bezig houden met niets en een steeds uitdijender niets om zich heen verspreiden en ze vinden het allemaal belangrijk wat ze doen. Maar het is alleen in die zin belangrijk, dat er belangen mee gemoeid zijn, niet het leven. En ze praten elkaar nieuwe behoeften aan, want er moet niet geleefd maar geproduceerd worden. De economie moet gered worden, niet het leven.

Over schaamtegevoel

Tussen paradijs en naaktheid bestaat een relatie: wie niet rijp is voor het ene is ook niet rijp voor het andere. Alleen kleine kinderen kunnen nog parmantig en onbevangen in hun blootje rondlopen, maar dat leren ze al gauw af als ze leren dat dat gave lijfje vieze dingen afscheidt uit openingen, die je bedekt moet houden omdat het anders niet netjes is en waar je allerlei bedenkelijke grappen over kunt vertellen. En ze merken, dat grote mensen onrustig worden, als ze bloot zien en dat je niet met je handjes in je broekje mag zitten. En als je dat toch gedaan hebt, ze goed moet wassen met water en zeep. Dat er zelfs vieze woorden zijn, waar grote mensen van schrikken, en die ze nooit meer mogen zeggen. Dat grote mensen stiekem gaan doen als ze hun kleren uittrekken en dat je onder de dekens een pyjama aan moet. En grote mensen vertellen, dat het ongezond is als je in je blootje loopt, dat je dan kou kunt vatten en zo. Heel gauw raken kinderen zo hun schaamteloosheid kwijt, want schaamtegevoel werkt aanstekelijk. En als ze dan borstjes krijgen en het schaamhaar ontluikt, waar al die grote mensen zich zo voor schamen, worden ze nog onzekerder, om wat al die anderen daar wel niet van zullen denken. Want ze zijn nog zo beïnvloedbaar. Zo worden kinderen door hun ouders, die weer door hun ouders, die door hun ouders tot onnaspeurlijk ver in het verleden uit de paradijselijke onbevangenheid gehaald en opnieuw uit de onschuld verdreven. Zo verliezen mensen de gaafheid van hun lijf, hun groei ontregelt en ze groeien uit hun voegen en hebben dan hun kleren nodig om alle onvolkomenheden te verdoezelen.

Neem eens honderd beschaafde burgers en zet ze in hun blootje naast elkaar, ontdaan van kleren en prothesen en aanschouw dan wat het keurslijf van de beschaving heeft aangericht. Dikbuikig, grofkontig, bleeklijvig, met hangtieten, kromme ruggen, dikke dijen, pukkelig, behaard, magere knokigen en vetzuchtigen; een troosteloze aanblik. Daar moet je wel een hele kledingindustrie voor in het leven roepen om dat te verdoezelen en zo de aandacht af te leiden naar het kleurige omhulsel. Het is een illusie om te denken, zoals de naturisten, dat je je schaamtegevoel kwijt raakt door in je blootje te gaan lopen, net zo min als ascese tot onthechting leidt. Een geklede mens in de vrije natuur is net zo'n bizarre aanblik als een blote in de stad. Pas als je een totale onafhankelijkheid hebt verworven en niet meer beïnvloedbaar bent door de oordelen van anderen, verdwijnt het schaamtegevoel. Maar intussen loopt de beschaafde mens rond slechts zijn denkhoofd en werkhanden ontbloot en geheel symbolisch een strop om de hals. Achter uniformen, driedelige pakken, feest- en werkkledij verbergt hij zich. Dat vormt zijn toneelkledij, waarin hij zijn rollen in de maatschappij speelt. Slechts in spaarzame ogenblikken ontkleedt hij zich en voelt zich dan even naakt als een heremietkreeft die uit zijn slakkenhuis gekropen is. Zo waakt, sinds de kerkvaders, de zich christelijk noemende kerk over de goede zeden van het volk, terwijl toen zijn leerlingen ooit aan hun meester vroegen:

"Wanneer zult gij ons openbaar zijn en wanneer zullen wij u zien", hij antwoordde: "Wanneer gij u ontkleed zult hebben en u niet schamen zult."(88)

en

"Wanneer gij het omhulsel der schaamte met voeten getreden zult hebben."(89)

Maar waar blijf je dan met al die toga's en kazuifels, met alle pijen en monnikskappen?

Over wetenschappelijke verbanden

"Dames en heren, vandaag gaan we een interessant experiment doen", zei de professor tegen zijn biologie-studenten. Naast de professor stond een tafel met daarop een exemplaar van de Hongkongkikker, de specialiteit van de internationaal befaamde wetenschapper. "Spring", zei de professor tegen de Hongkongkikker en het beestje nam inderdaad een grote sprong. "Dames en heren studenten, u ziet het, de kikker heeft maar liefst 79 cm gesprongen." Hij zette de kikker op de rand van de tafel en riep nogmaals: "Spring." De kikker maakte nu een sprong van ruim 83 cm. Het experiment werd nog enige malen herhaald - zo hoort dat als je iets wetenschappelijk bewijzen wilt - en uiteindelijk maakte de kikker zelfs een sprong van bijna 1 m. Toen haalde de professor een mes tevoorschijn en hakte beide achterpoten van de Hongkongkikker af. Hij zette de kikker weer op dezelfde plaats en riep weer: "Spring." De kikker reageerde niet. Nog drie keer riep de professor hard: "Spring." Maar het beest verzette geen poot. "Dames en heren", zei de professor voldaan over het geslaagde experiment, "hiermee is wetenschappelijk komen vast te staan, dat het verwijderen van de achterpoten bij de Hongkongkikker doofheid ten gevolge heeft."

Dat is de manier waarop wetenschappers hun valse verbanden leggen. Uit hun natuurlijk milieu gehaalde en gekooide ratten, mishandeld door injecties, gevoerd met uit te proberen stoffen, gemeten en gewogen, met kunstlicht belicht en wetenschappelijk verantwoord opgefokt, behandeld als fysiologisch apparaat en niet in staat om aan hun belagers te ontsnappen, krijgen kwaadaardige gezwellen. En dan trekt de wetenschapper de conclusie, dat die stof kankerverwekkend is en vergeet gemakshalve wat hij het dier allemaal aangedaan heeft. Kanker komt in de ongerepte natuur niet voor. Alleen gedresseerde, getemde dieren, gekooid en onderworpen aan de grillen van bazen en onderzoekers, verkankeren, zoals beschaafde mensen ook kankerend verkankeren. Zo legt de wetenschapper in wilde weg verbanden, tussen roken en longkanker, luchtwegaandoeningen en luchtvervuilingen, baarmoederhalskanker en penishygiëne, koelkasten en maagkanker, voedsel en darmkanker, snoep en cariës, hooikoorts en graspollen, reuma en vocht, verkoudheid en tocht, hypertensie en zoutgebruik, blaasontstekingen en minirokken, eczeem en wasmiddelen, fietszadelstand en impotentie. En de mensen geloven het allemaal terwijl het alleen maar angst- en schuldgevoelens oproept, waardoor ze juist veroorzaken wat ze willen voorkomen.

"Wij moeten met betrekking tot de belangrijkste dingen niet in het wilde weg verbanden leggen."(90)

Over gezinnen

Een gezin is een gesloten systeem, een cultuurtje op zich. Een netwerk van elkaar beïnvloedende, van elkaar afhankelijke en op elkaar reagerende individuen. Elk gezin heeft zijn eigen onuitgesproken regels en communicatiespelletjes, waardoor elk gezinslid weet waar hij aan toe is en ieder zijn eigen plaats heeft. De taken zijn verdeeld, de kamers zijn verdeeld, geld verdeeld, bezit verdeeld, zitplaatsen verdeeld, macht verdeeld en zo wordt het spel gespeeld. Iedereen zorgt, voor de lieve vrede, voor het handhaven van dat zo wankele evenwicht. Mensen zijn op elkaar ingespeeld en de verschillende karakters sluiten op elkaar aan als in een legpuzzel. Maar er zijn zoveel dingen waardoor het evenwicht verstoord kan raken en er onrust optreedt. Verhuizing, verbouwing, zwangerschap, ruzie in de familie of op het werk, feestdagen, bezoek aan oma, geboorte van een kind, veranderingen van baan, examens, ontslag, financiële problemen, vakanties, het naar school gaan van de kinderen, het overlijden van familieleden, door dat alles kan dat evenwicht verstoord worden. Het gezin wordt ziek en een van de leden wordt de symptoomdrager. Altijd gaat aan het uitbreken van een ziekte iets vooraf. Terwijl dat er dan achter zit, gaan mensen naar de dokter om van hem te horen wat er achter zit, waardoor ze er nooit meer achter komen, wat er echt achter zit. Het is eigenlijk ongelooflijk, dat mensen zo voor de hand liggende verbanden niet meer zien. Op het moment dat een van de gezinsleden ziek wordt, verandert de aandacht ten gunste van de patiënt. Hij krijgt zijn rust en verzorging, plannen worden opgeschoven, bezoeken afgezegd en al gauw is het evenwicht weer hersteld. Tenzij de dokter wordt ingeschakeld, die zich toch ongerust afvraagt of er niet iets bijzonders achter zit. Dan slaat de onrust pas goed toe en ontlaadt zich op het hoofd van het slachtoffer. Iedereen bemoeit zich ermee en wacht gespannen af totdat de dokter b.v. zegt, dat het chronisch is en de patiënt patiënt zal blijven. En er ontstaat een nieuw evenwicht, alle leden passen zich aan en een speelt de rol van patiënt. Het net is gesloten en hij komt er nooit meer uit. Er zijn nieuwe rituelen ontstaan van pillen, diëten en ontzien en al gauw weet niemand meer beter. De communicatie wordt aangepast om het wankele evenwicht niet te verstoren en de lieve vrede te bewaren. Conflicten worden uit de weg gegaan en gesust; denk aan de patiënt.

Kinderen, die in een gezin met een chronische patiënt opgroeien, hebben op den duur een ziekmakende en -houdende communicatie ontwikkeld. Ze zijn ongewild drager geworden van een ziekmakend communicatiepatroon. Dat bepaalt later hun partnerkeuze en de geschiedenis herhaalt zich. Erfelijk noemt de wetenschapper dat. In een huwelijksrelatie vullen de partners elkaar aan en hebben zich aan elkaar aangepast. Een kwestie van geven en nemen, een compromis. Ieder levert terwille van de ander en de eenheid wat belangen, wensen en vooroordelen in. Twee dominanten bij elkaar kan niet, want twee kapiteins op een schip geeft alleen maar problemen en ruzies. Twee afhankelijke kan evenmin en zo passen de twee karakters op elkaar als een deksel op een doos. Wat de een teveel heeft, heeft de ander te weinig en zo is de een dominant, de ander afhankelijk, een extraverte en een introverte, een prater en een zwijger, een harde en een zachte, een aangepaste en een onaangepaste, een sterke en een zwakke, een rationele en een intuïtieve, een nette en een slordige, een zekere en een onzekere, een zorgenmakende en een zorgenwegwimpelende, een dikke en een dunne, een strenge en een toegevende, een handige en een onhandige, een trage en een vlotte, een zakelijke en een onzakelijke, een sportieve en een onsportieve, een mooie en een lelijke, een domme en een intelligente, een koude en een warme, een bange en een moedige, en samen houden ze in deze maatschappij het hoofd boven water. Een bekend patroon, omdat het een afspiegeling is van hun ouder-relaties. Zo beletten mensen elkaar om te veranderen, want als de pot verandert past de deksel niet meer. Als b.v. de afhankelijke zelfstandiger wil worden, wordt hij door de dominante weer teruggedrukt, en als hij toch doorgaat, wordt de dominante, omdat zij daardoor ontregelt, ziek. Deze dominantie en submissiepatronen kunnen zich generaties lang voortzetten. De bij zo'n relatie behorende symptomen heten erfelijk. En zo brengen zieke ouders ziek gehouden door de geneeskunde zieke kinderen voort.

Over het bestrijden van symptomen

Wanneer je een fietsband te hard oppompt, komt er vroeg of laat een bult op. Dat komt, zeggen de mensen dan, omdat er een zwakke plek inzit. En vervolgens gaan ze de zwakke plek verstevigen en het gevolg is, dat er al gauw op een andere plaats een nieuwe bult ontstaat. Slecht fabrikaat van een waardeloze fabriek natuurlijk. Door de ene bult weg te werken en de oorzaak, namelijk de te hoge spanning ongewijzigd te laten, moet het wel op een andere plaats weer tevoorschijn treden. In de geneeskunde noemen ze dat symptoomverschuiving. Wanneer je bij een patiënt het ene symptoom wegwerkt, krijgt hij op een andere plaats wel weer een nieuw symptoom. En zo blijven de artsen bezig tot de dood erop volgt. Zo kun je in een relatie waarin een van de partners de symptoomdrager is van het verstoorde evenwicht, door de een te genezen veroorzaken, dat de ander ziek wordt. En in gezinnen, waar zich de spanning in een kind ontlaadt door dat kind extra aandacht en verzorging te geven, waardoor het beter wordt, het symptoom overdragen op een ander kind. Zo'n ziekte heet dan besmettelijk. Maar het enige wat er dient te gebeuren als een band te hard is opgepompt is, dat je de spanning vermindert door het ventieltje een beetje open te draaien. Dat kan nooit een ander voor je doen. Hij kan je er alleen maar op wijzen, waar het ventieltje zit. Zo worden op grote schaal in de maatschappij ook slechts symptomen bestreden, werkeloosheid, milieuvervuiling, verkeersonveiligheid, kernwapens maar uiteindelijk geeft dat ook alleen maar symptoomverschuiving.  

"Het lijden van een groot deel van de mensen is als de martelingen van een knagende pijn en er zijn veel rotte en pijnlijke kiezen in de mond van de maatschappij. Maar die maatschappij wijst het zorgvuldige en geduldvergende geneesmiddel af en stelt zich ermee tevreden de buitenkant wat op te poetsen met glanzend goud, dat haar ogen verblindt voor het eronder liggende bederf. Maar de patiënt kan zijn ogen niet sluiten voor de aanhoudende pijn. Velen zijn de maatschappelijke tandartsen, die proberen het kwaad van de wereld te beheersen, door prachtige vullingen aan te bieden en velen zijn de lijders, die zich over geven aan de wil van de hervormers en daardoor hun eigen lijden vergroten, meer vergen van hun kwijnende kracht en zichzelf misleiden tot in de diepte van de dood."(92)

En zo buigen overal goedwillende en hardwerkende mensen in actiegroepen, projectgroepen en commissies zich met alle inzet over symptomen, maar nooit wordt er zo wezenlijk ook maar iets opgelost.

Over verliezen en hebben en zijn

Mensen hebben de eigenaardige gewoonte om te denken, dat ze zijn wat ze hebben. Ze hebben een vak geleerd en denken dat ze daardoor monteur zijn, een geloof en tradities en dat ze daardoor jood of christen zijn, kinderen, en denken daardoor dat ze vader of moeder zijn, een politieke overtuiging, en denken dat ze daardoor socialist of communist zijn, een karakter, en denken dat ze daardoor driftig of agressief zijn, een donkere huidkleur, en denken dat ze daardoor neger zijn, een symptoom en denken dat ze daardoor patiënt zijn, een titel, en denken , dat ze daardoor geleerd zijn, borsten en denken dat ze daardoor vrouw zijn, een verleden, en denken dat ze daardoor hun verleden zijn, een voorkeur voor de eigen sekse, en denken dat ze daardoor homofiel zijn, bezittingen, en denken dat ze daardoor rijk zijn, een man, en denken dat ze daardoor echtgenote zijn, belangen, en denken dat ze daardoor belangrijk zijn, het leven, en denken dat ze daardoor levend zijn. Zo zijn mensen verlengstukken van hun bezit geworden en verandert bezit mensen dus in iets anders. En als ze dat zelf niet denken, dan denken de anderen dat wel. In deze wereld hebben mensen allemaal zoveel en wie veel heeft kan ook veel verliezen. Mensen ontlenen hun geluk en gevoel van eigenwaarde aan wat ze hebben en niet aan wat ze zijn. Daarom zijn mensen voortdurend op hun hoede om hun bezit tegen anderen te verdedigen, de grenzen af te bakenen, indringers te verdrijven en banden, die hen met hun bezit verbinden te onderhouden en te verstevigen. Een vermoeiende bezigheid en een wankele basis voor het beeld wat de mens voor zichzelf heeft. Alles wat je hebt kun je verliezen, kan je door anderen ontnomen worden, kan in gevaar komen en dat roept dan angst, boosheid of verdriet op. Zo roept het verlies van familieleden, ontroofd door Magere Hein, verdriet op. Maar dat verdriet is een verkapte vorm van zelfmedelijden, want je hebt geen verdriet omdat de ander er niet meer is, maar omdat je een deel van je bezit verliest, waardoor een leegte ontstaat, die je zult moeten compenseren. Alleen wie niets heeft kan niets verliezen en hoeft niets te verdedigen. Daarom staat er geschreven, dat wie alles verliest zijn leven zal behouden.

"Freedom is just an other word for nothing left to lose."(92)

Het leven van de cultuurmens bestaat uit het verwerven van bezit, het verdedigen van bezit, en het uiteindelijk op het sterfbed weer loslaten van het bezit. Dat is geen zijn maar hebben.

"Dat de doden dood zijn, dat is niet zo erg. Maar dat de levenden niet leven."(93)

Mensen leven niet, maar leiden een leven, of zoals velen verzuchten, worden geleefd. Door hun eigen wensen, willen en verwachtingen laten ze zich door het leven drijven. Het leven niet aankunnen wil zeggen, dat je de eisen die anderen aan je stellen of die je aan jezelf stelt, niet aan kunt. Niets hoeft de mens te doen om te leven, want dat doet het leven zelf. Als je het leven niet aankunt, wil dat eigenlijk zeggen, dat het leven jou niet aankan. Ooit heette zo te leven slapen of verblind zijn, dood, goddeloos of in de onderwereld verkeren. Dat beseffen mensen niet meer en iemand die in de illusie verkeert dat hij wakker is, kun je niet duidelijk maken, dat hij eigenlijk slaapt. Het is ook erg pijnlijk om mensen te laten zien, dat ze zich hun leven lang vergist hebben, dat, alle bloed, zweet en tranen vergoten zijn voor een illusie, dat het hun onwetendheid was, waardoor ze zichzelf alle pijn, angst en verdriet hebben aangedaan. Dat ze hun leven en inspanningen in dienst hebben gesteld van het bouwen van een onrechtvaardige wereld of het pogen te veranderen in een andere onrechtvaardige wereld. En hoe hoger mensen geklommen zijn, hoe harder het aankomt. Maar de gelukzaligheid, die je ervaart bij het ontwaken is voor ieder mens gelijk, of je nu bisschop bent of crimineel, of je je nu 10 jaar vergist hebt of 70.

Over de angst om dood te gaan

Bang voor de manier waarop ze dood zullen gaan, omdat ze in hun omgeving zoveel trieste sterfgevallen zien, proberen mensen zich in te dekken en nemen allerlei voorzorgsmaatregelen om dat te voorkomen, terwijl ze niet eens weten waarom die mensen zo dood gaan. Terwijl ze bang zijn voor een lang ziekbed, een pijnlijke doodsstrijd en afhankelijkheid van anderen, leggen ze toch hun heil in handen van artsen en hulpverleners, waardoor ze oproepen waar ze bang voor zijn. En dan is er de angst om al hun kostbare spullen, waar ze zo aan gehecht zijn en hun hele leven voor geploeterd hebben te moeten achterlaten en waarop de achterblijvenden zich als aasgieren zullen storten en het onsmakelijk gevecht om de boedel zullen strijden. De angst, dat wat zij zo gekoesterd hebben, verwaarloosd zal worden. Bang gemaakt door al die praatjes over predestinatie, hel en verdoemenis. Bang, omdat ze beseffen, dat ze nog zoveel goed te maken hebben, al die niet bijgelegde ruzies, mensen die ze te kort gedaan hebben en in de steek gelaten hebben. Bang, omdat pas op het sterfbed het besef doorbreekt, dat ze hun kinderen op het spoor gezet hebben, waarop ze nu zelf doodlopen en dat ze dat niet meer kunnen veranderen. Bang, omdat ze de touwtjes, die ze altijd in handen hebben gehad, los moeten laten en wat moet er dan van terechtkomen. Bang, omdat ze nog niet en nooit klaar zijn geweest en het niet meer af kunnen maken. Bang, omdat ze zich verantwoordelijk voelen voor anderen en onmisbaar en dat de anderen het niet zullen redden zonder hen en bang, dat ze vergeten zullen worden en dat hun plaats ingenomen wordt door anderen. Op hun sterfbed moeten mensen of ze willen of niet, van alles afstand doen. Hoe gehechter aan alles hoe moeizamer en pijnlijker het gevecht om los te laten. Daarom is het wijs om zo te leven, dat je altijd klaar bent en je olielampje niet als van die dwaze maagd als puntje bij paaltje komt leeg is. Dat is het enige vereiste voor een zachte dood, de enige ware euthanasie, een met een gerust hart kunnen vertrekken met het gevoel dat je geleefd hebt zoals het de bedoeling was. Dat je niemand hoeft op te schepen met de puinhoop die door jouw toedoen is aangericht. Dan besef je

"dat er geen dood is, maar alleen een overgaan van de ene wereld in de andere."(94)

In zijn doodsstrijd zegt Iwan Iljitsj:

"Heb ik misschien niet geleefd zoals ik moet?"Die gedachte kwam ineens in zijn hoofd op. "Maar hoe zou dat kunnen, ik heb toch alles gedaan zoals het behoorde?", sprak hij tot zichzelf en hij verjoeg dadelijk de enige oplossing van het raadsel van leven en dood als iets volslagen onmogelijks. Door het zwarte gat kruipen belette hem de gedachte, dat zijn leven goed was geweest. Die rechtvaardiging van zijn eigen leven was het, die hem vastketende. (95)

Overigens heeft de moderne fysica met haar zwarte gaten een analoog beeld als ze vermoedt

"dat in het zwarte gat alle wetten van de fysica ophouden te bestaan en zelfs ruimte en tijd verdwijnen en dat alles wat in een zwart gat wordt opgeslorpt, weer uitgebraakt wordt aan de andere kant en die andere kant is dan een ander universum."(96)

Ingenieus speurwerk hebben de wetenschappers moeten verrichten voor wat Tolstoi intuïtief begreep.

Over rassen en volkeren

Overal ter wereld worden kleine mensjes, wereldburgers, geboren, en door hun ouders, die dat toch ook ooit waren, opgevoed tot verschillende soorten mensen. Overal wordt door de grote mensen de culturele ballast, die ze al van generatie op generatie met zich mee zeulen in die blanco kinderhoofden gegoten. Zoals je van zuiver ijzer, door toevoeging van ijzervreemde metalen in de smeltkroes ontelbaar veel verschillende legeringen kunt maken. Om geschikt gemaakt te worden voor al die merkwaardige doelen, die de grote mensenwereld zichzelf gesteld heeft moeten kinderen aangepast worden. Na hun toekomstige gebruikswaarde worden ze omgevormd en opgezadeld met de vooroordelen van hun ouders, geloven ze al gauw dat ze anders zijn dan andere mensen. Dat ze Maori zijn of Ariër, Duitser of Nederlander en dat ze dus andere aangeboren neigingen en eigenschappen hebben, dat ze nuchter zijn, omdat ze Nederlander zijn, primitief omdat ze Maori zijn, uitverkoren omdat ze Jood zijn, en een Übermensch omdat ze Ariër zijn. En zo stopt ieder elkaar in hokjes met een scala van etiketten erop. Toch zijn er op deze wereld alleen maar mensen, waarmee ze zichzelf ook toegetakeld hebben of wat ze zich ook verbeelden te zijn. Elke scheiding is kunstmatig en geeft verdeeldheid en in die verdeelde wereld voelen mensen zich meer en beter, omdat hun boeken ouder zijn, hun prestaties groter, omdat ze meer bezit hebben, hun taal ingewikkelder is, omdat ze meer geleerd hebben, omdat ze zichzelf mooier vinden, beschaafder zijn of blank. En daarom voeren ze oorlogen en moorden elkaar uit, want

"All animals are equal, but some are more equal than others."(97)

Je kunt de mensheid vergelijken met een syncitium, zoals b.v. een koraalrif. Daar leven in harmonie miljarden koraaldiertjes, tot nut van het algemeen, slechts gebonden aan het feit, dat ze koraaldiertjes zijn. Geen diertje leeft ten koste van een ander. Geen laat een ander voor zich werken, omdat hij moet studeren, niet een houdt er zich bezig met hoe anderen leven moeten. En prachtig als door een onzichtbare hand gestuurd, leven ze als een eenheid. Tot op gegeven moment een koraaldiertje, laten we hem Adam noemen, het in zijn hoofd haalt om de eenheid te verbreken en wat anders te willen. Hij wil geen gewoon koraaldiertje meer zijn, hij wil anders en meer zijn dan anderen. Hij sluit een complot met zijn buurvrouw, Eva natuurlijk, en samen gaan ze de boel reorganiseren. Het werkt aanstekelijk, maar al gauw komen er ruzies, moord en doodslag en scheiden groepen zich af. Er komen meesters en slaven, en na verloop van tijd ontstaan er overal zieke plekken in het rif, het gaat scheuren en stukken sterven af. Als kankergezwellen groeien andere stukken uit ten koste van de minder ontwikkelde koraaldiertjes en uiteindelijk is er geen koraaldiertje meer, wat nog gewoon is wat hij zou moeten zijn, terwijl zij elkaar voor niet normaal uitschelden. Iedereen voelt zich op den duur niet gelukkig meer, voelt wel dat er niets niet klopt en er wordt eindeloos getheoretiseerd hoe het anders zou moeten, hoe de eenheid met behoud van eigen identiteit, zoals ze hun afwijking noemen, weer hersteld kan worden. Maar dat geeft ook alleen maar ruzie. Totdat er een koraaldiertje is, dat maar in zijn eentje op zoek gaat en tenslotte bemerkt, dat het het allerprettigste is om gewoon eenvoudig koraaldiertje te zijn. De dwaas.

Over school en opvoeding, een allegorie

"Het dochtertje van de hospita vroeg aan mijnheer K.: 'Als mensen haaien waren, zouden ze dan aardiger zijn voor de kleine vissen?' 'Natuurlijk', antwoordde hij, 'als mensen haaien waren dan zouden ze sterke hokken gebouwd hebben in de zee voor de kleine vissen. Daar zouden ze ook allerhande voedsel, planten en kleine dieren inleggen. Ze zouden ervoor zorgen, dat er altijd vers water in de hokken was en zij zouden zeker alle mogelijke sanitaire voorzieningen treffen. Wanneer b.v. een kleine vis een vin bezeerd zou hebben, zouden ze hem onmiddellijk verbinden, zodat hij niet voortijdig door de haaien zou worden opgegeten. Verder zouden ze van tijd tot tijd grote waterpartijen organiseren, opdat de kleine vissen nooit verdrietig zouden zijn; want gelukkige vissen smaken beter dan treurige. In de hokken zouden ook scholen aanwezig zijn. Daar zouden de kleine vissen leren hoe ze de bek van een haai binnen moeten zwemmen. Zij zouden b.v. aardrijkskunde moeten leren om de haaien, die ergens in de zee rondzwemmen gemakkelijk te kunnen vinden. Het belangrijkste zou natuurlijk de morele opvoeding van de kleine vissen zijn. Hun zou geleerd worden, dat het mooiste wat een kleine vis kan bereiken in het leven is, zich blijmoedig op te offeren en verder dat ze allemaal in de haaien moeten geloven, vooral wanneer die beweren, dat zij voor een gelukkige toekomst zullen zorgen. Men zou de kleine vissen aan het verstand brengen, dat zo'n toekomst alleen verzekerd is, wanneer zij leren gehoorzaam te zijn. Zij dienen zich ver te houden van allerlei lage materialistische marxistische neigingen en moeten de haaien onmiddellijk waarschuwen zodra een van hen zulke neigingen zou vertonen. Wanneer haaien mensen zouden zijn, zou er van vanzelfsprekend ook kunst bestaan. Er zouden mooie schilderijen zijn, allemaal in prachtige kleuren, van haaietanden, van hun bekken en kelen; die zouden worden afgebeeld als plaatsen waar je heerlijk kunt stoeien en spelen. In de theaters op de bodem van de zee zouden toneelstukken worden opgevoerd waarin dappere kleine vissen vol enthousiasme door het keelgat van een haai zwemmen en de muziek zou zo prachtig zijn, dat de kleine vissen op het horen ervan in dromerige stemming naar de kapellen zouden gaan en zij zouden, vervuld van de meest plezierige gedachten, de keel van de haaien inglijden. Er zou ook zonder enige twijfel godsdienst bestaan, die zou leren, dat het ware leven pas in de buik van de haai begint. En wanneer de haaien mensen zouden zijn, zouden de kleine vissen niet langer, zoals nu het geval is, elkaars gelijke zijn. Aan sommige van hen zouden ambten worden toegekend en zij zouden boven de anderen worden gesteld. Aan degenen, die een beetje groter zijn dan de anderen zou zelfs worden toegestaan de kleinere op te eten. Dat zou alleen maar plezierig zijn voor de haaien, want dan zouden ze vaker een flinke portie naar binnen kunnen slaan. En de voornaamsten onder de kleine vissen, degenen die een ambt bekleden, zouden erop toezien, dat er orde en tucht heerst. En zij zouden schoolmeesters, officieren, hokkenbouwkundig ingenieurs etc. worden. Kortom, alleen wanneer haaien mensen waren, zou er beschaving in de zee kunnen heersen.'"(98)

Over meer en minder en voor en tegen

De koek is verdeeld overal zijn de grenzen getrokken en niemand is tevreden. Overal wil de ene groep mensen meer, de andere minder, hier wat bij en daar wat af. Meer kernenergie, minder kernenergie, meer vlees, minder vlees, meer productie, minder productie, meer politie, minder politie, meer computers, minder computers, meer belasting, minder belasting, meer wegen, minder wegen, meer ontwikkelingshulp, minder ontwikkelingshulp, meer ambtenaren, minder ambtenaren, meer auto's, minder auto's, meer bewapening, minder bewapening, meer inpoldering minder inpoldering, meer macht, minder macht. Overal een gevecht om de grenzen te verleggen, overal een gevecht om het territorium, eigen bezit en belangen te behouden of te vergroten. Voor- en tegenstanders, die elkaar met hun eigen kortzichtige visies, ondersteund door wetenschappelijke theorieën, rapporten, statistieken en grafieken te lijf gaan omdat zij de enig juiste oplossing hebben. Een eindeloos gevecht. Belang van de een, gaat altijd ten koste van het belang van de ander en de wetenschap is zo plooibaar, dat alle argumenten en bewijzen voor even wetenschappelijk zijn als die ertegen.

"Als één bouwt en één afbreekt, verwekken zij niets dan moeite." (99)

Mensen willen een eerlijker verdeling, maar de een bepaalt voor de ander wat eerlijk is. Maar stel je nu eens voor, dat er geen kernenergie zou zijn, dan zou je geen voorstanders en geen tegenstanders hebben. En als je dat met al die andere dingen ook zou doen, zou er op het laatst helemaal niets meer zijn om ruzie over te maken en zou het eindigen zoals het begonnen is. Er is toch al eerder gezegd, dat het einde als het begin zou zijn?

Over de besmettelijkheid van ziekten

De wetenschap, die zelf de bacteriën en virussen heeft uitgevonden en ze als verwekkers van ziekten heeft bestempeld, heeft met zijn eigen logica en bewijzen met veronachtzaming van alle feiten die in zijn kraam niet te pas kwamen aangetoond, dat ziekten besmettelijk zijn, omdat die ziekteverwekkers zich van mens naar mens of van dier naar mens verspreiden. En de mensen geloven dat. Zij hebben het nog nooit met eigen ogen gezien, maar als het wetenschappelijk is, zal het wel waar zijn. En zo wordt geloof tot waarheid. Dat bacteriën alleen op heel specifieke voedingsbodems groeien en mensen dus ook aan heel specifieke voorwaarden moeten voldoen om besmet en ziek te worden, wordt gemakshalve en terwille van het voortbestaan van diezelfde wetenschap vergeten. Zo heeft de wetenschap de angst voor demonen, spoken en duivels plaats laten maken voor de angst voor griepvirussen, tuberculosebacillen en kankerverwekkende stoffen. En zo laten mensen zich besmetten met vooroordelen, waardoor ze uit hun evenwicht raken en juist daarom geschikte voedingsbodems vormen, waarin bacteriën welig kunnen tieren. Met al die verhalen over alom tegenwoordige bacillen en virussen, die zomaar uit het niets kunnen toeslaan, die voortdurend op de loer liggen om in onbewaakte ogenblikken nietsvermoedende slachtoffers te bespringen, binnen te dringen en kwaad en verderf te zaaien, heeft de wetenschap angst gezaaid. Maar gelukkig is de wetenschap er, zeggen de mensen dan, die kan ons helpen, niet beseffend dat de wetenschapper tegen betaling oogst wat hij zelf gezaaid heeft. Zoals in monoculturen van gewassen besmettelijke ziekten toeslaan, slaan onder mensen gedompeld in angsten waarmee ze elkaar beïnvloeden, epidemieën toe. Wanneer in Hongkong de Hongkonggriep uitbreekt, aldus geëtiketteerd door de wetenschappers, verspreidt de angstpsychose zich als een vloedgolf over de wereld. Koortsachtig wordt gewerkt aan vaccins om het virus voor te zijn. De wetenschap heeft zelfs groepen mensen aangewezen die zich extra bang moeten maken en al die goedgelovigen raken daardoor uit hun evenwicht, totdat ze hun spuit gehad hebben, want dan is de angst bezworen.

En weer zijn het de artsen en farmaceutische industrieën die er beter van worden. Besmettelijke ziekten zijn alleen maar besmettelijk, omdat mensen bang zijn dat ze besmettelijk zijn. Bij de cholera heeft de wetenschap zelf argumenten aangedragen die de invloed van angst op de besmettelijkheid aantonen. Volgens de wetenschap vindt de cholerabesmetting plaats door het inslikken van de cholerabacil. De bacil is niet bestand tegen het maagzuur en gaat in de maag ten gronde, tenzij de normale maagzuurproductie ophoudt. Angst en paniek stoppen de maagzuurproductie en de bacil kan ongehinderd de darm bereiken, waar hij zich vermeerdert en zijn moordlustig werk kan beginnen. Zo gaan juist degenen, die de cholera het meeste vrezen er aan ten onder: de gezonde jongeren, die het leven nog voor zich hebben, met hun toekomstdromen, de onmisbare moeders en de kostwinnende vaders. En de ouderen, die toch niets meer van het leven verwachten en kleine kinderen, niet door kennis gehinderd, blijven veel vaker gespaard. En weer zijn het dus niet de verschijnselen, maar is het hun mening omtrent de verschijnselen, waardoor mensen uit hun evenwicht raken met alle gevolgen van dien.

* * * * *

Noten

  a. Rilke, Rainer Maria "Het dagboek van Malte Laurids Brigge" Querido A'dam 1974
  b. de Tjonge, Freek "NOS Denkbeeld" 08-05-1980
  1. Wittgenstein, "Tractatus Logicophilosophicus", Athenaeum-Polak van Gennip 1976
  2. Upanishad "Tien Upanishads" De Driehoek Amsterdam z.j.
  3. Jesaja 47:10
  4. de Genestet P.A. "Leekegedichtjes" Thomas en Eras 's Gravenhage 1978
  5. Wittgenstein, L. "Losse opmerkingen" Het Wereldvenster Baarn 1979
  6. Gibran, Kahlil "De Profeet" Mirananda Wassenaar 1976
  7. Kierkegaard, Soren "Schotschriften tegen de gevestigde orde" Ten Have Baarn 1980
  8. Fortmann, Han "Heel de mens" Ambo Baarn 1972
  9. Jesaja 2:8
10. Freud, S
11. Fortmann, Han "Heel de mens" Ambo Baarn 1972
12. Exodus 20:5
13. Freud, S.
14. Fortmann, Han "Heel de mens" Ambo Baarn 1972
15. de Genestet P.A. "Leekegedichtjes" Thomas en Eras 's Gravenhage 1978
16. von Weizsacker, Victor "De zieke mens" Veen's Uitgev. Mij Amsterdam 1952
17. Erasmus "Lof der zotheid" Het Spectrum Utrecht 1969
18. Schiller, F. "Das lied von der Glocke"
19. Ortega y Gasset Jos' "En torno a Galileo"
20. Fortmann, Han "Heel de mens" Ambo Baarn 1972
21. Wittgenstein, L. "Losse opmerkingen" Het Wereldvenster Baarn 1979
22. Gibran, Kahlil "De dwaas" Mirananda Wassenaar
23. Kierkegaard, Soren "Het begrip angst" Erven Bijleveld Utrecht 1958
24. van Eeden, Frederik "De kleine Johannes" Elsevier Manteau Amsterdam 1978
25. van Eeden, Frederik "Studies over Eduard Douwes Dekker"
26. Bilharz, geciteerd in Wortmann, J. "Synthetische geneeskunde" Erven Bohn Haarlem 1936.
27. van Eeden, Frederik "Rede te Leeuwarden" 19-11-1915
28. Hoffmann E.T.A.
29. Heraclites "Fragmenten" Athenaeum-Polak en van Gennip 1979
30. Oxyrrhynchus papyri
31. Rousseau J.J.
32. Orwell, George 1984 Arbeiderspers Amsterdam 1971
33. Prediker 8:9
34. Salzmann, Christian G. "Het kreeftenboekje"
35. Jesaia 3:12
36. Epictetus "Encheiridion" De Driehoek Amsterdam Z.j.
37. Ortega y Gasset "Goethe desde dentro"
38. Nooteboom, Cees Over Tokyo in de "Avenue", reisverslag.
39. Tatanga Mani in "De aarde is onze moeder" Hollandia Baarn 1973
40. Thoreau, Henry David "Walden" Meulenhoff Amsterdam 1972
41. Wijsheid van Salomo 10:1
42. Multatuli "Ideeen" 925
43. Wittgenstein, Ludwig "Losse opmerkingen" Wereldvenster Baarn 1979
44. Hugo Victor
45. Marx, Karl "Das Kapital"
46. Zukav, Gary "De dansende Woelimeesters" Bert Bakker Amsterdam 1981
47. Nag Hammadi Library Brill Leiden 1977
48. Stern, Karl "Flight for women"
49. Lyell, Charles
50. Marcus Aurelius Antonius "Overpeinzingen" De Driehoek Amsterdam z.j.
51. Nag Hammadi Library "Tractus Tripartitus" Brill Leiden 1977
52. Heraclites "Fragmenten" Athenaeum Polak en van Gennip Amsterdam
53. Lau Tse "Tao Teh King" Ankh Hermes Deventer 1979
54. Boeddha "Maijhima Nikaya" Ankh Hermes Deventer 1978
55. Campert, Remco "Fabeltjes vertellen" Thomas Rap Amsterdam 1970
56. Millikowski, Herman "Lof der onaangepastheid"
57. v.d. Hoofdakker, Rudi "Het bolwerk van de beterweters" Pamflet
58. Metz, Willem "Het verschijnsel pijn" Haarlem 1964
59. Kafka, Franz
60. von Weizsacker, Victor "De zieke mens" Veen Amsterdam 1952
61. Thoreau "Walden" Meulenhoff Amsterdam 1972
62. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 1915 pag. 1313
63. Tsjwang Tse "Uit de werken van Tsjwang Tze" Ankh Hermes Deventer 1973
64. Gibran, Kahlil "De Profeet" Mirananda Wassenaar 1976
65. Paracelsus "Volumen Paramirum" Schors Amsterdam
66. Gurdjieff "Verhalen van Beelzebub aan zijn kleinzoon" Servire Wassenaar
67. Paracelsus "Vol. Paramirum" Schors Amsterdam
68. Heraclites "Fragmenten" Athenaeum Polak en van Gennip Amsterdam
69. Thomas A Kempis Vrij naar "Navolging van Christus" Ambo Baarn 1979
70. Wittgenstein, L. "Losse opmerkingen" Wereldvenster Baarn 1979
71. Epictetus "Diatriben" IV-27
72. Marcus 7:15
73. Jerzy Kosinsky "De geverfde vogel"
74. Ortega y Gasset "Zelfinkeer"
75. Wittgenstein, L. "Tractatus Logicophilosophicus", Athenaeum Polak en van Gennip
76. Multatuli "Ideeen"
77. Multatuli "Ideeen"
78. Hesse, Herman "Demian" De Bezige Bij Amsterdam 1977
79. Laing, Ronald
80. Psalmen 115
81. Nag Hammadi Library "Evangelie van Thomas 22e logion" Brill Leiden 1977
82. Plato "Symposion" Athenaeum Polak en van Gennip Amsterdam 1970
83. Hesse, Herman "Tussen Oost en West"
84. Andersen, Hans "De Nachtegaal" Het Spectrum Utrecht 1961
85. Sextus de Pythagoreeer "De gulden verzen van Pythagoras" Schors Amsterdam
86. Thoreau, David "Walden" Meulenhoff Amsterdam 1972
87. Thoreau, David "Walden" Meulenhoff Amsterdam 1972
88. Oxyrrynchus papyri
89. Evangelie van de Egyptenaren
90. Heraclites "Fragmenten" Athenaeum Polak en van Gennip Amsterdam 1979
91. Gibran, Kahlil "Wat het hart verborgen houdt" Mirananda Wassenaar
92. Joplin, Janis
93. van Suchtelen, Nico "Tat tvam asi" Wereld bibliotheek Amsterdam 1938
94. Opperhoofd Seattle in "Want de aarde is onze moeder" Hollandia Baarn 1973
95. Tolstoj, Leo "De dood van Iwan Iljitsj"
96. Zukav, Gary "De dansende Woelimeesters" Bert Bakker Amsterdam 1981
97. Orwell, George "De boerderij der dieren" De Arbeiderspers Amsterdam 1956
98. Brecht, Bertold "Kalendergeschichte"
99. Gregorius Nazianzenus "Epistula 16,1"