 |
Over
de
wederkomst van
Christus en hoe hij ontvangen zou worden
"Zij,
die hun
geloof uitventen voor een arkanum tegen het zedelijk kwaad, zouden zeer
laag neerzien op een onnozele, die zijn gedrag stipt regelde naar de
bijbel
en tevens alles durfde verwaarlozen, waarover de bijbel zwijgt. Het is
een onbetwistbare waarheid, dat Jezus hedentendage weinig kans zou
hebben
op een vriendelijke ontvangst in een maatschappij van mensen, die zich
naar hem noemen en hoogstwaarschijnlijk zouden zijn volgelingen zich
haasten
hem een plaatsje te bezorgen in een christelijk gekkenhuis. "Die man is
niet van onze tijd", zou het heten en terstond zouden de brave
godgeleerden
deze of gene spreuk -liefst van hemzelf- bij de hand hebben om Jezus te
onderrichten, hoe de "ware christen", of grappiger nog, Christus zelf,
wel van zijn tijd behoort te zijn."(42)
Terwijl
hij
toch
duidelijk
gezegd heeft, dat hij niet van deze wereld was, waar mee hij wilde
zeggen,
dat hij niet in deze maatschappij paste. Hoongelach zou hij oogsten met
zijn uitspraak, dat het zinloos is om je te bekommeren om de dag van
morgen,
want waar blijf je dan met je plannen, je verzekeringen, je
programma's,
je agenda? Hoe kun je dan nog iets fabriceren of bouwen? Wat een
onzinnige
boodschap voor deze maatschappij is het "weest niet bezorgd over uw
leven,
want gij zult eten en drinken", met al die levensverzekeringen, gezonde
en verantwoorde voeding, dokters en ziekenhuizen, vlees, u weet wel
waarom.
Wat een onchristelijke uitspraak, dat "weest niet bezorgd over waarmee
gij u zult kleden, want naar al die dingen gaat het zoeken der heidenen
uit". Want waar blijf je dan met je confectie-industrieën, je
mode,
je driedelige pakken, stropdassen, priestertoga's en sieraden.
"Verzamel
u geen schatten op aarde, waar mot en roest ze ontoonbaar maken", hoe
moet
dat dan met al die bezittingen, kunstschatten en hebbedingetjes? En dan
dat "oordeel niet", voor die kerken, die elkaar verketteren,
partijstrijden,
roddel, achterklap en discriminatie. Behalve de mooie woorden heeft het
evangelie met de zich christelijk noemende kerken inderdaad niets te
maken.
Met hangen en wurgen proberen de theologen de boodschap van het
evangelie,
bedoeld om je te bevrijden uit de cultuur, aan te passen aan de
cultuur.
Want het is natuurlijk heel pijnlijk om te accepteren, dat het "wee u
gij
schriftgeleerden en farizeeërs, gij huichelaars, want gij sluit
het
koninkrijk der hemelen toe voor de mensen. Immers, gij gaat er niet
binnen,
en die trachten binnen te gaan, laat gij niet toe daarin te komen",
juist
over hen gaat. Ze bedoelen het toch goed? Maar de weg naar de hel is
geplaveid
met goede bedoelingen.
Zou hij
wederkeren, het zou
heel, heel pijnlijk worden.
Over
paradigma's
Een
paradigma
is een manier
om tegen de werkelijkheid aan te kijken. Het bestaat uit een aantal
hypothesen
omtrent de werkelijkheid, die voor de wetenschappers het fundament
vormen
waarop hij zijn wetenschappelijk bouwwerk vestigt en steeds hoger en
ingewikkelder
uitbouwt. Maar
"elke
hypothese
is een vervalsing van de werkelijkheid."(43)
De
wetenschapper
beschrijft
de werkelijkheid niet, maar geeft zijn interpretatie van de
werkelijkheid.
Om te kijken schuift de wetenschapper het paradigma voor zijn ogen, als
een gekleurde bril en ziet zo een gekleurde en vervalste werkelijkheid
en met hetgeen hij zo waarneemt bedrijft hij wetenschap. Hij verklaart,
trekt conclusies en legt verbanden, valse verklaringen, valse
conclusies
en valse verbanden. De niet ingewijden weten niet dat er zo'n
vertrouwensprogramma
bestaat, zo'n taboe om niet aan het fundament te tornen, zelfs de
meeste
wetenschappers niet, omdat ze voortbouwen op het werk van anderen en
het
lijkt zo verschrikkelijk knap wat ze allemaal doen, met al die
moeilijke
woorden en formules. Toch wordt op die wankele basis wetenschap
bedreven,
totdat op gegeven moment een vermetele het niet pikt, dat er een aantal
dingen niet in het gekozen systeem passen en niet te verklaren zijn met
het aanvaarde denksysteem. Er ontstaat onrust, totdat iemand heel slim
met een ander paradigma, een andere gekleurde bril, op de proppen komt.
En na verloop van tijd haalt iedereen opgelucht adem, dat ze dat niet
eerder
gezien hadden, nu zal het allemaal wel duidelijk worden. Een nieuwe
wereld
gaat open, de stukjes van de legpuzzel worden verschoven, tot dan toe
onverklaarbare
zaken blijken nu wel verklaard te kunnen worden, even valse verbanden
worden
gelegd, maar anders. Totdat na verloop blijkt, dat er weer een aantal
andere
zaken niet verklaarbaar zijn. En zo draait wetenschap al eeuwen om de
werkelijkheid
heen, met gele, groene en paarse brillen op en zo kunnen ze eindeloos
doorgaan.
"De
wetenschap
zoekt het perpetuum mobile. Ze heeft het gevonden, ze is het zelf."(44)
Wetenschap
is
gebaseerd
op een geloof in een paradigma. Als je daarin niet gelooft, mag je niet
meedoen en kun je geen wetenschap bedrijven, want dan heet je
onwetenschappelijk.
Een wetenschapper zonder vooroordelen is onbestaanbaar, omdat hij zijn
bestaansrecht en salaris ontleent aan bezigheden gebaseerd op
vooroordelen.
"Alle
wetenschap
zou overbodig zijn, wanneer wezen en verschijning van de dingen zouden
samenvallen."(45)
Wetenschap
houdt
zich
bezig met de werkelijkheid zoals die zich aan haar voordoet, gezien
door
de gekleurde bril. Het paradigma bepaalt dus de verschijning.
"Inmiddels
heeft
de kwantummechanica aangetoond, dat het niet mogelijk is om de
werkelijkheid
waar te nemen, zonder deze te veranderen."(46)
Het is dus
de
wetenschap
zelf, die de kloof creëert en in stand houdt tussen wezen en
verschijning,
zodat je de werkelijkheid pas kunt aanschouwen als je je brein van
wetenschappelijke
vooroordelen ontdaan hebt. De wetenschap verhindert om helder te zien
en
is dus als een balk in het oog. Vooroordelen dienen belangen, want uit
voordeel spruit vooroordeel. Belangeloze, waardevrije wetenschap
bestaat
dus niet. Het laatste paradigma zal geen paradigma zijn, want pas als
je
de gekleurde bril afzet, zie je de werkelijkheid in zijn ware gedaante.
Het is inderdaad een absurde ontdekking als je ziet, dat de hele
wetenschap,
die in zovele generaties, ten koste van bloed, zweet en tranen,
geconstrueerd
is als een gigantische toren van Babel en die in zijn hoogmoed heeft
gepoogd
de werkelijkheid te doorgronden, een groot luchtkasteel is. Het is als
de moeizame beklimming van de hoogste bergtop. In de illusie dat de top
bijna bereikt is, dat de stap van de gecumuleerde geleerdheid naar het
alweten binnen afzienbare tijd gemaakt zal worden, ploeteren de
wetenschappers
voort. En dan komt daar een onbekende vreemdeling en die zegt: "Laat
maar
jongens, het is allemaal voor niets geweest, zo kom je er nooit." Boven
zit al eeuwen en eeuwen, hoofdschuddend om zoveel dwaasheid een schare
wijzen te wachten.
"De
zonde van
de mens is zijn zelfverheffing, zijn verwachting om het
ondoorgrondelijke
te kunnen doorgronden."(47)
Over
de
evolutietheorie
"Om
nu de evolutietheorie
eens in uiterst wetenschappelijke bewoordingen te stellen, moeten we
zoiets
zeggen als: Op een zeker tijdstip had de aarde een temperatuur, die
uiterst
gunstig werd voor het samengaan van koolstofatomen en zuurstof met de
stikstof-waterstof
verbindingen; toen zijn, uit de willekeurig vorming van klonters,
moleculen
te voorschijn gekomen, waarvan de structuur uiterst gunstig was voor
het
ontstaan van leven. Vanaf dat punt ging het tijden zo voort, totdat via
de natuurlijke selectieprocessen tenslotte een wezen verscheen, dat in
staat is om liefde te verkiezen boven haat, en recht boven onrecht, om
poëzie te schrijven, zoals die van Dante, muziek te componeren,
zoals
die van Mozart, en schetsen te maken, zoals die van Leonardo da Vinci.
Dit is als opvatting van de kosmogenese natuurlijk krankzinnig. Daarmee
bedoel ik zeer zeker niet krankzinnig bij wijze van scheldwoord, maar
in
de formele zin van psychotisch. Zo'n opvatting heeft beslist veel
gemeen
met bepaalde aspecten van het schizofrene denken."(48)
De
evolutietheorie
aanvankelijk
gebracht als hypothese, een bedenksel dat nog bewezen moest worden, was
in het midden van de 19e eeuw zeer welkom. Eindelijk kreeg de heersende
klasse een wetenschappelijke verklaring in handen om standen,
meester-knecht
verhoudingen, slavernij, oorlogen en onrecht als een natuurlijk proces
te zien en zo te rechtvaardigen. Overigens zijn theorieën altijd
ontstaan
in de breinen van leisure class, de hoofdwerkers en verbreid door en
ten
dienste gemaakt aan diezelfde klasse. Weliswaar ging Darwin ervan uit,
dat de mens oorspronkelijk een plaats in de natuur had, en dat hij door
evolutie uit de dierenwereld ontstaan was, maar begreep niet, dat de
mens
zichzelf buiten de natuur had geplaatst en dat wat hij evolutie noemde
in wezen een steeds verdergaande ontaarding was. En nu is de
evolutietheorie
geen theorie meer, maar waar gebeurd en nog steeds evolueert de mens
door,
steeds zieker, decadenter en nog steeds is de evolutiewaan een van de
pijlers
van het westers denken, en alle denkers en revolutionairen die besmet
waren
met het evolutie-virus zijn daarmee de mist ingegaan. Nog steeds zijn
wetenschappers
op zoek naar de missing link, die nooit gevonden zal worden, want de
missing
link is een artefact van de theorie zelf. Niet alleen tussen mens en
dier
zit een missing link, maar tussen alle soorten onderling ook. Nog
wroeten
paleontologen naarstig in de bodem op zoek naar hun hersenschim, ze
hebben
het nog niet gevonden, maar de mensen moeten nog even geduld hebben.
Een
mens reconstrueren uit de kaak van een Homo Heidelbergensis of het
dijbeen
van een Homo Pekinensis is even onzinnig als het construeren van het
beeld
van een kameel als je slechts over zijn uitwerpselen beschikt. Uit de
werktuigen
en tekeningen van de Neanderthalers kun je wel afleiden hoe ze geleefd
hebben, maar niet waarom. Pas als je de drijfveren en motieven van de
hedendaagse
mens en dus van jezelf begrijpt, waarom je zonodig moet creëren en
produceren, kun je het waarom van vroeger begrijpen. Wroeten in het
verleden
als je het heden niet begrijpt is onzinnig, en als je het heden
begrijpt
overbodig.
"De
oplossing
van het verleden ligt in het heden en niet omgekeerd."(49)
Wat mensen
wetenschap
noemen is onwetendheid en wat mensen cultuur noemen is in wezen
ontaarding.
Over het
hebben van een mening
Terwijl
"Socrates
de
meningen van mensen vraatzuchtige monsters noemde, een schrikbeeld voor
kinderen,"(50)
zijn mensen
van
mening
dat het hebben van een mening een hoog goed is. Toen ze nog klein waren
en nog geen weet hadden van al die rare ideeën van die grote
mensen,
hadden ze nog geen, zoals dat heet, eigen mening. Maar wat mensen voor
een eigen mening houden is slechts een naar eigen maat gebrouwen
product,
geconstrueerd uit de brei van vooroordelen, die ze zich eigen gemaakt
hebben
en die hun belangen dient. De mens denkt, omdat hij de gedachte van
andere
mensen herhaalt, omdat hij leent van de geschiedenis en plagiaat pleegt
op de denkbeelden van zijn leraren. De mens denkt, omdat hij is
beïnvloed
en zich concentreert op de gedachten die in zijn hoofd zijn gegoten
door
uitwisseling met andere mensen. De mens denkt, omdat hij de gedachte
formuleert
van anderen in een beetje gewijzigde vorm, en dat noemt hij dan zijn
eigen
mening.
"En
daarom is
er niemand, die met een ander overeenstemt in enige zaak, noch in de
filosofie,
noch in de geneeskunde, noch in de retorica, noch in de muziek, noch in
de werktuigkunde, maar het zijn allemaal meningen en overleggingen. (51)
Immers
geleerden
zijn
geleerd geworden omdat ze zoveel geleerd hebben wat anderen bedacht
hebben,
omdat ze zoveel meningen, theorieën en bedenksels van anderen in
hun
hoofd hebben gegoten en die gemengd hebben met hun door opvoeding en
particuliere
belangen gekruide saus, waardoor een nieuw brouwsel is ontstaan, waar
ze
heel trots op zijn. Het is eigenlijk zo pijnlijk, als je al de
belangrijke,
geëerde en beroemde mensen uit deze maatschappij, ongegeneerd voor
radio en televisie, in kranten, tijdschriften en boeken hun eigen
vooroordelen
en onwetendheid hoort en ziet etaleren.
"Onwetendheid
kan men maar beter verborgen houden."(52)
Maar ja,
"Geleerden
zijn
niet wijs, en wijzen zijn niet geleerd."(53)
En die
komen
dus
niet
aan bod. En zo laat iedereen zich beïnvloeden door de meningen van
anderen en ze zijn het nooit helemaal met elkaar eens.
"Dat
heet de
doodlopende weg der meningen, de kloof der meningen, het struikgewas
der
meningen, het web der meningen. Meningen zijn een ziekte, de mening is
een gezwel, de mening is een zweer. Hij die alle meningen heeft
overwonnen
is iemand die weet."(54)
Mensen
hebben een
eigen
mening, omdat die in hun kraam van pas komt, en door hun mening te
verdedigen,
verdedigen ze hun eigen kraam. En zo zijn er overal meningsverschillen
tussen meningen die allemaal even onwaar zijn, en toch is het altijd de
mening van de ander, die niet deugt. Met spitsvondige redeneringen
probeert
de een de ander te overtuigen van de juistheid van zijn mening,
overtuigd
van zijn eigen gelijk. Een mening hebben is een vermoeiende bezigheid
en
pas als je geen mening meer hebt hoef je ook niets meer te verdedigen.
Meningsverschillen tussen machtsblokken zijn resultanten van de
meningsverschillen
in de gezinnen, tussen vaders, moeders en kinderen. Alleen mensen
zonder
mening kunnen het volledig met elkaar eens zijn en blijven en nog lang
en gelukkig in leven.
Over
alles
of niets
Bijna
eerlijk
is oneerlijk.
Bijna raak is mis. Bijna waar is onwaar. Bijna rein is onrein. Bijna
volmaakt
is onvolmaakt. Bijna zwanger is niet zwanger. Bijna heilig is
schijnheilig.
Bijna licht is schemer. Bijna wit is grijs. Bijna rechtvaardig is
onrechtvaardig.
Bijna recht is krom. Bijna volwassen is onvolwassen. Bijna geworteld is
ontworteld. Bijna zeker is onzeker. Bijna vrij is onvrij. Bijna los is
vast. Bijna rijp is onrijp. Bijna wakker is slapend. Bijna gezond is
ziek.
Bijna echt is onecht. Bijna verlost is gevangen. Bijna wijs is dwaas.
Bijna
rustig is onrustig. Bijna droog is nat. Bijna heel is stuk. Bijna
levend
is dood.
En zo
zijn er
in deze wereld
alleen maar oneerlijke, onvolmaakte, schijnheilige onrechtvaardige,
onvolwassen,
ontwortelde, onzekere, onvrije, slapende, zieke, onechte, dwaze mensen,
die elkaar de weg wijzen, leiden, helpen en veroordelen. Zoals de
psychiater
zegt, dat niemand normaal is, zegt de dokter, dat niemand gezond is en
de kerk, dat niemand zonder zonde is. Zoals Prediker al zei, dat allen
ontaard waren, zei Sartre, dat iedereen vuile handen had. Mensen maken
zich druk voor een rechtvaardiger wereld, voor een eerlijker verdeling,
voor meer vrijheid, maar dan blijft het onrechtvaardig, oneerlijk en
onvrij.
En wie bepaalt in een onrechtvaardige wereld wat rechtvaardig is? De
nuances
en de grijzen tussen wit en zwart zijn oneindig, maar het blijft grijs
en het is net aan welke kant je staat of je vindt dat het meer of
minder
grijs is.
Over
vakgeleerden
De
wetenschap
is als een
groteske boom, wankel wortelend op een vooroordeel, zich naar boven toe
steeds verder vertakkend in vakgebieden en deelspecialismen, steeds
onoverzichtelijker.
En op elk uiteinde van de twijgen zit een vakgeleerd moeizaam verder
groeiend
in de leegte. Op de takken om hem heen ontwaart hij nog wat verwante
disciplinegenoten
van zijn eigen takgebied, maar de andere hoofdtakken kan hij niet meer
overzien. Hij heeft al moeite genoeg om de groei van zijn eigen tak bij
te houden, maar door de takken ziet hij de boom niet meer. Het zo hoog
in de boom klimmen heeft een heleboel interessante problemen opgeleverd
en met de oplossing van die problemen houdt hij zich bezig. Er zijn
samenspraken
met andere takken over bepaalde problemen, een multidisciplinaire
benadering
noemen ze dat, en dat gaat heel moeizaam, omdat zo langzamerhand iedere
tak een eigen jargon heeft. Ze zijn wat uit elkaar gegroeid, ze hebben
er wat moeite mee, als andere takken zich met hun takgebied bemoeien,
maar
dan wordt er een commissie geformeerd om de doelstellingen en grenzen
van
elke tak te omschrijven. En aan de voet van de boom staat de wijze,
hoofdschuddend
om de merkwaardige bezigheden, die hij aanschouwt. Hij zag het
daarboven
niet meer zitten en is uit de boom geklommen, totdat hij weer met beide
benen op de grond stond.
Over
aanpassen
"Er
was eens
een kameleon met een gebrek, een voor kameleons zelfs zeer ernstig
gebrek:
het dier kon niet van kleur veranderen. Waar hij zich ook bevond, in
het
struweel of op een kale vlakte, hij slaagde er niet in zich aan zijn
omgeving
aan te passen. Door zijn soortgenoten werd deze kameleon dan ook als
een
schandelijk individu beschouwd, een aansteller en een gevaar voor de
kameleontische
maatschappij. Hij werd nergens ontvangen, in eetgelegenheden wilde men
hem niet bedienen en er was zelfs een wet in voorbereiding, die het aan
kameleons, die zich niet aan hun omgeving of achtergrond konden of
wilden
aanpassen, verbood om zich te vermenigvuldigen. Onze kameleon ging
zwaar
gebukt onder deze achterstellingen. In het begin probeerde hij zijn
gebrek
te maskeren: hij schafte zich bijv. in een dumpzaak een camouflagepak
aan,
maar het enige resultaat was, dat hij met dat pak nog maar meer in de
gaten
liep. Tenslotte legde hij zich neer bij zijn uitzonderingsgeval en
accepteerde
gelaten alle scheldwoorden, die hem dagelijks werden toegevoegd,
scheldwoorden
als : nihilist, absurdist, anarchist, tartarist, dadaïst,
surrealist,
spartakist, non-kolorist en neoexpressionist. Op een dag echter brak er
een oorlog uit tussen de roofvogels en de kameleons. Enfin, oorlog
....de
roofvogels noemden het een plaatselijke actie, het herstellen van orde
en rust, passifikatie, een grensconflict, een binnenlandse
aangelegenheid.
Hoe dan ook, de kameleons, die over weinig verweer beschikten tegen de
scherpe roofvogelsnavels en klauwen, spoedden zich naar een omgeving en
pasten zich als de weerlicht aan. Behalve natuurlijk onze kameleon, die
ondanks al zijn koortsachtige pogingen tot kleurverandering reeds van
mijlen
hoogte duidelijk in het landschap vlekte, zelfs voor een ongeoefend
roofvogeloog.
En zo kwam het (wonderlijk en verheugend zijn de grillen der natuur),
dat
onze kameleon als enige van zijn soort gespaard bleef voor de
vernietigende
duikaanvallen van de roofvogels. Want de roofvogels redeneerden aldus:
Kameleons passen zich aan, dit opvallende schepsel kan dus geen
kameleon
zijn. En zij vlogen met een wijde boog om hem heen"(55)
Het is de
tirannie
van
de aanpassing, de sociale controle, denken en doen wat men normaal
vindt,
de angst om niet geaccepteerd te worden, waardoor mensen in het
keurslijf
van de aanpassing kruipen. Je mag in deze maatschappij alleen meespelen
als je je houdt aan de spelregels die anderen voor je hebben opgesteld,
je moet je aanpassen aan alles wat nu eenmaal zo is. Als je niet
meedoet
aan deze bizarre maatschappij, gebaseerd op macht van de ene mens over
de ander, word je uitgestoten. Maar als je je aanpast aan een zieke
maatschappij,
word je zelf ziek. Dat is de tol van de aanpassing.
"Hoe
onaangepaster,
hoe meer mens, hoe meer mens, hoe onaangepaster."(56)
Onaangepast
aan de
massa,
maar aangepast aan een groep, partij of sekte, met zijn eigen normen en
regels, is om het even. Subculturen zijn en blijven culturen.
Over
de
dokter en de patiënt
Wanneer
de mens
zodanig uit
zijn evenwicht raakt, dat zijn aanpassingsmogelijkheden te kort
schieten,
wanneer de draaglast de draagkracht overschrijdt, geeft dat klachten
als
pijn, moeheid, koorts of ontstekingen. Eigenlijk een waarschuwing, dat
hij op deze manier niet verder moet gaan en dus een signaal om hem voor
erger te behoeden. Maar dat is een verband, dat door de geneeskunde,
met
al zijn theorieën en verklaringen onzichtbaar gemaakt is. Mensen
kijken
niet naar de betekenis van een symptoom, maar gaan alleen naar de
dokter.
Omdat ze denken, dat het zomaar opgetreden is, maakt het ze bang en
willen
ze weten wat erachter zit en wat het is. De dokter, die geleerd heeft
om
alle symptomen een naam te geven, en symptomen te combineren tot
ziektebeelden,
lokaliseert, aan hand van zijn denkraam, de klacht, plakt er een etiket
op en geeft vervolgens chemicaliën om het symptoom te bestrijden.
Eerst krijgen mensen een symptoom omdat ze problemen hebben en
vervolgens
krijgen ze problemen omdat ze een symptoom hebben, waardoor de
oorspronkelijke
problemen op de achtergrond raken. Nooit wordt er zo iets opgelost, het
ene probleem wordt alleen maar ingewisseld voor een ander. Symptomen
zijn
geen problemen, maar het gevolg van problemen. Als mensen in deze
krankzinnige
en tegenstrijdige maatschappij geen problemen hebben zijn ze net zo
krankzinnig
en tegenstrijdig als de maatschappij zelf. Mensen zien niet meer, dat
ze
zelf verantwoordelijk zijn voor het optreden van een symptoom en zo
dragen
ze de verantwoordelijkheid voor het wegwerken van een symptoom over aan
de dokter. Zo bemoeit de geneeskunde zich slechts met gevolgen en laat
de oorzaken ongemoeid.
"De
ethiek van
de artsenkaste is er een vergelijkbaar met die van de R.K.-kerk die
opkomt
voor de armen en zichzelf volvreet, die opkomt voor de vrede, maar alle
kanonnen zegent. De ethiek kortom van de heersende klasse: de mensen
zijn
ondergeschikten, wij weten hoe het moet, en een ethiek van de
ondergeschikten:
wij bemoeien ons niet met politiek, wij doen ons werk en ze zoeken het
maar uit. Wij buigen ons over de nood, hoe die ook veroorzaakt wordt."
(57)
Het is
deze
geneeskunde,
die de vraag van de betekenis van het feit, dat juist deze mens, op dit
moment juist dit symptoom krijgt, zorgvuldig uit de weg is gegaan. De
vraag
waartoe is ten ene male onwetenschappelijk en dient dan ook zorgvuldig
vermeden te worden, want het is een vraag, die de basis van de
geneeskunde
aantast en daar zijn zoveel belangen mee gemoeid, dat het veiliger is
om
daar maar overheen te walsen. Tegenwoordig worden door schade en
schande
mensen niet meer wijs, omdat ze daarmee naar de dokter gaan. Als iemand
over een drempel struikelt en zijn enkel verzwikt, is pijn daar het
gevolg
van. Heel argeloos zeggen kinderen dan: "Eigen schuld, dikke
bult."Wanneer
je nu aan een wetenschapper vraagt, waarom die pijn er is, zal hij aan
de hand van zijn favoriete pijntheorie een ingewikkeld verhaal
vertellen
over pijnbanen, synaps en zo. Wat pijn precies is weet hij niet, maar
hij
kan het wel verklaren. Hoe de pijnbanen verlopen weet hij wel, maar
ergens
zit een missing link tussen de baan en de plaats, waar het verwerken
van
het signaal plaatsvindt en dan natuurlijk nog die grote hamvraag, hoe
je
je die homunculus daar in die schedel moet voorstellen, die de pijn
voelt.
Maar dat hindert de wetenschapper niet, daar is hij nog naar aan het
zoeken.
Aan de hand van de theorie volgt de behandeling, drukverband,
pijnstillers
en krukken. Maar het enige waar de enkel om vraagt is rust en als die
niet
gegeven wordt steekt de pijn weer zijn kop op. Als de dokter tegen het
slachtoffer zegt, dat het verstandig is om een week met het been omhoog
te gaan zitten, sputtert de patiënt tegen, want dat kan hij echt
niet,
hij kan nu eenmaal niet stilzitten, hij heeft het net zo druk, hij zou
net op vakantie gaan, en hij kan niet gemist worden. En daarmee geeft
hijzelf
de oplossing aan voor het begrijpen van zijn pijn als waarschuwing.
"God
straf degenen, die hij lief heeft", zegt de dominee en gaat met zijn
migraineaanval
naar de dokter. Nooit gebeurt iets zomaar, maar elke keer wordt de mens
er met zijn neus opgedrukt, dat het toch verstandiger is om een keer
stil
te staan bij hetgeen waar hij mee bezig is. Dat is helaas net de reden,
waarom mensen niet stil kunnen zitten, altijd iets moeten doen, altijd
bezig zijn met de dingen om hen heen, zodat ze voor zichzelf op de
vlucht
kunnen blijven. Elke keer weer krijgen ze een waarschuwing, elke keer
weer
heet het toeval. Maar als ze er niet bij blijven stilstaan, gebeurt er
nog wel wat, want een ongeluk komt nooit alleen. Symptomen bestrijden
is
de put dempen als het kalf verdronken is.
Over
pijn
Mensen
beschrijven hun
pijn met beelden als: "Het is een gevoel alsof er in mijn vlees wordt
gesneden,
alsof er met naalden in mijn been wordt gestoken, alsof er een mes in
mijn
rug steekt, alsof de spieren scheuren, alsof het zweert, alsof er
schrikdraad
langs mijn wang loopt, alsof mijn benen worden afgekneld, alsof mijn
rug
doormidden breekt, alsof mijn onderlichaam afzakt." (58)
En voor
ons oog
ontvouwt
zich de hel van Jeroen Bosch, met dat verschil, dat het niet meer
duivels
zijn die de kwellingen aanrichten, maar anonieme daders, het steekt en
snijdt en er vindt wat plaats. De mensen hebben hun hel met alle
kwellingen
inderdaad tijdens hun leven op aarde. Zoals de kerken ook altijd gezegd
hebben, dat de mens moet boeten voor zijn zonden in de hel of het
vagevuur
op de jongste dag. Maar de jongste dag is gewoon het heden, en
"de
dag des oordeels
is geen dag, maar een rechtbank, die onafgebroken zitting houdt."(59)
Want wie
niet naar
zichzelf
luistert moet maar voelen. Het zure alleen is, dat als je niet naar
anderen
luistert, je door hen gestraft wordt. Wanneer een klein kind in de
buurt
van de hete kachel komt, ervaart het dat als onaangenaam en zal er bij
uit de buurt gaan. Maar ouders, die geleerd hebben, dat je kinderen
niet
kunt vertrouwen, waarschuwen het kind elke keer als het de kachel
nadert,
zonder dat het kind zelf onraad bespeurt. Juist daarom leert het het
gevaar
niet zelf kennen en gaat niet meer op zijn gevoel af, maar op de
verboden
van zijn ouders. En vergeet de ouder een keer te waarschuwen, dan is
het
leed al geschiedt. Kinderen leren van pijn en niet van waarschuwing of
straf. Grote mensen nemen gewoon voor hun pijn een pijnstiller of gaan
ermee naar de dokter. Zo hebben mensen in de loop van hun opvoeding
geleerd,
om niet meer op hun gevoel te vertrouwen, maar op hun ervaring.
Bovendien
hebben ze van de wetenschap geleerd, dat pijn geen betekenis heeft,
maar
een oorzaak en omdat de oorzaak altijd buiten de mens ligt, de pijn van
buitenaf bestreden dient te worden. Zodoende worden mensen door schade
en schande niet wijs, maar voorzichtig, gereserveerd, afstandelijk,
behoedzaam,
hard, cynisch, rancuneus, koud en agressief.
Over
de
betekenis van
symptomen
Het
lichaam
laat datgene
zien, wat de patiënt niet durft te laten zien, en daarom is het zo
pijnlijk en zo onthullend, wanneer mensen in gezelschap over hun eigen
ziekte of de ziekten van hun kinderen praten, onwetend van hun eigen
aandeel
daarin. Al die politici met hun kwalen, gebrilde, dikbuikige, kale,
grijze
kerk- en partijleiders, die onbewust met hun eigen dwangmatigheden te
koop
lopen. Het hele taalgebruik is doordrenkt van uitdrukkingen, die
verwijzen
naar de betekenis van aandoeningen, zoals het woord aandoening zelf al
duidt op het verband tussen emotie en klacht. De geleerde zal zeggen,
dat
dat te eenvoudig is om waar te zijn, alsof iets pas waar is als het
ingewikkeld
is.
"De
wetenschap
en het eenvoudige volk zijn met elkaar in tegenspraak. Het ervaren dat
zorg, opwinding en tenslotte ook ergernis en onaangenaamheden een mens
ziek kunnen maken, is zeer verbreid. Waarom ook eigenlijk niet? Alleen
in het wetenschappelijk gilde is het zo gelegen, dat de psychogenie van
een angina, een pneumonie, een attaque of een diabetes als dubieus en
onwaarschijnlijk
wordt beschouwd en dat het sensatie verwekt, wanneer een
wetenschappelijk
onderzoeker dit poneert."(60)
Wanneer
mensen hun
emoties
en de gedachten, die tot deze emoties leiden, beheersen, niet uiten en
voor zich houden, spreekt hun lichaam; lichaamstaal heet dat
tegenwoordig.
En zo heeft
ieder
symptoom
een betekenis, maar als je niet zoals de geneeskunde naar een zin
zoekt,
vind je de oorzaak en dan begrijp je het niet, maar je kun het alleen
verklaren.
Begrijpen doe je met je gezond verstand, verklaren met behulp van een
theorie,
die dat gezond verstand niet meer aan bod laat komen. De basis van elk
symptoom is de angst om uit de rol te vallen in een maatschappij,
waarin
mensen geleerd hebben om voor elke angst een verklaring te vinden. De
betekenis
komt in wezen elke keer op hetzelfde neer, hoeveel verschillende
soorten
diarree je ook hebt, of deze nou groen, geel, slijmerig of met bloed
vermengd
zijn. Die onderverdeling is slechts een wetenschappelijke, die uitgaat
van een lokale oorzaak. Maar of ik mijn hoofd nu stoot tegen de muur,
tegen
de tafel of tegen een ander hoofd en het een grote, kleine of
oppervlakkige
bult oplevert, de betekenis is onoplettendheid.
Aan elk
uitbreken van een
ziekte gaan verschijnselen vooraf, hangerigheid, moeheid, onrust,
verminderde
eetlust, dromen, maar omdat mensen afgeleerd hebben om de betekenis
daarvan
te verstaan, gaan ze eraan voorbij.
Elke
cultuur
heeft een systeembestendigende
geneeskunde, waardoor de mens op zijn heilloze weg, die hij vooruitgang
noemt, steeds verder afdwaalt van de oorsprong. Het aantal
hulpverleners,
ziekenhuizen, ratten en geslachtsziekten zijn een maat voor de
beschaving.
Hoe zieker de maatschappij, hoe meer artsen, hoe meer artsen, hoe
zieker
de maatschappij in een heilloze spiraal.
"Het
ziekenhuis
is een sociaal-economische instelling met het doel het
productievermogen
van het volk te vergroten."(62)
En in
wezen
is het
dat
nog steeds, alleen zien de mensen het niet meer, want de
"vooruitgang"moet
doorgaan, stilstand is achteruitgang en rust roest, hoeveel
slachtoffers
het ook kost.
Mensen
noemen iets
onzin
als het niet in overeenstemming is met het rationele bouwwerk, dat ze
zo
zorgvuldig hebben opgebouwd.
"Het
eenvoudige,
eerlijke volk wordt veracht en de schoon schijnende verzinsels van
onrustige
geesten met graagte opgenomen."(63)
Over
zwangerschap
"Uw
kinderen
zijn niet van uzelf, zij zijn afwerpsels, u toevertrouwd door Hemel en
Aarde."(63)
"Ze
zijn
zonen en dochters
van 's levens hunkering naar zichzelf. Ze komen door je, maar zijn niet
van je, en hoewel ze bij je zijn, behoren ze je niet toe. Je mag hen
geven
van je liefde, maar niet van je gedachten. Je mag hun lichaam
huisvesten,
maar niet hun zielen."(64)
In deze
wereld vol
angsten
groeien baby's op in een symbiotische relatie in hun moeders buik.
Onevenwichtige
moeders in een onevenwichtige wereld, waarin angst, zorgen, conflicten,
drukte, ergernis, verdriet en boosheid nog verder verstorend werken.
Elke
ontregeling komt via de navelstreng bij het kind terecht en
beïnvloedt
het in zijn ontwikkeling, met alle consequenties van dien. De
geneeskunde
heeft van de zwangerschap een ziekte gemaakt, die je goed onder
controle
moet houden vanwege alle risico's, zeggen ze dan, en die zorgvuldig
begeleid
dient te worden. En het zijn juist die wetenschappers, die daardoor de
angsten gevoed hebben en zodoende oogsten wat ze zelf gezaaid hebben.
Zij
hebben allerlei tegenstrijdige verhalen rondverteld over wat wel en
niet
goed is, wat je wel en niet mag doen en hoe gevaarlijk het roken
tijdens
de zwangerschap is. En dan hoort de zwangere ook nog al die enge
verhalen
van moeders, tantes en buurvrouwen over hoe erg het was en die pijn,
over
tangen en zuignappen en ze wordt er steeds onzekerder door. Zwangeren
die
door problemen dermate uit hun evenwicht raken, dat ze een symptoom
krijgen
en dus ziek worden, laten het kind delen in hun ziekte. Het is niet het
rodehond-virus wat de afwijkingen bij het kind veroorzaakt, maar het
feit
dat de moeder zo uit haar evenwicht is geraakt dat ze symptomen
gekregen
heeft. Daarbij komen dan nog al die angstaanjagende verhalen over wat
er
allemaal mis kan gaan, waardoor een blijvende angst ontstaat en een
blijvende
ontregeling en waar dus de zwangere bang voor was gebeurt dan ook. Het
zijn niet de softenon-tabletten geweest, die de ellende veroorzaakt
hebben,
maar rustige zwangeren hebben geen slaaptabletten nodig. Je zou
hoogstens
kunnen zeggen, dat alleen in een verstoord evenwicht lichaamsvreemde
stoffen
kwaad kunnen. De angstpsychose die alle publicaties opriepen deed de
rest.
Er is een duidelijke relatie tussen ziekte tijdens de zwangerschap en
kinderen
met aangeboren afwijkingen. Gelukkige mensen krijgen geen ongelukkige
kinderen.
Ouders hebben bij de geboorte van een kind met een aangeboren afwijking
altijd schuldgevoelens, omdat ze intuïtief weten, dat ze daar toch
iets mee te maken hebben. Maar dat wordt hen door de wetenschapper uit
het hoofd gepraat, waardoor ze het nooit zullen begrijpen en kunnen
verwerken
en een volgende zwangerschap, na een goedbedoeld maar onzinnig advies
van
de geneticus, weer met angst en zorg wordt gedragen. Het is eigenlijk
ongelofelijk
dat er in deze verwarde tijd toch nog zoveel gezonde kinderen worden
geboren.
Over
bevallen
Als je
een
konijn zou leren,
hoe het zijn jongen zou moeten werpen, weet je zeker dat het mis gaat.
Maar in de mensenwereld moeten vrouwen leren om te bevallen.
Zwangerschapsgymnastiek,
ademhalingsoefeningen en vele boekwerken leren de vrouw hoe ze wel en
niet
moet doen, waar ze aan moet denken, waar ze op moet letten en hoe de
bevalling
technisch in zijn werk gaat, alsof het een onnatuurlijke gebeurtenis
is.
En dat geeft inderdaad net zoveel problemen als wanneer je bij het
lopen
zou bedenken welke voet je eerst en vervolgens moet verplaatsen.
Bevallen
dat doe je niet met je hoofd maar op je gevoel en als je dat niet doet,
vraag je om moeilijkheden. Maar het is weer de wetenschap, die van zo'n
natuurlijk gebeuren een technisch probleem gemaakt heeft. En de mensen
geloven, dat het zoveel risico's meebrengt, en dat het veiliger is om,
uit je vertrouwde omgeving weggehaald, te bevallen temidden van
apparaten
en techniek in het ziekenhuis, met allemaal witte jassen om je heen,
die
de indruk alleen maar versterken, dat het een gevaarlijke bezigheid is,
waardoor dan in het ziekenhuis de bevalling vaak moeizamer verloopt.
"Gelukkig",
zegt de wetenschapper, die alles omdraait dan, "was u in het
ziekenhuis,
want anders was het nooit goed gegaan."Alleen bij mensen met een
grenzeloos
vertrouwen in de medische stand kan de aanwezigheid van al die techniek
wat onzekerheid wegnemen. Dat zijn mensen, die niet op zichzelf, maar
op
de techniek vertrouwen en de autoriteit van de dokter.
Over
het
verschil tussen
geneeskunde en heelkunde
"En
onthoudt
dit, gij artsen: Genees niet het lichaam. Genees echter de ziel, want
dan
zal ook het lichaam gezond zijn."(65)
| Geneeskunde |
Heelkunde |
| Bestrijdt symptomen |
Doet symptomen
verdwijnen |
| Herstelt aanpassing |
Symptoom is
uiting van aanpassing |
| Arts is autoriteit |
Arts is naaste |
| Ziet mens als
patiënt |
Ziet patiënt
als mens |
| Is wetenschappelijk |
Is wijs |
| Patiënt
heeft een ziekte |
Mens is uit
zijn evenwicht |
| Is cultuurbestendigend |
Is cultuurvreemd |
| Genezing van
buitenaf |
Genezing van
binnenuit |
| Verklaart symptomen |
Begrijpt symptomen |
| Symptoom heeft
een oorzaak |
Symptoom heeft
een betekenis |
| Geeft adviezen |
Geeft inzicht |
| Houdt zichzelf
in stand |
Maakt zichzelf
overbodig |
| Is bevooroordeeld
en belanghebbend |
Is onbevooroordeeld
en belangeloos |
| Geneest het
lichaam |
Heelt de mens |
| Is verduisterend
en toedekkend |
Is verhelderend
en onthullend |
| Eindresultaat:
de dood |
Eindresultaat:
het leven |
Mensen
praten
over de zegeningen
en prestaties van de geneeskunde, maar deze geneeskunde is alleen maar
zo wanstaltig uitgegroeid, omdat de problemen, die ze zelf
creëerde
steeds ingewikkelder werden en de oplossingen dus steeds ingenieuzer.
Harttransplantaties,
kunstnieren, pacemakers zijn wel heel kunstig, maar ze bestrijden
slechts
symptomen en roepen andere problemen op.
"En
daarom zijn
er maar twee soorten artsen, de een helpt je te sterven, de ander
verhindert
je te leven."(66)
Hoe goed
artsen
het ook
allemaal bedoelen, hoe dankbaar patiënten ook zijn, wijzer zijn
mensen
er nooit van geworden en ze krijgen symptoom na symptoom, tot de dood
erop
volgt.
Het is
alsof de
artsen aan
de benedenloop zitten van een woest kolkende stroom die voortdurend een
niet aflatende vloed van drenkelingen aanvoert. Slachtoffers gebeukt
door
de golven met een grote verscheidenheid aan kwetsuren. En ingespannen
en
aandachtig buigen ze zich over al die merkwaardige aandoeningen, die ze
allemaal benoemd en gecatalogiseerd hebben en geleerd hebben om ze met
kunst en vliegwerk zo goed mogelijk weg te werken. En als de drenkeling
voldoende hersteld is, mag hij weer vertrekken. Maar even later spoelt
hij weer aan, een recidief heet dat dan. En weer doet de dokter zijn
best
en weer is de drenkeling hem dankbaar. Iedereen vindt, dat de dokter zo
knap is, fantastisch werk doet, onmisbaar is en dag en nacht
klaarstaat,
totdat op een dag de dokter zelf aanspoelt. Niemand, zeker niet van de
dokters, durft te gaan kijken, waar toch al die drenkelingen vandaan
komen,
dat is nu eenmaal zo, waarom die stroom zo woest is en waarom het elke
keer weer dezelfde slachtoffers zijn. Want stel je voor, dat er geen
drenkelingen
meer aanspoelen, wat moet hij dan met al zijn moeizaam verworven
theorieën
en ervaring, met al zijn apparaten, met zijn status en zijn bezit? Wie
zal hem nog dankbaar zijn? En daarom blijft alles zoals het is en houdt
iedereen deze gigantische mystificatie in stand.
"Want
de onwetende
artsen zijn de duivels uit het vagevuur en zij onderhouden het vagevuur
in plaats van het te verminderen en wanneer de mensen rijper waren dan
ze zijn, zouden ze niet ten offer vallen aan hun broeders in de
onrijpheid,
de onwetende artsen. Maar zij trekken elkaar magisch aan; het gelijke
trekt
het gelijke."(67)
Artsen
gewapend
met naalden,
scalpels, zagen, boren, chemicaliën en vergiften spuiten, snijden
en zagen symptomen weg, herstellen zo een ziek evenwicht. In hun witte
hoge priesterjassen zijn zij handlangers en bewakers van de gevestigde
orde, zeg maar chaos.
"En
de artsen,
hun patiënten snijdend, brandend, ze op alle mogelijke onaangename
manieren folterend, beklagen zich erover, dat ze geen loon naar werken
krijgen, terwijl ze nota bene hetzelfde effect sorteren, als de
ziekten."
(6)
Over
inentingen
Wanneer
kinderen ziek worden
komt dat omdat ze in een ziekmakende atmosfeer leven. Die atmosfeer
wordt
bepaald door de manier waarop ouders met hun kinderen omgaan en ze
beïnvloeden.
Het symptoom van het kind is een uiting van de ouder-kind relatie.
Onbevangen
ter wereld gekomen moet het kind zich aanpassen aan alle grenzen, die
het
gesteld wordt. Geperst in de tijdsindeling van de ouders beperkt in
zijn
bewegingsruimte, gescheiden van de moederwarmte in de babykamer
gewikkeld
in truitjes, hemdjes, luiers en plastic wordt het onderworpen aan
verboden,
regels, normen en gewoonten van de ouders, voedingsregels, poep- en
plas-
regels, hygiënische theorieën, reinheidsrituelen.
Beïnvloed
door de stemmingen, onrust, angst en onzekerheid van de ouders raakt
het
uit zijn evenwicht. Hoe kunstmatiger en strakker de opvoeding, hoe
groter
de kans dat het kind ziek wordt. Kinderziekten in epidemieën
treden
op in crisisperiode als hele mensengroepen uit hun evenwicht raken.
Kinderen
worden elke keer de dupe van de problemen van hun ouders en
kinderziekten
zijn in wezen een signaal, dat ze op de ingeslagen weg niet verder
moeten.
Inentingen verhinderen het kind om ziek te worden en ouders kunnen
zodoende
op dezelfde voet doorgaan met het aanpassingsproces. Het is alsof je
een
personenauto, waarvan je geleerd hebt, dat hij als je hem als
vrachtauto
gebruikt door zijn veren gaat bij voorbaat van sterkere schokbrekers
gaat
voorzien en hem toch als vrachtauto blijft gebruiken. Inentingen geven
een kunstmatige weerstand en verhullen zodoende toestanden, die niet
verenigbaar
zijn met een gezond leven. In deze omgekeerde wereld worden
rampzaligheden
zegeningen van de mensheid genoemd.
Over
ongeneeslijke ziekten
Ongeneeslijke
ziekten worden
ongeneeslijk genoemd, omdat de wetenschapper met zijn therapieën
en
theorieën ze voor ongeneeslijk houdt. Elke ziekte kan in elk
stadium
nog ten goede keren, maar nooit door de symptomen te bestrijden. Altijd
zijn het de emoties, angst, zorgen, verdriet, ergernis, wanhoop en
boosheid
die het genezingsproces in de weg staan. Maar de zieke heeft zichzelf
bang
laten maken, maakt zichzelf zorgen, heeft medelijden met zichzelf,
ergert
zichzelf, wanhoopt zelf, en maakt zichzelf boos op artsen, familie, op
zijn ziekte, op zichzelf, alles doet hij zelf en laat het zich aandoen.
"Elk
conflict
brengt zijn eigen geestelijk lijden voort. Een dergelijk leed is gelijk
het lijden in de hel, want hoe meer ge lijdt, hoe verder ge van huis
raakt.
Dat is wat patiënten overkomt, hoe meer ze lijden, hoe meer ze
willen,
dat er iets aan gedaan wordt en hoe meer er aan gedaan wordt, hoe meer
ze lijden. Zo komen ze van kwaad tot erger om zich van hun ziekte te
ontdoen.
"(6)
Hoe meer
ze
willen, hoe
eerder ze beter willen zijn, hoe langer het duurt en hoe moeizamer het
wordt. Een mens heeft niets te willen van zichzelf. Mensen willen van
alles
doen en hebben er alles voor over om beter te worden, behalve te
accepteren,
dat ze zelf verantwoordelijk voor hun ziek-zijn zijn. Alles willen ze
opgeven,
behalve hun vooroordelen, terwijl dat en niets anders het eerste en
enige
vereiste is om te genezen. Ze zijn toch zelf, tegen beter weten in,
naar
de dokter gegaan? Ze hebben zichzelf toch in het ziekenhuis laten
opnemen?
Ze hebben toch zelf door de dokter een etiket op hun problemen laten
plakken?
Ze hebben toch zelf de verantwoordelijkheid voor hun leven aan anderen
overgegeven. Ze hebben toch zelf hun vertrouwen in de wetenschap
gesteld
en niet in zichzelf?
"De
oplossing
van het probleem dat je in het leven ziet, is je manier van leven zo te
veranderen, dat het problematische verdwijnt."(70)
en niet
door
problemen
op te lossen. Het is als een plant, die je uit de vrije natuur haalt en
in een bloempot stopt en boven de centrale verwarming op de vensterbank
zet. Ondanks alle goede zorgen zal hij vroeg of laat gaan kwijnen,
aangetast
worden door spint of trips en niet uitgroeien zoals hij zou kunnen.
Allerlei
kunstgrepen kun je toepassen om hem in leven te houden en het leven te
verlengen. Zelfs als hij op sterven na dood is en er nog maar net leven
inzit is hij nog te redden door hem op zijn oude plek in te graven en
de
natuur zelf zijn werk te laten doen. Zo kan dat ook bij mensen. Alleen
door de beletselen die de genezing in de weg staan weg te nemen, kan de
zieke genezen.
Over
gezond
eten
Mensen
verkeren
in de illusie,
dat je gezond kunt eten. Allerlei bizarre theorieën over
koolhydraten,
eiwitten, vetten en vitaminen, yin en yang, macrobiotiek, biologisch
dynamisch,
onbespoten, vegetarisch hebben schare aanhangers gevonden, die elkaar
proberen
te overtuigen van hun eigen gelijk. Alsof gezond eten een tegenwicht
zou
zijn tegen een ongezonde manier van leven. Alsof je angst, problemen en
zorgen weg zou kunnen eten. Het zou zo onrechtvaardig zijn als je
gezondheid
in de reformwinkel zou kunnen kopen. En dan begrijpen ze niet, dat
ondanks
het feit dat ze zo verantwoord eten toch zomaar ziek worden. Maar ook
het
motto: een gezonde geest in een gezond lichaam, hebben de mensen
omgedraaid
en terwijl ze kosten noch moeite sparen om hun lichaam in conditie te
houden,
verwaarlozen ze hun geestelijke gezondheid.
Terwijl
er
mensen zijn, die
alles eten wat door voedseldeskundigen als ongezond wordt bestempeld,
en
toch nooit ziek zijn en een gezegende ouderdom bereiken, zijn er
gezondheidsmaniakken,
die zich stipt aan alle voorschriften houden en elke keer wat mankeren.
Het is zo gemakkelijk en kortzichtig om een verband te leggen tussen
voedsel
en ziekten, want dan blijven alle wezenlijke problemen buiten schot.
Wat
meer vlees eten, melk drinken, niet roken en je kunt gewoon met je
carrière
verder gaan. En mensen geloven het echt. Nooit worden mensen ziek van
eten,
noch worden ze er ooit beter van. Een van binnenuit verstoord evenwicht
kun je nooit van buitenaf in evenwicht brengen. Als twee mensen
hetzelfde
eten en de een krijgt last van zijn maag en de ander niet, of de een
wordt
er dik van en de ander niet, is het onzinnig om dat aan het voedsel te
wijten, tenzij je er van uitgaat, dat er verschillende soorten mensen
zijn.
Maar het enige waar mensen in verschillen, is de mate en hoedanigheid
van
hun onevenwichtigheid. Evenwichtige mensen kunnen ongestoord alles
eten,
wat de natuur biedt, zonder uit hun evenwicht te raken. Want het is
nooit
het eten, maar de ideeën over het eten, waardoor mensen eten niet
verdragen. Wanneer iemand met galblaasklachten, die geleerd heeft, dat
dat met vet eten te maken heeft, vet eet zonder dat hij het weet,
gebeurt
er niets. Iemand die zich op gezag van anderen aan een dieet moet
houden,
krijgt geen klachten van het overschrijden van die regels, maar van de
angst, dat hij dan wel weer klachten zal krijgen.
Kinderen
moeten
van hun ouders
eten, wanneer, wat en hoeveel de ouders hen voorschotelen.
Voedseldeskundigen
en industrie hebben, weliswaar niet belangeloos, becijferd wat het
gemiddelde
kind allemaal nodig heeft. En ouders geloven dat klakkeloos, dat melk
gezond
is, vlees moet, groenten onmisbaar zijn, bruin brood gezonder is dan
wit,
sinaasappels en bananen, u weet wel van die slavenplantages, moeten
zorgen
voor de vitaminen en daarom voor de bestwil van de kinderen halen ze
kinderen
over of dwingen ze om te eten, of ze het lekker vinden of niet, of ze
honger
hebben of niet. Borstvoeding is niet gezonder dan kunstvoeding, maar
het
verschil is, dat het kind zelf bepaalt hoeveel het drinkt als het
daarom
vraagt, tenzij de moeder natuurlijk geleerd heeft, dat het kind op
vaste
tijden moet drinken. En dan zeggen de wetenschappers, dat dat komt door
antistoffen enzo, wanneer borstkinderen minder vaak ziek zijn, terwijl
het gewoon is, omdat aan de primaire behoeften van het kind voldaan
wordt.
En waar zijn per slot van rekening die borsten voor? Maar mensen hebben
geleerd dat je moet eten omdat het tijd is en niet omdat je honger
hebt.
En alsof het niet genoeg is wat de natuur de mens aan voedsel levert,
wordt
het aangepast, schoongemaakt, gekookt gebakken en gesteriliseerd,
totdat
het in de aangeleerde eetgewoontes genuttigd kan worden. Zo is het
stillen
van de honger ontaard in een bizar ritueel, waar bij mensen met
allerlei
kunst- en hulpmiddelen, messen, lepels en vorken voedsel tot zich
nemen.
En om die dagelijkse sleur, waarin mensen zich eerst vastleggen te
doorbreken,
variëren ze de maaltijden.
Over
die
wetenschappelijk
onverklaarbare genezingen in het evangelie
"Het
getuigt
van dwaasheid en bluf te zeggen: 'Ik ben vrij van hartstocht en
evenwichtig;
weet mensen, dat terwijl gij in beroering gebracht wordt en in
opschudding
verkeert om waardeloze dingen, ik alleen bevrijd ben van onrust.' Dus
het
is niet genoeg geen pijn te hebben, wanneer ge niet verkondigt: komt
samen,
gij allen die lijdt aan jicht, aan hoofdpijn, aan koorts, de kreupel
zijt
of blind en ziet hoe gezond ik ben, vrij van alle kwalen? Dat is
ijdele,
vulgaire praat, tenzij ge evenals Asklepius terstond kunt tonen, door
welke
behandeling die anderen eveneens terstond vrij van ziekte zullen zijn
en
gij hiertoe uw eigen gezondheid als voorbeeld biedt. Zo iemand is
namelijk
de Cynicus, die Zeus scepter en diadeem heeft waardig gekeurd en die
zegt:
'Opdat gij ziet mensen, dat gij het geluk en zielerust zoekt niet waar
die is maar waar die niet is. Zie, daartoe ben ik u als voorbeeld
gezonden
door God; ik heb have noch huis, vrouw noch kinderen, zelfs geen bed,
geen
hemd, geen stuk huisraad; en ziet nu eens, hoe gezond ik ben; stelt mij
op de proef en wanner gij ziet, dat ik vrij van onrust ben, luistert
dan
naar de geneesmiddelen en behandeling, die mij genas." (71)
Zogezien
zou
je
die oorspronkelijke
christenen, zoals later die ware mensen genoemd werden, en die door de
wereld trokken, mensen van alle kwalen genezen echte cynici kunnen
noemen.
Zij, die zich onttrokken hadden aan alle invloeden van de cultuur en
teruggekeerd
waren tot de eenvoud en zo uitgestegen waren boven pijn en angst,
lieten
anderen zien hoe ze zich konden ontworstelen van alle knellende banden.
Zij vertelden, dat mensen zelf verantwoordelijk waren voor hun ziekzijn
en dat ze konden genezen als ze bereid waren daar alles voor op te
geven.
"Want
niet wat
van buiten de mens in hem komt, kan hem ziek maken, maar hetgeen uit de
mens naar buiten komt, dat is het wat hem ziek maakt. Want van binnen
uit
uit het denken van de mensen, komen de kwade overleggingen, hoererij,
diefstal,
moord, echtbreuk, hebzucht, boosheid, list, onmatigheid, een boos oog,
overmoed, onverstand. Al die slechte dingen komen van binnen uit naar
buiten
en maken de mens ziek."(72)
Een
volstrekt
onwetenschappelijke
benadering, maar juist daarom zo heilzaam. Want de buitenkant van de
mensen
lijkt zo netjes en beschaafd, maar wie weet wat zich in die hoofden
afspeelt?
In deze cultuur, die gebouwd is op zelfbeheersing, waarin niemand zegt
wat hij denkt, waarin mensen van alles verdringen om de schone schijn
te
bewaren, waarin je voor de lieve vrede dingen niet behoort te zeggen,
waarin
zelfs in de meest intieme relaties mensen toch geheimen voor elkaar
hebben,
waarin mensen zich flink houden en zich niet laten gaan, verrichten
achter
al die opgewekte maskers deze fantasieën hun destructief werk.
Maar
de grootste bedreiging voor een cultuur zijn gelukkige, tevreden,
onafhankelijke
en onbeïnvloedbare mensen. Want gelukkig zijn is heel onpraktisch
en rampzalig voor een consumptiemaatschappij. Het is nu niet wezenlijk
anders dan toen. De mens is niet veranderd, alleen zijn meningen. En
wat
toen kon, kan nog steeds.
Over
de
angst voor vrijheid
"Ik
herinnerde
me de haas, die Makar eens in een strik had gevangen. Het was een mooi
groot dier. Je kon in hem de drang naar vrijheid voelen, haar krachtige
sprongen, speelse buitelingen en snelle ontsnappingen. Opgesloten in
een
kooi werd hij razend, stampte met zijn poten, sloeg tegen muren. Na een
paar dagen gooide Makar, woedend over zijn rusteloosheid, een zwaar
zeil
over hem heen. De haas worstelde en vocht eronder, maar tenslotte gaf
hij
het op. Tenslotte werd hij tam en at uit mijn hand. Op een dag was
Makar
dronken en liet hij de kooi open staan. De haas sprong eruit en liep op
de weide toe. Ik dacht dat hij met een grote sprong in het hoge gras
zou
duiken en dat we hem nooit meer terug zouden zien. Maar hij scheen van
zijn vrijheid te genieten en ging gewoon zitten met zijn oren omhoog
gestoken.
Uit de velden en bossen in de verte kwamen de geluiden, die hij alleen
kon horen en begrijpen, luchtjes en geuren die hij alleen naar waarde
kon
schatten. Het was allemaal van hem: hij had de kooi achter zich
gelaten.
Plotseling kwam er een verandering over hem. De waakzame oren sloegen
neer,
hij zakte op een of andere manier wat in elkaar en werd kleiner. Hij
maakte
een sprong en zijn snorharen stonden omhoog, maar hij liep niet weg. Ik
floot scherp in de hoop dat het hem tot bezinning zou brengen, hem zou
doen beseffen, dat hij vrij was. Hij keerde zich alleen maar om en
traag,
alsof hij plotseling oud geworden was en in elkaar gekrompen, ging hij
terug naar zijn hok. Onderweg bleef hij even staan, en keek nog eenmaal
om, zijn oren in de hoogte; toen ging hij de konijnen die hem
aanstaarden
voorbij en sprong terug in zijn kooi. Ik sloot de deur, hoewel dat niet
nodig was. Hij droeg nu de kooi in zichzelf mee; zijn hoofd en hart
werden
er door begrensd, zijn spieren verlamd. Vrijheid, die hem van de andere
konijnen had onderscheiden, liet hem in de steek, als door de wind
vervaagde
geur, die opstijgt van vertrapte en uitgedroogde klaver."(73)
En zo
draagt
de
beschaafde
mens, deze overloper uit de natuur, zijn kooi in zichzelf mee.
Gekluisterd
in zijn eigen kooi van vooroordelen, vastgeklonken aan zijn bezit,
verworvenheden
en aangeleerde behoeften, geketend in zijn afhankelijkheid van andere
mensen.
Dat noemt hij dan vrijheid, die kost wat kost verdedigd moet worden.
Voortdurend
moet hij in touw zijn om zijn kooi in stand te houden, zijn tralies te
verdedigen tegen anderen, die hem ervan proberen te overtuigen, dat er
ondeugdelijke bij zitten, dat het patroon niet normaal is, de mazen te
nauw of te ruim zijn. Als in een cocon van gedachtespinsels zitten de
mensen
opgesloten. Het kinderlijke en onbevangene hebben ze daaraan ook moeten
offeren en heel ver weg ligt de herinnering aan momenten van een vrij,
ongekooid bestaan. En van generatie op generatie worden kinderen getemd
en opgesloten in kooien naar het patroon van ouders en grootouders.
Alleen
in een zwak moment voelt de mens zich opgesloten, maar al gauw
verdrijft
hij die enge gedachte en troost zich met de aanblik van alle gekooiden
om zich heen. Want stel je voor dat hij de veiligheid van zijn
vertrouwde
hok zou moeten missen, dan zou hij zich toch nergens meer aan vast
kunnen
klampen en dan zou hij eerst zelf die kunstige kooi, waarin hij zoveel
bloed, zweet en tranen geïnvesteerd heeft, weer af moeten breken.
Wat zouden al die andere gekooiden daar niet van moeten denken. Hij zou
al die goedbedoelde adviezen en hulp van zijn ouders en leermeesters
die
hem geholpen hebben met de constructie ervan moeten verloochenen; en
zij
hebben het er toch ook altijd in volgehouden? Maar nooit heeft hij rust
in zijn kooi, altijd is hij op zijn hoede, zijn geweten houdt hem op
drammerige
manier bezig en stelt hem bij alles de vraag "waarom". En elke keer
moet
hij die stem sussen, een eindeloze bezigheid. Doorlopend moet hij voor
zichzelf zijn gedrag goedpraten, rationaliseren heet dat tegenwoordig.
Rationalisaties proberen de kloof tussen wat de mens is en wat hij zou
moeten zijn, te overbruggen, maar houden die kloof tegelijkertijd ook
in
stand. Het kunstmatige levenspatroon van mensen wijkt voortdurend af
van
het natuurlijke en dat levert een doorlopende vloed van problemen en
tegenstrijdigheden
op.
"De
rede is als
een orthopedisch instrument voor een gebroken instinkt."(74)
maar houdt
de
breuk in
stand. Pas als het leefpatroon en natuurlijk patroon samenvallen zijn
er
geen problemen meer en komt het denken tot rust.
Over
de
mythen van deze
maatschappij
De mythen
over
de zin van
arbeid, van plicht, prestatie, vooruitgang, expansie, controle en
verantwoordelijkheid,
waarin mensen al generaties lang geloven, gesteund door kerk en
wetenschappen,
worden via de ouders, die zich dat al eigen hebben gemaakt, aan hun
kinderen
doorgegeven. De angst om anders gevonden te worden, nergens bij te
horen
en uitgestoten te worden, verhindert mensen om zelf te kijken en te
luisteren.
En zo hollen ze achter allerlei geloven aan en laten zich meedrijven
met
allerlei stromingen. Altijd hebben onbevangen kinderen moeten luisteren
naar de valse en tegenstrijdige verhalen van hun ouders. Er moest
gehoorzaamd
worden omdat zij dat zeiden, zij wisten wat goed voor hen was, het is
allemaal
voor je bestwil, later zul je ons er dankbaar voor zijn. Nooit is er
echt
geluisterd naar de kinderen. Kinderen, die dat malle spel van die grote
mensen ragfijn doorzien en daarom zulke lastige vragen stellen. Er zijn
nu eenmaal vragen waar je toch nooit een antwoord op krijgt, en daarmee
laten ze zich nog steeds in slaap sussen.
"Maar
als een
vraag gesteld kan worden, kan zij ook beantwoord worden. Een vraag
bestaat
alleen waar een antwoord bestaat."(75)
Maar als
je
je
erbij
neerlegt, dat er vragen zonder antwoord zijn, omdat al die
boekengeleerden
juist omdat ze boekengeleerden zijn, je dat altijd voorgehouden hebben,
zul je nooit op zoek gaan naar het antwoord. En wie niet zoekt zal ook
niet vinden.
"De
waarheid
is, dat zij die op het kompas zeilen van gepatenteerde
waarheidsstuurlieden
nooit ergens aanlanden. De eigenaardigheid van de grote
ontdekkingstocht,
die wij allemaal behoren te maken, ligt juist hierin, dat ieder van ons
aan het roer behoort te staan van zijn eigen verstand. Ieder van ons is
zijn eigen Jason op de argonautentocht naar het Colchis van de Waarheid
en wie het sturen opdraagt of overlaat aan anderen, heeft het zichzelf
te wijten, dat ie in plaats van gouden vlies en eer, slijk en schande
thuisbrengt."
(76)
En zo
lopen
overal
mensen
achter mooie beloften en plannen van politici aan, achter geloven en
dogma's
van kerkleiders en achter theorieën en verklaringen van
wetenschappers,
en komen zo vroeg of laat van de koude kermis thuis. Die leiders hebben
ook wel hun twijfels, maar niet aan hun eigen functioneren en zo leiden
zij hun achterban in de mist de mist in. Zij mogen ook niet twijfelen,
zij moeten leiden.
"maar
aan niets
twijfelen is het zekerste middel om nooit iets te weten. Wie niet
vertrekt,
zal niet aankomen. Wie niet streeft, zal niet bereiken. Wie niet zoekt
zal niet vinden. Niet streven naar waarheid, zelfkennis, is de
eigenlijk
alleen strafbare, alleen verfoeilijke zedeloosheid."(77)
Het zijn
de
gepatenteerde
waarheidsstuurlieden, de getitelden, die de mythen waardoor deze
maatschappij
verworden is tot wat hij nu is, in stand houden.
Over
structuren en systemen
Wanneer
de mens
zich buiten
de natuur plaatst en zodoende buiten zichzelf gaat leven, verliest hij
het zicht op de samenhang. Hij voelt zich verloren in een vijandige
wereld.
En wat in zijn ogen dan een chaos geworden is, gaat hij eigenmachtig
ordenen
en schept zodoende een kunstmatige structuur waarmee hij de
buitenwereld
probeert te vangen en zijn problemen kan verklaren die hij zelf
oproept.
Zo probeert hij zijn verloren-zijn een houvast te geven aan
zelfgecreëerde
schijnzekerheden. Elke cultuur, hoe primitief ook, kent haar eigen
structuren
en systemen. In elke cultuur is de mens onvrij, niet meer of minder,
maar
anders. Elke cultuur creëert zodoende haar eigen problemen en
vindt
daar haar eigen oplossingen voor. Verandering van structuur of systeem
geeft slechts een andere onvrijheid met andere problemen, voor de een
minder,
voor de ander meer. Er is geen enkele structuur denkbaar, waarin alle
mensen
vrij zijn. Net zo min als er geen enkele kooi is, hoe mooi groot of
versierd
ook, waarin een dier vrij is. Alleen door het afbreken van alle
structuren
kan een vrije wereld met vrije mensen ontstaan. Een samenleving kun je
niet opbouwen, je kunt alleen alle beletselen wegnemen, die dat
verhinderen.
Maar niet afgeschrikt door alle problemen waarmee ze geconfronteerd
worden,
verfijnen en passen de mensen hun systemen steeds meer aan, meer
wetten,
meer regels, meer ordehandhavers. Maar net zomin als de natuur zich
laat
temmen, laat de menselijke natuur dat toe. Hoe nauwer het net wordt
gespannen,
hoe meer de natuur wordt verloochend, hoe opstandiger de mensen worden.
Bang voor zichzelf, bang voor de ander en bang voor zijn omgeving, bang
voor zijn eigen chaos durft de mens zijn gevangenis niet te verlaten.
"Al
dat gemeenschappelijke
van de studentencorpora, en de zangverenigingen tot de staten toe, is
een
dwangmatige vorm van eenheid, is een gemeenschap uit angst en
verwarring.
Wat we zien op het gebied van gemeenschappelijkheid is alleen maar een
hordegeest. De mensen vluchten naar elkaar omdat ze bang voor elkaar
zijn.
Bazen apart, arbeiders apart, geleerden apart. En waarom zijn ze bang?
Een mens is alleen bang als hij het met zichzelf niet eens is. De
mensen
zijn bang, omdat ze zich nooit met zichzelf hebben kunnen verzoenen.
Een
gemeenschap van individuen, die bang zijn voor het onbekende in
henzelf.
Ze voelen allemaal dat hun levenswetten niet meer kloppen, dat ze leven
volgens oude wetten, hun godsdiensten, noch hun ethiek, niets van dat
alles,
is geschikt voor wat we nodig hebben."(78)
Verschillen
overbruggen
is een eindeloze bezigheid, want je moet doorlopend de brug in stand
houden.
Compromissen overbruggen, maar lossen nooit iets op.
Over
karakter of persoonlijkheid
"Het
karakter is slechts
een instrument voor deze wereld."(79)
Het is
het
masker (persona
betekent zelfs masker), waarmee mensen op het schouwtoneel van de
wereld
het toneelspel spelen. Met hun karakter spelen ze een rol waar ze zelf
de auteur niet van zijn. Het karakter is slechts een samenstel van
aangeleerde
reacties en tactieken om in deze maatschappij het hoofd boven water te
houden. Mensen noemen het karakter ook wel hun tweede natuur, die dan
de
oorspronkelijke natuur wel zal verhullen; dus eigenlijk weten mensen
best
dat ze hun karakter niet zijn. Maar mensen hebben geleerd, dat ze als
kind
niets zijn en dat ze iets moeten worden, dat ze iets van zichzelf
moeten
maken en dat ze dan zijn wat ze denken, doen en geloven. Zo zie je
overal
om je heen mensen, die denken dat ze man zijn, of christen, of jood, of
socialist, of directeur, of arbeider. Zo identificeren mensen zich met
hun masker. Het is zelfs heel prijzenswaard als je een standvastig
karakter
hebt of een uitgesproken persoonlijkheid bent, want daar kan je het
heel
ver mee schoppen en dan weten de anderen precies wat ze aan je hebben
en
in welk hokje je geplaatst dient te worden. En als ze het spel lang
genoeg
gespeeld hebben zitten die maskers zo vast gebakken en zijn het zulke
onafscheidelijke
attributen geworden, dat mensen niet meer bij machte zijn om het af te
leggen. Maar ieder speelt zijn rol en krijgt zijn deel. Zo heeft ook
ieder
karakter zijn eigen problemen en zodoende zijn eigen ziekten. En als je
mensen er dan op wijst, dat hun ziekte met hun manier van leven te
maken
heeft, verzuchten ze, dat ze nu eenmaal zo zijn en dat ze zichzelf niet
kunnen veranderen. En toch kunnen mensen ook heel gemakkelijk van
masker
veranderen, want nu eens spelen ze vader, dan weer echtgenoot, en
tussendoor
spelen ze ambtenaar en in hun vrije tijd spelen ze voetballer of
christen.
Een zeer vermoeiende bezigheid. Soms spreken ze zelfs als mens,
alhoewel
je daar dan echt een vraagteken bij moet zetten. En toch spreken
christenen
met eerbied over die joodse Galileër die al die maskers afgegooid
had en mens was geworden en die zij na willen volgen en toch christen
blijven.
Hij was zijn hele leven socialist, verzuchtte ooit iemand, hij is nooit
mens geworden. En voor dat socialist kun je alle maskers, rollen of
karakters,
waar ook ter wereld invullen. Het karakter hoort ten ene male niet bij
de mens, maar bij de maatschappij.
Over
de
overeenkomst tussen
officiële geneeskunde en de alternatieve
Het doet
er
niet toe of je
symptomen met chemicaliën, kruiden, naalden, of andere technieken
bestrijdt. Het blijft symptoombestrijding en neemt nooit de oorzaak
weg.
In alle gevallen is het de autoriteit van de genezer, die het allemaal
beter weet, waaraan de patiënt zich overgeeft. Alle geneeswijzen
hebben
hun eigen dogma's, hypothesen en theorieën, maar het blijft
dogmatisch,
hypothetisch en theoretisch. Elke genezer heeft zijn eigen belangen,
vooroordelen
en angsten, waarmee hij de patiënt, die zich in zijn
afhankelijkheid
tot hem wendt, benadert. Geen geneeswijze is zodoende kwalitatief beter
dan de ander. Geen geneeswijze kan elk symptoom doen verdwijnen. Het is
alsof je door de hond of door de kat gebeten wordt. En toch verketteren
ze elkaar onderling alsof ze de wijsheid in pacht hebben, terwijl ze
allen
even onwijs zijn. Helaas zwichten mensen, geïmponeerd door de
magie
van de techniek, voor de geneeskunde, waarmee de meeste belangen
gemoeid
zijn, voor het wetenschappelijk technisch geneesbedrijf, gesponsord
door
farmaceutische en apparatenindustrie.
"Hun
afgoden
zijn zilver en goud (en staal en plastic, apparaten, machines en
werktuigen).
Het werk van mensenhanden. Wie hen maakte zullen worden zoals zij.
leder
die op hen vertrouwt."(80)
En zo
buigt
de
wetenschapper
zich over het immunologisch apparaat van de patiënt.
Over
de
mannen- en de
vrouwenrol
In een
verstoord evenwicht
groeien kleine mensjes in de moederbuik, via de navelstreng
beïnvloed
door haar verstoorde hormoonhuishouding, waar dus ook het evenwicht
tussen
mannelijke en vrouwelijke hormonen uit balans is. Al niet meer blanco
komen
zij zodoende ter wereld en worden meteen al gescheiden in jongetjes en
meisjes. En afhankelijk van dat kleine verschil worden ze door vader en
moeder anders benaderd, anders verwelkomd, anders geknuffeld, anders
gekleed
en anders bewonderd. En steeds verder groeien ze uit elkaar; bij
meisjes
wordt jongensachtig gedrag afgekeurd en meisjesachtig gedrag beloond en
bij jongens omgekeerd. De hele omgeving doet daar nog een schepje
bovenop,
zodat ze al gauw een gewenst gedrag gaan vertonen of zich daar juist
tegen
verzetten. Bovendien zien ze doorlopend het voorbeeld van al die mensen
die zich als man of vrouw gedragen. Dochters trekken dan naar hun vader
en zonen naar hun moeder, nemen gewoonten, interessen en
karaktertrekken
van de ouders over en zo worden ze langzamerhand klaargestoomd om zich
als man of vrouw te denken en te gedragen in de maatschappij. Of ze
raken
het spoor bijster en kiezen in deze maatschappij de zo ongewenste rol
van
homofiel of lesbienne. Maar mensen zijn net zomin homofiel als dat ze
christen
zijn of man, dat kunnen ze alleen maar in het denken zijn, en de mens
is
niet wat hij denkt en zeker niet wat hij denkt te zijn. En zo zijn die
kleine mensjes, die zo onbevangen ter wereld kwamen, verworden tot
mannen
en vrouwen, karikaturen van de mens. Actieve, stoere, flinke,
rationele,
praktische, nuchtere, verstandelijke mannen, opgevoed en geschoold voor
hun rol in de buitenwereld en passief, zwakke, zachte, gevoelige,
mooie,
elegante, zorgende vrouwen voor het huishouden en het moederschap.
Uiterlijk,
lichaamsbouw en beweging gaan zich vormen naar het aangeleerde gedrag
wat
dan karakter heet en omgekeerd. Bij wat de Westerling primitieve
volkeren
noemt, waar de mannen en vrouwenrollen minder stereotiep zijn en
dichter
bij elkaar staan, wijken mannen en vrouwen in lichaamsbouw en
bewegingspatroon
minder van elkaar af. Feministes en emanciperende mannen pogen zich
niet
van hun rol te ontdoen, maar nemen alleen ingrediënten van de rol
van de ander over en maken daar een eigen melange van, een verwarrende
bezigheid. Het is niet zo, wat de therapeuten beweren, dat mannen hun
vrouwelijke
kant onderdrukt hebben en vrouwen hun mannelijke kant, maar beiden
hebben
de mens onderdrukt. Alleen door je volledig te ontdoen van je rol kun
je
mens worden.
"Wanneer
gij
die twee een maakt en wanneer gij zult maken het mannelijk en het
vrouwelijk
tot een enkele, zodat het mannelijk niet mannelijk en het vrouwelijk
niet
vrouwelijk is, dan zult ge ingaan tot het koninkrijk."(81)
"Zo is
ieder
van ons
het brokstuk van een mens. Vroeger waren wij een, maar nu wegens ons
onrecht
zijn we door de godheid gescheiden."(82)
Over
het
willen
"Onzuiver
en
misvormd is de blik vanuit het willen. Eerst als wij niets begeren,
eerst
als ons kijken zuivere beschouwing wordt, opent zich het wezen der
dingen
de schoonheid. Wanneer ik een bos bekijk, dat ik kopen, pachten,
omhakken
kan, waarin ik wil jagen, dat ik met een hypotheek belasten wil, dan
zie
ik niet het bos, maar alleen wat met mijn willen, met mijn plannen en
zorgen,
met mijn portemonnaie te maken heeft. Dan bestaat het uit hout, het is
jong of oud, gezond of ziek. Wanneer ik er echter niets van wil en zo
maar
gedachteloos diep in het groen staar, dan pas is het bos, is het
natuur,
is het mooi, geeft het verwondering. Zo is het met mensen en gezichten
ook. De mens, die ik met vrees, met hoop, met begeerte, met
bedoelingen,
met eisen aankijk, is niet een mens, hij is niet meer dan een troebele
weerspiegeling van wat ik wil. Wetend of onbewust, zie ik hem aan met
vragen,
die louter vernauwen en vervalsen: Is hij toegankelijk of trots? Heeft
hij achting voor mij? Kan ik iets van hem loskrijgen? Verstaat hij wat
van kunst? Met duizenden vragen kijken wij de meeste mensen aan, met
wie
wij te maken hebben en wij gaan door voor mensenkenners en psychologen,
als het ons lukt in hun verschijning, in hun voorkomen en gedrag dat op
te merken, wat onze bedoeling dient of weerspreekt. Maar deze houding
is
armzalig en in dit soort zielkunde is de boer, de venter, de oplichter,
de versierder, ervaarder dan de meeste politici of geleerden. Op het
ogenblik,
dat het willen tot rust komt en de beschouwing, het zuivere en
toegewijde
zien opstijgt, wordt alles anders. Een mens houdt op nuttig en
gevaarlijk
te zijn, geïnteresseerd of verveeld, vriendelijk of lomp, sterk of
zwak. Hij wordt weer natuur, hij wordt mooi en opmerkelijk evenals
ieder
ding, waarop de zuivere beschouwing zich richt. Want beschouwing is
immers
niet onderzoek of kritiek, zij is niets dan liefde. Zij is de hoogste
en
de meest te wensen toestand van onze ziel: liefde zonder begeren."(83)
Maar in een
cultuur waarin mensen
van elkaar afhankelijk zijn, vanwege de rolverdeling elkaar nodig
hebben,
vullen in een relatie man en vrouw elkaar aan, compenseren elkaars
tekortkomingen,
steunen op elkaar, zijn elkaars bezit, houden elkaar vast en kunnen
elkaar
niet loslaten, hebben ieder hun eigen belangen, meningen en
vooroordelen.
Een alles behalve belangeloze liefde, maar een band uit nood geboren om
de eenzaamheid te ontvluchten en een kunstmatige eenheid te scheppen.
In
hun verliefdheid, de meest gevaarlijke geslachtsziekte die er is,
wanneer
het brein vertroebeld wordt door wensen, verwachtingen en valse
toekomstdromen,
klampen ze zich aan elkaar vast. En al gauw is die droom over en de
rozengeur
en maneschijn verdwenen en voor de lieve vrede passen ze zich maar aan
elkaar aan. En zoals ze uitgekeken raken op hun bankstel, raken ze
uitgekeken
op elkaar in deze weggooi-cultuur.
Over
mooi en
lekker
Mooi en
lekker
zijn geen
kwaliteiten van de dingen zelf, maar van de mening van mensen over de
dingen.
Een kwestie van smaak, iets wat ze zelf ontwikkeld hebben zeggen ze
dan,
dus kennelijk is er ooit een tijd geweest, dat die smaak er niet was.
En
toch praten ze over tijdloze muziek en architectuur en dingen die
eeuwigheidswaarde
hebben en behouden moeten worden voor het nageslacht, zonder dat dat
nageslacht
daarom vraagt. Zo leren mensen dingen mooi en lelijk vinden zonder dat
ze het in de gaten hebben. Er zijn mensen die de muziek van Bach mooi
vinden,
terwijl anderen het niet om naar te luisteren vinden. En toch zegt de
een
dat het prachtige muziek is en de ander dat het verschrikkelijke muziek
is. Maar de Bachkenner vergeet, dat hij zijn muziek mooi heeft leren
vinden
en dat alleen gedaan heeft, omdat hij een product van deze cultuur is,
het in zijn sociale klasse in is om van Bach te houden, dat je niet
normaal
bent als je het niet waardeert, dat het een tekort van je opvoeding is,
als het je niet raakt en dat je erover mee moet kunnen praten. Kortom,
smaak is afhankelijk van de groepssubcultuur, aangeleerd en
geconditioneerd
denken en gedrag. Er is geen klein kind, geen primitief, die meteen
wegloopt
met Bach. Het aanspreken van muziek, geconstrueerd door de stilte te
verbreken
in een gamma van tonen, beperkt tot vaste en ritmische afstanden,
vereist
een brein wat net zo geordend is. Hoe netter, beschaafder en geordender
de mens, hoe netter en strakker zijn muziek. Muziek is een
gecreëerde
behoefte om de geluiden van de natuur te overschreeuwen en te
verbeteren.
"Bij
de echte
nachtegaal kan men nooit tevoren zeggen wat er zal komen, maar bij de
kunstnachtegaal
is alles al vastgesteld. Alles kan bij hem verklaard worden, u hoeft
hem
maar open te maken en u kunt zien, hoe de rolletjes en radertjes
liggen,
hoe zij bewegen en hoe het een uit het ander voortkomt. Maar de arme
vissers
die de echte nachtegaal gehoord hadden, zeiden: 'Het klinkt heel
aardig,
en de wijsjes hebben ook wel wat maar, toch mankeert er iets aan." (84)
Het kleine
kind
dat de
eerste keer mee moet naar de Mattheuspassion vindt het maar raar,
vervelend
en onbegrijpelijk, terwijl de grote mensen het allemaal prachtig vinden
en indrukwekkend en elkaar en zichzelf wijsmaken, dat het weer een
uitstekende
uitvoering was. En het kind, argeloos als in het sprookje van de nieuwe
kleren van de keizer, maakt wat pijnlijke opmerkingen. Maar de ouders
zeggen,
dat het daar eigenlijk nog te jong voor is en dat het dat wel zal
leren.
Later als het groter is ... En ja hoor, later vertelt hij hetzelfde
verhaal
aan zijn kinderen en zo worden mystificaties van generatie naar
generatie
overgedragen. Alles went, alles kun je mooi leren vinden, als je het
maar
lang genoeg herhaalt. Eigenlijk is het verbazingwekkend, hoe selectief
grote mensen hun kindertijd verdringen. Wat voor Bach geldt, gaat
evenzeer
op voor de Beatles of welke andere muziek dan ook. Zo hangt het ook van
cultuur en sociale klasse af, wat mensen lekker vinden. Vlees is niet
lekker,
maar mensen hebben het lekker leren vinden. Het zijn de associaties,
beelden
opgeroepen uit het verleden door de geur van gebakken lever, die
bepalen
of je lever lekker vindt of niet. Als je als eskimo geboren was, had je
walrusdarmen een delicatesse gevonden en gegruwd van boerenkool. Zo
wordt
de blanco smaak van het kind geconditioneerd tot wat lekker is en niet.
Allemaal aangeleerd, dus allemaal af te leren, door het te doorzien als
aangeleerd en wezensvreemd. Want het is het karakter wat de smaak
bepaalt
en niet de mens. Honger maakt rauwe bonen zoet, maar de mens eet niet
meer
omdat hij honger heeft, maar omdat het tijd is, hij zijn onbehagen weg
moet eten, voor de gezelligheid of omdat hij het lekker vindt en
gezond.
Zo veranderen smaken met de tijden, afhankelijk van de tijdgeest, de
collectieve
wanen, geïnspireerd door belangen. Voor belangrijk, voor normaal,
interessant, onmisbaar en kostbaar geldt om dezelfde redenen hetzelfde.
Wat iedereen lekker, mooi, normaal, belangrijk en leuk vindt moet hij
zelf
weten, maar het zijn allemaal aangeleerde behoeften en normen,
bevredigd
over de ruggen en door het zweet bloed en tranen van slaven. Aan elk
door
mensenhanden gewrocht ding kleeft bloed. Kijk eens naar de tweede
cellist
in het orkest, die dag in dag uit muziek van anderen reproduceert en de
kippenslachter, die elke dag weer aan de lopende band zijn moordend
werk
verricht om die aangeleerde behoefte te bevredigen. Ja, maar zullen
mensen
tegenwerpen, ze vinden het zelf prettig, dan moet je ze dat niet
ontnemen.
Maar u vindt toch ook een gedresseerde Lippizaner of een hond die op
zijn
achterpoten loopt een gênante vertoning? Of moeten ze er eerst
ziek
van worden? Elke cultuur is gedrenkt in angst, pijn, ziekten, verdriet
en dood. Dat is de tol, die de mensen zijn cultuur betaalt. En ze gaan
maar door, steeds meer prikkels, meer behoeften, meer productie, steeds
verder en hoger. Steeds zieker, eenzamer, rustelozer en opgejaagder
voelt
de mens zich. Elke bevredigde valse behoefte roept om een volgende,
want
het bezit van de zaak, is het eind van het vermaak. Nooit zal er zo
rust
komen.
Over
behoeften
"Alles,
wat voor
de mens meer dan nodig is, is hem vijandig."(85)
"Juist
de
eenvoud en
de naaktheid van het leven van de mensen in de oorspronkelijke tijden
had
tenminste dit voordeel, dat zij hem in staat stelden deel te nemen aan
de natuur. Als hij door voedsel en slaap was opgefrist, kon hij zich
weer
op zijn tocht bezinnen. Hij woonde zo te zeggen in een tent op deze
wereld
en kruiste door de valleien en door de vlakten en beklom bergtoppen.
Maar
helaas, de mensen zijn werktuigen van hun werktuigen geworden. De man,
die vrij en blij vruchten plukte als hij honger had, is nu een
landbouwer
geworden en hij, die onder een boom schuilde, is nu een thuiszitter.
Wij
slaan niet meer een kamp op voor een nacht, maar hebben ons vastgeklit
op de grond en de hemel vergeten."(86)
En nu
zitten
mensen dan
opgesloten in hun landen in families en gezinnen, in hun talen, kleren,
huizen, de tredmolen van hun arbeid, een bekrompen bestaan in tijd en
ruimte.
In klimaten waar ze niet thuishoren en die ze eigenlijk bij het vallen
van de winter als de trekvogels zouden moeten verlaten. En zo riepen ze
zelf de behoefte op naar vuur en kleding. Maar zoals altijd als je
begint
is het eind zoek. Zo verkilde de beschaafde mens en heeft het niet
alleen
koud, maar is ook koud.
"Hij
is een slaaf
van zijn behoeften geworden en zijn behoeften hebben hem veranderd.
Darwin
vertelde over de bewoners van Tierra del Fuego dat, terwijl zijn eigen
mensen dik gekleed en dicht bij het vuur zittend het verre van warm
hadden,
bij deze naakte wilden, tot zijn verwondering, het zweet bij stromen
gutste
door de roostering, die ze ondergingen, hoewel ze verder weg zaten. Is
het mogelijk om de gehardheid van deze wilden te verbinden met de
geestelijke
ontwikkeling van de civilisatie?"(87)
Zelfs
kleding en
huizen
zijn kunstmatige behoeften, die de mens zelf heeft opgeroepen door zich
buiten de natuur te plaatsen. De enige ware behoeften van de mens zijn
eten als hij honger heeft en slaap als hij moe is, de rest is franje en
ballast. Het leven vraagt niet meer, vraagt niet om vuur, om
werktuigen,
om arbeid of wat dan ook. Het leven vraagt er slechts om om geleefd te
worden. En overal zie je mensen druk doende met de ballast of hun leven
ervan af hangt. Alleen maar mensen, die elkaar bezig houden met niets
en
een steeds uitdijender niets om zich heen verspreiden en ze vinden het
allemaal belangrijk wat ze doen. Maar het is alleen in die zin
belangrijk,
dat er belangen mee gemoeid zijn, niet het leven. En ze praten elkaar
nieuwe
behoeften aan, want er moet niet geleefd maar geproduceerd worden. De
economie
moet gered worden, niet het leven.
Over
schaamtegevoel
Tussen
paradijs
en naaktheid
bestaat een relatie: wie niet rijp is voor het ene is ook niet rijp
voor
het andere. Alleen kleine kinderen kunnen nog parmantig en onbevangen
in
hun blootje rondlopen, maar dat leren ze al gauw af als ze leren dat
dat
gave lijfje vieze dingen afscheidt uit openingen, die je bedekt moet
houden
omdat het anders niet netjes is en waar je allerlei bedenkelijke
grappen
over kunt vertellen. En ze merken, dat grote mensen onrustig worden,
als
ze bloot zien en dat je niet met je handjes in je broekje mag zitten.
En
als je dat toch gedaan hebt, ze goed moet wassen met water en zeep. Dat
er zelfs vieze woorden zijn, waar grote mensen van schrikken, en die ze
nooit meer mogen zeggen. Dat grote mensen stiekem gaan doen als ze hun
kleren uittrekken en dat je onder de dekens een pyjama aan moet. En
grote
mensen vertellen, dat het ongezond is als je in je blootje loopt, dat
je
dan kou kunt vatten en zo. Heel gauw raken kinderen zo hun
schaamteloosheid
kwijt, want schaamtegevoel werkt aanstekelijk. En als ze dan borstjes
krijgen
en het schaamhaar ontluikt, waar al die grote mensen zich zo voor
schamen,
worden ze nog onzekerder, om wat al die anderen daar wel niet van
zullen
denken. Want ze zijn nog zo beïnvloedbaar. Zo worden kinderen door
hun ouders, die weer door hun ouders, die door hun ouders tot
onnaspeurlijk
ver in het verleden uit de paradijselijke onbevangenheid gehaald en
opnieuw
uit de onschuld verdreven. Zo verliezen mensen de gaafheid van hun
lijf,
hun groei ontregelt en ze groeien uit hun voegen en hebben dan hun
kleren
nodig om alle onvolkomenheden te verdoezelen.
Neem eens
honderd beschaafde
burgers en zet ze in hun blootje naast elkaar, ontdaan van kleren en
prothesen
en aanschouw dan wat het keurslijf van de beschaving heeft aangericht.
Dikbuikig, grofkontig, bleeklijvig, met hangtieten, kromme ruggen,
dikke
dijen, pukkelig, behaard, magere knokigen en vetzuchtigen; een
troosteloze
aanblik. Daar moet je wel een hele kledingindustrie voor in het leven
roepen
om dat te verdoezelen en zo de aandacht af te leiden naar het kleurige
omhulsel. Het is een illusie om te denken, zoals de naturisten, dat je
je schaamtegevoel kwijt raakt door in je blootje te gaan lopen, net zo
min als ascese tot onthechting leidt. Een geklede mens in de vrije
natuur
is net zo'n bizarre aanblik als een blote in de stad. Pas als je een
totale
onafhankelijkheid hebt verworven en niet meer beïnvloedbaar bent
door
de oordelen van anderen, verdwijnt het schaamtegevoel. Maar intussen
loopt
de beschaafde mens rond slechts zijn denkhoofd en werkhanden ontbloot
en
geheel symbolisch een strop om de hals. Achter uniformen, driedelige
pakken,
feest- en werkkledij verbergt hij zich. Dat vormt zijn toneelkledij,
waarin
hij zijn rollen in de maatschappij speelt. Slechts in spaarzame
ogenblikken
ontkleedt hij zich en voelt zich dan even naakt als een heremietkreeft
die uit zijn slakkenhuis gekropen is. Zo waakt, sinds de kerkvaders, de
zich christelijk noemende kerk over de goede zeden van het volk,
terwijl
toen zijn leerlingen ooit aan hun meester vroegen:
"Wanneer
zult
gij ons openbaar zijn en wanneer zullen wij u zien", hij antwoordde:
"Wanneer
gij u ontkleed zult hebben en u niet schamen zult."(88)
en
"Wanneer
gij
het omhulsel der schaamte met voeten getreden zult hebben."(89)
Maar waar
blijf je
dan
met al die toga's en kazuifels, met alle pijen en monnikskappen?
Over
wetenschappelijke
verbanden
"Dames
en heren,
vandaag gaan we een interessant experiment doen", zei de professor
tegen
zijn biologie-studenten. Naast de professor stond een tafel met daarop
een exemplaar van de Hongkongkikker, de specialiteit van de
internationaal
befaamde wetenschapper. "Spring", zei de professor tegen de
Hongkongkikker
en het beestje nam inderdaad een grote sprong. "Dames en heren
studenten,
u ziet het, de kikker heeft maar liefst 79 cm gesprongen." Hij zette de
kikker op de rand van de tafel en riep nogmaals: "Spring." De kikker
maakte
nu een sprong van ruim 83 cm. Het experiment werd nog enige malen
herhaald
- zo hoort dat als je iets wetenschappelijk bewijzen wilt - en
uiteindelijk
maakte de kikker zelfs een sprong van bijna 1 m. Toen haalde de
professor
een mes tevoorschijn en hakte beide achterpoten van de Hongkongkikker
af.
Hij zette de kikker weer op dezelfde plaats en riep weer: "Spring." De
kikker reageerde niet. Nog drie keer riep de professor hard: "Spring."
Maar het beest verzette geen poot. "Dames en heren", zei de professor
voldaan
over het geslaagde experiment, "hiermee is wetenschappelijk komen vast
te staan, dat het verwijderen van de achterpoten bij de Hongkongkikker
doofheid ten gevolge heeft."
Dat is de
manier
waarop
wetenschappers hun valse verbanden leggen. Uit hun natuurlijk milieu
gehaalde
en gekooide ratten, mishandeld door injecties, gevoerd met uit te
proberen
stoffen, gemeten en gewogen, met kunstlicht belicht en wetenschappelijk
verantwoord opgefokt, behandeld als fysiologisch apparaat en niet in
staat
om aan hun belagers te ontsnappen, krijgen kwaadaardige gezwellen. En
dan
trekt de wetenschapper de conclusie, dat die stof kankerverwekkend is
en
vergeet gemakshalve wat hij het dier allemaal aangedaan heeft. Kanker
komt
in de ongerepte natuur niet voor. Alleen gedresseerde, getemde dieren,
gekooid en onderworpen aan de grillen van bazen en onderzoekers,
verkankeren,
zoals beschaafde mensen ook kankerend verkankeren. Zo legt de
wetenschapper
in wilde weg verbanden, tussen roken en longkanker,
luchtwegaandoeningen
en luchtvervuilingen, baarmoederhalskanker en penishygiëne,
koelkasten
en maagkanker, voedsel en darmkanker, snoep en cariës, hooikoorts
en graspollen, reuma en vocht, verkoudheid en tocht, hypertensie en
zoutgebruik,
blaasontstekingen en minirokken, eczeem en wasmiddelen, fietszadelstand
en impotentie. En de mensen geloven het allemaal terwijl het alleen
maar
angst- en schuldgevoelens oproept, waardoor ze juist veroorzaken wat ze
willen voorkomen.
"Wij
moeten met
betrekking tot de belangrijkste dingen niet in het wilde weg verbanden
leggen."(90)
Over
gezinnen
Een gezin
is
een gesloten
systeem, een cultuurtje op zich. Een netwerk van elkaar
beïnvloedende,
van elkaar afhankelijke en op elkaar reagerende individuen. Elk gezin
heeft
zijn eigen onuitgesproken regels en communicatiespelletjes, waardoor
elk
gezinslid weet waar hij aan toe is en ieder zijn eigen plaats heeft. De
taken zijn verdeeld, de kamers zijn verdeeld, geld verdeeld, bezit
verdeeld,
zitplaatsen verdeeld, macht verdeeld en zo wordt het spel gespeeld.
Iedereen
zorgt, voor de lieve vrede, voor het handhaven van dat zo wankele
evenwicht.
Mensen zijn op elkaar ingespeeld en de verschillende karakters sluiten
op elkaar aan als in een legpuzzel. Maar er zijn zoveel dingen waardoor
het evenwicht verstoord kan raken en er onrust optreedt. Verhuizing,
verbouwing,
zwangerschap, ruzie in de familie of op het werk, feestdagen, bezoek
aan
oma, geboorte van een kind, veranderingen van baan, examens, ontslag,
financiële
problemen, vakanties, het naar school gaan van de kinderen, het
overlijden
van familieleden, door dat alles kan dat evenwicht verstoord worden.
Het
gezin wordt ziek en een van de leden wordt de symptoomdrager. Altijd
gaat
aan het uitbreken van een ziekte iets vooraf. Terwijl dat er dan achter
zit, gaan mensen naar de dokter om van hem te horen wat er achter zit,
waardoor ze er nooit meer achter komen, wat er echt achter zit. Het is
eigenlijk ongelooflijk, dat mensen zo voor de hand liggende verbanden
niet
meer zien. Op het moment dat een van de gezinsleden ziek wordt,
verandert
de aandacht ten gunste van de patiënt. Hij krijgt zijn rust en
verzorging,
plannen worden opgeschoven, bezoeken afgezegd en al gauw is het
evenwicht
weer hersteld. Tenzij de dokter wordt ingeschakeld, die zich toch
ongerust
afvraagt of er niet iets bijzonders achter zit. Dan slaat de onrust pas
goed toe en ontlaadt zich op het hoofd van het slachtoffer. Iedereen
bemoeit
zich ermee en wacht gespannen af totdat de dokter b.v. zegt, dat het
chronisch
is en de patiënt patiënt zal blijven. En er ontstaat een
nieuw
evenwicht, alle leden passen zich aan en een speelt de rol van
patiënt.
Het net is gesloten en hij komt er nooit meer uit. Er zijn nieuwe
rituelen
ontstaan van pillen, diëten en ontzien en al gauw weet niemand
meer
beter. De communicatie wordt aangepast om het wankele evenwicht niet te
verstoren en de lieve vrede te bewaren. Conflicten worden uit de weg
gegaan
en gesust; denk aan de patiënt.
Kinderen,
die
in een gezin
met een chronische patiënt opgroeien, hebben op den duur een
ziekmakende
en -houdende communicatie ontwikkeld. Ze zijn ongewild drager geworden
van een ziekmakend communicatiepatroon. Dat bepaalt later hun
partnerkeuze
en de geschiedenis herhaalt zich. Erfelijk noemt de wetenschapper dat.
In een huwelijksrelatie vullen de partners elkaar aan en hebben zich
aan
elkaar aangepast. Een kwestie van geven en nemen, een compromis. Ieder
levert terwille van de ander en de eenheid wat belangen, wensen en
vooroordelen
in. Twee dominanten bij elkaar kan niet, want twee kapiteins op een
schip
geeft alleen maar problemen en ruzies. Twee afhankelijke kan evenmin en
zo passen de twee karakters op elkaar als een deksel op een doos. Wat
de
een teveel heeft, heeft de ander te weinig en zo is de een dominant, de
ander afhankelijk, een extraverte en een introverte, een prater en een
zwijger, een harde en een zachte, een aangepaste en een onaangepaste,
een
sterke en een zwakke, een rationele en een intuïtieve, een nette
en
een slordige, een zekere en een onzekere, een zorgenmakende en een
zorgenwegwimpelende,
een dikke en een dunne, een strenge en een toegevende, een handige en
een
onhandige, een trage en een vlotte, een zakelijke en een onzakelijke,
een
sportieve en een onsportieve, een mooie en een lelijke, een domme en
een
intelligente, een koude en een warme, een bange en een moedige, en
samen
houden ze in deze maatschappij het hoofd boven water. Een bekend
patroon,
omdat het een afspiegeling is van hun ouder-relaties. Zo beletten
mensen
elkaar om te veranderen, want als de pot verandert past de deksel niet
meer. Als b.v. de afhankelijke zelfstandiger wil worden, wordt hij door
de dominante weer teruggedrukt, en als hij toch doorgaat, wordt de
dominante,
omdat zij daardoor ontregelt, ziek. Deze dominantie en
submissiepatronen
kunnen zich generaties lang voortzetten. De bij zo'n relatie behorende
symptomen heten erfelijk. En zo brengen zieke ouders ziek gehouden door
de geneeskunde zieke kinderen voort.
Over
het
bestrijden van
symptomen
Wanneer
je een
fietsband
te hard oppompt, komt er vroeg of laat een bult op. Dat komt, zeggen de
mensen dan, omdat er een zwakke plek inzit. En vervolgens gaan ze de
zwakke
plek verstevigen en het gevolg is, dat er al gauw op een andere plaats
een nieuwe bult ontstaat. Slecht fabrikaat van een waardeloze fabriek
natuurlijk.
Door de ene bult weg te werken en de oorzaak, namelijk de te hoge
spanning
ongewijzigd te laten, moet het wel op een andere plaats weer
tevoorschijn
treden. In de geneeskunde noemen ze dat symptoomverschuiving. Wanneer
je
bij een patiënt het ene symptoom wegwerkt, krijgt hij op een
andere
plaats wel weer een nieuw symptoom. En zo blijven de artsen bezig tot
de
dood erop volgt. Zo kun je in een relatie waarin een van de partners de
symptoomdrager is van het verstoorde evenwicht, door de een te genezen
veroorzaken, dat de ander ziek wordt. En in gezinnen, waar zich de
spanning
in een kind ontlaadt door dat kind extra aandacht en verzorging te
geven,
waardoor het beter wordt, het symptoom overdragen op een ander kind.
Zo'n
ziekte heet dan besmettelijk. Maar het enige wat er dient te gebeuren
als
een band te hard is opgepompt is, dat je de spanning vermindert door
het
ventieltje een beetje open te draaien. Dat kan nooit een ander voor je
doen. Hij kan je er alleen maar op wijzen, waar het ventieltje zit. Zo
worden op grote schaal in de maatschappij ook slechts symptomen
bestreden,
werkeloosheid, milieuvervuiling, verkeersonveiligheid, kernwapens maar
uiteindelijk geeft dat ook alleen maar symptoomverschuiving.
"Het
lijden van
een groot deel van de mensen is als de martelingen van een knagende
pijn
en er zijn veel rotte en pijnlijke kiezen in de mond van de
maatschappij.
Maar die maatschappij wijst het zorgvuldige en geduldvergende
geneesmiddel
af en stelt zich ermee tevreden de buitenkant wat op te poetsen met
glanzend
goud, dat haar ogen verblindt voor het eronder liggende bederf. Maar de
patiënt kan zijn ogen niet sluiten voor de aanhoudende pijn. Velen
zijn de maatschappelijke tandartsen, die proberen het kwaad van de
wereld
te beheersen, door prachtige vullingen aan te bieden en velen zijn de
lijders,
die zich over geven aan de wil van de hervormers en daardoor hun eigen
lijden vergroten, meer vergen van hun kwijnende kracht en zichzelf
misleiden
tot in de diepte van de dood."(92)
En zo
buigen
overal goedwillende
en hardwerkende mensen in actiegroepen, projectgroepen en commissies
zich
met alle inzet over symptomen, maar nooit wordt er zo wezenlijk ook
maar
iets opgelost.
Over
verliezen en hebben
en zijn
Mensen
hebben
de eigenaardige
gewoonte om te denken, dat ze zijn wat ze hebben. Ze hebben een vak
geleerd
en denken dat ze daardoor monteur zijn, een geloof en tradities en dat
ze daardoor jood of christen zijn, kinderen, en denken daardoor dat ze
vader of moeder zijn, een politieke overtuiging, en denken dat ze
daardoor
socialist of communist zijn, een karakter, en denken dat ze daardoor
driftig
of agressief zijn, een donkere huidkleur, en denken dat ze daardoor
neger
zijn, een symptoom en denken dat ze daardoor patiënt zijn, een
titel,
en denken , dat ze daardoor geleerd zijn, borsten en denken dat ze
daardoor
vrouw zijn, een verleden, en denken dat ze daardoor hun verleden zijn,
een voorkeur voor de eigen sekse, en denken dat ze daardoor homofiel
zijn,
bezittingen, en denken dat ze daardoor rijk zijn, een man, en denken
dat
ze daardoor echtgenote zijn, belangen, en denken dat ze daardoor
belangrijk
zijn, het leven, en denken dat ze daardoor levend zijn. Zo zijn mensen
verlengstukken van hun bezit geworden en verandert bezit mensen dus in
iets anders. En als ze dat zelf niet denken, dan denken de anderen dat
wel. In deze wereld hebben mensen allemaal zoveel en wie veel heeft kan
ook veel verliezen. Mensen ontlenen hun geluk en gevoel van eigenwaarde
aan wat ze hebben en niet aan wat ze zijn. Daarom zijn mensen
voortdurend
op hun hoede om hun bezit tegen anderen te verdedigen, de grenzen af te
bakenen, indringers te verdrijven en banden, die hen met hun bezit
verbinden
te onderhouden en te verstevigen. Een vermoeiende bezigheid en een
wankele
basis voor het beeld wat de mens voor zichzelf heeft. Alles wat je hebt
kun je verliezen, kan je door anderen ontnomen worden, kan in gevaar
komen
en dat roept dan angst, boosheid of verdriet op. Zo roept het verlies
van
familieleden, ontroofd door Magere Hein, verdriet op. Maar dat verdriet
is een verkapte vorm van zelfmedelijden, want je hebt geen verdriet
omdat
de ander er niet meer is, maar omdat je een deel van je bezit verliest,
waardoor een leegte ontstaat, die je zult moeten compenseren. Alleen
wie
niets heeft kan niets verliezen en hoeft niets te verdedigen. Daarom
staat
er geschreven, dat wie alles verliest zijn leven zal behouden.
"Freedom
is just
an other word for nothing left to lose."(92)
Het leven
van de
cultuurmens
bestaat uit het verwerven van bezit, het verdedigen van bezit, en het
uiteindelijk
op het sterfbed weer loslaten van het bezit. Dat is geen zijn maar
hebben.
"Dat
de doden
dood zijn, dat is niet zo erg. Maar dat de levenden niet leven."(93)
Mensen
leven
niet,
maar
leiden een leven, of zoals velen verzuchten, worden geleefd. Door hun
eigen
wensen, willen en verwachtingen laten ze zich door het leven drijven.
Het
leven niet aankunnen wil zeggen, dat je de eisen die anderen aan je
stellen
of die je aan jezelf stelt, niet aan kunt. Niets hoeft de mens te doen
om te leven, want dat doet het leven zelf. Als je het leven niet
aankunt,
wil dat eigenlijk zeggen, dat het leven jou niet aankan. Ooit heette zo
te leven slapen of verblind zijn, dood, goddeloos of in de onderwereld
verkeren. Dat beseffen mensen niet meer en iemand die in de illusie
verkeert
dat hij wakker is, kun je niet duidelijk maken, dat hij eigenlijk
slaapt.
Het is ook erg pijnlijk om mensen te laten zien, dat ze zich hun leven
lang vergist hebben, dat, alle bloed, zweet en tranen vergoten zijn
voor
een illusie, dat het hun onwetendheid was, waardoor ze zichzelf alle
pijn,
angst en verdriet hebben aangedaan. Dat ze hun leven en inspanningen in
dienst hebben gesteld van het bouwen van een onrechtvaardige wereld of
het pogen te veranderen in een andere onrechtvaardige wereld. En hoe
hoger
mensen geklommen zijn, hoe harder het aankomt. Maar de gelukzaligheid,
die je ervaart bij het ontwaken is voor ieder mens gelijk, of je nu
bisschop
bent of crimineel, of je je nu 10 jaar vergist hebt of 70.
Over
de
angst om dood
te gaan
Bang voor
de
manier waarop
ze dood zullen gaan, omdat ze in hun omgeving zoveel trieste
sterfgevallen
zien, proberen mensen zich in te dekken en nemen allerlei
voorzorgsmaatregelen
om dat te voorkomen, terwijl ze niet eens weten waarom die mensen zo
dood
gaan. Terwijl ze bang zijn voor een lang ziekbed, een pijnlijke
doodsstrijd
en afhankelijkheid van anderen, leggen ze toch hun heil in handen van
artsen
en hulpverleners, waardoor ze oproepen waar ze bang voor zijn. En dan
is
er de angst om al hun kostbare spullen, waar ze zo aan gehecht zijn en
hun hele leven voor geploeterd hebben te moeten achterlaten en waarop
de
achterblijvenden zich als aasgieren zullen storten en het onsmakelijk
gevecht
om de boedel zullen strijden. De angst, dat wat zij zo gekoesterd
hebben,
verwaarloosd zal worden. Bang gemaakt door al die praatjes over
predestinatie,
hel en verdoemenis. Bang, omdat ze beseffen, dat ze nog zoveel goed te
maken hebben, al die niet bijgelegde ruzies, mensen die ze te kort
gedaan
hebben en in de steek gelaten hebben. Bang, omdat pas op het sterfbed
het
besef doorbreekt, dat ze hun kinderen op het spoor gezet hebben, waarop
ze nu zelf doodlopen en dat ze dat niet meer kunnen veranderen. Bang,
omdat
ze de touwtjes, die ze altijd in handen hebben gehad, los moeten laten
en wat moet er dan van terechtkomen. Bang, omdat ze nog niet en nooit
klaar
zijn geweest en het niet meer af kunnen maken. Bang, omdat ze zich
verantwoordelijk
voelen voor anderen en onmisbaar en dat de anderen het niet zullen
redden
zonder hen en bang, dat ze vergeten zullen worden en dat hun plaats
ingenomen
wordt door anderen. Op hun sterfbed moeten mensen of ze willen of niet,
van alles afstand doen. Hoe gehechter aan alles hoe moeizamer en
pijnlijker
het gevecht om los te laten. Daarom is het wijs om zo te leven, dat je
altijd klaar bent en je olielampje niet als van die dwaze maagd als
puntje
bij paaltje komt leeg is. Dat is het enige vereiste voor een zachte
dood,
de enige ware euthanasie, een met een gerust hart kunnen vertrekken met
het gevoel dat je geleefd hebt zoals het de bedoeling was. Dat je
niemand
hoeft op te schepen met de puinhoop die door jouw toedoen is
aangericht.
Dan besef je
"dat
er geen
dood is, maar alleen een overgaan van de ene wereld in de andere."(94)
In zijn
doodsstrijd zegt
Iwan Iljitsj:
"Heb
ik misschien
niet geleefd zoals ik moet?"Die gedachte kwam ineens in zijn hoofd op.
"Maar hoe zou dat kunnen, ik heb toch alles gedaan zoals het
behoorde?",
sprak hij tot zichzelf en hij verjoeg dadelijk de enige oplossing van
het
raadsel van leven en dood als iets volslagen onmogelijks. Door het
zwarte
gat kruipen belette hem de gedachte, dat zijn leven goed was geweest.
Die
rechtvaardiging van zijn eigen leven was het, die hem vastketende. (95)
Overigens
heeft de
moderne
fysica met haar zwarte gaten een analoog beeld als ze vermoedt
"dat
in het zwarte
gat alle wetten van de fysica ophouden te bestaan en zelfs ruimte en
tijd
verdwijnen en dat alles wat in een zwart gat wordt opgeslorpt, weer
uitgebraakt
wordt aan de andere kant en die andere kant is dan een ander
universum."(96)
Ingenieus
speurwerk hebben
de wetenschappers moeten verrichten voor wat Tolstoi intuïtief
begreep.
Over
rassen
en volkeren
Overal
ter
wereld worden
kleine mensjes, wereldburgers, geboren, en door hun ouders, die dat
toch
ook ooit waren, opgevoed tot verschillende soorten mensen. Overal wordt
door de grote mensen de culturele ballast, die ze al van generatie op
generatie
met zich mee zeulen in die blanco kinderhoofden gegoten. Zoals je van
zuiver
ijzer, door toevoeging van ijzervreemde metalen in de smeltkroes
ontelbaar
veel verschillende legeringen kunt maken. Om geschikt gemaakt te worden
voor al die merkwaardige doelen, die de grote mensenwereld zichzelf
gesteld
heeft moeten kinderen aangepast worden. Na hun toekomstige
gebruikswaarde
worden ze omgevormd en opgezadeld met de vooroordelen van hun ouders,
geloven
ze al gauw dat ze anders zijn dan andere mensen. Dat ze Maori zijn of
Ariër,
Duitser of Nederlander en dat ze dus andere aangeboren neigingen en
eigenschappen
hebben, dat ze nuchter zijn, omdat ze Nederlander zijn, primitief omdat
ze Maori zijn, uitverkoren omdat ze Jood zijn, en een Übermensch
omdat
ze Ariër zijn. En zo stopt ieder elkaar in hokjes met een scala
van
etiketten erop. Toch zijn er op deze wereld alleen maar mensen, waarmee
ze zichzelf ook toegetakeld hebben of wat ze zich ook verbeelden te
zijn.
Elke scheiding is kunstmatig en geeft verdeeldheid en in die verdeelde
wereld voelen mensen zich meer en beter, omdat hun boeken ouder zijn,
hun
prestaties groter, omdat ze meer bezit hebben, hun taal ingewikkelder
is,
omdat ze meer geleerd hebben, omdat ze zichzelf mooier vinden,
beschaafder
zijn of blank. En daarom voeren ze oorlogen en moorden elkaar uit, want
"All
animals
are equal, but some are more equal than others."(97)
Je kunt de
mensheid vergelijken
met een syncitium, zoals b.v. een koraalrif. Daar leven in harmonie
miljarden
koraaldiertjes, tot nut van het algemeen, slechts gebonden aan het
feit,
dat ze koraaldiertjes zijn. Geen diertje leeft ten koste van een ander.
Geen laat een ander voor zich werken, omdat hij moet studeren, niet een
houdt er zich bezig met hoe anderen leven moeten. En prachtig als door
een onzichtbare hand gestuurd, leven ze als een eenheid. Tot op gegeven
moment een koraaldiertje, laten we hem Adam noemen, het in zijn hoofd
haalt
om de eenheid te verbreken en wat anders te willen. Hij wil geen gewoon
koraaldiertje meer zijn, hij wil anders en meer zijn dan anderen. Hij
sluit
een complot met zijn buurvrouw, Eva natuurlijk, en samen gaan ze de
boel
reorganiseren. Het werkt aanstekelijk, maar al gauw komen er ruzies,
moord
en doodslag en scheiden groepen zich af. Er komen meesters en slaven,
en
na verloop van tijd ontstaan er overal zieke plekken in het rif, het
gaat
scheuren en stukken sterven af. Als kankergezwellen groeien andere
stukken
uit ten koste van de minder ontwikkelde koraaldiertjes en uiteindelijk
is er geen koraaldiertje meer, wat nog gewoon is wat hij zou moeten
zijn,
terwijl zij elkaar voor niet normaal uitschelden. Iedereen voelt zich
op
den duur niet gelukkig meer, voelt wel dat er niets niet klopt en er
wordt
eindeloos getheoretiseerd hoe het anders zou moeten, hoe de eenheid met
behoud van eigen identiteit, zoals ze hun afwijking noemen, weer
hersteld
kan worden. Maar dat geeft ook alleen maar ruzie. Totdat er een
koraaldiertje
is, dat maar in zijn eentje op zoek gaat en tenslotte bemerkt, dat het
het allerprettigste is om gewoon eenvoudig koraaldiertje te zijn. De
dwaas.
Over
school
en opvoeding,
een allegorie
"Het
dochtertje
van de hospita vroeg aan mijnheer K.: 'Als mensen haaien waren, zouden
ze dan aardiger zijn voor de kleine vissen?' 'Natuurlijk', antwoordde
hij,
'als mensen haaien waren dan zouden ze sterke hokken gebouwd hebben in
de zee voor de kleine vissen. Daar zouden ze ook allerhande voedsel,
planten
en kleine dieren inleggen. Ze zouden ervoor zorgen, dat er altijd vers
water in de hokken was en zij zouden zeker alle mogelijke sanitaire
voorzieningen
treffen. Wanneer b.v. een kleine vis een vin bezeerd zou hebben, zouden
ze hem onmiddellijk verbinden, zodat hij niet voortijdig door de haaien
zou worden opgegeten. Verder zouden ze van tijd tot tijd grote
waterpartijen
organiseren, opdat de kleine vissen nooit verdrietig zouden zijn; want
gelukkige vissen smaken beter dan treurige. In de hokken zouden ook
scholen
aanwezig zijn. Daar zouden de kleine vissen leren hoe ze de bek van een
haai binnen moeten zwemmen. Zij zouden b.v. aardrijkskunde moeten leren
om de haaien, die ergens in de zee rondzwemmen gemakkelijk te kunnen
vinden.
Het belangrijkste zou natuurlijk de morele opvoeding van de kleine
vissen
zijn. Hun zou geleerd worden, dat het mooiste wat een kleine vis kan
bereiken
in het leven is, zich blijmoedig op te offeren en verder dat ze
allemaal
in de haaien moeten geloven, vooral wanneer die beweren, dat zij voor
een
gelukkige toekomst zullen zorgen. Men zou de kleine vissen aan het
verstand
brengen, dat zo'n toekomst alleen verzekerd is, wanneer zij leren
gehoorzaam
te zijn. Zij dienen zich ver te houden van allerlei lage
materialistische
marxistische neigingen en moeten de haaien onmiddellijk waarschuwen
zodra
een van hen zulke neigingen zou vertonen. Wanneer haaien mensen zouden
zijn, zou er van vanzelfsprekend ook kunst bestaan. Er zouden mooie
schilderijen
zijn, allemaal in prachtige kleuren, van haaietanden, van hun bekken en
kelen; die zouden worden afgebeeld als plaatsen waar je heerlijk kunt
stoeien
en spelen. In de theaters op de bodem van de zee zouden toneelstukken
worden
opgevoerd waarin dappere kleine vissen vol enthousiasme door het
keelgat
van een haai zwemmen en de muziek zou zo prachtig zijn, dat de kleine
vissen
op het horen ervan in dromerige stemming naar de kapellen zouden gaan
en
zij zouden, vervuld van de meest plezierige gedachten, de keel van de
haaien
inglijden. Er zou ook zonder enige twijfel godsdienst bestaan, die zou
leren, dat het ware leven pas in de buik van de haai begint. En wanneer
de haaien mensen zouden zijn, zouden de kleine vissen niet langer,
zoals
nu het geval is, elkaars gelijke zijn. Aan sommige van hen zouden
ambten
worden toegekend en zij zouden boven de anderen worden gesteld. Aan
degenen,
die een beetje groter zijn dan de anderen zou zelfs worden toegestaan
de
kleinere op te eten. Dat zou alleen maar plezierig zijn voor de haaien,
want dan zouden ze vaker een flinke portie naar binnen kunnen slaan. En
de voornaamsten onder de kleine vissen, degenen die een ambt bekleden,
zouden erop toezien, dat er orde en tucht heerst. En zij zouden
schoolmeesters,
officieren, hokkenbouwkundig ingenieurs etc. worden. Kortom, alleen
wanneer
haaien mensen waren, zou er beschaving in de zee kunnen heersen.'"(98)
Over
meer
en
minder
en voor en tegen
De koek
is
verdeeld overal
zijn de grenzen getrokken en niemand is tevreden. Overal wil de ene
groep
mensen meer, de andere minder, hier wat bij en daar wat af. Meer
kernenergie,
minder kernenergie, meer vlees, minder vlees, meer productie, minder
productie,
meer politie, minder politie, meer computers, minder computers, meer
belasting,
minder belasting, meer wegen, minder wegen, meer ontwikkelingshulp,
minder
ontwikkelingshulp, meer ambtenaren, minder ambtenaren, meer auto's,
minder
auto's, meer bewapening, minder bewapening, meer inpoldering minder
inpoldering,
meer macht, minder macht. Overal een gevecht om de grenzen te
verleggen,
overal een gevecht om het territorium, eigen bezit en belangen te
behouden
of te vergroten. Voor- en tegenstanders, die elkaar met hun eigen
kortzichtige
visies, ondersteund door wetenschappelijke theorieën, rapporten,
statistieken
en grafieken te lijf gaan omdat zij de enig juiste oplossing hebben.
Een
eindeloos gevecht. Belang van de een, gaat altijd ten koste van het
belang
van de ander en de wetenschap is zo plooibaar, dat alle argumenten en
bewijzen
voor even wetenschappelijk zijn als die ertegen.
"Als
één
bouwt en één afbreekt, verwekken zij niets dan moeite."
(99)
Mensen
willen een
eerlijker
verdeling, maar de een bepaalt voor de ander wat eerlijk is. Maar stel
je nu eens voor, dat er geen kernenergie zou zijn, dan zou je geen
voorstanders
en geen tegenstanders hebben. En als je dat met al die andere dingen
ook
zou doen, zou er op het laatst helemaal niets meer zijn om ruzie over
te
maken en zou het eindigen zoals het begonnen is. Er is toch al eerder
gezegd,
dat het einde als het begin zou zijn?
Over
de
besmettelijkheid
van ziekten
De
wetenschap,
die zelf de
bacteriën en virussen heeft uitgevonden en ze als verwekkers van
ziekten
heeft bestempeld, heeft met zijn eigen logica en bewijzen met
veronachtzaming
van alle feiten die in zijn kraam niet te pas kwamen aangetoond, dat
ziekten
besmettelijk zijn, omdat die ziekteverwekkers zich van mens naar mens
of
van dier naar mens verspreiden. En de mensen geloven dat. Zij hebben
het
nog nooit met eigen ogen gezien, maar als het wetenschappelijk is, zal
het wel waar zijn. En zo wordt geloof tot waarheid. Dat bacteriën
alleen op heel specifieke voedingsbodems groeien en mensen dus ook aan
heel specifieke voorwaarden moeten voldoen om besmet en ziek te worden,
wordt gemakshalve en terwille van het voortbestaan van diezelfde
wetenschap
vergeten. Zo heeft de wetenschap de angst voor demonen, spoken en
duivels
plaats laten maken voor de angst voor griepvirussen,
tuberculosebacillen
en kankerverwekkende stoffen. En zo laten mensen zich besmetten met
vooroordelen,
waardoor ze uit hun evenwicht raken en juist daarom geschikte
voedingsbodems
vormen, waarin bacteriën welig kunnen tieren. Met al die verhalen
over alom tegenwoordige bacillen en virussen, die zomaar uit het niets
kunnen toeslaan, die voortdurend op de loer liggen om in onbewaakte
ogenblikken
nietsvermoedende slachtoffers te bespringen, binnen te dringen en kwaad
en verderf te zaaien, heeft de wetenschap angst gezaaid. Maar gelukkig
is de wetenschap er, zeggen de mensen dan, die kan ons helpen, niet
beseffend
dat de wetenschapper tegen betaling oogst wat hij zelf gezaaid heeft.
Zoals
in monoculturen van gewassen besmettelijke ziekten toeslaan, slaan
onder
mensen gedompeld in angsten waarmee ze elkaar beïnvloeden,
epidemieën
toe. Wanneer in Hongkong de Hongkonggriep uitbreekt, aldus
geëtiketteerd
door de wetenschappers, verspreidt de angstpsychose zich als een
vloedgolf
over de wereld. Koortsachtig wordt gewerkt aan vaccins om het virus
voor
te zijn. De wetenschap heeft zelfs groepen mensen aangewezen die zich
extra
bang moeten maken en al die goedgelovigen raken daardoor uit hun
evenwicht,
totdat ze hun spuit gehad hebben, want dan is de angst bezworen.
En weer
zijn
het de artsen
en farmaceutische industrieën die er beter van worden.
Besmettelijke
ziekten zijn alleen maar besmettelijk, omdat mensen bang zijn dat ze
besmettelijk
zijn. Bij de cholera heeft de wetenschap zelf argumenten aangedragen
die
de invloed van angst op de besmettelijkheid aantonen. Volgens de
wetenschap
vindt de cholerabesmetting plaats door het inslikken van de
cholerabacil.
De bacil is niet bestand tegen het maagzuur en gaat in de maag ten
gronde,
tenzij de normale maagzuurproductie ophoudt. Angst en paniek stoppen de
maagzuurproductie en de bacil kan ongehinderd de darm bereiken, waar
hij
zich vermeerdert en zijn moordlustig werk kan beginnen. Zo gaan juist
degenen,
die de cholera het meeste vrezen er aan ten onder: de gezonde jongeren,
die het leven nog voor zich hebben, met hun toekomstdromen, de
onmisbare
moeders en de kostwinnende vaders. En de ouderen, die toch niets meer
van
het leven verwachten en kleine kinderen, niet door kennis gehinderd,
blijven
veel vaker gespaard. En weer zijn het dus niet de verschijnselen, maar
is het hun mening omtrent de verschijnselen, waardoor mensen uit hun
evenwicht
raken met alle gevolgen van dien.
* * *
* *
Noten
a.
Rilke, Rainer Maria
"Het dagboek van Malte Laurids Brigge" Querido A'dam 1974
b. de
Tjonge, Freek
"NOS Denkbeeld" 08-05-1980
1.
Wittgenstein,
"Tractatus Logicophilosophicus", Athenaeum-Polak van Gennip 1976
2.
Upanishad "Tien
Upanishads" De Driehoek Amsterdam z.j.
3.
Jesaja
47:10
4. de
Genestet P.A.
"Leekegedichtjes" Thomas en Eras 's Gravenhage 1978
5.
Wittgenstein,
L. "Losse opmerkingen" Het Wereldvenster Baarn 1979
6.
Gibran,
Kahlil
"De Profeet" Mirananda Wassenaar 1976
7.
Kierkegaard, Soren
"Schotschriften tegen de gevestigde orde" Ten Have Baarn 1980
8.
Fortmann, Han
"Heel de mens" Ambo Baarn 1972
9.
Jesaja
2:8
10. Freud, S
11.
Fortmann, Han
"Heel
de mens" Ambo Baarn 1972
12. Exodus
20:5
13. Freud, S.
14.
Fortmann, Han
"Heel
de mens" Ambo Baarn 1972
15. de
Genestet
P.A. "Leekegedichtjes"
Thomas en Eras 's Gravenhage 1978
16. von
Weizsacker, Victor
"De zieke mens" Veen's Uitgev. Mij Amsterdam 1952
17. Erasmus
"Lof
der zotheid"
Het Spectrum Utrecht 1969
18.
Schiller, F.
"Das lied
von der Glocke"
19. Ortega y
Gasset Jos'
"En torno a Galileo"
20.
Fortmann, Han
"Heel
de mens" Ambo Baarn 1972
21.
Wittgenstein,
L. "Losse
opmerkingen" Het Wereldvenster Baarn 1979
22. Gibran,
Kahlil
"De dwaas"
Mirananda Wassenaar
23.
Kierkegaard,
Soren "Het
begrip angst" Erven Bijleveld Utrecht 1958
24. van
Eeden,
Frederik
"De kleine Johannes" Elsevier Manteau Amsterdam 1978
25. van
Eeden,
Frederik
"Studies over Eduard Douwes Dekker"
26. Bilharz,
geciteerd in
Wortmann, J. "Synthetische geneeskunde" Erven Bohn Haarlem 1936.
27. van
Eeden,
Frederik
"Rede te Leeuwarden" 19-11-1915
28. Hoffmann
E.T.A.
29.
Heraclites
"Fragmenten"
Athenaeum-Polak en van Gennip 1979
30.
Oxyrrhynchus
papyri
31. Rousseau
J.J.
32. Orwell,
George
1984
Arbeiderspers Amsterdam 1971
33. Prediker
8:9
34.
Salzmann,
Christian
G. "Het kreeftenboekje"
35. Jesaia
3:12
36.
Epictetus
"Encheiridion"
De Driehoek Amsterdam Z.j.
37. Ortega y
Gasset "Goethe
desde dentro"
38.
Nooteboom,
Cees Over
Tokyo in de "Avenue", reisverslag.
39. Tatanga
Mani
in "De
aarde is onze moeder" Hollandia Baarn 1973
40. Thoreau,
Henry
David
"Walden" Meulenhoff Amsterdam 1972
41. Wijsheid
van
Salomo
10:1
42.
Multatuli
"Ideeen" 925
43.
Wittgenstein,
Ludwig
"Losse opmerkingen" Wereldvenster Baarn 1979
44. Hugo
Victor
45. Marx,
Karl
"Das Kapital"
46. Zukav,
Gary
"De dansende
Woelimeesters" Bert Bakker Amsterdam 1981
47. Nag
Hammadi
Library
Brill Leiden 1977
48. Stern,
Karl
"Flight
for women"
49. Lyell,
Charles
50. Marcus
Aurelius Antonius
"Overpeinzingen" De Driehoek Amsterdam z.j.
51. Nag
Hammadi
Library
"Tractus Tripartitus" Brill Leiden 1977
52.
Heraclites
"Fragmenten"
Athenaeum Polak en van Gennip Amsterdam
53. Lau Tse
"Tao
Teh King"
Ankh Hermes Deventer 1979
54. Boeddha
"Maijhima Nikaya"
Ankh Hermes Deventer 1978
55. Campert,
Remco
"Fabeltjes
vertellen" Thomas Rap Amsterdam 1970
56.
Millikowski,
Herman
"Lof der onaangepastheid"
57. v.d.
Hoofdakker, Rudi
"Het bolwerk van de beterweters" Pamflet
58. Metz,
Willem
"Het verschijnsel
pijn" Haarlem 1964
59. Kafka,
Franz
60. von
Weizsacker, Victor
"De zieke mens" Veen Amsterdam 1952
61. Thoreau
"Walden" Meulenhoff
Amsterdam 1972
62.
Nederlands
Tijdschrift
voor Geneeskunde 1915 pag. 1313
63. Tsjwang
Tse
"Uit de
werken van Tsjwang Tze" Ankh Hermes Deventer 1973
64. Gibran,
Kahlil
"De Profeet"
Mirananda Wassenaar 1976
65.
Paracelsus
"Volumen
Paramirum" Schors Amsterdam
66.
Gurdjieff
"Verhalen
van Beelzebub aan zijn kleinzoon" Servire Wassenaar
67.
Paracelsus
"Vol. Paramirum"
Schors Amsterdam
68.
Heraclites
"Fragmenten"
Athenaeum Polak en van Gennip Amsterdam
69. Thomas A
Kempis Vrij
naar "Navolging van Christus" Ambo Baarn 1979
70.
Wittgenstein,
L. "Losse
opmerkingen" Wereldvenster Baarn 1979
71.
Epictetus
"Diatriben"
IV-27
72. Marcus
7:15
73. Jerzy
Kosinsky
"De geverfde
vogel"
74. Ortega y
Gasset "Zelfinkeer"
75.
Wittgenstein,
L. "Tractatus
Logicophilosophicus", Athenaeum Polak en van Gennip
76.
Multatuli
"Ideeen"
77.
Multatuli
"Ideeen"
78. Hesse,
Herman
"Demian"
De Bezige Bij Amsterdam 1977
79. Laing,
Ronald
80. Psalmen
115
81. Nag
Hammadi
Library
"Evangelie van Thomas 22e logion" Brill Leiden 1977
82. Plato
"Symposion" Athenaeum
Polak en van Gennip Amsterdam 1970
83. Hesse,
Herman
"Tussen
Oost en West"
84.
Andersen, Hans
"De Nachtegaal"
Het Spectrum Utrecht 1961
85. Sextus
de
Pythagoreeer
"De gulden verzen van Pythagoras" Schors Amsterdam
86. Thoreau,
David
"Walden"
Meulenhoff Amsterdam 1972
87. Thoreau,
David
"Walden"
Meulenhoff Amsterdam 1972
88.
Oxyrrynchus
papyri
89.
Evangelie van
de Egyptenaren
90.
Heraclites
"Fragmenten"
Athenaeum Polak en van Gennip Amsterdam 1979
91. Gibran,
Kahlil
"Wat
het hart verborgen houdt" Mirananda Wassenaar
92. Joplin,
Janis
93. van
Suchtelen,
Nico
"Tat tvam asi" Wereld bibliotheek Amsterdam 1938
94.
Opperhoofd
Seattle in
"Want de aarde is onze moeder" Hollandia Baarn 1973
95. Tolstoj,
Leo
"De dood
van Iwan Iljitsj"
96. Zukav,
Gary
"De dansende
Woelimeesters" Bert Bakker Amsterdam 1981
97. Orwell,
George
"De boerderij
der dieren" De Arbeiderspers Amsterdam 1956
98. Brecht,
Bertold "Kalendergeschichte"
99.
Gregorius
Nazianzenus
"Epistula 16,1"
|
 |