 |
Het
is mogelijk
Vingeroefening
en
voorstudie
voor
het Thomasevangelie
(Schrijver
onbekend)
Is
het
mogelijk,
denkt
hij,
dat men nog niets werkelijks en belangrijks
gezien,
erkend of gezegd heeft? Is het mogelijk, dat men duizenden jaren de
tijd
heeft gehad te kijken, na te denken en op te tekenen, en dat men de
duizenden
jaren heeft laten voorbijgaan als een schoolpauze, waarin men zijn
boterham
eet en een appel? Ja, het is mogelijk.
Is het
mogelijk,
dat men
trots uitvindingen en vooruitgang, trots cultuur, godsdienst en
wereldwijsheid
aan de oppervlakte is gebleven? Is het mogelijk, dat men zelfs deze
oppervlakte,
die toch altijd iets geweest had kunnen zijn, met een ongelooflijke
vervelende
stof heeft overtrokken, zodat zij eruit ziet als de salonmeubels in de
zomervakanties Ja, het is mogelijk.
Is het
mogelijk,
dat de
hele wereldgeschiedenis verkeerd begrepen is? Is het mogelijk, dat het
verleden foutief is, omdat men altijd van zijn massa's heeft gesproken,
juist alsof men van een samenscholing van vele mensen vertelde, in
plaats
van over de ene te spreken, om wie zij heen stonden, daar hij vreemd
was
en stierf? Ja, het is mogelijk.
Is het
mogelijk,
dat men
meende te moeten inhalen, wat gebeurd is voor men geboren was? Is het
mogelijk,
dat men ieder afzonderlijk eraan moest herinneren, dat hij toch uit al
zijn voorvaderen was ontstaan, dat hij 't dus wist en zich niets moest
laten wijsmaken door de anderen, die iets anders wisten? Ja, het is
mogelijk.
Is het
mogelijk,
dat al
die mensen een verleden, dat nooit bestaan heeft, heel nauwkeurig
kennen?
Is het mogelijk, dat alle werkelijkheden onbetekenend zijn voor hen:
dat
hun leven afloopt, aan niets verbonden, zoals een klok in een lege
kamer?
Ja, het is mogelijk.
Is het
mogelijk,
dat men
niets weet van al die meisjes, die toch leven? Is het mogelijk, dat men
"de vrouwen" zegt, "de kinderen", "de knapen" , en niet vermoedt
(ondanks
alle beschaving niet vermoedt), dat deze woorden reeds lang geen
meervoud
meer hebben, doch slechts ontelbare enkelvouden? Ja, het is mogelijk.
Is het
mogelijk,
dat er
mensen zijn, die "God" zeggen en denken, dat het iets
gemeenschappelijks
is? En kijk nu eens naar twee schoolkinderen: de een koopt een mes en
zijn
buurman koopt er een, dat er niet van verschilt, op dezelfde dag. En
zij
laten na een week elkaar beide messen zien en dan kan het gebeuren dat
zij nog maar heel flauw op elkaar lijken - zo verschillend hebben zij
zich
in verschillende handen ontwikkeld. (Ja, zegt de moeder van de ene
erbij,
als je ook dadelijk alles verslijt.) Zo, en is het dan mogelijk te
geloven,
dat men een God zou kunnen hebben zonder hem te gebruiken? Ja, het is
mogelijk.
Maar als al deze dingen mogelijk zijn, ook maar een schijn van
mogelijkheid
hebben - dan moet er om alles ter wereld iets gebeuren.
De
eerste de beste,
die deze verontrustende gedachte heeft gehad, moet beginnen iets aan
het
verzuimde te doen; wie het ook moge zijn, hoe weinig geschikt hij ook
is:
want er is immers niemand anders.
Deze jonge
onbelangrijke vreemdeling
zal vijf trappen hoog moeten gaan zitten schrijven, dag en nacht: ja,
hij
zal moeten schrijven, daar zal het mee eindigen.
Rainer
Maria Rilke
(a)
"Alles is al
eens
gezegd", zei
de cynicus, "maar er is nog nooit geluisterd", zei de optimist.
Freek
de Jonge (b)
De
maatschappij
600
miljoen
hongerenden,
miljoenen vluchtelingen, verkeersslachtoffers, epidemieën van
kanker,
hart- en vaatziekten en geslachtsziekten, volle ziekenhuizen en
gevangenissen,
alcoholisten en drugsverslaafden, burgeroorlogen, 500 miljard dollar
voor
bewapening, angst voor een dreigende totale vernietiging, moord en
doodslag,
abortus, zelfmoord, echtscheidingen, werkeloosheid, gehandicapten,
milieuvernietiging,
overal ruzies, haat, onvrede, eenzaamheid, angst, verdriet en pijn,
onzekerheid,
wanhoop, agressie, zorgen en problemen, bloed, zweet en tranen. Aan
alle
kanten barst deze maatschappij uit zijn voegen, evenals de natuur
ontregeld
is in droogten en overstromingen, stormen, aardbevingen, misoogsten,
voortschrijdende
woestijnen en andere natuurrampen, zoals de mens dat noemt.
En toch
zijn er
nog mensen,
die het hebben over samenleving, bedreigingen van de wereldvrede en
vooruitgang
en ze bezweren elkaar, dat het allemaal zo erg niet is, dat er zoveel
goede
dingen zijn, dat ze best gelukkig zijn en dat de mensheid tegenwoordig
zo knap is, dat het allemaal wel goed zal komen. Terwijl ze er een
chaotisch
en onzinnig wereldbeeld op nahouden, waarin van alles zomaar gebeurt,
waarin
je zomaar geboren wordt, ziek wordt en dood gaat, waarin zomaar mensen
verongelukken, je zomaar kanker krijgt, zomaar neergestoken wordt.
Behalve
wanneer je iets presteert, hogerop komt of veel bezit, dan heet het
opeens
je eigen verdienste. Een bizarre wereld met een bizarre "God",
onrechtvaardig,
willekeurig en onsamenhangend.
Er is
echter
een manier van
kijken, waarbij wél alles met alles samenhangt, niets zomaar
gebeurt,
alles begrijpelijk is en toeval niet bestaat. Het is een helder zien,
waarin
elke gebeurtenis, hoe onbeduidend ook, toch een duidelijke betekenis
heeft
in het alomvattende verband. Het is eigenlijk zo verschrikkelijk
eenvoudig
en voor de hand liggend, dat je op het moment, dat je het ziet, je niet
voor kunt stellen, dat je je al die tijd zo vergist hebt. Dan pas zie
je:
- dat
deze en al
de andere culturen
en alles wat zij voortbrachten slechts vergissingen zijn,
- dat de
mens in
het grijze verleden
een doodlopende weg is ingeslagen, waarop eeuwen lang, generatie na
generatie
tot nu toe de mens zijn moeizame tocht is gegaan,
- dat al
die
zeeën vol bloed,
zweet en tranen, vergoten om uiteindelijk deze zieke maatschappij te
creëren,
tevergeefs geweest zijn,
- dat de
mens in
de natuur thuishoort
en niet erboven, ernaast of ertegenover,
- dat
alle
kerken en godsdiensten
uitgaan van een zelf gecreëerd mens- en godsbeeld,
- dat
alle
theorieën, meningen
en overtuigingen alleen maar gedachtenspinsels zijn,
- dat de
knapheid en geleerdheid
van de mens uit kortzichtigheid geboren is,
- dat
alle
prestaties, uitvindingen
en scheppingen van generaties en generaties een doel, maar niet de mens
hebben gediend,
- dat
alle
groten, geëerden
en beroemden van deze maatschappij het bij het verkeerde eind gehad en
nog steeds hebben,
- dat
geld,
bezit, rijkdom, prestatie,
eer en roem echt niet gelukkig maakt, integendeel,
- dat
ieder
mens, op welke manier
hij ook meedoet aan dit bizarre spel, daardoor verantwoordelijk is voor
zijn eigen ellende,
- dat de
mens
inderdaad zijn eigen
hel maakt,
- dat
alle
mensen het wel goed
bedoelen, maar uit onwetendheid domme dingen denken, zeggen en doen.
Maar dat
houdt ook
in, dat er
voor al die ingewikkelde problemen een eenvoudige oplossing is, want in
de eenvoud lossen problemen vanzelf op. Dan is dus een leven zonder
pijn,
verdriet, angst, ellende en onzekerheid wél mogelijk. Dan zou
dus,
wat alle theologen, filosofen en maatschappij-veranderaars voor
onmogelijk
hielden, bizar genoeg, juist omdat ze dachten, dat ze theoloog,
filosoof
of maatschappij-veranderaar waren, het absolute geluk wel en nog
eenvoudig
ook haalbaar zijn. Door een andere kijk zou dus het verleden teniet
gedaan
worden, waardoor het einde weer als het begin zou zijn. De doos van
Pandora,
die vanaf de wieg van elke, dus ook van deze cultuur, openstaat, rampen
en verderf uitbrakend, zou weer gesloten kunnen worden. Als je onder
eeuwigheid
niet oneindige tijdsduur, maar ontijdelijkheid verstaat dan leeft hij
eeuwig,
die in het heden leeft (1). Het eeuwige leven is dus geen utopie, maar
alleen niet verenigbaar met een leven in een cultuur, en je zou dus
kunnen
zeggen, dat kleine kinderen het eeuwige leven hebben; geen benul van
tijd,
zoals grote mensen dat noemen.
Voor
iedereen
is een onbezorgd
leven weggelegd, als hij bereid is om voor zichzelf toe te geven, dat
hij
zich tot nu toe vergist heeft; overtuigingen en meningen heeft gehad en
verkondigd, die hij voor waar hield, terwijl ze dat niet waren. Dingen
belangrijk, zinvol en rechtvaardig gevonden heeft, die onbelangrijk,
onzinnig
en onrechtvaardig waren. Alleen door af te rekenen met je verleden,
niet
bijna helemaal, maar radicaal, kun je in het heden terechtkomen. De
werkelijkheid
en het leven zijn zo totaal anders dan wat de mensen over de
werkelijkheid
en het leven denken en zeggen. De werkelijkheid is, en het leven kun je
alleen maar leven. En alles, wat je erover denkt, is teveel,
onbelangrijk
en onzinnig.
Maar er
zijn
nog zoveel mensen,
die zichzelf om wat ze doen in deze maatschappij belangrijk vinden, of
door anderen zo gewaardeerd worden, dat ze zelf geloven, dat het heel
wat
is wat ze presteren. Zovelen, die vinden, dat ze lekker bezig zijn en
op
de goede weg zitten, overtuigd van hun eigen gelijk.
En als je
dan
juist dezen
probeert te laten zien, hoe inconsequent, hoe tegenstrijdig, hoe
kortzichtig
ze bezig zijn, dan breekt de hel los. Zij hebben daar geen boodschap
aan,
in tegenstelling tot de mensen, die muurvast zitten, wanhopig zijn,
degenen
die hun eigen belangen en vooroordelen willen laten varen, voor een
gelukkige
wereld, de kneuzen van deze maatschappij, de verketterden en allen, die
tussen de wal en het schip gevallen zijn. Zij willen wel een andere
wereld,
hoewel ze daar allang niet meer in geloven. Zij hebben zo weinig te
verliezen.
Over
de
Bergrede
Inmiddels
al
weer tweeduizend
jaar geleden, in een maatschappij net zo chaotisch en onrechtvaardig
als
de huidige, toen werknemers nog gewoon slaven heetten en mensen elkaar
afmaakten met lans en pijl en boog in plaats van met bommen en
raketten,
maakten mensen zich los van de maatschappij, keerden terug tot de
eenvoud
en het mens zijn en probeerden anderen te laten zien, dat je macht
nooit
met macht teniet kunt doen. Maar bij de bezitters van de macht, of die
nu door wapens, kennis of geld wordt uitgeoefend, vonden ze geen
gehoor.
Dat werd verwoord in wat nu bekend staat als de Bergrede. Zij lieten
zien,
dat juist de kansarmen, de ontrechten en verdrukten, de kennis- en
bezitsarmen,
en dus ook de kinderen veel meer openstonden voor hun boodschap voor de
vestiging van een wereld van vrijheid, gelijkheid en broederschap,
waarin
geen mens macht heeft over een ander. Zij verwachtten toen echt, dat ze
de mensen konden omturnen en er eindelijk een rechtvaardige wereld zou
komen.
Daarom
staat er
geschreven:
"Zalig
de armen
van geest, want hunner is het koninkrijk der hemelen."
En er staat
toch
echt niet:
Zalig de geleerden, geletterden en ontwikkelden, die dan ook nog steeds
moeite hebben met deze passage.
"Zalig
die treuren,
want zij zullen vertroost worden."
En niet:
Zalig
degenen, die
zo lekker bezig zijn, die zich altijd flink houden, die vinden, dat er
zoveel goeds in de maatschappij is en onrechtvaardigheid normaal en
onontkoombaar.
"Zalig
de zachtmoedigen,
want zij zullen de wereld beërven."
En niet:
Zalig
degenen, die
voor zichzelf opkomen, de vechters, de sterken, de machthebbers,
beterweters,
regeerders of leiders.
"Zalig
die hongeren
en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden."
En hoe je
het ook
bekijkt, er
staat niet: Zalig degenen, die hun eigen recht of gelijk zoeken, die
hun
eigen zin willen hebben, die hun eigen belang verdedigen of op hun
eigen
roem of eer uit zijn.
"Zalig
de reinen
van hart, want zij zullen 'God' zien."
En niet:
Zalig
degenen, die
hun vuile handen in onschuld wassen, de verblinden, vervreemden,
theoretici
of denkers.
"Zalig
de vervolgden
om der gerechtigheid wil, want hunner is het koninkrijk."
En niet:
Zalig
degenen, die
vervolgd worden om hun geloof, overtuiging, eigen of groepsbelang.
"Zalig
de vredestichters,
want zij zullen kinderen Gods genoemd worden."
Maar toch
echt
niet: Zalig de
compromissluiters, gewapende-vrede-handhavers of verdedigers van de
status
quo.
"Zalig
zijt gij,
wanneer men u smaadt en vervolgt en liegende allerlei kwaad van u
spreekt."
En niet:
Zalig
zijt gij, wanneer
men u in de maatschappij, de gevestigde orde of eigen groep waardeert,
prijst, navolgt en ophemelt om uw prestaties, ijdelheid en creaties.
Wezenlijk
verschilt deze
maatschappij niet van die van toen. De basis van een cultuur is macht
van
de ene mens over de ander. Toen waren het de eenvoudigen, die het
vertelden,
nu zijn het de rijken, geleerden en leiders zelf, die vruchteloos de
betekenis
proberen te begrijpen en niet beseffen, dat zij er wel doof voor moeten
zijn. Eerder nog zal een kameel door het oog van de naald gaan, dan dat
een theoloog de betekenis van de Bergrede zal begrijpen. En wat het
niet
begrijpen van die boodschap opgeleverd heeft, zie je nu overal om je
heen.
Over de "Zoon
van God"
Een
merkwaardige en tragische
begripsverwarring
In de vroege joodse
filosofie werd
de schepping als een doorlopend gebeuren beschouwd, zoals een lamp
alleen
brandend blijft als die continu van stroom wordt voorzien. De "Logos"
of
de "Zoon van God" is de dunamis, de scheppende kracht waardoor de hele
schepping doorlopend tot zijn komt of is, met het niet levende naar
zijn
eigen aard en alle schepselen naar hun eigen natuur. God spreekt en het
is en zodoende is het woord van God de Logos. Philo zegt daarover:
"hoger
dan het woord is de spreker" en daarom heet de Logos de eerstgeborene.
De oude Taoisten noemden het Tau, de scheppende en vorm bepalende
kracht.
God is de architect en de Logos is de bouwmeester en schept de mensen,
ho kat' eikona anthropos, de oorspronkelijke mens, zoals je die nog
kunt
ontwaren in de kleine kinderen, die nog naar hun natuur leven. Philo
weer:
"Er zijn twee tempels van God. Een is de kosmos, waarin de
eerstgeborene
werkzaam is als een hogepriester, de goddelijke Logos. De tweede tempel
is de ziel gevuld met de Logos. Daarin is de priester de ware mens".
Dus
de ware mens is de mens die leeft naar zijn natuur of de wil van God en
de Logos dus niets in de weg legt. Spinoza spreekt over leven naar de
Rede.
Tegenwoordig zouden we zeggen naar je innerlijke stem of je geweten.
Als
je dat compromisloos doet zul je uiteindelijk met je Zelf of je Logos
samenvallen
en dan ben je de Logos en de Logos spreekt door jou en dan ben je weer
de Zoon of Dochter van God. Het is onmogelijk tegelijkertijd de wil van
God te gehoorzamen. en je "eigen" wil , want het is onmogelijk om
tegelijkertijd
met het leven mee te drijven en zelf je leven te sturen. Daarom zegt
Boeddha
dat alle lijden door het willen veroorzaakt wordt, dus geen
willen,
geen lijden. Je karakter is je onnatuurlijke, toegevoegde en wat we
noemen
tweede natuur, onverenigbaar met je Logos.
Wijsheids
geschriften
zijn tijdeloos
want ze beschrijven betrekkingen in het eeuwige heden, aangezien
verleden
en toekomst slechts in je hoofd zitten. Als je je realiseert dat alle
schriften
door ingewikkelde geletterde mensen zijn geschreven, vertaald door
andere
geletterden, zul je begrijpen dat zij nooit over de werkelijkheid
praten,
laat staan dat ze de weg naar de eenvoud kunnen wijzen.
Dus moet je de tijd
uit
historische
geschriften halen om het wezen ervan te ontdekken. Het Evangelie van
Johannes
ziet er heel anders uit als je dat doet en dan herken je Philo weer:
"Vanaf het begin is
het
Woord en het
Woord is bij God en het Woord is God. Dit is vanaf het begin bij God.
Alle
dingen zijn door het Woord en zonder dit bestaat er niets, dat is. In
het
Woord is leven en het leven is is het licht der mensen. En het licht
schijnt
in de duisternis en de duisternis begrijpt het niet. Er trad een mens
op,
van God gezonden, wiens naam was Johannes; deze kwam als getuige om van
het licht te getuigen, opdat allen hem zouden geloven. Hij was het
licht
niet, maar was om te getuigen van het licht. Het waarachtige licht, dat
ieder mens verlicht, stond op doorbreken in de wereld. Hij is in de
wereld
en de wereld is door Hem en de wereld kent hem niet. Hij komt tot het
zijne,
en de zijnen nemen Hem niet aan. Doch allen, die Hem aannemen, geeft
hij
macht om kinderen Gods te zijn, hun die hun geweten geloven, wat niet
uit
bloed, noch uit de wil des vlezes, noch uit de wil eens mans maar uit
God
geboren is. Het Woord creeert het vlees en woont in ons en wij
aanschouwen
zijn heerlijkheid, de heerlijkheid van de eerstgeborene des Vaders, vol
van genade en waarheid. Johannes heeft van Hem getuigd en heeft
geroepen,
zeggende: Deze is het van wie ik zeide: Die na mij komt is voor mij,
want
Hij was eer dan ik. Immers uit zijn volheid ontvangen wij allen zelfs
genade
op genade; want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid
komen door de Logos.. Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren
Zoon,
die aan de boezem des Vaders is, die doet hem kennen". En nog steeds!!!
Al met al blijft
het een
ingewikkelde
constructie, want over de werkelijkheid, God en de schepping kun je
niets
vertellen. Elke poging om daar iets zinnigs over te vertellen, elke
constructie
die het scheppingsproces in beelden probeert te vangen is een ijdele
poging
en een vergissing.
Ceterum censeo dat
het
jammer is dat
die schrijvers niet beseft hebben dat wat Ludwig Wittgenstein ons
voorhoudt
in de laatste zin van zijn Tractatus Logico-philosophicus:
"waarover je
niet kunt
spreken,
daarover moet je zwijgen"
Dan was er nooit
een
evangelie geweest
en nooit een christendom en het had de wereld onnoemelijk veel ellende
bespaard. Het is een goedbedoelde poging geweest om een rechtvaardige
wereld
te grondvesten maar, door de ondoorzichtige mix van mysticisme en
wijsheid,
gedoemd te mislukken. Het was voldoende geweest als ze de weg hadden
gewezen
naar het rechte en eenvoudige pad en gezwegen hadden over de
werkelijkheid.
Over
Seks en
Eros
In het
Symposion, in de rede
van Aristophanes, beschrijft Plato de valkuil van Eros, of het libido,
zoals we dat tegenwoordig noemen. Bedenk, voor je verder leest, dat het
een metafoor is en dat elke metafoor zijn beperkingen heeft. Ooit
was de menselijke natuur anders, want toen was de mens heel en het was
van een mannelijk/vrouwelijk geslacht en dan beschrijft hij een
schepsel
met vier armen en benen en twee ruggen. En zij vielen de Goden aan en
om
een eind te maken aan hun opstand besloten de Goden hen in twee helften
te snijden. En Zeus sneed de schepsels in tweeen zoals men morellen
doorsnijdt
of eieren met een haar. "Maar nu", verhaalt Plato, "zijn wij verdeeld
in
twee helften vanwege onze onrechtvaardigheid". Zo werden we
mannelijk
en vrouwelijk, twee polen en iedere helft zoekt zijn wederhelft en
samen
zijn zij weer een. De Goden plantten Eros of het Libido, de hereniger,
in de mensen en daardoor gedreven proberen de mensen van twee weer een
te maken. In de coitus spelen ze een dier met twee ruggen, zoals
Rabelais
dat noemt in zijn Gargantua en Pantagruel, en zij noemen dat eenwording.
De grote
vergissing die
Plato maakte, dezelfde die in de Zondeval wordt gemaakt, is dat hij
niet
besefte dat wij allemaal als kleine hele mensjes worden geboren en dat
we in de loop van onze acculturatie en opvoeding gehalveerd worden en
opgevoed
worden tot die wezens met dat speciale gedrag en denken, die we jongens
en meisjes noemen. Helften die tot elkaar aangetrokken worden door
Eros.
En dat paar helften hebben elkaar nodig, passen bij elkaar, zijn
complementair
aan elkaar, spreken over "wij", zijn afhankelijk van elkaar, klampen
zich
aan elkaar vast in een verstikkende houdgreep, zodat geen van tweeen
meer
kan veranderen. En dat noemen ze liefde, maar het is een doorlopend
compromis
en geven en nemen en het lijkt dus meer op handel. Het heeft hoe dan
ook
niets te maken met belangeloze en onvoorwaardelijke liefde. Het is een
wonder dat deze twee helften hele baby's krijgen. Als een van de twee
verandert,
passen ze niet meer bij elkaar, dan gaan ze scheiden en weer op zoek
naar
een passende wederhelft en zo l'histoire se repete telkens weer. Hoe
hechter
de relatie, hoe groter het verdriet als een van de twee wegvalt, want
als
je weer als helft moet leven mis je altijd de andere helft. Dus het
Libido
is de grote valkuil die ons verhindert om weer heel te worden en terug
te keren vanuit de dualiteit en de gespletenheid naar de eenvoud een
heelheid
en het Koninkrijk binnen te gaan, zoals ze dat ooit noemden.
De
gelukzalige, de
weer
heel gewordene heeft geen behoeften meer en de kleine dood van het
orgasme,
dat verliezen van jezelf, waaruit je telkens weer ontwaakt in dezelfde
saaie wereld, kan niets aan zijn gelukzaligheid toevoegen. Wat dat
betreft
heeft de Rooms-katholieke kerk gelijk als zij bepaalt dat de
geslachtsdaad
uitsluitend de voortplanting moet dienen, maar dat geldt alleen voor de
gemeenschap der helen en niet in dit tranendal, wat de mensen wat op
proberen
te leuken en waaraan ze proberen te ontsnappen met hun kortstondige
orgasmen.
Ga nou voor
jezelf
eens
na hoeveel je hebt ingeleverd voor dat vreemde spelletje.
Dus in het
paradijs, voor
de Zondeval, of in het Koninkrijk, hebben mannen en vrouwen elkaar
belangeloos
en onvoorwaardelijk lief, zoals God van al zijn kinderen houdt en er is
geen Verlosser. Seksueel verlangen is een cultuur-artefact. Dat kun je
niet geloven, maar dat kun je alleen zelf ervaren.
Het zou toch
een
krankzinnige
schepping met een krankzinnige God zijn als het de bedoeling zou zijn
geweest
dat het mensdom zich ongebreideld zou voortplanten totdat weer
een
oorlog of epidemie de bevolking zou moeten decimeren?
De queeste naar
de
Waarheid
Stel je de
zoektocht naar
de Waarheid
voor als het beklimmen van een berg. Als je aan de voet van de berg
staat
zie je maar een gedeelte van de werkelijkheid. Je ziet de rivieren
stromen,
maar je weet niet waar ze vandaan komen en waar ze naartoe stromen. Je
ziet vogels vliegen tot ze verdwijnen achter het bergmassief. Je ziet
wolken
verschijnen vanachter de berg vandaan en voelt winden waaien maar je
begrijpt
niet waar ze vandaan komen. Over die vragen kun je vele theorieen
bedenken
maar je kunt ze nooit verifieren. Als je de kudde aan de voet van de
berg
verlaat en hogerop klimt, neem je telkens een nieuw standpunt in en
elke
keer zie je meer, maar nog steeds niet alles en je beseft dat in de
loop
van de geschiedenis vele mensen je voorgegaan zijn, die daar uitgerust
hebben of stierven en hetzelfde standpunt deelden en dus dezelfde
visie,
waar zij over schreven en je herkent wat zij zagen. Je passeert
filosofen
en theologen, die hun eigen waarheid verkondigden en groten der aarde,
trots op hun kortzichtigheid. Overal op de berg ontwaar je mensen,
allemaal
op hun eigen standpunt, theoretiseren over de werkelijkheid, maar ze
zien
er slechts een gedeelte van en beseffen dat niet. Overal kom je bagage
tegen die je voorgangers hebben achtergelaten, want het is onmogelijk
om
de top bepakt te bereiken. Maar je moet verder en hoe hoger je zwoegt,
hoe meer mensen je achter je laat, hoe completer je uitzicht wordt, hoe
eenzamer je tocht, hoe groter deel van de werkelijkheid je ontwaart en
hoe moeizamer de laatste meters. Daar ontmoet je Heraclites, Plato,
Spinoza,
Rousseau, Thoreau, Nietzsche, Wittgenstein en vele anderen gesneefd in
het zicht van het einddoel. En dan maak je de meest fantastische stap
die
een mens kan maken en opeens bevind je je op de top en kun je alles
overzien.
Je hebt geen theorieen meer nodig, je aanschouwt de werkelijkheid en je
beseft dat je het centrum en de koning van je eigen wereld bent. Je zou
kunnen zeggen dat je alle standpunten deelt of geen enkel standpunt
meer
hebt. Je ziet waar de rivieren vandaan komen en waar ze hun loop
eindigen
in de zee. Je begrijpt waarom de winden waaien, waar de wolken vandaan
komen en hoe ze uiteindelijk oplossen in regens. Je hebt geen theorieen
meer nodig om je beperkte gezichtsveld mee te vullen. Je begrijpt alles
omdat je niets meer weet en geen mening meer hebt. Je bent het
Koninkrijk
binnengegaan, het Nirvana, het Paradijs, Erewhon, Shangrila, Utopia of
al die andere namen die mensen aan de voet van de berg er aan hebben
gegeven
en waar ze vurig naar verlangen en als onbereikbaar beschouwen. En daar
vind je het gastenboek en je leest: "Boeddha was hier" ," Chuang Tzu
was
hier", "Zarathustra was hier", "Socrates was hier", "Jesus was hier" en
vele en vele ander namen van al diegenen die tijdens hun leven
uitgelachen
werden, vermoord of genegeerd zijn, die ketters genoemd en verbannen
werden
en die stierven aan kruisen en op brandstapels nadat ze teruggekeerd
waren
om de achtergeblevenen te vertellen over de weg naar de top. Overal
onder
je zie je mensen op hun standpunten staan en hun meningen ventileren
over
de werkelijkheid, ieder standpunt zijn eigen mening, zoveel meningen
als
er standpunten zijn en zij maken ruzie en vechten om hun eigen gelijk.
Je bent verbijsterd als je ze hoort discussiëren over de
wegenkaarten
naar de top, die ze Heilige of Geheime Boeken noemen. Maar al die
meningen vertellen niets over de werkelijkheid of de wegenkaarten maar
zeggen slechts iets over hun afstand tot de top. Spinoza zou zeggen:
"wat
je vertelt over de werkelijkheid zegt meer over jezelf dan over de
werkelijkheid,
net zozeer als wat je zegt over de ander meer over jezelf zegt dan over
de ander. Vanaf de top zie je overal beneden je een groot gevecht met
alleen
maar slachtoffers.
Dat is de Waarheid en
die is
gruwelijk,
onthullend, tragisch, stuitend en huiveringwekkend.
Dus wees
uitermate behoedzaam
als je op de top bent geweest en teruggekomen bent.
"Wees
dan
voorzichtig
als slangen en argeloos als duiven".
Over
de
wetenschap
Terwijl
er de
hele mensengeschiedenis
door mensen opdoken, die waarschuwden voor de toenemende invloed van de
wetenschap, omdat ze, zoals het priesterdom hun macht zagen tanen, zijn
er anderen geweest, die inzagen, dat geleerdheid mensen de mist in deed
gaan.
"Indien
ge al
uw vertrouwen stelt in de kennis van natuurlijke dingen, dan struikelt
ge door de duisternis der blinden. Indien ge al uw vertrouwen in
geleerdheid
stelt, dan struikelt ge door nog dieper duisternis."(2)
In een tijd
als
deze, waarin
de mensen zich laten leiden en vertrouwen op weten-schappers een
moeilijk
verteerbare uitspraak, maar het zou best eens waar kunnen zijn. Ook
Jesaja
zegt zoiets:
"Uw
geleerdheid
en uw kennis zijn het die u verleid hebben, zodat gij bij uzelf zegt:
"Ik
ben het en niemand anders." Maar u overkomt onheil, dat gij niet weet
te
bezweren; u overvalt een verderf, dat gij niet moogt verzoenen; u
overkomt
plotseling een verwoesting, waarvan gij geen vermoeden had. Houdt maar
aan met uw bezweringen en met de talrijke toverijen, waarmede gij u van
jongsaf aan hebt afgetobd; misschien kunt gij iets bereiken misschien
jaagt
gij schrik aan. Gij hebt u uitgesloofd met uw vele plannen."(3)
En zie,
terwijl de
mens met
behulp van zijn wetenschap de natuur probeert te beteugelen en met zijn
wetten mensen in het gareel tracht te houden, treden er overal
onvoorziene
rampen op. In plaats van te begrijpen, dat juist het beteugelen de
symptomen
oproept, beloven de wetenschappers het volk, dat ze nog niet zover
zijn,
maar dat het hun wel zal lukken om een oplossing voor de
zelfgecreëerde
problemen te vinden, als ze maar geduld hebben.
Heel
cynisch
dichtte de Genestet
voor de optimisten:
"Gij
weet het
groote nieuws, en, hoe door het nieuwe licht van Theologen, Filosofen,
Oekonomen en andere oomen,
Nu
eerlang
hier op aard
de Hemel wordt gesticht? -
Geduld
maar,
hongrig
hart en hongerende magen!
't
Duurt nog
een groote
veertien dagen."(4)
Inmiddels
zijn we
120 jaar verder
en nog steeds hebben de mensen hun hoop op politici, wetenschappers en
theologen gevestigd, afgaande op mooie beloften, optimistische plannen,
maar wezenlijk is er niets veranderd. Nog steeds zijn er mensen, die
weten
hoe andere mensen moeten leven, wat ze moeten geloven, wat goed is en
kwaad.
"Almachtige
God,
verlos ons van de wetenschappen en de verderfelijke kunsten van onze
vaderen
en geef ons de onwetendheid, de onschuld en de armoede terug."
verzuchtte
Jean
Jacques Rousseau,
alsof een ontwikkeling, die de mens zelf in gang gezet heeft, door een
almachtig opperwezen gestopt zou moeten worden. Mensen zijn toch vrij
om
zich te laten beïnvloeden door allerlei moeilijke
wetenschappelijke
verklaringen. Maar het is zo verleidelijk om een wetenschappelijk
verantwoord
verhaal te krijgen om de consequenties van je doen en laten te
vergoelijken.
"Om
zich te kunnen
verwonderen moet de mens - en moeten wellicht volkeren - wakker worden.
De wetenschap is het middel om ze te doen inslapen."(5)
Het is het
wonder
van het leven,
dat door de wetenschap teruggebracht is tot een weliswaar ingewikkeld,
maar in de toekomst ongetwijfeld verklaarbaar geheel van biochemische
reacties,
die gestuurd en verbeterd kunnen worden. En over biochemische reacties
hoef je je niet te verwonderen, die kun je verklaren.
Over
wijsheid
Wetenschap
gaat
uit van een
theorie, een bedenksel, een kunstmatig geconstrueerd bouwwerk, los van
de werkelijkheid, waarin feiten en gebeurtenissen gerangschikt en met
elkaar
verbonden worden. Het is een activiteit van het denken en niet van het
leven. Het denken wordt gereguleerd door afgesproken regels van de
logica.
Wetenschap heeft dus geen universele waarde, maar slechts een
betrekkelijke.
Wijsheid daarentegen gaat over het leven en de werkelijkheid en laat
verbanden
zien in de werkelijkheid, staat los van de tijd en heeft dus
eeuwigheidswaarde.
"Heb uw naaste lief, gelijk uzelve", heeft niets met wijsheid te maken,
maar is een advies, met zoveel haken en ogen, dat je er in de praktijk
niets mee kunt. In de werkelijkheid is het, dat je van een ander houdt,
zoals je van jezelf houdt. Wijsheid geeft een verband in het heden,
constateert
alleen maar. Alles is zoals het is en nooit anders, terwijl het denken
van de mens zich slechts in het verleden en toekomst beweegt. Ieder
mens
is wat hij is, terwijl hij geleerd heeft, dat hij is wat hij denkt en
doet.
Je kunt jezelf alleen lief hebben als je weet wie je bent, als je
beseft,
dat je mens bent, niet meer en niet minder. Dan pas kun je alle mensen
als je naasten zien. Voor ouders zouden kinderen eigenlijk ook gewoon
naasten
moeten zijn, maar ouders hebben geleerd, dat ze kinderen moeten
opvoeden,
terwijl dat strijdig is met: Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet
dat
ook een ander niet.
"je
moogt hun
geven van je liefde, maar niet van je gedachten, want zij hebben hun
eigen
gedachten." (6)
Je kunt
alleen
onvoorwaardelijk
van anderen houden, als je ze accepteert zoals ze zijn en niet zoals je
ze hebben wilt. Het enige wat kinderen nodig hebben is voedsel als ze
honger
hebben, rust als ze moe zijn en de vrijheid om te blijven wat ze zijn,
onschuldig en onbevangen. Dat ze dan niet passen in deze krankzinnige
wereld,
ligt aan de wereld en niet aan de kinderen. Zij hebben er toch niet om
gevraagd om geboren te worden?
En dat,
terwijl
zij de enige
mensen in deze wereld zijn, voor de rest zie je slechts mensen, die in
de mening verkeren, dat ze de rol zijn, die ze spelen, christenen,
arbeiders,
Nederlanders, vrouwen enz. of ingewikkelde combinaties daarvan, die
toch
ooit ook gewoon maar mensjes waren.
Wees u zelf
zei ik
tot iemand,
maar hij kon niet: hij was christen. Je kunt daar overigens van alles
voor
invullen.
Oorspronkelijk
was
het evangelie
een soort handleiding tot verlossing of verlichting, geënt op
woord-
en beeldengebruik, ontleend aan het denken van die tijd.
"Van
de bestaande
situatie immers moet je uitgaan en dan moet je steeds eenvoudiger en
eenvoudiger
worden, om uiteindelijk tot het eenvoudige te komen."(7)
Het beloofde
een
complete anarchie,
waarin geen mens meer macht uitoefende over een ander. Een
paradijselijke
aarde, waar slechts mensen in gelukzaligheid zouden toeven.
"De
voornaamste
angst van het christendom om vrijheid te realiseren is de vrees, voor
de
overmacht van de eigen chaos. Maar die chaos is eerder het resultaat
van
die vrees, dan de oorzaak."(8)
In plaats
van
bewerker van een
rechtvaardige wereld, is het christendom door onbegrip juist de
belemmering
naar wat in hun eigen woorden het koninkrijk der hemelen heet.
Je bent pas
verlost als
je niet meer, zoals dat heet, 'zondigt'. 'Zondig' is alles waarmee je
je
eigen vrijheid en geluk in de weg staat, dus ook de vrijheid van
anderen.
Het uitoefenen en ondergaan van macht, beïnvloeden en
beïnvloed
worden, plannen maken, verwachtingen, wensen, bedoelingen of behoeften
hebben, leven naar tradities, normen en regels, die anderen voor je
bepaald
hebben, willen en bezitten, dat alles houdt de mens vast en staat dus
zijn
vrijheid in de weg.
Als de mens
echt
vrij wil
zijn, moet hij alles wat hij geleerd heeft, doorzien als ballast,
nutteloos,
onzinnig en als bedenksels, waarmee je weliswaar een rol kunt spelen in
deze maatschappij, maar niet kunt leven. Pas als je de laatste stuiver
hebt ingelost komt het denken tot stilstand, dat grote malende wiel, en
blijft er een puur ervaren, een eeuwig heden over. Dan voel je je een
met
alles en allen en zie je, zoals mystici dat noemen, "God", de grote
alomvattende
samenhang.
Eerst moet
je
durven inzien
dat ons hele kennen en weten een groot luchtkasteel is, slechts
belangen
dienend in een steeds meer uitdijende spiraal, waar het eind van zoek
is.
Eigenlijk
predikte het evangelie
een grote revolutie, een umwertung aller Werte, terug naar de mens en
terug
naar de natuur en een verbreking van alle grenzen.
Er
is maar een
volk en dat is de mensheid
Er
is maar
een land en
dat is de aarde
Er
is maar
een taal en
dat is de liefde.
Over
mens en
cultuur
Kinderen
worden
geboren en
groeien op in een wereld, waar de kaarten geschud en de macht al
verdeeld
is. In een kunstmatige wereld, in generaties gecreëerd, met een
wirwar
van verboden en geboden, wetten, tradities en regels, doen ze hun
eerste
stappen Ze moeten maar wennen aan het gareel, al die cultuurprodukten,
prestige- en prestatie-objekten, gebruiks- en verbruiksartikelen,
apparaten
en machinerieën om een ingewikkeld en kunstmatig bestaan te
vereenvoudigen.
En al gauw hebben ze de meest bizarre dingen normaal, mooi en knap
leren
vinden en later kijken ze vol bewondering naar hun eigen brouwsels,
waar
ze steeds meer afhankelijk van worden.
Ook
is zijn land
vol afgoden; voor het werk "van eigen handen, voor wat eigen vingers
gemaakt
hebben, buigt men zich neer."(9)
De natuur is
dan
inmiddels al
wild en chaotisch geworden. De volmaaktheid van de zich zonder behulp
van
mensenhand doorlopend vernieuwende schepping, zien ze niet meer. Dat is
nog slechts iets wat voor eigen doeleinden en belangen
geëxploiteerd
kan worden en kan dienen voor de productie van de dingen, waarmee hij
zelfgecreëerde
valse behoeftes kan bevredigen. Nog steeds pogen de mensen de natuur te
onderwerpen, waardoor ze het evenwicht verstoren en vele rampen over
zichzelf
afroepen. In cultuur brengen heet dat dan, of ontginnen. En het restant
een verstoord evenwicht, losgemaakt uit het geheel, moet beheerd
worden,
om de verstoring te kunnen continueren. Met veel moeite moeten
cultuurprodukten
als heide, knotwilgen, houtwallen en polderlandschappen in stand
gehouden
worden, want ze zouden wel eens naar hun oorspronkelijke toestand
kunnen
terugkeren.
"Als
het kind
groot geworden is, dan is de cultuur, die hij als volwassene schept een
getrouwe weerspiegeling van zijn kinderlijke ervaring. De maatschappij
en cultuur zijn eerst een belemmering en dan het resultaat van die
belemmering."(10)
Hoe meer
gekleineerd een kind
wordt in zijn jeugd, hoe onzekerder hij wordt en hoe groter later de
prestatiedrang
om zich te bewijzen. Want wacht u voor de slaven, die meester worden.
"Het
wordt ons
steeds duidelijker, hoeveel kwaad er wordt aangericht door mensen die
geestelijk
ongezond zijn, vooral in het gezin, waar het kind zelfs kleine
relatiestoornissen
tussen de eigen ouders in zijn ziel registreert en waar ernstige
ziekelijke
patronen bijna fataal door de volgende generatie worden voortgezet."
De manier
waarop
gezinsleden
met elkaar omgaan, en elkaar op hun plaats houden, wordt van generatie
op generatie doorgegeven. De ziekten die daarbij horen eveneens.
Wetenschappers
noemen dat erfelijke ziekten, waarmee ze mensen tot nu eenmaal
onvolwaardig
bestempelen en angst en schuldgevoel veroorzaken. Ooit werd geschreven:
"Ik
ben de Heer
uw God, Ik ben een ijverige God, die de misdaad der vaderen bezoekt aan
de kinderen tot in het derde en vierde geslacht dergenen, die mij
haten."(12)
Wanneer
iemand in
zijn jeugd
geleerd heeft om haatdragend te zijn, kan hij dat overdragen op zijn
kinderen,
met alle consequenties van dien.
"De
lotgevallen
der volkeren zijn de directe voortzetting van de individuele
familiedrama's.
Het sociale is derivaat van het individuele psychische."(13)
Alleen een
verzameling van ongezonde,
in onvrede levende mensen kan een ongezonde vredeloze maatschappij
vormen.
"Want
alleen
individuen voeren oorlog, lakken hun nagels, gaan naar de stembus,
geloven
in het kapitalisme. Maar de cultuur maakt dat ze dit doen. Maar wij
maken
de cultuur, hebben hem gemaakt in de loop der eeuwen tot wat hij nu
is."(14)
Mensen
zeggen, dat
de maatschappij
hen alles aandoet, terwijl ze er zelf onderdeel van zijn. Ze laten zich
beïnvloeden door anderen en praten anderen na, voeden hun kinderen
op voor deze maatschappij en sturen ze naar school. Als je de zoete
vruchten
geniet, krijg je ook de zure. Allemaal zitten ze in hetzelfde schuitje,
maar dat ze erin zitten, ligt niet aan de anderen, noch aan het
schuitje.
Over
opvoeden
Kinderen,
oorspronkelijk
onbevangen, worden gevangen in het gareel van regels en normen van hun
goedbedoelende ouders. Gelokt door beloning en aan weerszijden
ingeperkt
door de straffen, gaan ze de weg op, die er niet echt is, maar die hun
opvoeders in hun hoofd hebben uitgestippeld. Anders komt er niets van
terecht,
heet het dan, want wat er van terecht moet komen is een aangepast lid
van
deze onrechtvaardige maatschappij. Net zoals huisdieren, die
gedresseerd
moeten worden om ze te laten passen in een kunstmatige omgeving. De
wijze
van belonen en straffen en het evenwicht tussen die twee, bepalen het
keurslijf,
waarin het kind zich op den duur veilig gaat voelen. Het weet waar het
aan toe is. Elke keer bepaalt het de ruimte van zijn kooi, door te
kijken,
hoever het kan gaan, totdat het afgestraft wordt. "Er zijn nu eenmaal
grenzen."Hoe
kleiner de ruimte die gegeven wordt, hoe opstandiger of gedweeër
het
kind wordt, afhankelijk van de manier waarop de ouders de grenzen in
stand
houden. Vrijheid in gebondenheid heet dat heel eufemistisch. De
autoritaire
opvoeding, waarin de straf, lijfelijk of niet, de verbodsborden
vormden,
die kinderen ervan weerhielden om een andere weg in te slaan, is in de
loop van de tijd veranderd in een strategie, waarbij het belonen op de
voorgrond staat. Maar je wordt zo moe van dat doorlopend moeten belonen
en de prikkel moet ook nog steeds groter worden. Het zijn de ouders die
wat zij denken, doen en willen voor normaal houden en hun eigen
vooroordelen
niet kennen, die een voorbeeld voor hun kinderen zijn. Het zijn de
normen,
wetten, regels en voorschriften, die zij op zich genomen hebben en als
bagage met zich meedragen, die het kind zal overnemen. Daarmee neemt
het
de strategieën over, waarmee de ouders in de maatschappij hun
hoofd
boven water proberen te houden.
Het doel
heiligt de middelen,
en de werktuigen waarmee de opvoeders het traliewerk van de kooien
weven,
zijn: verbieden, straffen, dreigen, boos worden, waarschuwen, belonen,
stimuleren, adviseren, voorwaarden stellen, liefde onthouden, bezorgd
zijn,
verwennen, teleurgesteld zijn, beschermen, verzorgen. Maar al doende
leert
het kind een scala van tactieken om de hem gestelde grenzen te
overschrijden
of te ontsnappen, door te drammen, zeuren, huilen, liegen, weglopen,
ongehoorzaam
zijn, vleien, driftbuien, stiekem doen, zwijgen of zielig doen. Om mee
te kunnen en mogen doen in deze maatschappij moet het kind leren wat
belangrijk
en achtenswaard wordt gevonden. Dat uiterlijk en kleren erg belangrijk
zijn, dat ambitie, prestatie en creativiteit prijzenswaard zijn, dat
attent
zijn, nette manieren en aangepast gedrag op prijs gesteld wordt, dat
flink
zijn, voor jezelf opkomen, zoet zijn, beleefd en beschaafd zijn,
deugden
zijn, waar je het ver mee kan schoppen, dat sommige dingen mooi en
andere
lelijk zijn, andere gezond of schadelijk. En na verloop van tijd voelt
iedereen elkaar aan, ieder kent de grenzen van zijn territorium en van
dat van de ander. In de opvoeding wordt de ruimte van het kind dus
steeds
verder ingedamd, ontplooiing heet dat, bizar genoeg, steeds kleiner en
het kind wordt steeds onvolwassener, onvrijer, afhankelijker en
bevangener.
En als ze later groot geworden zijn, spelen ze het spel gewoon verder.
Zo zie je dan, als je om je heen kijkt, overal grote mensen, politici
en
andere leiders met dezelfde kinderachtige methoden elkaar te lijf gaan,
voor de verdediging van hun eigen belangen. Want een kind moet gehard
worden
om een harde wereld, waarin ieder voor zijn eigen hachje vecht, aan te
kunnen. Zoals de wetenschapper zegt: voldoende "iksterk"zijn en een
ruime
frustratietolerantie opbouwen. En dat terwijl kinderen hun ouders
doorlopend
een spiegel voorhouden en hen laten zien, wat zij eens waren. Kinderen
kunnen niets van hun ouders leren, behalve dat het leven in deze
maatschappij
een grote leugen is. Kinderen zijn wijs, grote mensen dwaas, maar
ouders
weten het altijd beter.
"Wordt
als de
kinderen", sprak de Heer, "derzulken is mijn Rijk"
"Gij
maakt, o
drijvers
van de leer, uw kinderen u gelijk."(15)
Over
aanpassen en de pijn,
die dat kost
"Achter
elke
keelontsteking
gaat een autoriteitskonflikt schuil." (16) Kinderen trekken in het
conflict
met de ouder steeds aan het kortste eind. De ouder bepaalt de grens,
heeft
het laatste woord en wijselijk kropt het kind, letterlijk en
figuurlijk,
zijn antwoord op. Maar het blijft opstandig en klierig wat je kunt zien
aan zijn opgezette klieren, want het lichaam van de mens spreekt,
wanneer
de mens voor zichzelf een reden heeft om niet te willen of durven
spreken.
De ouders begrijpen de lastigheid van hun kind niet en pakken het
harder
aan, waardoor er bij het kind nog meer blijft zitten, wat er niet
uitkomt
en het kind pijn doet. En het eindresultaat is een keelontsteking met
grote
ontstoken amandelen. Door de tocht of kou komt dat, hebben de mensen
geleerd,
en om het te voorkomen worden er nog meer beperkingen aan het kind
opgelegd,
waardoor het steeds vaker optreedt. Als de amandelen er maar uit zijn,
denken ze dan, en de dokter ziet het meteen, die boosdoeners moeten
eruit,
en in een barbaars ritueel worden ze eruit gesloopt, waarna de ouders
op
dezelfde manier kunnen doorgaan. Kinderen, die het niet meer willen
horen,
krijgen pijn aan hun oren; de dokter noemt het een middenoorontsteking
en dat komt omdat de neusamandel te groot is, maar waarom dat bij het
ene
kind wel en bij het andere niet gebeurt, dat begrijpt hij niet.
Kinderen
die het er benauwd van krijgen krijgen een bronchitis of astma,
kinderen
die het niet meer zien krijgen gewoon een bril. Of ze snotteren, en dan
komt het hun neus uit.
In 1981
alleen
al werden
bij 140.000 kinderen de amandelen verwijderd, terwijl eigenlijk de
ouders
behandeld hadden moeten worden. Onbewust zijn de keel-, neus- en
oorartsen
dus handlangers van de gevestigde orde, maar je kunt het ze niet
kwalijk
nemen, want ze weten niet wat ze doen. Zij volgen ook maar een
gevestigde
mening in een gevestigde orde en volgens hun theorieën klopt het
allemaal.
Over de andere artsen later.
Over
de
medische wetenschap
De
medische
wetenschap gaat
niet over de mens, maar over zijn onderdelen. Zij gaat er van uit, dat
de afzonderlijke delen samen de werkelijke mens vormen. Eerst hebben ze
de mens geopend, in onderdelen verdeeld, en alles wat ze vonden aan het
geheel onttrokken, begrensd en een naam gegeven, terwijl alle
onderdelen
grenzeloos in elkaar overlopen. De werking wordt verklaard aan de hand
van analogieën met door hen zelf gecreëerde machines en
apparaten.
Het hart is een pomp, de nieren een filterapparaat, de benen een
bewegingsapparaat.
Er zijn er zelfs, die over het geslachtsapparaat spreken. De mens is
een
mechanisch gebeuren, een machine, beweren ze. In de visie van de
wetenschapper
is de mens een soort monster van Frankenstein, een golem. Ontregeling
van
het apparaat geeft een symptoom en een verzameling van symptomen heet
een
ziekte. De vraag "waartoe" past niet in het wetenschappelijk denken,
dus
buigen ze zich over het wat en hoe en bestrijden de symptomen. Maar het
is alsof je een instrument gebruikt voor een doel, waarvoor het niet
werd
gemaakt. Het zal dan mankementen gaan vertonen. En de gereedschapmaker
zal het weer repareren zonder te vragen wat ermee gebeurd is, want hij
zou zijn eigen glazen ingooien als er niets meer kapot zou gaan. Zo is
het ook zaak voor de artsen, dat de mensen ziek blijven worden, want
anders
gaan ze failliet. Het is toch bizar, dat de medische wetenschap, die
geen
duidelijk idee heeft van wat leven en dood eigenlijk betekenen,
pretendeert
voor het leven te vechten en tegen de dood.
De
medische
wetenschap is
een wetenschap van onderdelen en groepen. Mensen, volstrekt unieke
individuen,
stopt ze in grafieken en statistieken, bepaalt het gemiddelde en noemt
dat normaal. Wat ze observeert is niet de mens, maar de mens
onderworpen
aan haar manier van vragen stellen. En zo bewijzen wetenschappers van
alles,
terwijl een bewijs alleen bewijst, dat ze zich aan de spelregels
houden,
die ze uiteraard zelf ontworpen hebben. Het is zodoende een
kwantitatieve
geneeskunde, die slechts drijft op het meetbare. Alle kwaliteiten van
het
leven, dat in geen enkel systeem past, verdriet, angst, eenzaamheid en
pijn, moeten dus verwaarloosd worden, want meten is weten, en wat je
niet
kunt meten, kun je ook niet weten.
Zo
geloven
mensen, dat bacteriën
en virussen ziekteverwekkers zijn, terwijl nog nooit iemand een
bacterie
een ziekte heeft zien veroorzaken. Bacteriën ziekteverwekkers
noemen
is zoiets als de bellen in een kokende vloeistof de oorzaak van het
koken
noemen. De mens, die in harmonie met zichzelf en zijn omgeving leeft,
is
in evenwicht. Dat evenwicht raakt verstoord, omdat de mens meent iets
anders
te moeten zijn dan wat hij in werkelijkheid is. Het kost energie om een
verstoord evenwicht in stand te houden, waardoor de weerstand
vermindert
en als de draaglast de draagkracht overschrijdt dan treedt een symptoom
op. Dat kan een ontsteking zijn, waarbij de wetenschapper dan
bacteriën
vindt, die hij vervolgens gaat bestrijden, een onnatuurlijk
genezingsproces.
Als je de mensen laat zien, waarom ze juist nu dit symptoom gekregen
hebben,
hen het verband laat zien tussen de klacht en hun manier van leven,
zodat
ze kunnen begrijpen wat de betekenis ervan is, kunnen ze zelf hun
manier
van leven zo veranderen, dat het symptoom verdwijnt.
"Die
mensen zijn
verreweg het gelukkigst, die het beschoren is zich voor elke aanraking
met de wetenschapper te hoeden en uitsluitend de natuurlijke aanleg als
gids te nemen, die in geen enkel opzicht te kort schiet, tenzij wij
soms
de heilige grenzen van het menszijn willen overschrijden. De natuur
haat
het kunstmatige en het voorspoedigst gedijt datgene wat door geen kunst
is aangetast."(17)
Wetenschappers
geloven een heleboel
en omdat ze het met hun eigen systeem bewezen hebben, is het waar, en
omdat
de mensen op de wetenschap vertrouwen, geloven ze dus niet meer, maar
weten
zelfs, dat je zomaar ziek kunt worden, dat bepaalde ziekten
ongeneeslijk
zijn, dat niet alle mensen dezelfde kans hebben, maar dat sommige
aanleg
hebben tot bepaalde ziekten, dat het lichaam eigenlijk een apparaat is,
dat zomaar ontregelen kan, een soort samenstel van biochemisch
reacties,
die wanneer ontregeld, gewoon met chemicaliën genormaliseerd
kunnen
worden, dat je gezond kunt eten en eiwitten, koolhydraten en vitaminen
nodig hebt, net zoveel als zij hebben uitgerekend, dat melk en vlees
gezond
zijn, dat pijn geen betekenis heeft en niet hoeft en dus bestreden moet
worden, dat wat voor ratten en konijnen geldt ook voor mensen opgaat,
dat
je van medicijnen beter kunt worden, dat mannen hele andere wezens zijn
dan vrouwen, vanwege de hormonen en zo, maar meer dan een geloof is het
echt niet.
Over
de
deugden van deze
maatschappij
In een
maatschappij, waarin
ieder voor zijn eigen belangen opkomt, gaat het een altijd ten koste
van
het andere. Ambitie, wat hogelijk gewaardeerd wordt, gaat altijd over
de
ruggen van anderen. Hogerop komen kan alleen met gebruik maken van
anderen.
Winnen vereist verliezers. Kennis gaat ten koste van gezond verstand.
Ontginnen
gaat ten koste van de natuur en beschaving doet de natuurlijkheid
teniet
en tot slot gaat de macht altijd ten koste van de liefde. Mensen hebben
geleerd, dat ze niets zijn, maar dat ze iets moeten worden, een
radertje
in deze zieke maatschappij, een meester of een slaaf, en dat ze
daarvoor
eerst een heleboel moeten leren en diploma's halen en dat je dan pas
iets
bent. Dat de rol, die je zo leert om mee te mogen doen, dat je dat
bent.
Maar je kunt toch niet en mens zijn en iets anders, want dan ben je
beiden
niet en dat is een gespleten, schizoïde bestaan. De rol, die je op
je neemt, is voor de anderen en voor de maatschappij.
Maar
mensen
zijn niet vrij
om te kiezen. Niemand heeft ervoor gekozen om in deze ontaarde
maatschappij
geboren te worden, niemand heeft zijn eigen ouders uitgezocht. Het is
de
collectieve verantwoordelijkheid van alle mensen, die elkaar vasthouden
in een web van onvrijheden, waardoor mensen de enige mogelijke weg, die
voor ze opengelaten wordt, gaan. Voor elke delinquent is de hele
mensheid,
het hele web, verantwoordelijk, voor elke zieke en voor elke
gehandicapte.
Iedereen is via iedereen op deze wereldbol afhankelijk van elkaar.
Meesters
hebben slaven nodig, maar slaven evenzeer meesters, geestelijke leiders
goedgelovigen, maar evenzo goedgelovigen hun leiders.
Daarin
groeien
kinderen op,
beïnvloed door de wanen van hun eigen milieu, elke kaste zijn
eigen
normale jargon, belangen en interessen, maar
"het
verschrikkelijkste
aller verschrikkingen is de mens in zijn waan."(18)
En zo leven
ze dan
later
in het spanlaken van de cultuur.
"Ze
werken en
leven zo op een cultuurlaag, die hen van buitenaf is toegeschoven, een
systeem van vreemde meningen, het werk van anderen, levend in de
atmosfeer,
in het milieu, in de geest van de tijd; in een woord, ze leven als een
collectief, conventioneel, onverantwoordelijk "ik", dat niet meer weet
waarom het zo of zo denkt of wil."(19)
Ontsnappen
aan het
keurslijf
van het eigen milieu vereist aanpassing aan de gewoonten van een ander
milieu, want anders blijf je een vreemde eend in de bijt. De enige keus
die overblijft is om dan toch maar een rol op je te nemen en die zo
goed
mogelijk te spelen, want het alternatief is uitgestoten worden. Wat
mensen
eerst van anderen moeten, moeten ze dan van zichzelf, "men"is de
geïnternaliseerde
drijfveer geworden en de angst om niet uit de boot te vallen. Dan
stellen
mensen zichzelf een taak en doel, terwijl ze het eigenlijk voor anderen
doen, omdat ze gewaardeerd willen worden, erbij horen, en worden
zodoend
hun eigen slavendrijver. Ze ontzeggen zich het leven om iets te worden
en iets te bereiken. Daaraan ontlenen ze ook het recht op van alles,
waardering,
beloning, en dankbaarheid. Het 'voor-wat-hoort-wat' principe. In een
vicieuze
cirkel geeft ieder zijn voorganger een schouderklopje en verwacht het
van
zijn achterman, want ieder wil gekoesterd worden in zijn idee dat hij
zinnig
bezig is. Iedereen is voor de ander bezig en de ander weer voor de een.
Een massale zinsbegoocheling, maar de cirkel mag niet verstoord worden
en het bizarre spel moet doorgaan. Krijgen mensen niet datgene, waarvan
ze vinden, dat ze het verdienen, dat het hen toekomt, dan zijn ze boos
of teleurgesteld. De bij een promotie gepasseerde, de voor een examen
gezakte,
de uitgerangeerde, de moeder die altijd maar gezorgd heeft met haar
ondankbare
kinderen, de echtgenoot, die toch altijd maar gezorgd heeft dat het
geld
binnenkwam. Altijd mensen met hun eigen verwachtingen, die zichzelf een
teleurstelling bezorgen, omdat ze de anderen nodig hadden en de anderen
de schuld geven als die niet aan hun verwachtingen voldoen. Als je
meedoet
in de strijd, krijg je vroeg of laat de deksel op je neus. Kun je dat
niet
verkroppen, dan kun je bijv. kanker krijgen Maar mensen worden niet
tekort
gedaan, ze voelen zich tekort gedaan. Als je in een onrechtvaardige
maatschappij
meespeelt, dan wordt je onrecht aan gedaan. En als het voor jou recht
is,
dan is het voor een ander onrecht. Het is altijd de een of de ander.
Voor een
wereld
die propageert,
dat je het geluk vindt in het willen, hebben en doen, klinkt de
boodschap
van de wijzen, dat de ware gelukzaligheid ligt in niet willen, niet
hebben
en niet doen, belachelijk. Voor deze maatschappij zijn Lao Tse,
Zarathustra,
Boeddha en Jezus onpraktische dwazen.
Over
spierspanning en
de gevolgen daarvan
In een
toestand
van volmaakte
rust, als de mens zich veilig en geborgen weet, is alles soepel en
ontspannen,
zoals het kleine kind aanvankelijk soepel, elastisch en buigzaam door
het
leven gaat, zich van geen angst en kwaad bewust. Maar al gauw is dat
afgelopen
als de anderen eisen gaan stellen waaraan het kind moet voldoen, en het
kind leert om op zijn hoede te zijn, bang om het niet zo te doen als
anderen
van hem verwachten. Het leert zich beheersen, en spieren verstrakken
alsof
het elk moment op de vlucht moet. In dat samenstel van ontregelde
spieren,
te los of te strak, groeit het kind en vervormt. X- en O-benen,
platvoeten,
geforceerde gelaatstrekken, grote neuzen, kleine neuzen, grote hoofden,
kleine hoofden, verbeten monden, spastische, houterige bewegingen of
slungeligheid,
omdat het zich geen houding weet te geven, groeistoornissen en tics.
Zoals
een boom zich ook alleen kan ontplooien en zijn wat hij moet zijn, als
hij niet gehinderd wordt door bomen, die te dicht bij hem staan of een
wilg, die geknot wordt omdat hij bruikbaar moet zijn, uitgroeit tot een
wanstaltig cultuurproduct. Maar gelukkig groeien uit zijn zaden geen
knotwilgen.
Bij
gespannen,
verkrampt
en rigide levende mensen vindt je een constant te hoge spierspanning,
zelfs
in hun slaap. En als de emmer overloopt, krijgen ze pijn in hun rug of
nek of schouder. De dokter zegt dan, dat hij zich meer moet ontspannen
of stuurt hem naar de fysiotherapeut, die de spieren wel los zal
masseren
en dus niet de oorzaak wegneemt. Of hij laat een röntgenfoto
maken,
waarop de tussenwervelschijf versmald is, en dan is de dader bekend en
kan uitgeruimd worden, maar aan de spierspanning verandert natuurlijk
niets.
Aan de
manier,
waarop mensen
zich bewegen, zich passen in het voorgeprogrammeerde patroon van de
stijldans,
kun je zien hoe rigide ze in hun denken zijn.
"Kramp
is het
kenmerk van de neurose. Kramp is gespannen vasthouden, niet kunnen
loslaten
en vergeven."(20)
Valium en
alcohol
werken ontremmend,
omdat ze onverschillig maken en de angst verminderen, waardoor ook de
spierspanning
afneemt. Het is een kunstmatige ontspanning, die net zolang werkt, als
de drug werkt.
Nog
steeds
leven de mensen
alsof de leuze "Arbeit macht frei"(stond dat niet boven de poort van
Auschwitz?)
geldt. Maar arbeid geeft alleen de vrijheid om het spel mee te kunnen
spelen,
om te consumeren wat eerst geproduceerd moet worden. Doch alleen het
radicaal
opgeven van je vooroordelen, valse behoeften, aangeleerde meningen en
afhankelijkheden
van mensen en dingen en het besef, dat je je vuile handen zelf vuil
gemaakt
hebt, maakt vrij. Dat maakt je innerlijk vrij in een uiterlijk onvrij
bestaan.
Dan doorzie je pas het spel, dat je altijd met jezelf hebt gespeeld en
hebt laten spelen, maar besef je, dat je daar voorlopig mee door moet
gaan,
omdat de anderen dat van je eisen. Alleen heb je er dan geen last meer
van. Je leeft dan als eenling in een bizarre wereld vol met mensen
voortgedreven
door hun drijfveren, die ze niet kennen. Slechts als je op je plaats
blijft,
kun je de mensen voorzichtig laten zien, wat ze zichzelf in hun
onwetendheid
aandoen. Argeloos als een duif, voorzichtig als een slang.
Als de
mens
zich dan met
veel pijn en moeite uitgedost heeft in bonte kledij om de rol te
spelen,
die hem door een samenstel van factoren is toebedeeld, maar die hij
zich
uiteindelijk wel zelf heeft aangemeten, en het spel gaat spelen, merkt
hij al gauw, dat er een grote kloof is tussen de theorie en de
praktijk.
En doorlopend merkt hij dat er van alles niet klopt, dat hij botst met
andere spelers, dat hij kritiek krijgt of gewaardeerd wordt en hij
schaaft
aan zijn rol om nog beter te passen en sust zijn twijfels. Totdat hij
op
gegeven moment vast loopt, het spel niet meer vol kan houden; maar
gelukkig
zijn er anderen, die de rol van hulpverlener op zich hebben genomen en
die je kunnen vertellen hoe je het spel wat slimmer kunt spelen. En die
leggen je dan uit, hoe dat allemaal door je verleden komt, en omdat je
in je opvoeding liefde tekort bent gekomen en die leren je dan om je
spel
te accepteren, zoals het nu eenmaal is.
"Maar
misschien
is het niet meer voldoende, dat je het spel goed speelt. De vraag is
eigenlijk:
Moet dit spel wel gespeeld worden?"(21)
Je kunt wel
uit de
ene rol in
de andere stappen, maar dan blijft het een spel. En je mag het spel
niet
verstoren, want dan ben je een spelbreker en niet meer meedoen is het
ergste
wat er is, want dan ben je gek en word je uitgestoten. Maar echt
levensgevaarlijk
is het om uit je rol te stappen en de anderen te laten zien, dat ze een
rol spelen. Ooit kreeg je daar de gifbeker voor of werd gewoon
gekruisigd.
Maar stel je
nu
eens voor,
dat je opeens uit je rol valt, al je culturele bagage, waarmee je het
spel
tot dan toe gespeeld hebt aflegt, dan kan je dat bijvoorbeeld als volgt
vertellen:
"je
vraagt me
hoe ik een dwaas werd. Het gebeurde aldus: Op een zekere dag, lang voor
vele goden geboren waren, ontwaakte ik uit een diepe slaap en zag, dat
al mijn maskers gestolen waren. De zeven maskers, die ik in zeven
levens
gevormd en gedragen had. Ik snelde ontmaskerd door de volle straten en
schreeuwde: Dieven, dieven, die vervloekte dieven. Mannen en vrouwen
lachten
me uit en sommigen liepen uit angst vlug naar hun huizen. En toen ik op
de markt kwam riep een jongen, die op het dak van een huis stond: 'Kijk
een dwaas.' Ik keek naar hem op; de zon kuste voor het eerst mijn naakt
gelaat en in mijn ziel ontbrandde de liefde voor de zon en ik verlangde
niet meer naar mijn maskers. En als in een droom riep ik: 'Gezegend,
gezegend
zijn de dieven, die mijn maskers stalen.' Zo werd ik een dwaas. En ik
heb
in mijn dwaasheid zowel vrijheid als veiligheid gevonden; de vrijheid
der
eenzamen en de veiligheid van het niet begrepen worden, want wie ons
begrijpen,
maken iets in ons tot slaaf."(22)
Als twee
zulke
dwazen elkaar
zouden ontmoeten, zouden ze geen woorden nodig hebben, zoals twee
kleine
kinderen ook geen woorden nodig hebben om elkaar te begrijpen. Ooit
heetten
dwazen wijzen, maar tegenwoordig heten wijzen dwazen.
De mens
is zo
aangepast aan
een ondoorzichtige maatschappij, dat hij voor zichzelf ook
ondoorzichtig
is geworden. Alleen chaotische tegenstrijdige mensen passen in een
chaotische,
tegenstrijdige wereld. Als hij zich normaal en aangepast gedraagt,
stoot
hij toch doorlopend zijn hoofd. En dan is het toch begrijpelijk, dat
als
iedereen wel eens bang is, zich zorgen maakt, af en toe ziek is, dat
iedereen
dat normaal vindt, en dat het dus bij het leven hoort en bij de manier
waarop mensen hun leven leiden. Dan kun je er ook niets aan doen dat
dat
allemaal gebeurt, en moet je er maar mee leren leven.
Je gedrag
kun
je altijd goed
praten, rationaliseren heet dat tegenwoordig, waar bij je een
verklaring
buiten jezelf vindt en anderen of omstandigheden de schuld kunt geven.
Het is de veiligste manier om niet op te vallen, maar je moet jezelf
dan
wel doorlopend voor de gek houden.
"En
het vervelende
bij zelfbedrog is, dat je de bedrieger altijd bij je draagt."(23)
Over
de
kleine Johannes
(24)
De
argeloze
Johannes wordt
door zijn geweten, Windekind, opmerkzaam gemaakt op alle bizarre
tegenstrijdigheden
in de grote-mensenwereld, totdat hij zwicht voor de kennis, Wistik, die
hem het geluk belooft en dan verdwijnt Windekind. En vervolgens ontmoet
hij Pluizer, de geleerdheid, die hem zal duidelijk maken, dat het leven
nu eenmaal een tranendal is en
"dat
een mens
moet werken, denken en zoeken. Daar ben je mens voor."(24)
En Pluizer
introduceert hem
bij Dr. Cijfer, de onderzoeker,
"een
man der
wetenschap, die hoger staat dan alle andere mensen. Maar hij moet dan
ook
de kleine gevoeligheden, die de gewone mensen kennen, laten varen voor
dat ene grote: de wetenschap. Wat hij zocht, dat had de dokter nog niet
gevonden. Doch hij had het bijna. Hij zou Johannes zover brengen als
hij
zelf was en dan zouden zij er beiden wel komen. Johannes vond het
vreemd,
dat terwijl hij licht zocht, het hoe langer hoe duisterder om hem heen
werd. Hij begon met planten en dieren, met alles wat om hem heen was,
en
als hij er lang op gestaard had, dan werden het cijfers. Dat vond Dr.
Cijfer
heerlijk, en hij zei dat het hem licht werd, als de cijfers kwamen,
doch
voor Johannes was dat duisternis. Bij de wonderlijke samenhang van
mensen
en dieren ging het nog erger. Van al wat Johannes schoon en kunstig
toescheen,
toonde hij de onvolkomenheden en gebreken. De plannenmaker, Johannes,
was
erg slim, maar bij alle wat hij maakte, vergat hij iets en de mensen
hebben
handen vol werk om al die gebreken zo goed mogelijk op te lappen. Nu
gaan
zij alles zelf doen en storen zich volstrekt niet meer aan de
plannenmaker
en zijn plannen. Wat hij hen niet gegeven heeft, nemen ze brutaal en
eigenmachtig
en waar het hem blijkbaar te doen was hen te doen sterven, ontduiken
zij
de dood soms voor lange tijd door allerlei kunstgrepen. "Maar het is de
schuld van de mensen", riep Johannes, "waarom wijken zij moedwillig af
van de natuur?"(24)
Wetenschappers
kennen de werkelijkheid
niet, maar hebben theorieën over de werkelijkheid. De wonderlijke
samenhang, waarin alles met alles samenhangt, hebben ze versplinterd en
de splinters vervolgens weer samengebreid volgens hun eigen
constructies,
waarin de meest bizarre verbanden gelegd worden en in berekeningen,
statistieken
en grafieken bewezen worden. Het klopt nog niet helemaal, zeggen ze,
het
is een benadering, maar we komen er wel. Eens vinden we een theorie
waarmee
we alles kunnen verklaren
"En
Pluizer legde
hem uit wat liefde was. Toen schaamde hij zich en Dr. Cijfer zeide, dat
hij er nog geen cijfers van kon maken, maar dat dat wel spoedig zou
gebeuren."
(24)
Een
vooruitziende
blik, want
in cijfers en statistieken hebben Masters en Johnson (The Human Sexual
Response) ook dat inmiddels uit de doeken gedaan. Na de dood van zijn
vader
komt Johannes in opstand tegen Pluizer, de theoreticus die al bijna
overal
een verklaring voor heeft:
"Pluizer
was
sterk. Hij wist het, nog nooit had hij hem weerstaan. Toch hield hij
vol.
Toen hij opzag was Pluizer verdwenen. Alleen de Dood zat bij het bed en
knikte. 'Dat was goed van u, Johannes', zeide hij. 'Zal hij
weerkomen?',
fluisterde Johannes. De Dood schudde het hoofd. 'Nooit. Wie hem eenmaal
aandurft, ziet hem nooit weer.'
Als je
eenmaal
hebt afgerekend
met alle theorieën, ze ontzenuwd hebt als bedenksels, zul je er
nooit
meer last van hebben.
Over
het
verband tussen
cultuur en ziekten
Het
wezenlijke
verschil tussen
mens en dier is, dat de mens zelf van de en zijn natuur kan afwijken.
De
mens kan zijn aard verloochenen, kan ontaarden en een kunstmatig
bestaan
creëren in ruimte en tijd. Dat noemen ze dan een cultuur en de
mensen
die daarin opgroeien zijn geen natuurprodukten meer maar
cultuurprodukten.
Is het dan niet voor de hand liggend om, wat de mens cultuurziekten
noemt,
toe te schrijven aan een vervreemd bestaan in een kunstmatige omgeving?
En zou het dan niet mogelijk zijn, omdat alle mensen vergiftigd zijn
door
cultuurinvloeden, dat alle ziekten cultuurprodukten zijn? Ieder volk
heeft
zijn eigen traditie, gewoonten, opvoedingsmethoden, regels en wetten.
De
volksaard noemen ze dat. Zo heeft ook elk volk zijn specifieke
ziektepatroon,
het een meer maagkanker, het ander meer geslachtsziekten.
Wetenschappers
hebben daar overal verklaringen voor, of het komt door het voedsel, of
door het klimaat, of door de luchtvervuiling, maar ze zijn het nog aan
het bewijzen, er moeten eerst nog meer onderzoeken gedaan worden en
proefnemingen
enzo. Immigranten, die zich assimileren en de gewoonten van hun nieuwe
cultuur, ja ook de eetgewoontes, overnemen, nemen ook de ziekten over.
Besloten groeperingen geketend in eigen erfenis, zoals joden en
mormonen,
hebben hun eigen ziektepatroon. Zoals ook subculturen van junks,
homofielen,
ambtenaren, orthodoxen, en kinderen hun eigen specifieke symptomen
hebben
van hun eigen manier van leven. Gediscrimineerde groepen, die hun
zelfbeeld
laten bepalen door de mening van de massa, hebben daardoor hun eigen
ziekten.
Elk volk,
dat
geïnfiltreerd
wordt met de virussen van de westerse cultuur, prestatie, ambitie,
vooruitgang
en productie, gaat aan die besmetting ten onder. Het is toch bizar, dat
het Westen eerst koloniseert om grondstoffen te roven, vervolgens
missionarissen
en zendelingen uitzendt om volkeren te verwesteren en tot slot artsen
stuurt
om de ellende, die inmiddels is aangericht, te verzachten en iedereen
vindt
deze kortzichtigheid prachtig en edelmoedig. Ja maar, zullen mensen
tegenwerpen,
de primitieve volkeren hadden toch ook allemaal hun angsten voor
demonen,
hun vete's, hun zinloze tradities, hun mensenoffers, lepra en bilharzia
en malaria, hun meesters en slaven. En het Westen dan met hun angsten
voor
bacteriën en virussen, hun oorlogen, hun zinloze tradities, hun
slachtoffers
in het verkeer, hart- en vaatziekten, kanker en gehandicapten, hun
bazen
en werknemers. Is dat nu wezenlijk anders? Alleen aan de buitenkant
ziet
het er anders uit, de schone schijn maskeert zoveel, de westerling
moordt
zo beschaafd op een afstand, maakt vuile handen met witte handschoenen
aan.
Over
potplanten, huisdieren
en beschaafde mensen
Mensen
zeggen,
dat een plant
leeft, alsof de plant dat zelf doet. Dat de plant wordt bestuurd door
zijn
genetisch materiaal, alsof de genen dat zelf doen. Het enige wat je
ziet,
is dat de plant groter wordt, iedere plant naar zijn eigen wijze en
zijn
eigen onveranderlijke aard. Een plant legt zichzelf niets in de weg. Er
moet toch iets zijn, een ordenende, vormbepalende kracht zou je het
kunnen
noemen, die ervoor zorgt, dat de plant uitgroeit tot wat eigen is aan
juist
die plant; dat een kruipende plant blijft kruipen, en een sporenplant
geen
bloemen krijgt. Als je de plant uit zijn natuurlijke milieu haalt en
hem
in een pot zet, verstoor je het evenwicht. Je zult hem moeten bemesten,
snoeien en verpotten, om hem in leven te houden, doorlopend moet je
bezig
zijn om een kunstmatig evenwicht in stand te houden. Hij wordt
misschien
wel extra groot, maar zijn natuurlijke weerstand verzwakt. Mensen
noemen
dat cultiveren en gecultiveerde planten heten dan bevattelijker voor
ziekten
te zijn en vroeg of laat wordt hij dan ook ziek. Onder de microscoop
vindt
de wetenschapper dan, zoals hij dat genoemd heeft, bacteriën,
virussen
of schimmels. Dat is de verwekker van de ziekte zegt hij dan
triomfantelijk,
gemakshalve vergetend, wat hij de plant zelf heeft aangedaan en in zijn
laboratorium ontdekt hij stoffen die dodelijk zijn voor de "verwekker".
Maar planten horen niet in een pot.
Zo gaat
dat ook
bij dieren.
Dieren in de vrije natuur (maar waar is de natuur nog vrij?) leven
helemaal
naar hun eigen aard, hun instinkt. Als ze honger hebben zoeken ze
voedsel,
als ze moe zijn slapen ze. Zij kennen geen belangen, bezit, de dag van
morgen of een mooier nest dan de buurman. En dan komt de mens, die ze
temt
en dresseert. Hij zegt, hoe ze zich dienen te gedragen en past ze aan
aan
zijn regels en wetten. Zijn belang moet het dier dienen, ten koste van
zijn instinkt, want zijn instinkt is niet in overeenstemming met de
belangen
en vooroordelen van zijn baas. Als ze ziek worden vindt de
wetenschapper
weer verwekkers. Zo houdt de mens de dieren ontaard en ontaarde dieren
in leven. Vogels horen niet in een kooi, koeien niet in een weiland en
honden niet aan de lijn. En zo en niet anders gaat het ook bij de mens.
Zo houden mensen elkaar ontaard en ontaard in leven.
"Het
is als de
ontzetting van de ervaren tuinman, bekwaam in snoeien, scheren en alle
eisen van het vak, wanneer plotseling een vreemde hem snoeimes en
heggeschaar
uit de hand rukt en zegt: 'Laat groeien die boel, vrijuit, zoals het
wil.'
Want ik verzeker u, dat gij geen tuinman ter wereld zult beduiden, dat
een wildernis mooier is dan een onderhouden tuin. En ook vele anderen
niet,
al zijn ze geen tuinlui."(25)
Zoals mensen
hun
gazon maaien,
scheren ze hun baarden, zoals ze hun heesters snoeien, knippen ze hun
haren,
zoals ze hun tuin versieren met bielzen, tegelpaadjes en tuinlantaarns,
versieren ze zichzelf met hun sieraden. Want mooi is, is wat "men"mooi
vindt en zo houdt iedereen iedereen bezig.
Over
het
lesje van de
medicijnman
"Hoe
kunt u
daar nou in
geloven", vroeg een westers arts eens aan een afrikaans regenmaker. "U
ziet toch wel, dat er helemaal geen regen komt? Als hij wel komt was
het
zonder uw inspanningen waarschijnlijk ook wel gebeurd." De zwarte
regenmaker
antwoordde: "Waarom gelooft u in uw eigen geneeskunde? U ziet toch, dat
er dagelijks mensen aan hun ziekten sterven? En als ze beter worden,
zou
dat zonder uw inspanning ook wel gebeurd zijn."
Niemand
kan
bewijzen of de
patiënt geneest door het geneesmiddel, door de tijd van de kuur,
het
feit dat hij in zijn bed kruipt en rust houdt, door de veranderde
reactie
van de omgeving omdat de dokter zijn klacht gesanctioneerd heeft, door
het feit dat zijn angst wordt weggenomen omdat de dokter heeft gezegd,
dat het overgaat en hem gerustgesteld heeft, of dat hij extra aandacht
krijgt en zorg. Voor de geneeskunde is de patiënt zelf bijzaak,
hij
is maar een toevallige drager van zijn symptomen en patiënten
hebben
geleerd om zich ook als zodanig te gedragen. Zo komt de patiënt
dus
ook op het spreekuur. Hier ben ik met mijn lichaam wat mankementen
vertoont,
hier hebt u mijn symptomen, doet u er maar wat mee, ik weet van niets.
u hebt ervoor geleerd, u kunt me zeggen wat het is en u heeft er wel
pillen
voor om ze te doen verdwijnen. Ik ervaar ze als hinderlijk, kan ze niet
gebruiken en wil er zo snel mogelijk vanaf. Want ik heb nog zoveel te
doen,
ben onmisbaar, durf niet thuis te blijven, vind dat ik het allemaal aan
moet kunnen, ze denken anders dat ik me aanstel, het is zo
verschrikkelijk
druk op de zaak, ik kan niet stilzitten, het komt zo ongelegen. Dat ze
daarmee meteen de betekenis van hun ziekzijn onthullen, ontgaat zowel
dokter
als patiënt. Over hun toeren gedraaid in de maatschappelijke
machinerie,
geeft hun lijf aan, dat het zo niet langer moet.
Het is
als
iemand, die met
een zwelling op zijn voorhoofd bij de dokter komt. En de dokter
schrikt,
want hij houdt niet van zwellingen, daar zou wel eens iets achter
kunnen
zitten. De patiënt merkt de reactie en wordt dan ook wat ongerust.
En de dokter bekijkt en bevoelt de zwelling en zegt, dat hij het niet
weet
maar eerst een foto zal laten maken en het bloed zal laten onderzoeken.
De dokter vertrouwt het ook niet, zegt hij thuis, en er wordt druk
gespeculeerd
en adviezen gegeven. Maar foto en bloed leveren geen afwijkingen op.
Maar
dat krijg je als de patiënt niet vertelt, dat hij met zijn hoofd
tegen
de tafel was gevallen. De geneeskunde bestaat uit het stellen van een
diagnose
en het behandelen van een aldus genoemde ziekte. De enige zinnige
vraag:
waarom krijgt deze patiënt juist op dit moment juist deze klacht,
wordt niet gesteld.
Suikerziekte,
rheuma, kanker,
multiple sclerose, alleen maar namen, diagnoses, vonnissen, etiketten.
De wetenschap probeert het allemaal met ingewikkelde theorieën te
verklaren, maar kijkt niet naar de betekenis van de symptomen. Maar
mensen
laten met hun symptomen alleen maar zien, dat ze in het gevecht om in
deze
maatschappij het hoofd boven water te houden, gewond zijn en geslagen.
Het is bizar, wat de mensen zich door deze geneeskunde laten aandoen.
Als
de geneeskunde de vraag "waartoe"niet zo zorgvuldig uit de weg was
gegaan,
had ze eerder op deze heilloze weg kunnen keren. Nu durven ze niet meer
terug, het mag niet waar zijn, dat ze zich collectief vergist hebben,
dus
is het niet waar. Dus wordt het onderzoek steeds verder uitgebreid,
steeds
massaler, meer artsen, meer medicijnen meer apparaten, steeds
onzinniger.
En het volk wacht tevergeefs.
"De
natuurwetenschappen
hebben de ledige pop in handen, de vlinder is gevlogen." (26)
Met
organen en
weefsels,
met konijnen en mensen in proefopstellingen doen ze hun onderzoekingen.
Hun blauwdruk is Vesalius' lijken-anatomie, verfijnd, gecorrigeerd en
verbeterd.
De geneeskunde heeft een pakt met de dood gesloten, terwijl ze
pretendeert
het leven te beschermen. Eerst organen, toen weefsels, cellen en nu zit
ze al in celstructuren te turen naar het hoe en wat, straks op
moleculair
niveau en verder en verder en dan zal het een doodlopende weg blijken.
En met hun eigen ingewikkelde theorieën ziet het er inderdaad
allemaal
ingewikkeld uit. Intussen worden de mensen steeds zieker, maar
vertrouwen
er toch op, dat de wetenschap het eens allemaal zal weten.
"Volgens
de moderne
natuurwetenschap is de mens een stoffelijk natuurproduct. Zijn "geest"
is een werking van zijn zenuwen. De mens is geen geest. Op het moment
dat
de mens overlijdt, vertrekt hij dus niet uit zijn "schulp", maar
gebeurt
er eigenlijk stoffelijk niets. De mens is in het moment van zijn
sterven
dus niets veranderd. Weeg hem, hij blijft even zwaar. Na het sterven is
hij een lijk, door het sterven is hij niet veranderd, voor het sterven
is hij dus ook een lijk. De op aarde levende mens is dus niets als een
lijk."(27)
Over
het
opvoeden van
kinderen
Doordat
de
vader doorgaans
buitenshuis werkt, is de moeder de hoofdopvoedster van de kinderen. Zij
is de centrale regelende dominerende figuur, die de orde en regels in
huis
bepaalt en er zorg voor draagt, dat ze uitgevoerd worden. Die regels
zijn
niet door haar zelf bedacht, maar een voortzetting van het gareel
waarin
zijzelf is opgegroeid. De partnerkeuze wordt mede bepaald door een
overeenkomst
van beide gezinsregels. Het huis is haar domein, waarin zij de scepter
zwaait. Zij is de zorgzame, voor ieder klaarstaande, de thuisbasis voor
kinderen en echtgenoot, die hun strijd in de boze buitenwereld
strijden.
Terwijl de mannen de buitenwereld regeren, regeert zij het gezin. In
een
patriarchale maatschappij heerst een matriarchaat in de gezinnen. Maar
die werkelijkheid zie je alleen in karikaturen, want ondanks dat het
tegendeel
waar is, verkeren de meeste mannen in de illusie, dat zij de baas zijn.
Doorgaans zeggen vrouwen als ze het over hun echtgenoot hebben "het is
alsof ik er een kind bij heb."Zelden andersom. Man-vrouw relaties zijn
zo vaak verkapte moeder-kind relaties, met alle consequenties van dien.
Het zijn de huisgewoonten waarin het kind opgroeit. Doorlopend moeten
ze
dingen doen, die ze niet begrijpen, die grote mensen wel mogen en zij
niet
of omgekeerd. Een heel verwarrende wereld. Ze leren dat ze rekening
moeten
houden met gewoonten van andere mensen, dat er dingen zijn, waar je
niet
over praat, wat normaal is en wat hoort, wat nou zo eenmaal is en dat
ze
zich moeten aanpassen.
En zo
leren ze
de meest krankzinnige
dingen normaal vinden, omdat hun ouders dat immers ook doen en ze
worden
steeds onzekerder, steeds afhankelijker van het oordeel van anderen.
Het
opvoedingsproces maakt kinderen oneerlijk, en is ziekmakend, want
kinderen
moeten aangepast worden aan een oneerlijke en zieke buitenwereld en
helaas
kan dat alleen door ze dan ook maar oneerlijk en ziek te maken.
Kinderen
zijn tegenwoordig minder vaak ziek, omdat het gareel minder strak
geworden
is, en omdat ze de tirannie van de goede bedoelingen van de ouders
gemakkelijker
kunnen ontvluchten door buitenshuis te spelen of zich terug te trekken
in hun eigen domein. Bij slechte weersomstandigheden zijn ze gedoemd om
binnen te blijven en zit iedereen weer boven op elkaar. Dat kinderen
dan
ziek worden komt natuurlijk weer door het weer, tocht en kou en zo. Er
zijn huizen waar gepoetst wordt en huizen waar geleefd wordt maar ook
daar
zijn grenzen. Die nette, schone huizen, waar je van de grond kunt eten,
waar elke week de ramen gelapt worden, zijn onleefbaar voor kinderen.
Hoe
netter het huis, hoe chaotischer de hoofden van de bewoners, want de
chaos
van binnen wordt gecompenseerd door de orde aan de buitenkant. Hoe
geordender
van binnen, hoe minder houvast er nodig is aan de buitenkant.
Oorontstekingen,
keelontstekingen
en eczemen verminderen als kinderen naar school gaan, als de school
vrijer
is dan het benauwende leefmilieu thuis, of verergeren, als het juist
andersom
is. In deze maatschappij is er geen oplossing. Het beste wat je met
opvoeding
kunt bereiken, is de schade tot een minimum te beperken.
Over
het
verschil en overeenkomst
tussen lichamelijke en geestesziekten
Descartes
scheidde de mens
in lichaam en geest, een kunstmatige scheiding. Op basis van het
lichaam
ontwikkelde zich de somatische geneeskunde, op basis van de geest de
psychiatrie.
Beiden gaan niet uit van de mens, dus beiden kunnen over de mens niets
zinnigs zeggen. Beiden gaan uit van een gereduceerde mens en hebben hun
eigen theoretische bouwwerken opgebouwd, symptomen geordend en ziekten
benoemd. Maar beide ziekten zijn in wezen slechts een verschillende
uitingsvorm
van een verstoord evenwicht. Bij een lichamelijke ziekte blijft de
aanpassing
aan de buitenwereld gehandhaafd. Kost wat kost wil de patiënt het
spel mee blijven spelen en zich houden aan de spelregels, aan wat men
normaal
vindt. Bij de geestelijke ziekte wordt de aanpassing aan de
buitenwereld
verstoord. De patiënt is niet meer bij machte om te voldoen aan
alle
tegenstrijdige eisen die de buitenwereld aan hem stelt.
"Zoals
de gezonden,
de normalen, niet in staat zijn om een binnenwereld te vormen, zo zijn
de zieken, de niet-normalen, niet in staat een buitenwereld te vormen.
De gezonden en de zieken zijn zodoende op dezelfde manier
verschijningsvormen
van een uit het evenwicht geraakte, zieke maatschappij!"(28)
Mensen
hebben zich
zodanig laten
inpakken in deze maatschappij, dat ze een moeizaam en pijnlijk
uitpakkingsproces,
bewustwordingsproces heet dat, nodig hebben om zich te ontdoen van de
kluisters,
waarin ze zich hebben laten ketenen en om vrijheid te verwerven.
Groeien
noemen ze dat, en ze zeggen dat je daar een heel leven voor nodig hebt
en nooit mee klaar bent. Het eindresultaat kent niemand, merkwaardig
genoeg,
maar toch moet het wel begerenswaardig zijn als het tegen de moeite
opweegt.
Echt volwassen, volgroeid zou niet mogelijk zijn en in deze wereld
leven
dus alleen onvolwassen mensen, die elkaar dan laten zien hoe
onvolwassen
ze zijn en dan ook nog zeggen, dat ze daar zoveel van leren.
Therapeuten
hebben ervoor geleerd, uit boeken en in trainingen, waar ze allemaal
technieken
hebben geleerd en zodoende groeispecialisten zijn geworden. Maar
volwassener
dan je therapeut kun je nooit groeien. Ze kunnen er alleen voor zorgen,
dat je uit je oude omgeving groeit en dan sta je echt alleen, of bent
rijp
voor een andere subcultuur.
Als je
dat niet
wilt, moet
je alleen verder over ongebaande wegen, je losmaken van het
groepsdenken.
In durven zien, dat iedereen dwaalt, ook alle groten, beroemden en
geëerden
van deze maatschappij, tegen alle gevestigde meningen in. Iedereen is
vrij
om die weg te kiezen, en als je het niet doet, moet je ook niet zeuren,
als je niet gelukkig bent.
Mensen
zijn
geconditioneerd,
zodat ze dingen doen die ze eigenlijk niet willen, en dingen die ze wel
zouden willen, niet doen. uit gewoonte, voor de lieve vrede, en om niet
alleen te staan. En dat hebben ze niet meer in de gaten. Ze kennen hun
eigen onvrijheden niet en daarom vechten ze voor een uiterlijke
vrijheid,
voor hun eigen belangen, altijd ten koste van anderen. Ze beseffen
niet,
dat ze gevangenen zijn van hun eigen vooroordelen. Gevangenen van hun
eigen
mening, die voor de vrijheid van meningsuiting vechten. Dat is zoiets
als
gevangenen, die voor het recht vechten, om naar hun eigen smaak hun cel
in te richten. Gevangenen in godsdienstige en andere overtuigingen, die
de vrijheid opeisen om hun tuigen naar eigen inzicht te versieren.
Over
grenzen
Aarde
verdeeld,
mensheid
verdeeld, taal verdeeld, mens verdeeld, lichaam verdeeld, geest
verdeeld,
eeuwigheid verdeeld. En in plaats van al die kunstmatige grenzen te
slechten
proberen mensen de grenzen te overbruggen en dat is een streven naar
eenheid
met behoud van grenzen, een onmogelijke taak. Eenheid krijg je nooit
door
delen op te tellen en te verbinden. Het geheel is anders dan de som der
delen, niet meer, maar anders. Het kost net zozeer macht om
verdeeldheid
in stand te houden als uit verdeeldheid een kunstmatige eenheid te
creëren.
Met behoud van eigen bezit, eigen belang, eigen mening en eigen
vooroordelen
vrijheid te heten verdedigen is een bizarre pretentie, want er wordt
nergens
vrijheid verdedigd, maar belangen, meningen, grenzen en bezit.
Zoals
mensen
hun territorium
omheinen, omheinen ze hun tuintje, stellen gemeenten hun grenzen,
hebben
provincies hun eigen grondgebied en landen hun landsgrenzen. En net
zozeer
als er ruzies zijn over schuttingen, scheidslijnen tussen percelen, is
er onenigheid over andere grenzen. Het grote is een afspiegeling van
het
kleine en andersom. Zoals in de gezinnen regels en normen heersen,
afhankelijk
van het godsdienstige politieke en klassentuig waar mensen inzitten,
heersen
die in de maatschappij. Fatalistisch zeggen mensen dan, dat je het toch
niet meer terug kunt draaien, het is al te ver, er is geen weg meer
terug.
Maar net zozeer als er een weg heen is geweest, die gezorgd heeft, dat
alles zo is zo als het is, is er een weg terug naar alles zoals het
oorspronkelijk
was.
"De
weg op en
neer is een en dezelfde weg."(29)
Nu zit
iedereen in
hetzelfde
schuitje, met vele ruziënde kapiteins aan het roer, die het
allemaal
beter weten en toch niet weten waar naar toe. De wetenschappers en
politici,
de stokers van de brand, beloven het volk, dat ze de brand wel zullen
blussen,
ze zijn alleen nog niet zover, er moet nog veel vergaderd, overlegd en
gestudeerd worden. En de ene probeert de ander te overtuigen van zijn
eigen
gelijk.
Over
enerzijds en anderzijds
en voor en tegen
Arm en
rijk,
rechts en links,
knap en dom, baas en knecht, schoon en vies, godsdienstig en heidens,
man
en vrouw, zijn cultuurbegrippen en tekenen van een gestoord evenwicht.
In de werkelijkheid is er geen enerzijds anderzijds, maar is alles
zoals
het is. Kracht en tegenkracht is nodig om onevenwichtigheid in stand te
houden. Om de bestaande orde, zoals de mensen deze maatschappelijke
chaos
noemen, te handhaven, moet er een evenwicht zijn tussen de strijdende
partijen.
Vandaar dat het tweepartijensysteem zo logies is, want dan kunnen ze
samen
morrelen in de marge, en blijft alles bij het oude, armen arm en rijken
rijk. Actie geeft altijd reactie. En zo schommelt de weegschaal al
eeuwen
en eeuwen uit balans en als de rek eruit is komt er een crisis, een
revolutie
of een oorlog en begint het spel weer van voren af aan.
Zo zie je
overal mensen die
tegen kernenergie zijn, tegen atoomwapens, tegen milieuvervuiling,
tegen
uitbuiting, tegen de honger in de wereld, maar dat is allemaal net zo
zinloos
als tegen kanker zijn, of tegen lepra. Als een verstoord evenwicht
symptomen
oproept is het zaak om de oorzaak van die verstoring weg te nemen en
dweilen
met de kraan open als je symptomen gaat bestrijden. En toch worden
overal
symptomen bestreden en oplossingen voor problemen gezocht, terwijl de
mensen
ze eerst zelf creëren. Overal geven de mensen met de ene hand en
nemen
met de ander en die twee weten best wat ze doen.
"Als
deze mens
nooit op aarde was geweest, zou het hele oppervlak nog bedekt zij met
een
vegetatietapijt, uitgezonderd de gebieden waar extreme temperaturen
heersen.
Alle woestijnen zijn ontstaan door toedoen van de mens, die zich
tegenover
de natuur stelde. De snelheid waarmee de woestijnvorming toeneemt,
neemt
steeds toe. Landbouw en veeteelt, beiden om oneigenlijke behoeften van
de mens te dekken, verbreken het ecosysteem, zoals het natuurlijke
evenwicht
tegenwoordig heet en maken de weg vrij voor erosie en woestijnvorming.
De ware mens
weet
zich een met
de schepping en grijpt niet in in de natuur, noch vervreemd hij zich
van
zijn eigen natuur. Hij verstoort niet, maar leeft van de vruchten, die
de natuur in overdaad bevat. Doodongelukkig zou de beschaafde mens zich
voelen in de ongerepte natuur, overal zou gevaar dreigen, ziekten,
wilde
dieren; stel je voor dat hij kiespijn zou krijgen en wat moet hij
zonder
kleren, als hij een ander zou tegenkomen; doorlopend zou hij op zijn
hoede
zijn voor zijn eigen ingebeelde angsten, net als Robinson Crusoe. Tijd
om te genieten zou er niet meer overblijven bij hem, die zich altijd
bekommert
om de dag van morgen. En weer zou hij vuur gaan maken, dieren temmen en
jagen om aan zijn aangeleerde cultuurbehoeften te voldoen. En zoals
altijd,
als je begint, is het eind zoek.
"Dwaas
waren
de stervelingen, toen zij het leven der natuurmensen met de last der
beschaving
inruilden. Hoe zalig was de tijd, toen men nog geen bijl, nog een
houweel
zwaaide, toen men nog niet hoefde te zaaien en de akkers, de gaven van
de Nijl nog niet omploegde."(30)
"Want
neemt de hele heilloze
vooruitgang weg, neem al onze vergissingen en laster weg, neem alle
mensenwerk
weg, en alles is goed."(31)
Zoals een
door
landbouwmachines
en veeteelt verkrachtte natuur steeds meer energie, bemestings- en
bestrijdingsmiddelen
vereist, om het verstoorde evenwicht onder controle te houden, zo
vereist
een door vervreemding verkrachtte menselijke natuur steeds meer
inspanning,
apparaten en medicijnen om de vervreemding in stand te houden. Deze
maatschappij
gaat inderdaad aan vlijt, ambitie en macht ten onder, en iedereen helpt
daar aan mee.
"Oorlog
is vrede,
slavernij is vrijheid onwetendheid is kracht."(32)
Terwijl
overal
onvrede, ruzies
en onenigheid heersen, vinden mensen dat de wereldvrede bedreigd wordt.
Overal heerst een koude oorlog, mensen die het met zichzelf niet eens
zijn,
gezinnen waar voor de lieve vrede niemand zegt wat hij denkt,
belangengroepen
die elkaar bestrijden, kerken die elkaar verketteren, volkeren die
elkaar
veroordelen. En alle slachtoffers van die gevechten komen vroeg of laat
bij de dokter terecht. De huidige geneeskunde is vergelijkbaar met de
frontchirurgie
van weleer. Mensen die de strijd op leven en dood niet meer aankunnen
oplappen,
zodat ze weer naar het front kunnen. Controlerende artsen die
beoordelen
of de kwetsuren van dien aard zijn, dat ze inderdaad niet meer kunnen,
of wellicht aangepast werk in de achterhoede kunnen verrichten, want
geproduceerd
moet er worden. Opvoeden is vergelijkbaar met het drillen van soldaten,
het aanleren van strategieën, om later de strijd om het hoofd
boven
water te houden in deze bizarre maatschappij te kunnen leveren. Je moet
kinderen hard en weerbaar maken om zich staande te kunnen houden in een
wereld waarin relaties op macht zijn gebaseerd.
"Dit
alles heb
ik gezien en ik richtte mijn aandacht op alle daden, die onder de Zon
geschieden
in deze tijd, dat de mens macht heeft over de ander tot diens onheil."
(33)
Macht is
niet
verenigbaar met
liefde. Oorlog niet met vrede. Macht verdeelt mensen en houdt ze
verdeeld
in meerderen en minderen, meesters en knechten, ouders kinderen, mannen
en vrouwen. Wetenschap
belooft
de
mens
macht
over de natuur. Maar zoals dat gaat als mensen verleid worden
door
de belofte naar macht, is de tol, die ze betalen, slavernij en onmacht.
En de mens vecht voor vrijheid, met behoud van een cultuur, die gebouwd
is op onvrijheid; vechten voor vrijheid in een kooi.
Over
de
zondeval
"Van
alle fouten
en ondeugden zijner kwekelingen moet de opvoeder de fout in zichzelve
zoeken.
Het ligt ongetwijfeld in 's mensen aard om de oorzaak van alle
verdrietigheden,
ja zelfs van zijn eigen misstappen buiten zichzelf te zoeken. Men
bespeurt
dat reeds in de eerste zondeval."(34)
In het
symbolische
bijbelverhaal
bezwijkt Eva voor de verleiding en geeft Adam de appel, die er van eet.
Het had net zo goed omgekeerd kunnen zijn, maar het staat er nu eenmaal
en uiteindelijk moet er iemand de eerste zijn die over de schreef gaat.
En als ze ter verantwoording geroepen worden geeft Adam Eva de schuld,
die hem vervolgens afschuift op de verleiding. Beiden nemen geen
verantwoording
voor hun eigen daad, maar schuiven die af op de ander of de
omstandigheden.
Zo kent iedereen nog wel zijn eerste leugentje uit zijn kindertijd, het
moment waarop hij de onschuld verliet.
Eten van
de
boom van kennis
van goed en kwaad betekent het niet meer vertrouwen op je geweten, maar
eigenmachtig bepalen wat goed is en kwaad. Wanneer mensen zelf regels
en
wetten gaan bepalen, plaatsen ze zich daarmee buiten de schepping en
verbreken
de eeuwige natuurwetten. En nu leven mensen dan in een wereld, waarin
ouders
bepalen wat wel en niet goed is voor het kind, priesters bepalen, wat
je
wel en niet moet geloven en wat zondig is en niet, artsen die uitmaken
wat gezond en schadelijk is, rechters die oordelen of mensen schuldig
zijn
of niet, men die bepaalt wat mooi is en lelijk, schoon en vies,
hygiënisch
en onhygiënisch. Allemaal kunstmatige geboden en verboden, in een
steeds meer uitdijend aantal en steeds ingewikkelder.
"Mijn
volk, uw
leiders zijn verleiders en zij maken de weg, die u tot pad moest zijn
tot
een doolweg."(35)
Altijd geven
de
mensen
de schuld van hun onbehagen aan de omstandigheden, of de anderen. Als
je
aan een patiënt, die met een klacht bij de dokter op het spreekuur
komt, vraagt waar hijzelf denkt dat het door komt, dan is het antwoord:
het werk, de baas, het weer, het eten, de vrouw, het afwasmiddel, de
kinderen,
de drukte. Nooit heeft hij er zelf wat mee te maken, altijd zoekt en
vindt
hij de oorzaak buiten zichzelf. Altijd blijft hijzelf buiten schot.
Maar
het is zijn eigen werkopvatting, zijn reactie op het gedrag van de
baas,
zijn ergernis over het weer, zijn boosheid over het zeuren van zijn
vrouw,
zijn idee over de schadelijkheid van het afwasmiddel, zijn mening over
de opvoeding van de kinderen, en zijn reactie op de drukte, die de
botsing
veroorzaken.
"Want
het zijn
niet de dingen zelf die de mensen in verwarring brengen, maar hun
mening
omtrent de dingen."(36)
Hij wil
gewaardeerd worden,
hij wil hogerop, hij moet zonodig van alles, hij heeft verwachtingen
van
anderen, hij eist van anderen, wat hij van zichzelf eist. En dat moet
wel
conflicten geven met de meningen van anderen.
Het enige
waar
de mens recht
op heeft, is vrijheid. Maar dat kan alleen als hij zich niet door
anderen
of door zijn omgeving laat beïnvloeden; wanneer er geen macht op
hem
wordt uitgeoefend en hijzelf geen macht uitoefent over anderen; wanneer
hij met rust gelaten wordt en ook anderen met rust laat. Wanneer hij
van
zichzelf niets moet, maar ook van anderen niet; wanneer hij niet
afhankelijk
is van anderen en anderen niet van hem. Want als mensen met zijn allen
in een zelf gecreëerd web van afhankelijkheid van elkaar zitten,
plant
de onrust van een gevangene zich door het hele web heen voort en heeft
iedereen, hoe dichter de omgeving hoe meer, er last van. Het is niet
eerlijk
om de onruststoker er de schuld van te geven, want je hebt jezelf in
het
web laten vangen. Schuld is slechts een geraffineerd middel om macht
over
elkaar uit te oefenen, elkaar te beïnvloeden. De mens is alleen
schuldig
als hij wetens en willens de ander benadeelt om hem te benadelen. Het
is
altijd uit een gevoel van machteloosheid. Hij heeft geleerd om naar
autoriteiten,
mensen die zich boven hem gesteld hebben, te luisteren. Luistert de
mens
naar zichzelf, dan voelt hij zich schuldig ten opzichte van anderen,
omdat
hij niet voldoet aan hun eisen, verwachtingen. normen, geboden en
wetten.
Luistert hij naar anderen, dan raakt hij uit zijn evenwicht. Zwichten
voor
de massa, de maatschappij, gaat altijd ten koste van jezelf. Er zijn
geen
schuldigen, alleen verantwoordelijken. De enige slachtoffers zijn de
kinderen.
Over
dat de
mens een overloper
uit de natuur is
Eigenmachtig
heeft de mens
zich buiten zijn en de natuur geplaatst. Wat mensen cultuur noemen is
een
uitvloeisel van dat verbroken contact. En omdat hij niet meer kan leven
naar zijn natuur, is het leven zijn eigen zorg en bekommernis geworden.
Vanuit zijn ontwortelde staat gezien, staat hij voor een
angstaanjagende
wereld, waarin hij zich niet meer geborgen voelt en zomaar allerlei
onheil
hem kan treffen. De natuur is een bedreigende chaos geworden, die
beteugeld
moet worden, zoals de mens ook zijn eigen natuur beteugelt. Elke
menselijke
ordening is strijdig met de eeuwige natuurwetten. Mensen laten Gods
water
niet meer over Gods akkers vloeien, maar kanaliseren, polderen in en
irrigeren.
Zoals zij hun eigen natuur verkrachten met regels, wetten en normen,
niet
uit hun hart maar uit hun hoofd ontsproten, wordt de aarde verkracht
door
ontbossing, ontginning, wegenaanleg als een kunstmatig adernet,
landbouw
en veeteelt. Maar overal barst de natuur uit die dwangbuis, bij de mens
als ziekten, in de maatschappij als oorlogen, en in de natuur als
natuurrampen.
Als een tovenaarsleerling, die de lering van de meester verkeerd
begrepen
heeft, gedraagt de mens zich. En terwijl het water hem tot de lippen
stijgt,
"en
de golven
over hem heen slaan, roeit hij met zijn armen om zich boven water te
houden.
Die reactie op de dreigende ondergang, dit slaan met de armen, is de
cultuur,
een zwembeweging."(37)
Overal
worden
symptomen
bestreden. Er zijn er die het beter weten en willen hervormen, die de
lering
weer anders willen interpreteren, een andere structuur en systeem om
het
tomeloze water te kanaliseren. Met emmers wordt overal gehoosd, terwijl
de kraan helemaal open staat. De discussies gaan slechts over het soort
emmer waarmee gehoosd moet worden. Als allesziende koppen van Cerberus
waken de wetenschappers en andere zwarte magiërs, die de kraan
steeds
verder opendraaien en daar hun bestaansrecht aan ontlenen, dat er
niemand
aan de kraan komt want de vooruitgang, zoals ze dat noemen, mag niet
belemmerd
worden. Overal verdrinken mensen, moegestreden, maar ze gaan door.
Eenmaal
zal het hun lukken, zullen ze voor elk probleem een oplossing hebben,
blind
voor wat ze nu aanrichten. En bij elke uitvinding, bij elke prestatie
juichen
de goedgelovigen in de illusie, dat de grote oplossing weer wat
dichterbij
gekomen is, terwijl het tegendeel waar is. Waar geen verstand is, is
ook
geen dwaasheid.
Over
steden
"Die
hele
barbaarse opeenstapeling
van gebouwen, die nergens ophoudt, alle grote stadsgruwel, de
krankzinnige
groenverdrijvende bouwkanker, waar het verkeer zich in honderd vormen
doorheen
worstelt."(38)
Zo is
elke stad
een natuurvreemd
kankergezwel, dat zich invretend in zijn omgeving uitgroeit, uitzaaiend
in satellietsteden, niets ontziend, zich uitbreidt ten koste van de
natuur.
En terwijl er gebouwd en gebroken wordt, zuigt hij voor zijn eigen
groei
de omgeving leeg en breidt zijn zieke invloed tot in de verre omtrek
uit
en wordt zelf steeds onleefbaarder. Waarin slechts aangetaste mensen
kunnen
leven en verkankeren en zelfs de parken, kunstmatig aangelegd en
onderhouden
worden door de godvergeten mensenhand. Er zijn geen goede en minder
goed
mooie of lelijke, leefbare of onleefbare kankergezwellen.
"Heuvels
zijn
altijd veel mooier dan stenen gebouwen. Het leven in de stad is een
kunstmatig
bestaan. Heel veel mensen voelen bijna nooit echte grond onder hun
voeten
of zien planten groeien, behalve die in bloempotten staan en lopen
nooit
ver genoeg van het licht van de straten om de bekoring te ondergaan van
de nachtelijke hemel, die bezaaid is met sterren. Wanneer mensen ver
van
de streken wonen, die door de Grote Geest gemaakt zijn, is het voor hen
zo gemakkelijk zijn wetten te vergeten."(39)
Maar voor de
stedeling,
gewend en aangepast aan de chaos van de stad, die het stadsleven
bruisend
en gezellig noemt, is de natuur saai, chaotisch en vervelend.
"Volkeren
zijn
bezeten door de ongezonde eerzucht hun nagedachtenis te vereeuwigen,
door
zoveel mogelijk gehouwen steen achter te laten. Ik zie liever de stenen
op de plaats waar ze horen. De meeste steen, die een volk houwt is
slechts
voor zijn eigen graf bestemd. Hij begraaft zich levend. Zie de
piramiden.
Niets erin verwondert ons meer dan dat er zoveel vernederden voorhanden
waren om hun levens te offeren aan het bouwen van een grafkamer voor
een
of andere domkop. Het geloof en de kunstzin van bouwers over de hele
wereld
is nagenoeg een pot nat, of het nu een egyptische tempel is of de Bank
der Verenigde Staten: ze kosten meer dan er bereikt wordt. De oorsprong
is ijdelheid, bijgestaan door de liefde voor boterhammen en knoflook.
Tallozen
houden zich bezig met de bouwwerken van Oost en West en waarom? Om te
weten
wie ze gebouwd hebben. Ik daarentegen zou willen weten, wie in die
dagen
er niet aan meededen, wie zich te goed voelden voor zulk gebeuzel."(40)
Wat mensen
cultuurmonumenten
noemen, piramiden, tempels, paleizen, kathedralen en kastelen, allemaal
zijn ze met bloed, zweet en tranen door slavenarbeid tot stand
gebracht.
Een volk kan pas gaan bouwen, als het onrechtvaardig is, als er
meerderen
en minderen, meesters en slaven zijn. Met andere woorden, als het
beschaafd
is en die weg is ingeslagen, waarvan het einde zoek is. Dus in plaats
van
bewondering zijn zij er als een waarschuwing voor het nageslacht.
"Want
door de
wijsheid voorbij te gaan, werden zij niet alleen zelf belemmerd het
goede
te kennen, maar lieten zij ook aan het mensdom een herinnering achter
van
hun dwaasheid."(41)
|
 |