Mobiel
Het is mogelijk - Vingeroefening en voorstudie voor het Thomasevangelie



Home

Uit de inhoud:

De maatschappij
Zoon van God
Wijsheid
Over opvoeden
Medische wetenschap
Spierspanning
Cultuur en ziekten
Opvoeden van kinderen
Grenzen
Steden
Paradigma's
Hebben van meningen
Vakgeleerden
Dokter en patiënt
Over bevallen
Gezond eten
Angst voor vrijheid
Structuren en systemen
Het willen
Behoeften
Bestrijden symptomen
Angst om dood te gaan
School en opvoeding

Over liegen
Stellingen

Sitemap


E-mailVragen?

mail de Webmaster




Internet:

Een Hemel op Aarde
Het Evangelie van Thomas
Verboden Boeken en Geschriften
L. E. J. Brouwer
Oskar Panizza
Terug naar de Natuur
De nieuwe kleren van de keizer
The Gospel of Thomas
Nature, Culture, nature
A Heaven on Earth
   

Het is mogelijk

Vingeroefening en voorstudie voor het Thomasevangelie


(Schrijver onbekend)

Is het mogelijk, denkt hij, dat men nog niets werkelijks en belangrijks gezien, erkend of gezegd heeft? Is het mogelijk, dat men duizenden jaren de tijd heeft gehad te kijken, na te denken en op te tekenen, en dat men de duizenden jaren heeft laten voorbijgaan als een schoolpauze, waarin men zijn boterham eet en een appel? Ja, het is mogelijk.
Is het mogelijk, dat men trots uitvindingen en vooruitgang, trots cultuur, godsdienst en wereldwijsheid aan de oppervlakte is gebleven? Is het mogelijk, dat men zelfs deze oppervlakte, die toch altijd iets geweest had kunnen zijn, met een ongelooflijke vervelende stof heeft overtrokken, zodat zij eruit ziet als de salonmeubels in de zomervakanties Ja, het is mogelijk.
Is het mogelijk, dat de hele wereldgeschiedenis verkeerd begrepen is? Is het mogelijk, dat het verleden foutief is, omdat men altijd van zijn massa's heeft gesproken, juist alsof men van een samenscholing van vele mensen vertelde, in plaats van over de ene te spreken, om wie zij heen stonden, daar hij vreemd was en stierf? Ja, het is mogelijk.
Is het mogelijk, dat men meende te moeten inhalen, wat gebeurd is voor men geboren was? Is het mogelijk, dat men ieder afzonderlijk eraan moest herinneren, dat hij toch uit al zijn voorvaderen was ontstaan, dat hij 't dus wist en zich niets moest laten wijsmaken door de anderen, die iets anders wisten? Ja, het is mogelijk.
Is het mogelijk, dat al die mensen een verleden, dat nooit bestaan heeft, heel nauwkeurig kennen? Is het mogelijk, dat alle werkelijkheden onbetekenend zijn voor hen: dat hun leven afloopt, aan niets verbonden, zoals een klok in een lege kamer? Ja, het is mogelijk.
Is het mogelijk, dat men niets weet van al die meisjes, die toch leven? Is het mogelijk, dat men "de vrouwen" zegt, "de kinderen", "de knapen" , en niet vermoedt (ondanks alle beschaving niet vermoedt), dat deze woorden reeds lang geen meervoud meer hebben, doch slechts ontelbare enkelvouden? Ja, het is mogelijk.
Is het mogelijk, dat er mensen zijn, die "God" zeggen en denken, dat het iets gemeenschappelijks is? En kijk nu eens naar twee schoolkinderen: de een koopt een mes en zijn buurman koopt er een, dat er niet van verschilt, op dezelfde dag. En zij laten na een week elkaar beide messen zien en dan kan het gebeuren dat zij nog maar heel flauw op elkaar lijken - zo verschillend hebben zij zich in verschillende handen ontwikkeld. (Ja, zegt de moeder van de ene erbij, als je ook dadelijk alles verslijt.) Zo, en is het dan mogelijk te geloven, dat men een God zou kunnen hebben zonder hem te gebruiken? Ja, het is mogelijk. Maar als al deze dingen mogelijk zijn, ook maar een schijn van mogelijkheid hebben - dan moet er om alles ter wereld iets gebeuren.

De eerste de beste, die deze verontrustende gedachte heeft gehad, moet beginnen iets aan het verzuimde te doen; wie het ook moge zijn, hoe weinig geschikt hij ook is: want er is immers niemand anders.
Deze jonge onbelangrijke vreemdeling zal vijf trappen hoog moeten gaan zitten schrijven, dag en nacht: ja, hij zal moeten schrijven, daar zal het mee eindigen.
Rainer Maria Rilke (a)
"Alles is al eens gezegd", zei de cynicus, "maar er is nog nooit geluisterd", zei de optimist.
Freek de Jonge (b)

De maatschappij

600 miljoen hongerenden, miljoenen vluchtelingen, verkeersslachtoffers, epidemieën van kanker, hart- en vaatziekten en geslachtsziekten, volle ziekenhuizen en gevangenissen, alcoholisten en drugsverslaafden, burgeroorlogen, 500 miljard dollar voor bewapening, angst voor een dreigende totale vernietiging, moord en doodslag, abortus, zelfmoord, echtscheidingen, werkeloosheid, gehandicapten, milieuvernietiging, overal ruzies, haat, onvrede, eenzaamheid, angst, verdriet en pijn, onzekerheid, wanhoop, agressie, zorgen en problemen, bloed, zweet en tranen. Aan alle kanten barst deze maatschappij uit zijn voegen, evenals de natuur ontregeld is in droogten en overstromingen, stormen, aardbevingen, misoogsten, voortschrijdende woestijnen en andere natuurrampen, zoals de mens dat noemt.

En toch zijn er nog mensen, die het hebben over samenleving, bedreigingen van de wereldvrede en vooruitgang en ze bezweren elkaar, dat het allemaal zo erg niet is, dat er zoveel goede dingen zijn, dat ze best gelukkig zijn en dat de mensheid tegenwoordig zo knap is, dat het allemaal wel goed zal komen. Terwijl ze er een chaotisch en onzinnig wereldbeeld op nahouden, waarin van alles zomaar gebeurt, waarin je zomaar geboren wordt, ziek wordt en dood gaat, waarin zomaar mensen verongelukken, je zomaar kanker krijgt, zomaar neergestoken wordt. Behalve wanneer je iets presteert, hogerop komt of veel bezit, dan heet het opeens je eigen verdienste. Een bizarre wereld met een bizarre "God", onrechtvaardig, willekeurig en onsamenhangend.

Er is echter een manier van kijken, waarbij wél alles met alles samenhangt, niets zomaar gebeurt, alles begrijpelijk is en toeval niet bestaat. Het is een helder zien, waarin elke gebeurtenis, hoe onbeduidend ook, toch een duidelijke betekenis heeft in het alomvattende verband. Het is eigenlijk zo verschrikkelijk eenvoudig en voor de hand liggend, dat je op het moment, dat je het ziet, je niet voor kunt stellen, dat je je al die tijd zo vergist hebt. Dan pas zie je:

  • dat deze en al de andere culturen en alles wat zij voortbrachten slechts vergissingen zijn,
  • dat de mens in het grijze verleden een doodlopende weg is ingeslagen, waarop eeuwen lang, generatie na generatie tot nu toe de mens zijn moeizame tocht is gegaan,
  • dat al die zeeën vol bloed, zweet en tranen, vergoten om uiteindelijk deze zieke maatschappij te creëren, tevergeefs geweest zijn,
  • dat de mens in de natuur thuishoort en niet erboven, ernaast of ertegenover,
  • dat alle kerken en godsdiensten uitgaan van een zelf gecreëerd mens- en godsbeeld,
  • dat alle theorieën, meningen en overtuigingen alleen maar gedachtenspinsels zijn,
  • dat de knapheid en geleerdheid van de mens uit kortzichtigheid geboren is,
  • dat alle prestaties, uitvindingen en scheppingen van generaties en generaties een doel, maar niet de mens hebben gediend,
  • dat alle groten, geëerden en beroemden van deze maatschappij het bij het verkeerde eind gehad en nog steeds hebben,
  • dat geld, bezit, rijkdom, prestatie, eer en roem echt niet gelukkig maakt, integendeel,
  • dat ieder mens, op welke manier hij ook meedoet aan dit bizarre spel, daardoor verantwoordelijk is voor zijn eigen ellende,
  • dat de mens inderdaad zijn eigen hel maakt,
  • dat alle mensen het wel goed bedoelen, maar uit onwetendheid domme dingen denken, zeggen en doen.
Maar dat houdt ook in, dat er voor al die ingewikkelde problemen een eenvoudige oplossing is, want in de eenvoud lossen problemen vanzelf op. Dan is dus een leven zonder pijn, verdriet, angst, ellende en onzekerheid wél mogelijk. Dan zou dus, wat alle theologen, filosofen en maatschappij-veranderaars voor onmogelijk hielden, bizar genoeg, juist omdat ze dachten, dat ze theoloog, filosoof of maatschappij-veranderaar waren, het absolute geluk wel en nog eenvoudig ook haalbaar zijn. Door een andere kijk zou dus het verleden teniet gedaan worden, waardoor het einde weer als het begin zou zijn. De doos van Pandora, die vanaf de wieg van elke, dus ook van deze cultuur, openstaat, rampen en verderf uitbrakend, zou weer gesloten kunnen worden. Als je onder eeuwigheid niet oneindige tijdsduur, maar ontijdelijkheid verstaat dan leeft hij eeuwig, die in het heden leeft (1). Het eeuwige leven is dus geen utopie, maar alleen niet verenigbaar met een leven in een cultuur, en je zou dus kunnen zeggen, dat kleine kinderen het eeuwige leven hebben; geen benul van tijd, zoals grote mensen dat noemen.

Voor iedereen is een onbezorgd leven weggelegd, als hij bereid is om voor zichzelf toe te geven, dat hij zich tot nu toe vergist heeft; overtuigingen en meningen heeft gehad en verkondigd, die hij voor waar hield, terwijl ze dat niet waren. Dingen belangrijk, zinvol en rechtvaardig gevonden heeft, die onbelangrijk, onzinnig en onrechtvaardig waren. Alleen door af te rekenen met je verleden, niet bijna helemaal, maar radicaal, kun je in het heden terechtkomen. De werkelijkheid en het leven zijn zo totaal anders dan wat de mensen over de werkelijkheid en het leven denken en zeggen. De werkelijkheid is, en het leven kun je alleen maar leven. En alles, wat je erover denkt, is teveel, onbelangrijk en onzinnig.

Maar er zijn nog zoveel mensen, die zichzelf om wat ze doen in deze maatschappij belangrijk vinden, of door anderen zo gewaardeerd worden, dat ze zelf geloven, dat het heel wat is wat ze presteren. Zovelen, die vinden, dat ze lekker bezig zijn en op de goede weg zitten, overtuigd van hun eigen gelijk.

En als je dan juist dezen probeert te laten zien, hoe inconsequent, hoe tegenstrijdig, hoe kortzichtig ze bezig zijn, dan breekt de hel los. Zij hebben daar geen boodschap aan, in tegenstelling tot de mensen, die muurvast zitten, wanhopig zijn, degenen die hun eigen belangen en vooroordelen willen laten varen, voor een gelukkige wereld, de kneuzen van deze maatschappij, de verketterden en allen, die tussen de wal en het schip gevallen zijn. Zij willen wel een andere wereld, hoewel ze daar allang niet meer in geloven. Zij hebben zo weinig te verliezen.

Over de Bergrede

Inmiddels al weer tweeduizend jaar geleden, in een maatschappij net zo chaotisch en onrechtvaardig als de huidige, toen werknemers nog gewoon slaven heetten en mensen elkaar afmaakten met lans en pijl en boog in plaats van met bommen en raketten, maakten mensen zich los van de maatschappij, keerden terug tot de eenvoud en het mens zijn en probeerden anderen te laten zien, dat je macht nooit met macht teniet kunt doen. Maar bij de bezitters van de macht, of die nu door wapens, kennis of geld wordt uitgeoefend, vonden ze geen gehoor. Dat werd verwoord in wat nu bekend staat als de Bergrede. Zij lieten zien, dat juist de kansarmen, de ontrechten en verdrukten, de kennis- en bezitsarmen, en dus ook de kinderen veel meer openstonden voor hun boodschap voor de vestiging van een wereld van vrijheid, gelijkheid en broederschap, waarin geen mens macht heeft over een ander. Zij verwachtten toen echt, dat ze de mensen konden omturnen en er eindelijk een rechtvaardige wereld zou komen.

Daarom staat er geschreven:

"Zalig de armen van geest, want hunner is het koninkrijk der hemelen."
En er staat toch echt niet: Zalig de geleerden, geletterden en ontwikkelden, die dan ook nog steeds moeite hebben met deze passage.
"Zalig die treuren, want zij zullen vertroost worden."
En niet: Zalig degenen, die zo lekker bezig zijn, die zich altijd flink houden, die vinden, dat er zoveel goeds in de maatschappij is en onrechtvaardigheid normaal en onontkoombaar.
"Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen de wereld beërven."
En niet: Zalig degenen, die voor zichzelf opkomen, de vechters, de sterken, de machthebbers, beterweters, regeerders of leiders.
"Zalig die hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden."
En hoe je het ook bekijkt, er staat niet: Zalig degenen, die hun eigen recht of gelijk zoeken, die hun eigen zin willen hebben, die hun eigen belang verdedigen of op hun eigen roem of eer uit zijn.
"Zalig de reinen van hart, want zij zullen 'God' zien."
En niet: Zalig degenen, die hun vuile handen in onschuld wassen, de verblinden, vervreemden, theoretici of denkers.
"Zalig de vervolgden om der gerechtigheid wil, want hunner is het koninkrijk."
En niet: Zalig degenen, die vervolgd worden om hun geloof, overtuiging, eigen of groepsbelang.
"Zalig de vredestichters, want zij zullen kinderen Gods genoemd worden."
Maar toch echt niet: Zalig de compromissluiters, gewapende-vrede-handhavers of verdedigers van de status quo.
"Zalig zijt gij, wanneer men u smaadt en vervolgt en liegende allerlei kwaad van u spreekt."
En niet: Zalig zijt gij, wanneer men u in de maatschappij, de gevestigde orde of eigen groep waardeert, prijst, navolgt en ophemelt om uw prestaties, ijdelheid en creaties.

Wezenlijk verschilt deze maatschappij niet van die van toen. De basis van een cultuur is macht van de ene mens over de ander. Toen waren het de eenvoudigen, die het vertelden, nu zijn het de rijken, geleerden en leiders zelf, die vruchteloos de betekenis proberen te begrijpen en niet beseffen, dat zij er wel doof voor moeten zijn. Eerder nog zal een kameel door het oog van de naald gaan, dan dat een theoloog de betekenis van de Bergrede zal begrijpen. En wat het niet begrijpen van die boodschap opgeleverd heeft, zie je nu overal om je heen.

Over de "Zoon van God"

Een merkwaardige en tragische begripsverwarring

In de vroege joodse filosofie werd de schepping als een doorlopend gebeuren beschouwd, zoals een lamp alleen brandend blijft als die continu van stroom wordt voorzien. De "Logos" of de "Zoon van God" is de dunamis, de scheppende kracht waardoor de hele schepping doorlopend tot zijn komt of is, met het niet levende naar zijn eigen aard en alle schepselen naar hun eigen natuur. God spreekt en het is en zodoende is het woord van God de Logos. Philo zegt daarover: "hoger dan het woord is de spreker" en daarom heet de Logos de eerstgeborene. De oude Taoisten noemden het Tau, de scheppende en vorm bepalende kracht. God is de architect en de Logos is de bouwmeester en schept de mensen, ho kat' eikona anthropos, de oorspronkelijke mens, zoals je die nog kunt ontwaren in de kleine kinderen, die nog naar hun natuur leven. Philo weer: "Er zijn twee tempels van God. Een is de kosmos, waarin de eerstgeborene werkzaam is als een hogepriester, de goddelijke Logos. De tweede tempel is de ziel gevuld met de Logos. Daarin is de priester de ware mens". Dus de ware mens is de mens die leeft naar zijn natuur of de wil van God en de Logos dus niets in de weg legt. Spinoza spreekt over leven naar de Rede. Tegenwoordig zouden we zeggen naar je innerlijke stem of je geweten. Als je dat compromisloos doet zul je uiteindelijk met je Zelf of je Logos samenvallen en dan ben je de Logos en de Logos spreekt door jou en dan ben je weer de Zoon of Dochter van God. Het is onmogelijk tegelijkertijd de wil van God te gehoorzamen. en je "eigen" wil , want het is onmogelijk om tegelijkertijd met het leven mee te drijven en zelf je leven te sturen. Daarom zegt Boeddha dat alle lijden door  het willen veroorzaakt wordt, dus geen willen, geen lijden. Je karakter is je onnatuurlijke, toegevoegde en wat we noemen tweede natuur, onverenigbaar met je Logos.

Wijsheids geschriften zijn tijdeloos want ze beschrijven betrekkingen in het eeuwige heden, aangezien verleden en toekomst slechts in je hoofd zitten. Als je je realiseert dat alle schriften door ingewikkelde geletterde mensen zijn geschreven, vertaald door andere geletterden, zul je begrijpen dat zij nooit over de werkelijkheid praten, laat staan dat ze de weg naar de eenvoud kunnen wijzen.

Dus moet je de tijd uit historische geschriften halen om het wezen ervan te ontdekken. Het Evangelie van Johannes ziet er heel anders uit als je dat doet en dan herken je Philo weer:

"Vanaf het begin is het Woord en het Woord is bij God en het Woord is God. Dit is vanaf het begin bij God. Alle dingen zijn door het Woord en zonder dit bestaat er niets, dat is. In het Woord is leven en het leven is is het licht der mensen. En het licht schijnt in de duisternis en de duisternis begrijpt het niet. Er trad een mens op, van God gezonden, wiens naam was Johannes; deze kwam als getuige om van het licht te getuigen, opdat allen hem zouden geloven. Hij was het licht niet, maar was om te getuigen van het licht. Het waarachtige licht, dat ieder mens verlicht, stond op doorbreken in de wereld. Hij is in de wereld en de wereld is door Hem en de wereld kent hem niet. Hij komt tot het zijne, en de zijnen nemen Hem niet aan. Doch allen, die Hem aannemen, geeft hij macht om kinderen Gods te zijn, hun die hun geweten geloven, wat niet uit bloed, noch uit de wil des vlezes, noch uit de wil eens mans maar uit God geboren is. Het Woord creeert het vlees en woont in ons en wij aanschouwen zijn heerlijkheid, de heerlijkheid van de eerstgeborene des Vaders, vol van genade en waarheid. Johannes heeft van Hem getuigd en heeft geroepen, zeggende: Deze is het van wie ik zeide: Die na mij komt is voor mij, want Hij was eer dan ik. Immers uit zijn volheid ontvangen wij allen zelfs genade op genade; want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid komen door de Logos.. Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, die aan de boezem des Vaders is, die doet hem kennen". En nog steeds!!!

Al met al blijft het een ingewikkelde constructie, want over de werkelijkheid, God en de schepping kun je niets vertellen. Elke poging om daar iets zinnigs over te vertellen, elke constructie die het scheppingsproces in beelden probeert te vangen is een ijdele poging en een vergissing.

Ceterum censeo dat het jammer is dat die schrijvers niet beseft hebben dat wat Ludwig Wittgenstein ons voorhoudt in de laatste zin van zijn Tractatus Logico-philosophicus:

"waarover je niet kunt spreken, daarover moet je zwijgen"

Dan was er nooit een evangelie geweest en nooit een christendom en het had de wereld onnoemelijk veel ellende bespaard. Het is een goedbedoelde poging geweest om een rechtvaardige wereld te grondvesten maar, door de ondoorzichtige mix van mysticisme en wijsheid, gedoemd te mislukken. Het was voldoende geweest als ze de weg hadden gewezen naar het rechte en eenvoudige pad en gezwegen hadden over de werkelijkheid.

Over Seks en Eros

In het Symposion, in de rede van Aristophanes, beschrijft Plato de valkuil van Eros, of het libido, zoals we dat tegenwoordig noemen. Bedenk, voor je verder leest, dat het een metafoor is en dat elke metafoor zijn beperkingen heeft.  Ooit was de menselijke natuur anders, want toen was de mens heel en het was van een mannelijk/vrouwelijk geslacht en dan beschrijft hij een schepsel met vier armen en benen en twee ruggen. En zij vielen de Goden aan en om een eind te maken aan hun opstand besloten de Goden hen in twee helften te snijden. En Zeus sneed de schepsels in tweeen zoals men morellen doorsnijdt of eieren met een haar. "Maar nu", verhaalt Plato, "zijn wij verdeeld in twee helften vanwege onze onrechtvaardigheid". Zo werden we mannelijk en vrouwelijk, twee polen en iedere helft zoekt zijn wederhelft en samen zijn zij weer een. De Goden plantten Eros of het Libido, de hereniger, in de mensen en daardoor gedreven proberen de mensen van twee weer een te maken. In de coitus spelen ze een dier met twee ruggen, zoals Rabelais dat noemt in zijn Gargantua en Pantagruel, en zij noemen dat eenwording.
De grote vergissing die Plato maakte, dezelfde die in de Zondeval wordt gemaakt, is dat hij niet besefte dat wij allemaal als kleine hele mensjes worden geboren en dat we in de loop van onze acculturatie en opvoeding gehalveerd worden en opgevoed worden tot die wezens met dat speciale gedrag en denken, die we jongens en meisjes noemen. Helften die tot elkaar aangetrokken worden door Eros. En dat paar helften hebben elkaar nodig, passen bij elkaar, zijn complementair aan elkaar, spreken over "wij", zijn afhankelijk van elkaar, klampen zich aan elkaar vast in een verstikkende houdgreep, zodat geen van tweeen meer kan veranderen. En dat noemen ze liefde, maar het is een doorlopend compromis en geven en nemen en het lijkt dus meer op handel. Het heeft hoe dan ook niets te maken met belangeloze en onvoorwaardelijke liefde. Het is een wonder dat deze twee helften hele baby's krijgen. Als een van de twee verandert, passen ze niet meer bij elkaar, dan gaan ze scheiden en weer op zoek naar een passende wederhelft en zo l'histoire se repete telkens weer. Hoe hechter de relatie, hoe groter het verdriet als een van de twee wegvalt, want als je weer als helft moet leven mis je altijd de andere helft. Dus het Libido is de grote valkuil die ons verhindert om weer heel te worden en terug te keren vanuit de dualiteit en de gespletenheid naar de eenvoud een heelheid en het Koninkrijk binnen te gaan, zoals ze dat ooit noemden.
De gelukzalige, de weer heel gewordene heeft geen behoeften meer en de kleine dood van het orgasme, dat verliezen van jezelf, waaruit je telkens weer ontwaakt in dezelfde saaie wereld, kan niets aan zijn gelukzaligheid toevoegen. Wat dat betreft heeft de Rooms-katholieke kerk gelijk als zij bepaalt dat de geslachtsdaad uitsluitend de voortplanting moet dienen, maar dat geldt alleen voor de gemeenschap der helen en niet in dit tranendal, wat de mensen wat op proberen te leuken en waaraan ze proberen te ontsnappen met hun kortstondige orgasmen.
Ga nou voor jezelf eens na hoeveel je hebt ingeleverd voor dat vreemde spelletje.
Dus in het paradijs, voor de Zondeval, of in het Koninkrijk, hebben mannen en vrouwen elkaar belangeloos en onvoorwaardelijk lief, zoals God van al zijn kinderen houdt en er is geen Verlosser. Seksueel verlangen is een cultuur-artefact. Dat kun je niet geloven, maar dat kun je alleen zelf ervaren.
Het zou toch een krankzinnige schepping met een krankzinnige God zijn als het de bedoeling zou zijn geweest dat het mensdom zich ongebreideld zou voortplanten totdat  weer een oorlog of epidemie de bevolking zou moeten decimeren?

De queeste naar de Waarheid

Stel je de zoektocht naar de Waarheid voor als het beklimmen van een berg. Als je aan de voet van de berg staat zie je maar een gedeelte van de werkelijkheid. Je ziet de rivieren stromen, maar je weet niet waar ze vandaan komen en waar ze naartoe stromen. Je ziet vogels vliegen tot ze verdwijnen achter het bergmassief. Je ziet wolken verschijnen vanachter de berg vandaan en voelt winden waaien maar je begrijpt niet waar ze vandaan komen. Over die vragen kun je vele theorieen bedenken maar je kunt ze nooit verifieren. Als je de kudde aan de voet van de berg verlaat en hogerop klimt, neem je telkens een nieuw standpunt in en elke keer zie je meer, maar nog steeds niet alles en je beseft dat in de loop van de geschiedenis vele mensen je voorgegaan zijn, die daar uitgerust hebben of stierven en hetzelfde standpunt deelden en dus dezelfde visie, waar zij over schreven en je herkent wat zij zagen. Je passeert filosofen en theologen, die hun eigen waarheid verkondigden en groten der aarde, trots op hun kortzichtigheid. Overal op de berg ontwaar je mensen, allemaal op hun eigen standpunt, theoretiseren over de werkelijkheid, maar ze zien er slechts een gedeelte van en beseffen dat niet. Overal kom je bagage tegen die je voorgangers hebben achtergelaten, want het is onmogelijk om de top bepakt te bereiken. Maar je moet verder en hoe hoger je zwoegt, hoe meer mensen je achter je laat, hoe completer je uitzicht wordt, hoe eenzamer je tocht, hoe groter deel van de werkelijkheid je ontwaart en hoe moeizamer de laatste meters. Daar ontmoet je Heraclites, Plato, Spinoza, Rousseau, Thoreau, Nietzsche, Wittgenstein en vele anderen gesneefd in het zicht van het einddoel. En dan maak je de meest fantastische stap die een mens kan maken en opeens bevind je je op de top en kun je alles overzien. Je hebt geen theorieen meer nodig, je aanschouwt de werkelijkheid en je beseft dat je het centrum en de koning van je eigen wereld bent. Je zou kunnen zeggen dat je alle standpunten deelt of geen enkel standpunt meer hebt. Je ziet waar de rivieren vandaan komen en waar ze hun loop eindigen in de zee. Je begrijpt waarom de winden waaien, waar de wolken vandaan komen en hoe ze uiteindelijk oplossen in regens. Je hebt geen theorieen meer nodig om je beperkte gezichtsveld mee te vullen. Je begrijpt alles omdat je niets meer weet en geen mening meer hebt. Je bent het Koninkrijk binnengegaan, het Nirvana, het Paradijs, Erewhon, Shangrila, Utopia of al die andere namen die mensen aan de voet van de berg er aan hebben gegeven en waar ze vurig naar verlangen en als onbereikbaar beschouwen. En daar vind je het gastenboek en je leest: "Boeddha was hier" ," Chuang Tzu was hier", "Zarathustra was hier", "Socrates was hier", "Jesus was hier" en vele en vele ander namen van al diegenen die tijdens hun leven uitgelachen werden, vermoord of genegeerd zijn, die ketters genoemd en verbannen werden en die stierven aan kruisen en op brandstapels nadat ze teruggekeerd waren om de achtergeblevenen te vertellen over de weg naar de top. Overal onder je zie je mensen op hun standpunten staan en hun meningen ventileren over de werkelijkheid, ieder standpunt zijn eigen mening, zoveel meningen als er standpunten zijn en zij maken ruzie en vechten om hun eigen gelijk. Je bent verbijsterd als je ze hoort discussiëren over de wegenkaarten naar de top, die ze Heilige of Geheime Boeken noemen.  Maar al die meningen vertellen niets over de werkelijkheid of de wegenkaarten maar zeggen slechts iets over hun afstand tot de top. Spinoza zou zeggen: "wat je vertelt over de werkelijkheid zegt meer over jezelf dan over de werkelijkheid, net zozeer als wat je zegt over de ander meer over jezelf zegt dan over de ander. Vanaf de top zie je overal beneden je een groot gevecht met alleen maar slachtoffers.
Dat is de Waarheid en die is gruwelijk, onthullend, tragisch, stuitend en huiveringwekkend.

Dus wees uitermate behoedzaam als je op de top bent geweest en teruggekomen bent.

"Wees dan voorzichtig als slangen en argeloos als duiven".

Over de wetenschap

Terwijl er de hele mensengeschiedenis door mensen opdoken, die waarschuwden voor de toenemende invloed van de wetenschap, omdat ze, zoals het priesterdom hun macht zagen tanen, zijn er anderen geweest, die inzagen, dat geleerdheid mensen de mist in deed gaan.

"Indien ge al uw vertrouwen stelt in de kennis van natuurlijke dingen, dan struikelt ge door de duisternis der blinden. Indien ge al uw vertrouwen in geleerdheid stelt, dan struikelt ge door nog dieper duisternis."(2)
In een tijd als deze, waarin de mensen zich laten leiden en vertrouwen op weten-schappers een moeilijk verteerbare uitspraak, maar het zou best eens waar kunnen zijn. Ook Jesaja zegt zoiets:
"Uw geleerdheid en uw kennis zijn het die u verleid hebben, zodat gij bij uzelf zegt: "Ik ben het en niemand anders." Maar u overkomt onheil, dat gij niet weet te bezweren; u overvalt een verderf, dat gij niet moogt verzoenen; u overkomt plotseling een verwoesting, waarvan gij geen vermoeden had. Houdt maar aan met uw bezweringen en met de talrijke toverijen, waarmede gij u van jongsaf aan hebt afgetobd; misschien kunt gij iets bereiken misschien jaagt gij schrik aan. Gij hebt u uitgesloofd met uw vele plannen."(3)
En zie, terwijl de mens met behulp van zijn wetenschap de natuur probeert te beteugelen en met zijn wetten mensen in het gareel tracht te houden, treden er overal onvoorziene rampen op. In plaats van te begrijpen, dat juist het beteugelen de symptomen oproept, beloven de wetenschappers het volk, dat ze nog niet zover zijn, maar dat het hun wel zal lukken om een oplossing voor de zelfgecreëerde problemen te vinden, als ze maar geduld hebben.

Heel cynisch dichtte de Genestet voor de optimisten:

"Gij weet het groote nieuws, en, hoe door het nieuwe licht van Theologen, Filosofen, Oekonomen en andere oomen,
Nu eerlang hier op aard de Hemel wordt gesticht? -
Geduld maar, hongrig hart en hongerende magen!
't Duurt nog een groote veertien dagen."(4)
Inmiddels zijn we 120 jaar verder en nog steeds hebben de mensen hun hoop op politici, wetenschappers en theologen gevestigd, afgaande op mooie beloften, optimistische plannen, maar wezenlijk is er niets veranderd. Nog steeds zijn er mensen, die weten hoe andere mensen moeten leven, wat ze moeten geloven, wat goed is en kwaad.
"Almachtige God, verlos ons van de wetenschappen en de verderfelijke kunsten van onze vaderen en geef ons de onwetendheid, de onschuld en de armoede terug."
verzuchtte Jean Jacques Rousseau, alsof een ontwikkeling, die de mens zelf in gang gezet heeft, door een almachtig opperwezen gestopt zou moeten worden. Mensen zijn toch vrij om zich te laten beïnvloeden door allerlei moeilijke wetenschappelijke verklaringen. Maar het is zo verleidelijk om een wetenschappelijk verantwoord verhaal te krijgen om de consequenties van je doen en laten te vergoelijken.
"Om zich te kunnen verwonderen moet de mens - en moeten wellicht volkeren - wakker worden. De wetenschap is het middel om ze te doen inslapen."(5)
Het is het wonder van het leven, dat door de wetenschap teruggebracht is tot een weliswaar ingewikkeld, maar in de toekomst ongetwijfeld verklaarbaar geheel van biochemische reacties, die gestuurd en verbeterd kunnen worden. En over biochemische reacties hoef je je niet te verwonderen, die kun je verklaren.

Over wijsheid

Wetenschap gaat uit van een theorie, een bedenksel, een kunstmatig geconstrueerd bouwwerk, los van de werkelijkheid, waarin feiten en gebeurtenissen gerangschikt en met elkaar verbonden worden. Het is een activiteit van het denken en niet van het leven. Het denken wordt gereguleerd door afgesproken regels van de logica. Wetenschap heeft dus geen universele waarde, maar slechts een betrekkelijke. Wijsheid daarentegen gaat over het leven en de werkelijkheid en laat verbanden zien in de werkelijkheid, staat los van de tijd en heeft dus eeuwigheidswaarde. "Heb uw naaste lief, gelijk uzelve", heeft niets met wijsheid te maken, maar is een advies, met zoveel haken en ogen, dat je er in de praktijk niets mee kunt. In de werkelijkheid is het, dat je van een ander houdt, zoals je van jezelf houdt. Wijsheid geeft een verband in het heden, constateert alleen maar. Alles is zoals het is en nooit anders, terwijl het denken van de mens zich slechts in het verleden en toekomst beweegt. Ieder mens is wat hij is, terwijl hij geleerd heeft, dat hij is wat hij denkt en doet. Je kunt jezelf alleen lief hebben als je weet wie je bent, als je beseft, dat je mens bent, niet meer en niet minder. Dan pas kun je alle mensen als je naasten zien. Voor ouders zouden kinderen eigenlijk ook gewoon naasten moeten zijn, maar ouders hebben geleerd, dat ze kinderen moeten opvoeden, terwijl dat strijdig is met: Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook een ander niet.

"je moogt hun geven van je liefde, maar niet van je gedachten, want zij hebben hun eigen gedachten." (6)
Je kunt alleen onvoorwaardelijk van anderen houden, als je ze accepteert zoals ze zijn en niet zoals je ze hebben wilt. Het enige wat kinderen nodig hebben is voedsel als ze honger hebben, rust als ze moe zijn en de vrijheid om te blijven wat ze zijn, onschuldig en onbevangen. Dat ze dan niet passen in deze krankzinnige wereld, ligt aan de wereld en niet aan de kinderen. Zij hebben er toch niet om gevraagd om geboren te worden?
En dat, terwijl zij de enige mensen in deze wereld zijn, voor de rest zie je slechts mensen, die in de mening verkeren, dat ze de rol zijn, die ze spelen, christenen, arbeiders, Nederlanders, vrouwen enz. of ingewikkelde combinaties daarvan, die toch ooit ook gewoon maar mensjes waren.
Wees u zelf zei ik tot iemand, maar hij kon niet: hij was christen. Je kunt daar overigens van alles voor invullen.
Oorspronkelijk was het evangelie een soort handleiding tot verlossing of verlichting, geënt op woord- en beeldengebruik, ontleend aan het denken van die tijd.
"Van de bestaande situatie immers moet je uitgaan en dan moet je steeds eenvoudiger en eenvoudiger worden, om uiteindelijk tot het eenvoudige te komen."(7)
Het beloofde een complete anarchie, waarin geen mens meer macht uitoefende over een ander. Een paradijselijke aarde, waar slechts mensen in gelukzaligheid zouden toeven.
"De voornaamste angst van het christendom om vrijheid te realiseren is de vrees, voor de overmacht van de eigen chaos. Maar die chaos is eerder het resultaat van die vrees, dan de oorzaak."(8)
In plaats van bewerker van een rechtvaardige wereld, is het christendom door onbegrip juist de belemmering naar wat in hun eigen woorden het koninkrijk der hemelen heet.
Je bent pas verlost als je niet meer, zoals dat heet, 'zondigt'. 'Zondig' is alles waarmee je je eigen vrijheid en geluk in de weg staat, dus ook de vrijheid van anderen. Het uitoefenen en ondergaan van macht, beïnvloeden en beïnvloed worden, plannen maken, verwachtingen, wensen, bedoelingen of behoeften hebben, leven naar tradities, normen en regels, die anderen voor je bepaald hebben, willen en bezitten, dat alles houdt de mens vast en staat dus zijn vrijheid in de weg.
Als de mens echt vrij wil zijn, moet hij alles wat hij geleerd heeft, doorzien als ballast, nutteloos, onzinnig en als bedenksels, waarmee je weliswaar een rol kunt spelen in deze maatschappij, maar niet kunt leven. Pas als je de laatste stuiver hebt ingelost komt het denken tot stilstand, dat grote malende wiel, en blijft er een puur ervaren, een eeuwig heden over. Dan voel je je een met alles en allen en zie je, zoals mystici dat noemen, "God", de grote alomvattende samenhang.
Eerst moet je durven inzien dat ons hele kennen en weten een groot luchtkasteel is, slechts belangen dienend in een steeds meer uitdijende spiraal, waar het eind van zoek is.

Eigenlijk predikte het evangelie een grote revolutie, een umwertung aller Werte, terug naar de mens en terug naar de natuur en een verbreking van alle grenzen.

Er is maar een volk en dat is de mensheid

Er is maar een land en dat is de aarde

Er is maar een taal en dat is de liefde.

Over mens en cultuur

Kinderen worden geboren en groeien op in een wereld, waar de kaarten geschud en de macht al verdeeld is. In een kunstmatige wereld, in generaties gecreëerd, met een wirwar van verboden en geboden, wetten, tradities en regels, doen ze hun eerste stappen Ze moeten maar wennen aan het gareel, al die cultuurprodukten, prestige- en prestatie-objekten, gebruiks- en verbruiksartikelen, apparaten en machinerieën om een ingewikkeld en kunstmatig bestaan te vereenvoudigen. En al gauw hebben ze de meest bizarre dingen normaal, mooi en knap leren vinden en later kijken ze vol bewondering naar hun eigen brouwsels, waar ze steeds meer afhankelijk van worden.

Ook is zijn land vol afgoden; voor het werk "van eigen handen, voor wat eigen vingers gemaakt hebben, buigt men zich neer."(9)
De natuur is dan inmiddels al wild en chaotisch geworden. De volmaaktheid van de zich zonder behulp van mensenhand doorlopend vernieuwende schepping, zien ze niet meer. Dat is nog slechts iets wat voor eigen doeleinden en belangen geëxploiteerd kan worden en kan dienen voor de productie van de dingen, waarmee hij zelfgecreëerde valse behoeftes kan bevredigen. Nog steeds pogen de mensen de natuur te onderwerpen, waardoor ze het evenwicht verstoren en vele rampen over zichzelf afroepen. In cultuur brengen heet dat dan, of ontginnen. En het restant een verstoord evenwicht, losgemaakt uit het geheel, moet beheerd worden, om de verstoring te kunnen continueren. Met veel moeite moeten cultuurprodukten als heide, knotwilgen, houtwallen en polderlandschappen in stand gehouden worden, want ze zouden wel eens naar hun oorspronkelijke toestand kunnen terugkeren.
"Als het kind groot geworden is, dan is de cultuur, die hij als volwassene schept een getrouwe weerspiegeling van zijn kinderlijke ervaring. De maatschappij en cultuur zijn eerst een belemmering en dan het resultaat van die belemmering."(10)
Hoe meer gekleineerd een kind wordt in zijn jeugd, hoe onzekerder hij wordt en hoe groter later de prestatiedrang om zich te bewijzen. Want wacht u voor de slaven, die meester worden.
"Het wordt ons steeds duidelijker, hoeveel kwaad er wordt aangericht door mensen die geestelijk ongezond zijn, vooral in het gezin, waar het kind zelfs kleine relatiestoornissen tussen de eigen ouders in zijn ziel registreert en waar ernstige ziekelijke patronen bijna fataal door de volgende generatie worden voortgezet."
De manier waarop gezinsleden met elkaar omgaan, en elkaar op hun plaats houden, wordt van generatie op generatie doorgegeven. De ziekten die daarbij horen eveneens. Wetenschappers noemen dat erfelijke ziekten, waarmee ze mensen tot nu eenmaal onvolwaardig bestempelen en angst en schuldgevoel veroorzaken. Ooit werd geschreven:
"Ik ben de Heer uw God, Ik ben een ijverige God, die de misdaad der vaderen bezoekt aan de kinderen tot in het derde en vierde geslacht dergenen, die mij haten."(12)
Wanneer iemand in zijn jeugd geleerd heeft om haatdragend te zijn, kan hij dat overdragen op zijn kinderen, met alle consequenties van dien.
"De lotgevallen der volkeren zijn de directe voortzetting van de individuele familiedrama's. Het sociale is derivaat van het individuele psychische."(13)
Alleen een verzameling van ongezonde, in onvrede levende mensen kan een ongezonde vredeloze maatschappij vormen.
"Want alleen individuen voeren oorlog, lakken hun nagels, gaan naar de stembus, geloven in het kapitalisme. Maar de cultuur maakt dat ze dit doen. Maar wij maken de cultuur, hebben hem gemaakt in de loop der eeuwen tot wat hij nu is."(14)
Mensen zeggen, dat de maatschappij hen alles aandoet, terwijl ze er zelf onderdeel van zijn. Ze laten zich beïnvloeden door anderen en praten anderen na, voeden hun kinderen op voor deze maatschappij en sturen ze naar school. Als je de zoete vruchten geniet, krijg je ook de zure. Allemaal zitten ze in hetzelfde schuitje, maar dat ze erin zitten, ligt niet aan de anderen, noch aan het schuitje.

Over opvoeden

Kinderen, oorspronkelijk onbevangen, worden gevangen in het gareel van regels en normen van hun goedbedoelende ouders. Gelokt door beloning en aan weerszijden ingeperkt door de straffen, gaan ze de weg op, die er niet echt is, maar die hun opvoeders in hun hoofd hebben uitgestippeld. Anders komt er niets van terecht, heet het dan, want wat er van terecht moet komen is een aangepast lid van deze onrechtvaardige maatschappij. Net zoals huisdieren, die gedresseerd moeten worden om ze te laten passen in een kunstmatige omgeving. De wijze van belonen en straffen en het evenwicht tussen die twee, bepalen het keurslijf, waarin het kind zich op den duur veilig gaat voelen. Het weet waar het aan toe is. Elke keer bepaalt het de ruimte van zijn kooi, door te kijken, hoever het kan gaan, totdat het afgestraft wordt. "Er zijn nu eenmaal grenzen."Hoe kleiner de ruimte die gegeven wordt, hoe opstandiger of gedweeër het kind wordt, afhankelijk van de manier waarop de ouders de grenzen in stand houden. Vrijheid in gebondenheid heet dat heel eufemistisch. De autoritaire opvoeding, waarin de straf, lijfelijk of niet, de verbodsborden vormden, die kinderen ervan weerhielden om een andere weg in te slaan, is in de loop van de tijd veranderd in een strategie, waarbij het belonen op de voorgrond staat. Maar je wordt zo moe van dat doorlopend moeten belonen en de prikkel moet ook nog steeds groter worden. Het zijn de ouders die wat zij denken, doen en willen voor normaal houden en hun eigen vooroordelen niet kennen, die een voorbeeld voor hun kinderen zijn. Het zijn de normen, wetten, regels en voorschriften, die zij op zich genomen hebben en als bagage met zich meedragen, die het kind zal overnemen. Daarmee neemt het de strategieën over, waarmee de ouders in de maatschappij hun hoofd boven water proberen te houden.

Het doel heiligt de middelen, en de werktuigen waarmee de opvoeders het traliewerk van de kooien weven, zijn: verbieden, straffen, dreigen, boos worden, waarschuwen, belonen, stimuleren, adviseren, voorwaarden stellen, liefde onthouden, bezorgd zijn, verwennen, teleurgesteld zijn, beschermen, verzorgen. Maar al doende leert het kind een scala van tactieken om de hem gestelde grenzen te overschrijden of te ontsnappen, door te drammen, zeuren, huilen, liegen, weglopen, ongehoorzaam zijn, vleien, driftbuien, stiekem doen, zwijgen of zielig doen. Om mee te kunnen en mogen doen in deze maatschappij moet het kind leren wat belangrijk en achtenswaard wordt gevonden. Dat uiterlijk en kleren erg belangrijk zijn, dat ambitie, prestatie en creativiteit prijzenswaard zijn, dat attent zijn, nette manieren en aangepast gedrag op prijs gesteld wordt, dat flink zijn, voor jezelf opkomen, zoet zijn, beleefd en beschaafd zijn, deugden zijn, waar je het ver mee kan schoppen, dat sommige dingen mooi en andere lelijk zijn, andere gezond of schadelijk. En na verloop van tijd voelt iedereen elkaar aan, ieder kent de grenzen van zijn territorium en van dat van de ander. In de opvoeding wordt de ruimte van het kind dus steeds verder ingedamd, ontplooiing heet dat, bizar genoeg, steeds kleiner en het kind wordt steeds onvolwassener, onvrijer, afhankelijker en bevangener. En als ze later groot geworden zijn, spelen ze het spel gewoon verder. Zo zie je dan, als je om je heen kijkt, overal grote mensen, politici en andere leiders met dezelfde kinderachtige methoden elkaar te lijf gaan, voor de verdediging van hun eigen belangen. Want een kind moet gehard worden om een harde wereld, waarin ieder voor zijn eigen hachje vecht, aan te kunnen. Zoals de wetenschapper zegt: voldoende "iksterk"zijn en een ruime frustratietolerantie opbouwen. En dat terwijl kinderen hun ouders doorlopend een spiegel voorhouden en hen laten zien, wat zij eens waren. Kinderen kunnen niets van hun ouders leren, behalve dat het leven in deze maatschappij een grote leugen is. Kinderen zijn wijs, grote mensen dwaas, maar ouders weten het altijd beter.

"Wordt als de kinderen", sprak de Heer, "derzulken is mijn Rijk"
"Gij maakt, o drijvers van de leer, uw kinderen u gelijk."(15)

Over aanpassen en de pijn, die dat kost

"Achter elke keelontsteking gaat een autoriteitskonflikt schuil." (16) Kinderen trekken in het conflict met de ouder steeds aan het kortste eind. De ouder bepaalt de grens, heeft het laatste woord en wijselijk kropt het kind, letterlijk en figuurlijk, zijn antwoord op. Maar het blijft opstandig en klierig wat je kunt zien aan zijn opgezette klieren, want het lichaam van de mens spreekt, wanneer de mens voor zichzelf een reden heeft om niet te willen of durven spreken. De ouders begrijpen de lastigheid van hun kind niet en pakken het harder aan, waardoor er bij het kind nog meer blijft zitten, wat er niet uitkomt en het kind pijn doet. En het eindresultaat is een keelontsteking met grote ontstoken amandelen. Door de tocht of kou komt dat, hebben de mensen geleerd, en om het te voorkomen worden er nog meer beperkingen aan het kind opgelegd, waardoor het steeds vaker optreedt. Als de amandelen er maar uit zijn, denken ze dan, en de dokter ziet het meteen, die boosdoeners moeten eruit, en in een barbaars ritueel worden ze eruit gesloopt, waarna de ouders op dezelfde manier kunnen doorgaan. Kinderen, die het niet meer willen horen, krijgen pijn aan hun oren; de dokter noemt het een middenoorontsteking en dat komt omdat de neusamandel te groot is, maar waarom dat bij het ene kind wel en bij het andere niet gebeurt, dat begrijpt hij niet. Kinderen die het er benauwd van krijgen krijgen een bronchitis of astma, kinderen die het niet meer zien krijgen gewoon een bril. Of ze snotteren, en dan komt het hun neus uit.

In 1981 alleen al werden bij 140.000 kinderen de amandelen verwijderd, terwijl eigenlijk de ouders behandeld hadden moeten worden. Onbewust zijn de keel-, neus- en oorartsen dus handlangers van de gevestigde orde, maar je kunt het ze niet kwalijk nemen, want ze weten niet wat ze doen. Zij volgen ook maar een gevestigde mening in een gevestigde orde en volgens hun theorieën klopt het allemaal. Over de andere artsen later. 

Over de medische wetenschap

De medische wetenschap gaat niet over de mens, maar over zijn onderdelen. Zij gaat er van uit, dat de afzonderlijke delen samen de werkelijke mens vormen. Eerst hebben ze de mens geopend, in onderdelen verdeeld, en alles wat ze vonden aan het geheel onttrokken, begrensd en een naam gegeven, terwijl alle onderdelen grenzeloos in elkaar overlopen. De werking wordt verklaard aan de hand van analogieën met door hen zelf gecreëerde machines en apparaten. Het hart is een pomp, de nieren een filterapparaat, de benen een bewegingsapparaat. Er zijn er zelfs, die over het geslachtsapparaat spreken. De mens is een mechanisch gebeuren, een machine, beweren ze. In de visie van de wetenschapper is de mens een soort monster van Frankenstein, een golem. Ontregeling van het apparaat geeft een symptoom en een verzameling van symptomen heet een ziekte. De vraag "waartoe" past niet in het wetenschappelijk denken, dus buigen ze zich over het wat en hoe en bestrijden de symptomen. Maar het is alsof je een instrument gebruikt voor een doel, waarvoor het niet werd gemaakt. Het zal dan mankementen gaan vertonen. En de gereedschapmaker zal het weer repareren zonder te vragen wat ermee gebeurd is, want hij zou zijn eigen glazen ingooien als er niets meer kapot zou gaan. Zo is het ook zaak voor de artsen, dat de mensen ziek blijven worden, want anders gaan ze failliet. Het is toch bizar, dat de medische wetenschap, die geen duidelijk idee heeft van wat leven en dood eigenlijk betekenen, pretendeert voor het leven te vechten en tegen de dood.

De medische wetenschap is een wetenschap van onderdelen en groepen. Mensen, volstrekt unieke individuen, stopt ze in grafieken en statistieken, bepaalt het gemiddelde en noemt dat normaal. Wat ze observeert is niet de mens, maar de mens onderworpen aan haar manier van vragen stellen. En zo bewijzen wetenschappers van alles, terwijl een bewijs alleen bewijst, dat ze zich aan de spelregels houden, die ze uiteraard zelf ontworpen hebben. Het is zodoende een kwantitatieve geneeskunde, die slechts drijft op het meetbare. Alle kwaliteiten van het leven, dat in geen enkel systeem past, verdriet, angst, eenzaamheid en pijn, moeten dus verwaarloosd worden, want meten is weten, en wat je niet kunt meten, kun je ook niet weten.

Zo geloven mensen, dat bacteriën en virussen ziekteverwekkers zijn, terwijl nog nooit iemand een bacterie een ziekte heeft zien veroorzaken. Bacteriën ziekteverwekkers noemen is zoiets als de bellen in een kokende vloeistof de oorzaak van het koken noemen. De mens, die in harmonie met zichzelf en zijn omgeving leeft, is in evenwicht. Dat evenwicht raakt verstoord, omdat de mens meent iets anders te moeten zijn dan wat hij in werkelijkheid is. Het kost energie om een verstoord evenwicht in stand te houden, waardoor de weerstand vermindert en als de draaglast de draagkracht overschrijdt dan treedt een symptoom op. Dat kan een ontsteking zijn, waarbij de wetenschapper dan bacteriën vindt, die hij vervolgens gaat bestrijden, een onnatuurlijk genezingsproces. Als je de mensen laat zien, waarom ze juist nu dit symptoom gekregen hebben, hen het verband laat zien tussen de klacht en hun manier van leven, zodat ze kunnen begrijpen wat de betekenis ervan is, kunnen ze zelf hun manier van leven zo veranderen, dat het symptoom verdwijnt.

"Die mensen zijn verreweg het gelukkigst, die het beschoren is zich voor elke aanraking met de wetenschapper te hoeden en uitsluitend de natuurlijke aanleg als gids te nemen, die in geen enkel opzicht te kort schiet, tenzij wij soms de heilige grenzen van het menszijn willen overschrijden. De natuur haat het kunstmatige en het voorspoedigst gedijt datgene wat door geen kunst is aangetast."(17)
Wetenschappers geloven een heleboel en omdat ze het met hun eigen systeem bewezen hebben, is het waar, en omdat de mensen op de wetenschap vertrouwen, geloven ze dus niet meer, maar weten zelfs, dat je zomaar ziek kunt worden, dat bepaalde ziekten ongeneeslijk zijn, dat niet alle mensen dezelfde kans hebben, maar dat sommige aanleg hebben tot bepaalde ziekten, dat het lichaam eigenlijk een apparaat is, dat zomaar ontregelen kan, een soort samenstel van biochemisch reacties, die wanneer ontregeld, gewoon met chemicaliën genormaliseerd kunnen worden, dat je gezond kunt eten en eiwitten, koolhydraten en vitaminen nodig hebt, net zoveel als zij hebben uitgerekend, dat melk en vlees gezond zijn, dat pijn geen betekenis heeft en niet hoeft en dus bestreden moet worden, dat wat voor ratten en konijnen geldt ook voor mensen opgaat, dat je van medicijnen beter kunt worden, dat mannen hele andere wezens zijn dan vrouwen, vanwege de hormonen en zo, maar meer dan een geloof is het echt niet.

Over de deugden van deze maatschappij

In een maatschappij, waarin ieder voor zijn eigen belangen opkomt, gaat het een altijd ten koste van het andere. Ambitie, wat hogelijk gewaardeerd wordt, gaat altijd over de ruggen van anderen. Hogerop komen kan alleen met gebruik maken van anderen. Winnen vereist verliezers. Kennis gaat ten koste van gezond verstand. Ontginnen gaat ten koste van de natuur en beschaving doet de natuurlijkheid teniet en tot slot gaat de macht altijd ten koste van de liefde. Mensen hebben geleerd, dat ze niets zijn, maar dat ze iets moeten worden, een radertje in deze zieke maatschappij, een meester of een slaaf, en dat ze daarvoor eerst een heleboel moeten leren en diploma's halen en dat je dan pas iets bent. Dat de rol, die je zo leert om mee te mogen doen, dat je dat bent. Maar je kunt toch niet en mens zijn en iets anders, want dan ben je beiden niet en dat is een gespleten, schizoïde bestaan. De rol, die je op je neemt, is voor de anderen en voor de maatschappij.

Maar mensen zijn niet vrij om te kiezen. Niemand heeft ervoor gekozen om in deze ontaarde maatschappij geboren te worden, niemand heeft zijn eigen ouders uitgezocht. Het is de collectieve verantwoordelijkheid van alle mensen, die elkaar vasthouden in een web van onvrijheden, waardoor mensen de enige mogelijke weg, die voor ze opengelaten wordt, gaan. Voor elke delinquent is de hele mensheid, het hele web, verantwoordelijk, voor elke zieke en voor elke gehandicapte. Iedereen is via iedereen op deze wereldbol afhankelijk van elkaar. Meesters hebben slaven nodig, maar slaven evenzeer meesters, geestelijke leiders goedgelovigen, maar evenzo goedgelovigen hun leiders.

Daarin groeien kinderen op, beïnvloed door de wanen van hun eigen milieu, elke kaste zijn eigen normale jargon, belangen en interessen, maar
 

"het verschrikkelijkste aller verschrikkingen is de mens in zijn waan."(18)


En zo leven ze dan later in het spanlaken van de cultuur.

"Ze werken en leven zo op een cultuurlaag, die hen van buitenaf is toegeschoven, een systeem van vreemde meningen, het werk van anderen, levend in de atmosfeer, in het milieu, in de geest van de tijd; in een woord, ze leven als een collectief, conventioneel, onverantwoordelijk "ik", dat niet meer weet waarom het zo of zo denkt of wil."(19)
Ontsnappen aan het keurslijf van het eigen milieu vereist aanpassing aan de gewoonten van een ander milieu, want anders blijf je een vreemde eend in de bijt. De enige keus die overblijft is om dan toch maar een rol op je te nemen en die zo goed mogelijk te spelen, want het alternatief is uitgestoten worden. Wat mensen eerst van anderen moeten, moeten ze dan van zichzelf, "men"is de geïnternaliseerde drijfveer geworden en de angst om niet uit de boot te vallen. Dan stellen mensen zichzelf een taak en doel, terwijl ze het eigenlijk voor anderen doen, omdat ze gewaardeerd willen worden, erbij horen, en worden zodoend hun eigen slavendrijver. Ze ontzeggen zich het leven om iets te worden en iets te bereiken. Daaraan ontlenen ze ook het recht op van alles, waardering, beloning, en dankbaarheid. Het 'voor-wat-hoort-wat' principe. In een vicieuze cirkel geeft ieder zijn voorganger een schouderklopje en verwacht het van zijn achterman, want ieder wil gekoesterd worden in zijn idee dat hij zinnig bezig is. Iedereen is voor de ander bezig en de ander weer voor de een. Een massale zinsbegoocheling, maar de cirkel mag niet verstoord worden en het bizarre spel moet doorgaan. Krijgen mensen niet datgene, waarvan ze vinden, dat ze het verdienen, dat het hen toekomt, dan zijn ze boos of teleurgesteld. De bij een promotie gepasseerde, de voor een examen gezakte, de uitgerangeerde, de moeder die altijd maar gezorgd heeft met haar ondankbare kinderen, de echtgenoot, die toch altijd maar gezorgd heeft dat het geld binnenkwam. Altijd mensen met hun eigen verwachtingen, die zichzelf een teleurstelling bezorgen, omdat ze de anderen nodig hadden en de anderen de schuld geven als die niet aan hun verwachtingen voldoen. Als je meedoet in de strijd, krijg je vroeg of laat de deksel op je neus. Kun je dat niet verkroppen, dan kun je bijv. kanker krijgen Maar mensen worden niet tekort gedaan, ze voelen zich tekort gedaan. Als je in een onrechtvaardige maatschappij meespeelt, dan wordt je onrecht aan gedaan. En als het voor jou recht is, dan is het voor een ander onrecht. Het is altijd de een of de ander.

Voor een wereld die propageert, dat je het geluk vindt in het willen, hebben en doen, klinkt de boodschap van de wijzen, dat de ware gelukzaligheid ligt in niet willen, niet hebben en niet doen, belachelijk. Voor deze maatschappij zijn Lao Tse, Zarathustra, Boeddha en Jezus onpraktische dwazen.

Over spierspanning en de gevolgen daarvan

In een toestand van volmaakte rust, als de mens zich veilig en geborgen weet, is alles soepel en ontspannen, zoals het kleine kind aanvankelijk soepel, elastisch en buigzaam door het leven gaat, zich van geen angst en kwaad bewust. Maar al gauw is dat afgelopen als de anderen eisen gaan stellen waaraan het kind moet voldoen, en het kind leert om op zijn hoede te zijn, bang om het niet zo te doen als anderen van hem verwachten. Het leert zich beheersen, en spieren verstrakken alsof het elk moment op de vlucht moet. In dat samenstel van ontregelde spieren, te los of te strak, groeit het kind en vervormt. X- en O-benen, platvoeten, geforceerde gelaatstrekken, grote neuzen, kleine neuzen, grote hoofden, kleine hoofden, verbeten monden, spastische, houterige bewegingen of slungeligheid, omdat het zich geen houding weet te geven, groeistoornissen en tics. Zoals een boom zich ook alleen kan ontplooien en zijn wat hij moet zijn, als hij niet gehinderd wordt door bomen, die te dicht bij hem staan of een wilg, die geknot wordt omdat hij bruikbaar moet zijn, uitgroeit tot een wanstaltig cultuurproduct. Maar gelukkig groeien uit zijn zaden geen knotwilgen.

Bij gespannen, verkrampt en rigide levende mensen vindt je een constant te hoge spierspanning, zelfs in hun slaap. En als de emmer overloopt, krijgen ze pijn in hun rug of nek of schouder. De dokter zegt dan, dat hij zich meer moet ontspannen of stuurt hem naar de fysiotherapeut, die de spieren wel los zal masseren en dus niet de oorzaak wegneemt. Of hij laat een röntgenfoto maken, waarop de tussenwervelschijf versmald is, en dan is de dader bekend en kan uitgeruimd worden, maar aan de spierspanning verandert natuurlijk niets.

Aan de manier, waarop mensen zich bewegen, zich passen in het voorgeprogrammeerde patroon van de stijldans, kun je zien hoe rigide ze in hun denken zijn.

"Kramp is het kenmerk van de neurose. Kramp is gespannen vasthouden, niet kunnen loslaten en vergeven."(20)
Valium en alcohol werken ontremmend, omdat ze onverschillig maken en de angst verminderen, waardoor ook de spierspanning afneemt. Het is een kunstmatige ontspanning, die net zolang werkt, als de drug werkt.

Nog steeds leven de mensen alsof de leuze "Arbeit macht frei"(stond dat niet boven de poort van Auschwitz?) geldt. Maar arbeid geeft alleen de vrijheid om het spel mee te kunnen spelen, om te consumeren wat eerst geproduceerd moet worden. Doch alleen het radicaal opgeven van je vooroordelen, valse behoeften, aangeleerde meningen en afhankelijkheden van mensen en dingen en het besef, dat je je vuile handen zelf vuil gemaakt hebt, maakt vrij. Dat maakt je innerlijk vrij in een uiterlijk onvrij bestaan. Dan doorzie je pas het spel, dat je altijd met jezelf hebt gespeeld en hebt laten spelen, maar besef je, dat je daar voorlopig mee door moet gaan, omdat de anderen dat van je eisen. Alleen heb je er dan geen last meer van. Je leeft dan als eenling in een bizarre wereld vol met mensen voortgedreven door hun drijfveren, die ze niet kennen. Slechts als je op je plaats blijft, kun je de mensen voorzichtig laten zien, wat ze zichzelf in hun onwetendheid aandoen. Argeloos als een duif, voorzichtig als een slang.

Als de mens zich dan met veel pijn en moeite uitgedost heeft in bonte kledij om de rol te spelen, die hem door een samenstel van factoren is toebedeeld, maar die hij zich uiteindelijk wel zelf heeft aangemeten, en het spel gaat spelen, merkt hij al gauw, dat er een grote kloof is tussen de theorie en de praktijk. En doorlopend merkt hij dat er van alles niet klopt, dat hij botst met andere spelers, dat hij kritiek krijgt of gewaardeerd wordt en hij schaaft aan zijn rol om nog beter te passen en sust zijn twijfels. Totdat hij op gegeven moment vast loopt, het spel niet meer vol kan houden; maar gelukkig zijn er anderen, die de rol van hulpverlener op zich hebben genomen en die je kunnen vertellen hoe je het spel wat slimmer kunt spelen. En die leggen je dan uit, hoe dat allemaal door je verleden komt, en omdat je in je opvoeding liefde tekort bent gekomen en die leren je dan om je spel te accepteren, zoals het nu eenmaal is.

"Maar misschien is het niet meer voldoende, dat je het spel goed speelt. De vraag is eigenlijk: Moet dit spel wel gespeeld worden?"(21)
Je kunt wel uit de ene rol in de andere stappen, maar dan blijft het een spel. En je mag het spel niet verstoren, want dan ben je een spelbreker en niet meer meedoen is het ergste wat er is, want dan ben je gek en word je uitgestoten. Maar echt levensgevaarlijk is het om uit je rol te stappen en de anderen te laten zien, dat ze een rol spelen. Ooit kreeg je daar de gifbeker voor of werd gewoon gekruisigd.
Maar stel je nu eens voor, dat je opeens uit je rol valt, al je culturele bagage, waarmee je het spel tot dan toe gespeeld hebt aflegt, dan kan je dat bijvoorbeeld als volgt vertellen:
"je vraagt me hoe ik een dwaas werd. Het gebeurde aldus: Op een zekere dag, lang voor vele goden geboren waren, ontwaakte ik uit een diepe slaap en zag, dat al mijn maskers gestolen waren. De zeven maskers, die ik in zeven levens gevormd en gedragen had. Ik snelde ontmaskerd door de volle straten en schreeuwde: Dieven, dieven, die vervloekte dieven. Mannen en vrouwen lachten me uit en sommigen liepen uit angst vlug naar hun huizen. En toen ik op de markt kwam riep een jongen, die op het dak van een huis stond: 'Kijk een dwaas.' Ik keek naar hem op; de zon kuste voor het eerst mijn naakt gelaat en in mijn ziel ontbrandde de liefde voor de zon en ik verlangde niet meer naar mijn maskers. En als in een droom riep ik: 'Gezegend, gezegend zijn de dieven, die mijn maskers stalen.' Zo werd ik een dwaas. En ik heb in mijn dwaasheid zowel vrijheid als veiligheid gevonden; de vrijheid der eenzamen en de veiligheid van het niet begrepen worden, want wie ons begrijpen, maken iets in ons tot slaaf."(22)
Als twee zulke dwazen elkaar zouden ontmoeten, zouden ze geen woorden nodig hebben, zoals twee kleine kinderen ook geen woorden nodig hebben om elkaar te begrijpen. Ooit heetten dwazen wijzen, maar tegenwoordig heten wijzen dwazen.

De mens is zo aangepast aan een ondoorzichtige maatschappij, dat hij voor zichzelf ook ondoorzichtig is geworden. Alleen chaotische tegenstrijdige mensen passen in een chaotische, tegenstrijdige wereld. Als hij zich normaal en aangepast gedraagt, stoot hij toch doorlopend zijn hoofd. En dan is het toch begrijpelijk, dat als iedereen wel eens bang is, zich zorgen maakt, af en toe ziek is, dat iedereen dat normaal vindt, en dat het dus bij het leven hoort en bij de manier waarop mensen hun leven leiden. Dan kun je er ook niets aan doen dat dat allemaal gebeurt, en moet je er maar mee leren leven.

Je gedrag kun je altijd goed praten, rationaliseren heet dat tegenwoordig, waar bij je een verklaring buiten jezelf vindt en anderen of omstandigheden de schuld kunt geven. Het is de veiligste manier om niet op te vallen, maar je moet jezelf dan wel doorlopend voor de gek houden.

"En het vervelende bij zelfbedrog is, dat je de bedrieger altijd bij je draagt."(23)

Over de kleine Johannes (24)

De argeloze Johannes wordt door zijn geweten, Windekind, opmerkzaam gemaakt op alle bizarre tegenstrijdigheden in de grote-mensenwereld, totdat hij zwicht voor de kennis, Wistik, die hem het geluk belooft en dan verdwijnt Windekind. En vervolgens ontmoet hij Pluizer, de geleerdheid, die hem zal duidelijk maken, dat het leven nu eenmaal een tranendal is en

"dat een mens moet werken, denken en zoeken. Daar ben je mens voor."(24)
En Pluizer introduceert hem bij Dr. Cijfer, de onderzoeker,
"een man der wetenschap, die hoger staat dan alle andere mensen. Maar hij moet dan ook de kleine gevoeligheden, die de gewone mensen kennen, laten varen voor dat ene grote: de wetenschap. Wat hij zocht, dat had de dokter nog niet gevonden. Doch hij had het bijna. Hij zou Johannes zover brengen als hij zelf was en dan zouden zij er beiden wel komen. Johannes vond het vreemd, dat terwijl hij licht zocht, het hoe langer hoe duisterder om hem heen werd. Hij begon met planten en dieren, met alles wat om hem heen was, en als hij er lang op gestaard had, dan werden het cijfers. Dat vond Dr. Cijfer heerlijk, en hij zei dat het hem licht werd, als de cijfers kwamen, doch voor Johannes was dat duisternis. Bij de wonderlijke samenhang van mensen en dieren ging het nog erger. Van al wat Johannes schoon en kunstig toescheen, toonde hij de onvolkomenheden en gebreken. De plannenmaker, Johannes, was erg slim, maar bij alle wat hij maakte, vergat hij iets en de mensen hebben handen vol werk om al die gebreken zo goed mogelijk op te lappen. Nu gaan zij alles zelf doen en storen zich volstrekt niet meer aan de plannenmaker en zijn plannen. Wat hij hen niet gegeven heeft, nemen ze brutaal en eigenmachtig en waar het hem blijkbaar te doen was hen te doen sterven, ontduiken zij de dood soms voor lange tijd door allerlei kunstgrepen. "Maar het is de schuld van de mensen", riep Johannes, "waarom wijken zij moedwillig af van de natuur?"(24)
Wetenschappers kennen de werkelijkheid niet, maar hebben theorieën over de werkelijkheid. De wonderlijke samenhang, waarin alles met alles samenhangt, hebben ze versplinterd en de splinters vervolgens weer samengebreid volgens hun eigen constructies, waarin de meest bizarre verbanden gelegd worden en in berekeningen, statistieken en grafieken bewezen worden. Het klopt nog niet helemaal, zeggen ze, het is een benadering, maar we komen er wel. Eens vinden we een theorie waarmee we alles kunnen verklaren
"En Pluizer legde hem uit wat liefde was. Toen schaamde hij zich en Dr. Cijfer zeide, dat hij er nog geen cijfers van kon maken, maar dat dat wel spoedig zou gebeuren." (24)
Een vooruitziende blik, want in cijfers en statistieken hebben Masters en Johnson (The Human Sexual Response) ook dat inmiddels uit de doeken gedaan. Na de dood van zijn vader komt Johannes in opstand tegen Pluizer, de theoreticus die al bijna overal een verklaring voor heeft:
"Pluizer was sterk. Hij wist het, nog nooit had hij hem weerstaan. Toch hield hij vol. Toen hij opzag was Pluizer verdwenen. Alleen de Dood zat bij het bed en knikte. 'Dat was goed van u, Johannes', zeide hij. 'Zal hij weerkomen?', fluisterde Johannes. De Dood schudde het hoofd. 'Nooit. Wie hem eenmaal aandurft, ziet hem nooit weer.'
Als je eenmaal hebt afgerekend met alle theorieën, ze ontzenuwd hebt als bedenksels, zul je er nooit meer last van hebben.

Over het verband tussen cultuur en ziekten

Het wezenlijke verschil tussen mens en dier is, dat de mens zelf van de en zijn natuur kan afwijken. De mens kan zijn aard verloochenen, kan ontaarden en een kunstmatig bestaan creëren in ruimte en tijd. Dat noemen ze dan een cultuur en de mensen die daarin opgroeien zijn geen natuurprodukten meer maar cultuurprodukten. Is het dan niet voor de hand liggend om, wat de mens cultuurziekten noemt, toe te schrijven aan een vervreemd bestaan in een kunstmatige omgeving? En zou het dan niet mogelijk zijn, omdat alle mensen vergiftigd zijn door cultuurinvloeden, dat alle ziekten cultuurprodukten zijn? Ieder volk heeft zijn eigen traditie, gewoonten, opvoedingsmethoden, regels en wetten. De volksaard noemen ze dat. Zo heeft ook elk volk zijn specifieke ziektepatroon, het een meer maagkanker, het ander meer geslachtsziekten. Wetenschappers hebben daar overal verklaringen voor, of het komt door het voedsel, of door het klimaat, of door de luchtvervuiling, maar ze zijn het nog aan het bewijzen, er moeten eerst nog meer onderzoeken gedaan worden en proefnemingen enzo. Immigranten, die zich assimileren en de gewoonten van hun nieuwe cultuur, ja ook de eetgewoontes, overnemen, nemen ook de ziekten over. Besloten groeperingen geketend in eigen erfenis, zoals joden en mormonen, hebben hun eigen ziektepatroon. Zoals ook subculturen van junks, homofielen, ambtenaren, orthodoxen, en kinderen hun eigen specifieke symptomen hebben van hun eigen manier van leven. Gediscrimineerde groepen, die hun zelfbeeld laten bepalen door de mening van de massa, hebben daardoor hun eigen ziekten.

Elk volk, dat geïnfiltreerd wordt met de virussen van de westerse cultuur, prestatie, ambitie, vooruitgang en productie, gaat aan die besmetting ten onder. Het is toch bizar, dat het Westen eerst koloniseert om grondstoffen te roven, vervolgens missionarissen en zendelingen uitzendt om volkeren te verwesteren en tot slot artsen stuurt om de ellende, die inmiddels is aangericht, te verzachten en iedereen vindt deze kortzichtigheid prachtig en edelmoedig. Ja maar, zullen mensen tegenwerpen, de primitieve volkeren hadden toch ook allemaal hun angsten voor demonen, hun vete's, hun zinloze tradities, hun mensenoffers, lepra en bilharzia en malaria, hun meesters en slaven. En het Westen dan met hun angsten voor bacteriën en virussen, hun oorlogen, hun zinloze tradities, hun slachtoffers in het verkeer, hart- en vaatziekten, kanker en gehandicapten, hun bazen en werknemers. Is dat nu wezenlijk anders? Alleen aan de buitenkant ziet het er anders uit, de schone schijn maskeert zoveel, de westerling moordt zo beschaafd op een afstand, maakt vuile handen met witte handschoenen aan.

Over potplanten, huisdieren en beschaafde mensen

Mensen zeggen, dat een plant leeft, alsof de plant dat zelf doet. Dat de plant wordt bestuurd door zijn genetisch materiaal, alsof de genen dat zelf doen. Het enige wat je ziet, is dat de plant groter wordt, iedere plant naar zijn eigen wijze en zijn eigen onveranderlijke aard. Een plant legt zichzelf niets in de weg. Er moet toch iets zijn, een ordenende, vormbepalende kracht zou je het kunnen noemen, die ervoor zorgt, dat de plant uitgroeit tot wat eigen is aan juist die plant; dat een kruipende plant blijft kruipen, en een sporenplant geen bloemen krijgt. Als je de plant uit zijn natuurlijke milieu haalt en hem in een pot zet, verstoor je het evenwicht. Je zult hem moeten bemesten, snoeien en verpotten, om hem in leven te houden, doorlopend moet je bezig zijn om een kunstmatig evenwicht in stand te houden. Hij wordt misschien wel extra groot, maar zijn natuurlijke weerstand verzwakt. Mensen noemen dat cultiveren en gecultiveerde planten heten dan bevattelijker voor ziekten te zijn en vroeg of laat wordt hij dan ook ziek. Onder de microscoop vindt de wetenschapper dan, zoals hij dat genoemd heeft, bacteriën, virussen of schimmels. Dat is de verwekker van de ziekte zegt hij dan triomfantelijk, gemakshalve vergetend, wat hij de plant zelf heeft aangedaan en in zijn laboratorium ontdekt hij stoffen die dodelijk zijn voor de "verwekker". Maar planten horen niet in een pot.

Zo gaat dat ook bij dieren. Dieren in de vrije natuur (maar waar is de natuur nog vrij?) leven helemaal naar hun eigen aard, hun instinkt. Als ze honger hebben zoeken ze voedsel, als ze moe zijn slapen ze. Zij kennen geen belangen, bezit, de dag van morgen of een mooier nest dan de buurman. En dan komt de mens, die ze temt en dresseert. Hij zegt, hoe ze zich dienen te gedragen en past ze aan aan zijn regels en wetten. Zijn belang moet het dier dienen, ten koste van zijn instinkt, want zijn instinkt is niet in overeenstemming met de belangen en vooroordelen van zijn baas. Als ze ziek worden vindt de wetenschapper weer verwekkers. Zo houdt de mens de dieren ontaard en ontaarde dieren in leven. Vogels horen niet in een kooi, koeien niet in een weiland en honden niet aan de lijn. En zo en niet anders gaat het ook bij de mens. Zo houden mensen elkaar ontaard en ontaard in leven.

"Het is als de ontzetting van de ervaren tuinman, bekwaam in snoeien, scheren en alle eisen van het vak, wanneer plotseling een vreemde hem snoeimes en heggeschaar uit de hand rukt en zegt: 'Laat groeien die boel, vrijuit, zoals het wil.' Want ik verzeker u, dat gij geen tuinman ter wereld zult beduiden, dat een wildernis mooier is dan een onderhouden tuin. En ook vele anderen niet, al zijn ze geen tuinlui."(25)
Zoals mensen hun gazon maaien, scheren ze hun baarden, zoals ze hun heesters snoeien, knippen ze hun haren, zoals ze hun tuin versieren met bielzen, tegelpaadjes en tuinlantaarns, versieren ze zichzelf met hun sieraden. Want mooi is, is wat "men"mooi vindt en zo houdt iedereen iedereen bezig.

Over het lesje van de medicijnman

"Hoe kunt u daar nou in geloven", vroeg een westers arts eens aan een afrikaans regenmaker. "U ziet toch wel, dat er helemaal geen regen komt? Als hij wel komt was het zonder uw inspanningen waarschijnlijk ook wel gebeurd." De zwarte regenmaker antwoordde: "Waarom gelooft u in uw eigen geneeskunde? U ziet toch, dat er dagelijks mensen aan hun ziekten sterven? En als ze beter worden, zou dat zonder uw inspanning ook wel gebeurd zijn."

Niemand kan bewijzen of de patiënt geneest door het geneesmiddel, door de tijd van de kuur, het feit dat hij in zijn bed kruipt en rust houdt, door de veranderde reactie van de omgeving omdat de dokter zijn klacht gesanctioneerd heeft, door het feit dat zijn angst wordt weggenomen omdat de dokter heeft gezegd, dat het overgaat en hem gerustgesteld heeft, of dat hij extra aandacht krijgt en zorg. Voor de geneeskunde is de patiënt zelf bijzaak, hij is maar een toevallige drager van zijn symptomen en patiënten hebben geleerd om zich ook als zodanig te gedragen. Zo komt de patiënt dus ook op het spreekuur. Hier ben ik met mijn lichaam wat mankementen vertoont, hier hebt u mijn symptomen, doet u er maar wat mee, ik weet van niets. u hebt ervoor geleerd, u kunt me zeggen wat het is en u heeft er wel pillen voor om ze te doen verdwijnen. Ik ervaar ze als hinderlijk, kan ze niet gebruiken en wil er zo snel mogelijk vanaf. Want ik heb nog zoveel te doen, ben onmisbaar, durf niet thuis te blijven, vind dat ik het allemaal aan moet kunnen, ze denken anders dat ik me aanstel, het is zo verschrikkelijk druk op de zaak, ik kan niet stilzitten, het komt zo ongelegen. Dat ze daarmee meteen de betekenis van hun ziekzijn onthullen, ontgaat zowel dokter als patiënt. Over hun toeren gedraaid in de maatschappelijke machinerie, geeft hun lijf aan, dat het zo niet langer moet.

Het is als iemand, die met een zwelling op zijn voorhoofd bij de dokter komt. En de dokter schrikt, want hij houdt niet van zwellingen, daar zou wel eens iets achter kunnen zitten. De patiënt merkt de reactie en wordt dan ook wat ongerust. En de dokter bekijkt en bevoelt de zwelling en zegt, dat hij het niet weet maar eerst een foto zal laten maken en het bloed zal laten onderzoeken. De dokter vertrouwt het ook niet, zegt hij thuis, en er wordt druk gespeculeerd en adviezen gegeven. Maar foto en bloed leveren geen afwijkingen op. Maar dat krijg je als de patiënt niet vertelt, dat hij met zijn hoofd tegen de tafel was gevallen. De geneeskunde bestaat uit het stellen van een diagnose en het behandelen van een aldus genoemde ziekte. De enige zinnige vraag: waarom krijgt deze patiënt juist op dit moment juist deze klacht, wordt niet gesteld.

Suikerziekte, rheuma, kanker, multiple sclerose, alleen maar namen, diagnoses, vonnissen, etiketten. De wetenschap probeert het allemaal met ingewikkelde theorieën te verklaren, maar kijkt niet naar de betekenis van de symptomen. Maar mensen laten met hun symptomen alleen maar zien, dat ze in het gevecht om in deze maatschappij het hoofd boven water te houden, gewond zijn en geslagen. Het is bizar, wat de mensen zich door deze geneeskunde laten aandoen. Als de geneeskunde de vraag "waartoe"niet zo zorgvuldig uit de weg was gegaan, had ze eerder op deze heilloze weg kunnen keren. Nu durven ze niet meer terug, het mag niet waar zijn, dat ze zich collectief vergist hebben, dus is het niet waar. Dus wordt het onderzoek steeds verder uitgebreid, steeds massaler, meer artsen, meer medicijnen meer apparaten, steeds onzinniger. En het volk wacht tevergeefs.

"De natuurwetenschappen hebben de ledige pop in handen, de vlinder is gevlogen." (26)

Met organen en weefsels, met konijnen en mensen in proefopstellingen doen ze hun onderzoekingen. Hun blauwdruk is Vesalius' lijken-anatomie, verfijnd, gecorrigeerd en verbeterd. De geneeskunde heeft een pakt met de dood gesloten, terwijl ze pretendeert het leven te beschermen. Eerst organen, toen weefsels, cellen en nu zit ze al in celstructuren te turen naar het hoe en wat, straks op moleculair niveau en verder en verder en dan zal het een doodlopende weg blijken. En met hun eigen ingewikkelde theorieën ziet het er inderdaad allemaal ingewikkeld uit. Intussen worden de mensen steeds zieker, maar vertrouwen er toch op, dat de wetenschap het eens allemaal zal weten.

"Volgens de moderne natuurwetenschap is de mens een stoffelijk natuurproduct. Zijn "geest" is een werking van zijn zenuwen. De mens is geen geest. Op het moment dat de mens overlijdt, vertrekt hij dus niet uit zijn "schulp", maar gebeurt er eigenlijk stoffelijk niets. De mens is in het moment van zijn sterven dus niets veranderd. Weeg hem, hij blijft even zwaar. Na het sterven is hij een lijk, door het sterven is hij niet veranderd, voor het sterven is hij dus ook een lijk. De op aarde levende mens is dus niets als een lijk."(27)

Over het opvoeden van kinderen

Doordat de vader doorgaans buitenshuis werkt, is de moeder de hoofdopvoedster van de kinderen. Zij is de centrale regelende dominerende figuur, die de orde en regels in huis bepaalt en er zorg voor draagt, dat ze uitgevoerd worden. Die regels zijn niet door haar zelf bedacht, maar een voortzetting van het gareel waarin zijzelf is opgegroeid. De partnerkeuze wordt mede bepaald door een overeenkomst van beide gezinsregels. Het huis is haar domein, waarin zij de scepter zwaait. Zij is de zorgzame, voor ieder klaarstaande, de thuisbasis voor kinderen en echtgenoot, die hun strijd in de boze buitenwereld strijden. Terwijl de mannen de buitenwereld regeren, regeert zij het gezin. In een patriarchale maatschappij heerst een matriarchaat in de gezinnen. Maar die werkelijkheid zie je alleen in karikaturen, want ondanks dat het tegendeel waar is, verkeren de meeste mannen in de illusie, dat zij de baas zijn. Doorgaans zeggen vrouwen als ze het over hun echtgenoot hebben "het is alsof ik er een kind bij heb."Zelden andersom. Man-vrouw relaties zijn zo vaak verkapte moeder-kind relaties, met alle consequenties van dien. Het zijn de huisgewoonten waarin het kind opgroeit. Doorlopend moeten ze dingen doen, die ze niet begrijpen, die grote mensen wel mogen en zij niet of omgekeerd. Een heel verwarrende wereld. Ze leren dat ze rekening moeten houden met gewoonten van andere mensen, dat er dingen zijn, waar je niet over praat, wat normaal is en wat hoort, wat nou zo eenmaal is en dat ze zich moeten aanpassen.

En zo leren ze de meest krankzinnige dingen normaal vinden, omdat hun ouders dat immers ook doen en ze worden steeds onzekerder, steeds afhankelijker van het oordeel van anderen. Het opvoedingsproces maakt kinderen oneerlijk, en is ziekmakend, want kinderen moeten aangepast worden aan een oneerlijke en zieke buitenwereld en helaas kan dat alleen door ze dan ook maar oneerlijk en ziek te maken. Kinderen zijn tegenwoordig minder vaak ziek, omdat het gareel minder strak geworden is, en omdat ze de tirannie van de goede bedoelingen van de ouders gemakkelijker kunnen ontvluchten door buitenshuis te spelen of zich terug te trekken in hun eigen domein. Bij slechte weersomstandigheden zijn ze gedoemd om binnen te blijven en zit iedereen weer boven op elkaar. Dat kinderen dan ziek worden komt natuurlijk weer door het weer, tocht en kou en zo. Er zijn huizen waar gepoetst wordt en huizen waar geleefd wordt maar ook daar zijn grenzen. Die nette, schone huizen, waar je van de grond kunt eten, waar elke week de ramen gelapt worden, zijn onleefbaar voor kinderen. Hoe netter het huis, hoe chaotischer de hoofden van de bewoners, want de chaos van binnen wordt gecompenseerd door de orde aan de buitenkant. Hoe geordender van binnen, hoe minder houvast er nodig is aan de buitenkant.

Oorontstekingen, keelontstekingen en eczemen verminderen als kinderen naar school gaan, als de school vrijer is dan het benauwende leefmilieu thuis, of verergeren, als het juist andersom is. In deze maatschappij is er geen oplossing. Het beste wat je met opvoeding kunt bereiken, is de schade tot een minimum te beperken.

Over het verschil en overeenkomst tussen lichamelijke en geestesziekten

Descartes scheidde de mens in lichaam en geest, een kunstmatige scheiding. Op basis van het lichaam ontwikkelde zich de somatische geneeskunde, op basis van de geest de psychiatrie. Beiden gaan niet uit van de mens, dus beiden kunnen over de mens niets zinnigs zeggen. Beiden gaan uit van een gereduceerde mens en hebben hun eigen theoretische bouwwerken opgebouwd, symptomen geordend en ziekten benoemd. Maar beide ziekten zijn in wezen slechts een verschillende uitingsvorm van een verstoord evenwicht. Bij een lichamelijke ziekte blijft de aanpassing aan de buitenwereld gehandhaafd. Kost wat kost wil de patiënt het spel mee blijven spelen en zich houden aan de spelregels, aan wat men normaal vindt. Bij de geestelijke ziekte wordt de aanpassing aan de buitenwereld verstoord. De patiënt is niet meer bij machte om te voldoen aan alle tegenstrijdige eisen die de buitenwereld aan hem stelt.

"Zoals de gezonden, de normalen, niet in staat zijn om een binnenwereld te vormen, zo zijn de zieken, de niet-normalen, niet in staat een buitenwereld te vormen. De gezonden en de zieken zijn zodoende op dezelfde manier verschijningsvormen van een uit het evenwicht geraakte, zieke maatschappij!"(28)
Mensen hebben zich zodanig laten inpakken in deze maatschappij, dat ze een moeizaam en pijnlijk uitpakkingsproces, bewustwordingsproces heet dat, nodig hebben om zich te ontdoen van de kluisters, waarin ze zich hebben laten ketenen en om vrijheid te verwerven. Groeien noemen ze dat, en ze zeggen dat je daar een heel leven voor nodig hebt en nooit mee klaar bent. Het eindresultaat kent niemand, merkwaardig genoeg, maar toch moet het wel begerenswaardig zijn als het tegen de moeite opweegt. Echt volwassen, volgroeid zou niet mogelijk zijn en in deze wereld leven dus alleen onvolwassen mensen, die elkaar dan laten zien hoe onvolwassen ze zijn en dan ook nog zeggen, dat ze daar zoveel van leren. Therapeuten hebben ervoor geleerd, uit boeken en in trainingen, waar ze allemaal technieken hebben geleerd en zodoende groeispecialisten zijn geworden. Maar volwassener dan je therapeut kun je nooit groeien. Ze kunnen er alleen voor zorgen, dat je uit je oude omgeving groeit en dan sta je echt alleen, of bent rijp voor een andere subcultuur.

Als je dat niet wilt, moet je alleen verder over ongebaande wegen, je losmaken van het groepsdenken. In durven zien, dat iedereen dwaalt, ook alle groten, beroemden en geëerden van deze maatschappij, tegen alle gevestigde meningen in. Iedereen is vrij om die weg te kiezen, en als je het niet doet, moet je ook niet zeuren, als je niet gelukkig bent.

Mensen zijn geconditioneerd, zodat ze dingen doen die ze eigenlijk niet willen, en dingen die ze wel zouden willen, niet doen. uit gewoonte, voor de lieve vrede, en om niet alleen te staan. En dat hebben ze niet meer in de gaten. Ze kennen hun eigen onvrijheden niet en daarom vechten ze voor een uiterlijke vrijheid, voor hun eigen belangen, altijd ten koste van anderen. Ze beseffen niet, dat ze gevangenen zijn van hun eigen vooroordelen. Gevangenen van hun eigen mening, die voor de vrijheid van meningsuiting vechten. Dat is zoiets als gevangenen, die voor het recht vechten, om naar hun eigen smaak hun cel in te richten. Gevangenen in godsdienstige en andere overtuigingen, die de vrijheid opeisen om hun tuigen naar eigen inzicht te versieren.

Over grenzen

Aarde verdeeld, mensheid verdeeld, taal verdeeld, mens verdeeld, lichaam verdeeld, geest verdeeld, eeuwigheid verdeeld. En in plaats van al die kunstmatige grenzen te slechten proberen mensen de grenzen te overbruggen en dat is een streven naar eenheid met behoud van grenzen, een onmogelijke taak. Eenheid krijg je nooit door delen op te tellen en te verbinden. Het geheel is anders dan de som der delen, niet meer, maar anders. Het kost net zozeer macht om verdeeldheid in stand te houden als uit verdeeldheid een kunstmatige eenheid te creëren. Met behoud van eigen bezit, eigen belang, eigen mening en eigen vooroordelen vrijheid te heten verdedigen is een bizarre pretentie, want er wordt nergens vrijheid verdedigd, maar belangen, meningen, grenzen en bezit.

Zoals mensen hun territorium omheinen, omheinen ze hun tuintje, stellen gemeenten hun grenzen, hebben provincies hun eigen grondgebied en landen hun landsgrenzen. En net zozeer als er ruzies zijn over schuttingen, scheidslijnen tussen percelen, is er onenigheid over andere grenzen. Het grote is een afspiegeling van het kleine en andersom. Zoals in de gezinnen regels en normen heersen, afhankelijk van het godsdienstige politieke en klassentuig waar mensen inzitten, heersen die in de maatschappij. Fatalistisch zeggen mensen dan, dat je het toch niet meer terug kunt draaien, het is al te ver, er is geen weg meer terug. Maar net zozeer als er een weg heen is geweest, die gezorgd heeft, dat alles zo is zo als het is, is er een weg terug naar alles zoals het oorspronkelijk was.

"De weg op en neer is een en dezelfde weg."(29)
Nu zit iedereen in hetzelfde schuitje, met vele ruziënde kapiteins aan het roer, die het allemaal beter weten en toch niet weten waar naar toe. De wetenschappers en politici, de stokers van de brand, beloven het volk, dat ze de brand wel zullen blussen, ze zijn alleen nog niet zover, er moet nog veel vergaderd, overlegd en gestudeerd worden. En de ene probeert de ander te overtuigen van zijn eigen gelijk.

Over enerzijds en anderzijds en voor en tegen

Arm en rijk, rechts en links, knap en dom, baas en knecht, schoon en vies, godsdienstig en heidens, man en vrouw, zijn cultuurbegrippen en tekenen van een gestoord evenwicht. In de werkelijkheid is er geen enerzijds anderzijds, maar is alles zoals het is. Kracht en tegenkracht is nodig om onevenwichtigheid in stand te houden. Om de bestaande orde, zoals de mensen deze maatschappelijke chaos noemen, te handhaven, moet er een evenwicht zijn tussen de strijdende partijen. Vandaar dat het tweepartijensysteem zo logies is, want dan kunnen ze samen morrelen in de marge, en blijft alles bij het oude, armen arm en rijken rijk. Actie geeft altijd reactie. En zo schommelt de weegschaal al eeuwen en eeuwen uit balans en als de rek eruit is komt er een crisis, een revolutie of een oorlog en begint het spel weer van voren af aan.

Zo zie je overal mensen die tegen kernenergie zijn, tegen atoomwapens, tegen milieuvervuiling, tegen uitbuiting, tegen de honger in de wereld, maar dat is allemaal net zo zinloos als tegen kanker zijn, of tegen lepra. Als een verstoord evenwicht symptomen oproept is het zaak om de oorzaak van die verstoring weg te nemen en dweilen met de kraan open als je symptomen gaat bestrijden. En toch worden overal symptomen bestreden en oplossingen voor problemen gezocht, terwijl de mensen ze eerst zelf creëren. Overal geven de mensen met de ene hand en nemen met de ander en die twee weten best wat ze doen.

"Als deze mens nooit op aarde was geweest, zou het hele oppervlak nog bedekt zij met een vegetatietapijt, uitgezonderd de gebieden waar extreme temperaturen heersen. Alle woestijnen zijn ontstaan door toedoen van de mens, die zich tegenover de natuur stelde. De snelheid waarmee de woestijnvorming toeneemt, neemt steeds toe. Landbouw en veeteelt, beiden om oneigenlijke behoeften van de mens te dekken, verbreken het ecosysteem, zoals het natuurlijke evenwicht tegenwoordig heet en maken de weg vrij voor erosie en woestijnvorming.
De ware mens weet zich een met de schepping en grijpt niet in in de natuur, noch vervreemd hij zich van zijn eigen natuur. Hij verstoort niet, maar leeft van de vruchten, die de natuur in overdaad bevat. Doodongelukkig zou de beschaafde mens zich voelen in de ongerepte natuur, overal zou gevaar dreigen, ziekten, wilde dieren; stel je voor dat hij kiespijn zou krijgen en wat moet hij zonder kleren, als hij een ander zou tegenkomen; doorlopend zou hij op zijn hoede zijn voor zijn eigen ingebeelde angsten, net als Robinson Crusoe. Tijd om te genieten zou er niet meer overblijven bij hem, die zich altijd bekommert om de dag van morgen. En weer zou hij vuur gaan maken, dieren temmen en jagen om aan zijn aangeleerde cultuurbehoeften te voldoen. En zoals altijd, als je begint, is het eind zoek.
"Dwaas waren de stervelingen, toen zij het leven der natuurmensen met de last der beschaving inruilden. Hoe zalig was de tijd, toen men nog geen bijl, nog een houweel zwaaide, toen men nog niet hoefde te zaaien en de akkers, de gaven van de Nijl nog niet omploegde."(30)

"Want neemt de hele heilloze vooruitgang weg, neem al onze vergissingen en laster weg, neem alle mensenwerk weg, en alles is goed."(31)

Zoals een door landbouwmachines en veeteelt verkrachtte natuur steeds meer energie, bemestings- en bestrijdingsmiddelen vereist, om het verstoorde evenwicht onder controle te houden, zo vereist een door vervreemding verkrachtte menselijke natuur steeds meer inspanning, apparaten en medicijnen om de vervreemding in stand te houden. Deze maatschappij gaat inderdaad aan vlijt, ambitie en macht ten onder, en iedereen helpt daar aan mee.
"Oorlog is vrede, slavernij is vrijheid onwetendheid is kracht."(32)
Terwijl overal onvrede, ruzies en onenigheid heersen, vinden mensen dat de wereldvrede bedreigd wordt. Overal heerst een koude oorlog, mensen die het met zichzelf niet eens zijn, gezinnen waar voor de lieve vrede niemand zegt wat hij denkt, belangengroepen die elkaar bestrijden, kerken die elkaar verketteren, volkeren die elkaar veroordelen. En alle slachtoffers van die gevechten komen vroeg of laat bij de dokter terecht. De huidige geneeskunde is vergelijkbaar met de frontchirurgie van weleer. Mensen die de strijd op leven en dood niet meer aankunnen oplappen, zodat ze weer naar het front kunnen. Controlerende artsen die beoordelen of de kwetsuren van dien aard zijn, dat ze inderdaad niet meer kunnen, of wellicht aangepast werk in de achterhoede kunnen verrichten, want geproduceerd moet er worden. Opvoeden is vergelijkbaar met het drillen van soldaten, het aanleren van strategieën, om later de strijd om het hoofd boven water te houden in deze bizarre maatschappij te kunnen leveren. Je moet kinderen hard en weerbaar maken om zich staande te kunnen houden in een wereld waarin relaties op macht zijn gebaseerd.
"Dit alles heb ik gezien en ik richtte mijn aandacht op alle daden, die onder de Zon geschieden in deze tijd, dat de mens macht heeft over de ander tot diens onheil." (33)
Macht is niet verenigbaar met liefde. Oorlog niet met vrede. Macht verdeelt mensen en houdt ze verdeeld in meerderen en minderen, meesters en knechten, ouders kinderen, mannen en vrouwen. Wetenschap belooft de mens macht over de natuur. Maar zoals dat gaat als mensen verleid worden door de belofte naar macht, is de tol, die ze betalen, slavernij en onmacht. En de mens vecht voor vrijheid, met behoud van een cultuur, die gebouwd is op onvrijheid; vechten voor vrijheid in een kooi.

Over de zondeval

"Van alle fouten en ondeugden zijner kwekelingen moet de opvoeder de fout in zichzelve zoeken. Het ligt ongetwijfeld in 's mensen aard om de oorzaak van alle verdrietigheden, ja zelfs van zijn eigen misstappen buiten zichzelf te zoeken. Men bespeurt dat reeds in de eerste zondeval."(34)
In het symbolische bijbelverhaal bezwijkt Eva voor de verleiding en geeft Adam de appel, die er van eet. Het had net zo goed omgekeerd kunnen zijn, maar het staat er nu eenmaal en uiteindelijk moet er iemand de eerste zijn die over de schreef gaat. En als ze ter verantwoording geroepen worden geeft Adam Eva de schuld, die hem vervolgens afschuift op de verleiding. Beiden nemen geen verantwoording voor hun eigen daad, maar schuiven die af op de ander of de omstandigheden. Zo kent iedereen nog wel zijn eerste leugentje uit zijn kindertijd, het moment waarop hij de onschuld verliet.

Eten van de boom van kennis van goed en kwaad betekent het niet meer vertrouwen op je geweten, maar eigenmachtig bepalen wat goed is en kwaad. Wanneer mensen zelf regels en wetten gaan bepalen, plaatsen ze zich daarmee buiten de schepping en verbreken de eeuwige natuurwetten. En nu leven mensen dan in een wereld, waarin ouders bepalen wat wel en niet goed is voor het kind, priesters bepalen, wat je wel en niet moet geloven en wat zondig is en niet, artsen die uitmaken wat gezond en schadelijk is, rechters die oordelen of mensen schuldig zijn of niet, men die bepaalt wat mooi is en lelijk, schoon en vies, hygiënisch en onhygiënisch. Allemaal kunstmatige geboden en verboden, in een steeds meer uitdijend aantal en steeds ingewikkelder.
 

"Mijn volk, uw leiders zijn verleiders en zij maken de weg, die u tot pad moest zijn tot een doolweg."(35)


Altijd geven de mensen de schuld van hun onbehagen aan de omstandigheden, of de anderen. Als je aan een patiënt, die met een klacht bij de dokter op het spreekuur komt, vraagt waar hijzelf denkt dat het door komt, dan is het antwoord: het werk, de baas, het weer, het eten, de vrouw, het afwasmiddel, de kinderen, de drukte. Nooit heeft hij er zelf wat mee te maken, altijd zoekt en vindt hij de oorzaak buiten zichzelf. Altijd blijft hijzelf buiten schot. Maar het is zijn eigen werkopvatting, zijn reactie op het gedrag van de baas, zijn ergernis over het weer, zijn boosheid over het zeuren van zijn vrouw, zijn idee over de schadelijkheid van het afwasmiddel, zijn mening over de opvoeding van de kinderen, en zijn reactie op de drukte, die de botsing veroorzaken.
 

"Want het zijn niet de dingen zelf die de mensen in verwarring brengen, maar hun mening omtrent de dingen."(36)


Hij wil gewaardeerd worden, hij wil hogerop, hij moet zonodig van alles, hij heeft verwachtingen van anderen, hij eist van anderen, wat hij van zichzelf eist. En dat moet wel conflicten geven met de meningen van anderen.

Het enige waar de mens recht op heeft, is vrijheid. Maar dat kan alleen als hij zich niet door anderen of door zijn omgeving laat beïnvloeden; wanneer er geen macht op hem wordt uitgeoefend en hijzelf geen macht uitoefent over anderen; wanneer hij met rust gelaten wordt en ook anderen met rust laat. Wanneer hij van zichzelf niets moet, maar ook van anderen niet; wanneer hij niet afhankelijk is van anderen en anderen niet van hem. Want als mensen met zijn allen in een zelf gecreëerd web van afhankelijkheid van elkaar zitten, plant de onrust van een gevangene zich door het hele web heen voort en heeft iedereen, hoe dichter de omgeving hoe meer, er last van. Het is niet eerlijk om de onruststoker er de schuld van te geven, want je hebt jezelf in het web laten vangen. Schuld is slechts een geraffineerd middel om macht over elkaar uit te oefenen, elkaar te beïnvloeden. De mens is alleen schuldig als hij wetens en willens de ander benadeelt om hem te benadelen. Het is altijd uit een gevoel van machteloosheid. Hij heeft geleerd om naar autoriteiten, mensen die zich boven hem gesteld hebben, te luisteren. Luistert de mens naar zichzelf, dan voelt hij zich schuldig ten opzichte van anderen, omdat hij niet voldoet aan hun eisen, verwachtingen. normen, geboden en wetten. Luistert hij naar anderen, dan raakt hij uit zijn evenwicht. Zwichten voor de massa, de maatschappij, gaat altijd ten koste van jezelf. Er zijn geen schuldigen, alleen verantwoordelijken. De enige slachtoffers zijn de kinderen.

Over dat de mens een overloper uit de natuur is

Eigenmachtig heeft de mens zich buiten zijn en de natuur geplaatst. Wat mensen cultuur noemen is een uitvloeisel van dat verbroken contact. En omdat hij niet meer kan leven naar zijn natuur, is het leven zijn eigen zorg en bekommernis geworden. Vanuit zijn ontwortelde staat gezien, staat hij voor een angstaanjagende wereld, waarin hij zich niet meer geborgen voelt en zomaar allerlei onheil hem kan treffen. De natuur is een bedreigende chaos geworden, die beteugeld moet worden, zoals de mens ook zijn eigen natuur beteugelt. Elke menselijke ordening is strijdig met de eeuwige natuurwetten. Mensen laten Gods water niet meer over Gods akkers vloeien, maar kanaliseren, polderen in en irrigeren. Zoals zij hun eigen natuur verkrachten met regels, wetten en normen, niet uit hun hart maar uit hun hoofd ontsproten, wordt de aarde verkracht door ontbossing, ontginning, wegenaanleg als een kunstmatig adernet, landbouw en veeteelt. Maar overal barst de natuur uit die dwangbuis, bij de mens als ziekten, in de maatschappij als oorlogen, en in de natuur als natuurrampen. Als een tovenaarsleerling, die de lering van de meester verkeerd begrepen heeft, gedraagt de mens zich. En terwijl het water hem tot de lippen stijgt,
 

"en de golven over hem heen slaan, roeit hij met zijn armen om zich boven water te houden. Die reactie op de dreigende ondergang, dit slaan met de armen, is de cultuur, een zwembeweging."(37)


Overal worden symptomen bestreden. Er zijn er die het beter weten en willen hervormen, die de lering weer anders willen interpreteren, een andere structuur en systeem om het tomeloze water te kanaliseren. Met emmers wordt overal gehoosd, terwijl de kraan helemaal open staat. De discussies gaan slechts over het soort emmer waarmee gehoosd moet worden. Als allesziende koppen van Cerberus waken de wetenschappers en andere zwarte magiërs, die de kraan steeds verder opendraaien en daar hun bestaansrecht aan ontlenen, dat er niemand aan de kraan komt want de vooruitgang, zoals ze dat noemen, mag niet belemmerd worden. Overal verdrinken mensen, moegestreden, maar ze gaan door. Eenmaal zal het hun lukken, zullen ze voor elk probleem een oplossing hebben, blind voor wat ze nu aanrichten. En bij elke uitvinding, bij elke prestatie juichen de goedgelovigen in de illusie, dat de grote oplossing weer wat dichterbij gekomen is, terwijl het tegendeel waar is. Waar geen verstand is, is ook geen dwaasheid.

Over steden

"Die hele barbaarse opeenstapeling van gebouwen, die nergens ophoudt, alle grote stadsgruwel, de krankzinnige groenverdrijvende bouwkanker, waar het verkeer zich in honderd vormen doorheen worstelt."(38)
 

Zo is elke stad een natuurvreemd kankergezwel, dat zich invretend in zijn omgeving uitgroeit, uitzaaiend in satellietsteden, niets ontziend, zich uitbreidt ten koste van de natuur. En terwijl er gebouwd en gebroken wordt, zuigt hij voor zijn eigen groei de omgeving leeg en breidt zijn zieke invloed tot in de verre omtrek uit en wordt zelf steeds onleefbaarder. Waarin slechts aangetaste mensen kunnen leven en verkankeren en zelfs de parken, kunstmatig aangelegd en onderhouden worden door de godvergeten mensenhand. Er zijn geen goede en minder goed mooie of lelijke, leefbare of onleefbare kankergezwellen.
 

"Heuvels zijn altijd veel mooier dan stenen gebouwen. Het leven in de stad is een kunstmatig bestaan. Heel veel mensen voelen bijna nooit echte grond onder hun voeten of zien planten groeien, behalve die in bloempotten staan en lopen nooit ver genoeg van het licht van de straten om de bekoring te ondergaan van de nachtelijke hemel, die bezaaid is met sterren. Wanneer mensen ver van de streken wonen, die door de Grote Geest gemaakt zijn, is het voor hen zo gemakkelijk zijn wetten te vergeten."(39)


Maar voor de stedeling, gewend en aangepast aan de chaos van de stad, die het stadsleven bruisend en gezellig noemt, is de natuur saai, chaotisch en vervelend.
 

"Volkeren zijn bezeten door de ongezonde eerzucht hun nagedachtenis te vereeuwigen, door zoveel mogelijk gehouwen steen achter te laten. Ik zie liever de stenen op de plaats waar ze horen. De meeste steen, die een volk houwt is slechts voor zijn eigen graf bestemd. Hij begraaft zich levend. Zie de piramiden. Niets erin verwondert ons meer dan dat er zoveel vernederden voorhanden waren om hun levens te offeren aan het bouwen van een grafkamer voor een of andere domkop. Het geloof en de kunstzin van bouwers over de hele wereld is nagenoeg een pot nat, of het nu een egyptische tempel is of de Bank der Verenigde Staten: ze kosten meer dan er bereikt wordt. De oorsprong is ijdelheid, bijgestaan door de liefde voor boterhammen en knoflook. Tallozen houden zich bezig met de bouwwerken van Oost en West en waarom? Om te weten wie ze gebouwd hebben. Ik daarentegen zou willen weten, wie in die dagen er niet aan meededen, wie zich te goed voelden voor zulk gebeuzel."(40)


Wat mensen cultuurmonumenten noemen, piramiden, tempels, paleizen, kathedralen en kastelen, allemaal zijn ze met bloed, zweet en tranen door slavenarbeid tot stand gebracht. Een volk kan pas gaan bouwen, als het onrechtvaardig is, als er meerderen en minderen, meesters en slaven zijn. Met andere woorden, als het beschaafd is en die weg is ingeslagen, waarvan het einde zoek is. Dus in plaats van bewondering zijn zij er als een waarschuwing voor het nageslacht.
 

"Want door de wijsheid voorbij te gaan, werden zij niet alleen zelf belemmerd het goede te kennen, maar lieten zij ook aan het mensdom een herinnering achter van hun dwaasheid."(41)